Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Verhalen

ZO VADER

Auteur: René Appel
Uitgever: Anthos

© | René Appel (alle rechten voorbehouden)


21 juli 2007 | Op de website van Ezzulia plaatsen wij regelmatig korte verhalen. De meeste hiervan worden exclusief voor Ezzulia geschreven en zijn nergens anders te vinden. Deze keer een verhaal van René Appel (Hoogkarspel, 1945), dat eerder in het onderwijstijdschrift Didaktief (zomer 2006) heeft gestaan.


ZO VADER

‘Lees nou eerst die tekst maar ’s goed door. Dan komen de vragen straks wel.’ Gerard liep door de klas. Met zijn voet schoof hij een in het gangpad liggende Eastpac tussen de tafeltjes. Kristel keek hem aan alsof hij haar persoonlijk beledigde door met zijn schoen haar rugzak te bezoedelen.
            ‘Pet af, Yoram, je kent de regels.’
            Diep zuchtend haalde Yoram de pet van zijn hoofd. Het was bijna onbegonnen werk om sommige afspraken te handhaven, zoals die over het verbod op het dragen van petten in de klas. Enkele van Gerards collega’s vonden het verspilling van energie om op dit soort dingen te letten, zodat degenen die dit wel deden, bij de leerlingen bekend stonden als fanatieke, kommaneukende uitslovers. Hetzelfde probleem was er met het al of niet aanhouden van jassen. Bij Joris, voorheen boventallig gymnastiekleraar en nu inrichtingsmanager, had Gerard al een paar keer gepleit voor een rij kapstokken aan de achterkant van de klaslokalen. De leerlingen die niet over een kluisje beschikten, konden daaraan dan hun jas ophangen. Joris had pseudo-belangstellend naar zijn argumenten geluisterd, maar Gerard wist dat zijn aandacht veel meer uitging naar meer spectaculaire projecten als de nieuwe inrichting van de computerlokalen (‘honderd procent een must’), de renovatie van de entree van de school (‘leerlingen moeten denken van: ja, hier wil ik zijn, hier begint de weg naar mijn toekomst!’) en de verbouwing van de praktijklokalen (‘absoluut noodzakelijk om het Nieuwe Leren gestalte  te geven’).
            ‘Gewoon lezen, Rico, dat kan je toch nog wel?’
            Als antwoord ging Rico nog iets meer onderuit hangen. Nog even en hij schoof volledig onder het tafeltje. Soms wenste Gerard dat die uiterst trage, maar onstuitbaar lijkende beweging zich door zou zetten: een leerling, die langzaam weggleed en onder de vloer verdween. Als hij maar lang genoeg wachtte, zou de klas uiteindelijk leeg zijn. Priscilla was bezig een sms’je te versturen.
            ‘Geen mobieltjes,’ zei Gerard, ‘weg met dat ding, Priscilla.’
            ‘Maar het is voor m’n moeder.’
            ‘Na de les. Dan heb je tijd genoeg.’
            ‘Ja, maar ik heb…’
            Gerard stak zijn hand uit naar het mobieltje. Dat eeuwige ge-jamaar, daar werd hij af en toe horendol van.
            ‘Effe versturen.’ Ze drukte nog een paar toetsen in, stopte de gsm in de zak van haar jas die over de leuning van haar stoel hing en keek Gerard aan met de verleidelijkste glimlach waar ze over beschikte. ‘Zo goed, meneer?’
            Gerard bleef door de klas lopen. Sommige leerlingen zaten te lezen, bij anderen vroeg hij het zich af, maar ze hadden in ieder geval de krant voor zich. Fouad leek te slapen; waarschijnlijk tot gisteravond laat als pizzakoerier gewerkt.
            Vanmorgen op het station had Gerard een stapel Metro’s meegenomen. Dat deed hij wel vaker. Het was een aardige afwisseling van de lessen uit het boek, die door hun opzet erg voorspelbaar waren. Bovendien begonnen al die lessen met een opdracht die in groepjes moest worden uitgevoerd, en dat was op de dinsdag na het paasweekend geen aanbevelenswaardige werkvorm. Je hoefde weinig fantasie te hebben om te bedenken waar de leerlingen het in die groepjes vooral over zouden hebben.
            In de Metro ging het om een kort stuk op de voorpagina (‘Nederlander leeft steeds ongezonder’) en een vervolgartikel midden in de krant met als kop: ‘Vet rond je navel, dat is oppassen’. Bij de kiosk op het station had Gerard nog even in zijn handen gestaan met NRC.next. Op de voorpagina stond ‘trek ff lkkr wat uit dan!’ en het bijbehorende artikel ging onder meer over strippen en masturberen voor de webcam bij msn-contacten. Dat artikel had hij kunnen kopiëren, maar het zou waarschijnlijk vooral tot geile praatjes, onbegrensd rumoer en opgefokte hilariteit hebben geleid. Nee, dan maar liever die ongezonde leefwijze, ook maatschappelijk relevant, zeker als je zag wat die kids in de pauze allemaal versnoepten en hoeveel geld ze spendeerden in de Snackcorner twee straten verderop. Een inhoudelijk relevante les tekstbegrip, dat had hij voor ogen.
            ‘Niet de sportpagina’s, Jimmy. Pagina één en dan het vervolg op pagina veertien. De rest lees je maar in de pauze.’
            Jimmy wierp hem een vernietigende blik toe. Eigenlijk zou hij Jim moeten heten, want op vijftienjarige leeftijd was hij al bijna één meter negentig, en hij had het stevige postuur van iemand die regelmatig de sportschool bezoekt. Eigenlijk was hij de jonge pendant van zijn vader, die dan ook Jim als voornaam had. Jim Terhaaf, die ergens handel in dreef. Waarin wist Gerard niet. Wel dat het goed verdiende.
            Een paar weken geleden had Jimmy op zijn linkeronderarm fuck you laten tatoeëren. Gerard staarde nu naar die letters. Hij kon zich niet aan de indruk onttrekken dat de verwensing vooral voor hem was bedoeld. Vorig jaar had hij Jimmy ook al in de klas gehad, en hun onderlinge relatie was verre van positief, om het zachtjes uit te drukken. Steeds gedonder, altijd aangebrande conflicten, de ene brutaliteit na de andere onbeschofte opmerking. En Jimmy was typisch zo’n jongen die de hele klas meekreeg. Deze 3T-A was verder een redelijke groep, maar Jimmy wist te vaak de lont in het kruitvat te steken.
            Gerard liep verder tussen de tafeltjes door. Latifa zat braaf te lezen, zoals ze alles braaf deed. Wat er op de briefjes stond die ze af en toe wisselde met Samira, wilde Gerard niet eens weten. Hij maande Merel een muziektijdschrift in haar rugzak te stoppen. Achterwaarts bewoog hij zich door het lokaal.
            Tot hij plotseling struikelde. Nog net zag hij hoe Jimmy zijn been schielijk weer introk. Leunend op twee tafeltjes kwam Gerard overeind. Zijn stuitje deed gemeen pijn. Hij keek in het lachende, licht bepuiste gezicht van Jimmy.
            ‘Gevallen, meneer?’
            De hele klas lachte met Jimmy mee. Gerard liep naar zijn tafeltje voorin het lokaal. Hij zuchtte een paar keer diep. ‘Goed,’ zei hij toen, ‘jullie hebben het artikel allemaal kunnen lezen. De eerste vraag die ik zou willen stellen, is…’ Hij keek de klas rond. Enkele leerlingen staarden hem aan alsof ze hem zo ervan af konden brengen de vraag tot hen te richten. Anderen bladerden nog in de krant. Jimmy fluisterde Mehmet iets in zijn oor. ‘Jimmy,’ ging Gerard door. ‘Wat is de belangrijkste boodschap van het artikel.’
            Jimmy grinnikte even. ‘Gelul,’ zei hij toen.
 

[lees verder]

 

Terug naar boven