Skip to: site menu | section menu | main content
Auteur: Martin van Gijn
Uitgever: Boekscout
Meest recente boek: Binnen aardse beschaving
© 2010 | Martin van Gijn (alle rechten voorbehouden)
Op de website van Ezzulia plaatsen wij regelmatig korte verhalen. De meeste hiervan worden exclusief voor Ezzulia geschreven en zijn nergens anders te vinden. Deze keer een verhaal van Martin van Gijn, auteur van het bij Boekscout verschenen Binnen Aardse Beschaving.
Martin van Gijn is ook een geregistreerde bezoeker van het Ezzulia Forum en dus beschikbaar voor reacties op zijn eerste verhaal voor Ezzulia.
Peter en Patty zaten samen aan de bar nog wat na te genieten
van de heerlijke dag die zij hadden gehad. Ergens halverwege Kroatië aan de
Adriatische zee. De zon was net onder gegaan, en de temperatuur was nog amper
gezakt. Er hing een heerlijke zoete lucht van de prachtige witte bloemen die
links en rechts van het restaurant stonden. De inrichting was als van een bruin
café. Aan de bar zat nog een stelletje waarmee zij al een paar keer het glas
hadden geheven. Gewoon zo van, lekker ook op vakantie. Later op de avond
ontstond een gesprek, in wat moeizaam Engels. Zij woonden hier vertelde ze, en
kwamen hier vaak wat drinken. Er werd hun een lokaal drankje aangeboden, gemaakt
van pruimen. Een sterk vocht, wat dan ook wel een procent of veertig alcohol
bevat. Peter en Patty waren niet vies van een lekkere borrel, en deden dus
rustig mee. Susanne en Igor heette ze. Ze raakte verder in gesprek, en vertelde
over de plaatselijke gewoonten hier. Voorgesteld werd om een tafeltje te nemen,
want dat hangen aan de bar was toch ook niet ideaal.
Ze stonden allen op, en namen plaats aan een tafeltje wat verder de zaak in. Het
tafeltje was verlicht met een oude koperen scheepslamp. En aan de want hing een
visnet met hier en daar een schelp er in. Hier stonden nog gewoon de asbakken op
tafel, want de klant was koning nietwaar?
Na gesprekken heen en weer over politiek, muziek en trouwplannen, wist Susanne
te vertellen dat er ook nog een speciaal lokaal gebrouwen drankje bestond, en
zou daar wel even iets van halen.
‘Peter, is dit nog verantwoord? Volgens mij heb je hem al aardig om.’
‘Ach welnee, dat valt wel mee hoor, ik heb het goed naar m’n zin. Jij toch ook
wel?’
‘Ja best wel, maar die lokale drankjes hakken er aardig in.’
‘Laten we het nog bij eentje houden dan’
‘Best, dan gaan we daarna terug naar het hotel’
Susanne is snel terug met een fles met vreemd opschrift. Ze heeft er een stel
bijpassende dikke bolle glazen bij, en daar moet uit gedronken worden. Ze is gul
met inschenken, en hoppa. Een flinke slok, en het glas is leeg. Peter En Patty
doen hetzelfde. Op één been kun je niet lopen, en een tweede glas moet er achter
aan. Patty staat op, en zegt tegen Peter dat het nu wel de hoogste tijd is. Maar
voor het zover is, valt zij om, half over Peter heen.
‘Ik geloof dat het nu echt tijd is Patty?’
‘Ik voel me niet zo goed Peter, zou je me even vast kunnen houden’
‘Ja, natuurlijk schat’ Peter staat op, maar ook hij wordt wat week in de benen.
Nu staan ook Igor en Susanne op, en ondersteunen beide onder de armen.
‘We must take you home’, wist Igor te melden.
‘No, we are fine.’ Maar dat was het allang niet meer. Min of meer verdoofd loopt
het stel naar buiten, nagekeken door de barman. Hij schudt met z’n hoofd, weer
een stel van die dronken lappen denkt hij. Amper buiten, komt plots een busje
aanrijden, en het hele stel wordt naar binnen geduwd. De schuifdeur snel weer
dicht, en het busje is weg.
‘Waar breng je ons naartoe, wie zijn die mensen?’ Peter ziet de wereld rond
draaien, en wil de deur nog open maken. Als hij tegen gehouden wordt wil hij
Igor te lijf gaan. Maar heeft er de kracht niet meer voor. Het laatste drankje
bevatte duidelijk niet alleen alcohol. Plotseling Haalt één van de andere
personen die al in het busje zaten een etui uit zijn zak. Grist er een flesje
uit, en zet hier vliegensvlug een injectie naald op. Hij tikt tegen de spuit, en
een straal vloeistof spuit omhoog. De twee andere personen houden hem aan beide
armen vast. Peter zijn ogen poppen er bijna uit van woede als hij de naald in
zijn arm gedrukt krijgt. Hij voelt zich wegzakken, en ziet nog net dat Patty ook
zo’n shot toegediend krijgt.
Met een barstende koppijn komt Peter bij kennis, en ziet Igor met nog twee
vreemde mannen tegenover hem zitten. Direct wil hij opstaan, maar zakt voor de
stoel weer in elkaar. De twee mannen pakken hem op, en zetten hem hardhandig
neer. Zij zijn van het type dat je niet graag avonds laat op een donker weggetje
wilt tegen komen. Eigenlijk wil je deze helemaal niet tegen komen. Stelletje
klootzakken, begint Peter. Maar Igor pakt een pistool tevoorschijn en drukt deze
direct tegen Peter zijn voorhoofd aan. ‘I’ll can kill you right now.’
Peter is nu heel rustig, niet het type om mee te spotten blijkt.
‘Wat wil je van ons, en waar is Patty?’
‘Patty is hier naast, ze maakt het goed. Kom eerst maar even bij’ Igor knipt met
zijn vingers, en zegt iets onverstaanbaars tegen de andere. Eentje loopt de
kamer uit, en is al snel terug met een flesje drinken, en iets wat lijkt op een
broodje. Peter stikt van de dorst, en laat het broodje liggen. Blijkbaar niet
naar de zin van Igor. Die pakt het broodje op, en duwt dit in Peter z’n hand.
‘Eet!’ klinkt het.
Peter voldoet dan maar aan zijn wens. Igor speelt ondertussen met het pistool,
en wacht geduldig tot Peter het hele broodje op heeft.
‘Zo, en wat nu Igor, ik dacht dat jullie zo aardig waren’
Er komt net geen grijns op Igor zijn gezicht.
‘We zijn ook aardig, als je exact doet wat wij van je vragen’
‘Ik wil eerst Patty zien.’ Peter staat weer op, en Igor slaat hem dwars met
pistool. Hij valt naast zijn stoel, en wordt weer terug gezet door de twee
gezellige nog altijd zwijgende types. Er loopt wat bloed over zijn gezicht. ‘Dit
is niet de juiste aanpak’, denkt Peter. En besluit om dan maar eerst af te
wachten.
Igor knipt weer met zijn vingers, en maakt een gebaar naar de twee ongeschoren
types. Deze pakken hem op, en brengen hem naar een witte schuifdeur. Eentje
schopt hier tegen, en de deur gaat met een ruk open.
Daar is Patty, ze ziet er vreselijk uit. Ze is vastgebonden op een soort van
keukenstoel. En heeft een stuk laken voor haar mond, Patty kan niet meer zeggen
dan mmmm mmm. Haar witte T shirt is gescheurd, en heeft geen schoenen meer aan.
Ze is doorweekt van het zweet, en ook zij heeft blijkbaar te maken gehad met de
losse handjes van een van de medewerkers. Zodra Peter iets wil zeggen wordt de
deur met een klap weer dicht getrokken. De ruimte stinkt, en is bedompt. De
muren zijn wit, althans wat er van over gebleven is. Op de grond ligt beton wat
hier en daar gescheurd is. Peter is weer terug op zijn stoel, en Igor duwt zijn
pistool terug in een holster die dwars over zijn borst is aangebracht.
‘Dit is het plan’, begint Igor. ‘ik moet wat drugs verhandelen. Maar de tegen
partij heeft het niet zo op mijn organisatie. ‘Dat kan ik me voorstellen’, denkt
Peter.
‘We zijn te bekend zal ik maar zeggen. Jij gaat straks deze deal maken. Het is
heel simpel, je voert deze opdracht uit. En brengt het geld mee terug. Je slaagt
in je opdracht, zo niet dan zullen we de keel van je vriendin doorsnijden.
Uiteraard zal ik mij natuurlijk eerst persoonlijk op haar uitleven.’ Igor begint
schel te lachen. ‘Eigenlijk zou ik nog hopen dat het mislukt.’ Igor trekt zijn
pistool, en likt heel langzaam van beneden naar boven over de loop.
Peter wankelt tussen kwaadheid en haat, maar dit duurt niet lang. Hij moet dit
goed uitvoeren, daar is Patty hem veel te lief voor. Hij heeft geen keus, hoe
sneller des te beter. Hij besluit vliegensvlug alles mee te spelen, er is geen
keus.
‘Oké, Igor vertel maar wat ik moet doen?’
‘Ha, thats my boy. Vannacht om vier uur is de overdracht, het is hier vlak aan
de kust. Je zult met een roeiboot naar een klein eiland varen. Daar is de
overdracht. Je neemt een koffer met cocaïne mee, en krijgt er een koffer euro’s
voor terug’
‘Ja, maar hoe weet ik waar ik moet zijn, en hoe contact ik hun?’
‘Je krijgt een mobiel mee, het nummer staat hier al in. Zodra je aan land gaat
bel je dit nummer. Je krijgt een laser lamp mee, die je recht omhoog richt. Zo
kunnen ze je vinden. Duidelijk?’
‘Ik denk het wel’
‘Mooi, hiernaast kun je douchen. Er ligt schone kleding op de plank.’
‘Peter loopt naar een deur waar de douche zou zijn. “Douche” is hier wel een
heel mooi woord voor. De weinige tegels die nog aan de wand zitten hebben zwarte
voegen van de schimmel. Het putje is ook echt een putje. Als je niet oppast,
snijden de randen zo in je voeten. Er staat zowaar een fles badschuim, en er
ligt een grijs gore handdoek. Het stinkt naar olie en benzine, ‘dit moet een
oude garage zijn’ denkt Peter. Het water is warm, toch nog iets goed aan deze
douche.
Met z’n haren nog nat stapt Peter de douche uit. Hij heeft geen idee van de
tijd, want heel de ruimte is afgesloten. ‘Wanneer gaan we?’ Informeert Peter.
‘over een uur’
‘Kan ik nog even met mijn vriendin praten?’
‘Nee’, is het korte antwoord. Hij krijgt de telefoon en laser lamp uitgereikt.
En plots staan daar de slecht geschoren heren ook weer. Blijkbaar is het al
tijd, en Peter moet meelopen. Het is pikken donker, en geen mens meer op straat.
Peter moet weer in het busje, en hij krijgt direct de kriebels. Hier begon het
allemaal. ‘Kom Peter verman je. Je hebt wel meer gekke dingen gedaan. Gewoon die
koffer met drugs afgeven, geld innen en terug varen. Makkie, normaal moet je
overdag zo’n bootje huren. Nu kost het niets.’
Met een schok komt de wagen in beweging, en slingert langs de smalle kustweg. De
ramen staan open, want er is geen airco. Peter neemt de omgeving zo goed
mogelijk op. Hij heeft hier een dag ervoor nog op een gehuurde motor gereden.
Nog steeds is het niet koud, maar dat kan ook aan Peter liggen. Stukken vangrail
ontbreken soms meters lang. Je kunt op zo’n moment op het glinsterende water
kijken. De maan staat heel laag, en kleurt rood op de achtergrond. ‘Moet dat zo
idioot hard’ denkt Peter.
Dan ziet hij kleine lichtjes opdoemen. Het is een piep klein haventje aan een
smalle richel die grenst aan de rotsachtige kust. Het busje slaat plots linksaf.
Een zeer steil weggetje leidt naar beneden. Takken van bosjes slaan tegen de
zijkant van de auto. Het is een onverharde weg, en steeds als zij remmen slipt
het busje iets weg. Peter denkt, ‘je bent al dood voor je begint!’
Eindelijk houdt de slingerweg op, en de haven komt in zicht. Vlak langs het
water stopt het busje, en de schuifdeur gaat langzaam open. Er komt direct een
geur van vis en teer naar binnen gewaaid. Het drietal stapt uit, en Peter wordt
naar de steiger gebracht.
Deze bestaat uit grote rotsblokken, bij elkaar gehouden door beton en cement. Er
is nog getracht een recht pad te maken, maar dit is duidelijk niet gelukt.
Halverwege de steiger stoppen ze. ‘This is de boot’
‘Nou lekker, en waar moet ik heen?’
‘You see the light over there?’
‘Ja dat zie ik’
‘Go there, and use the phone.’
Erg lang van stof zijn ze niet, maar ze zullen waarschijnlijk ook niet veel meer
weten van de Engelse taal. Peter stapt in het bootje, en pakt de koffer aan. De
types maken de boot los. ‘Good luck.’
‘Ach, wat aardig ze kunnen toch nog wat meer’ Peter vloekt inwendig.
‘Potverdomme, hoe ben ik hier in terecht gekomen.’ Peter klemt de roeispanen
vast. Gelukkig is er nog een beetje maan aan de hemel. Hij begint te roeien.
Niet echt makkelijk, deze roeispanen zijn niet bedoeld voor kantoorhanden. Ze
zitten vol splinters, waarvan er soms eentje ergerlijk in Peters hand steekt.
‘Ik moet dit doen’ blijft hij in zichzelf herhalen. Het is een zeer kalme zee,
en er staat bijna geen wind. Al snel bereikt hij het eiland. Erg ver was het
niet. Het strand bestaat uit kiezelstenen, en de boot ligt al snel stil. Hij
springt de boot uit, en half struikelend loopt hij richting de branding. Met een
paar flinke rukken trekt hij de boot wat verder op het strand. Zo, dat moet
genoeg zijn. Er liggen verschillende grote rotsen op het strand.
‘Dan moet ik nu maar eens contact maken.’ De kiezels op het strand knarsen onder
zijn voeten. Peter pakt de telefoon, en zoekt in het menu naar het enige nummer
dat er in zou staan. Turend op het kleine schermpje stapt hij door het menu
heen.
Dan springen er drie gedaanten achter een van de rotsen vandaan. Peter kijkt op,
en schrikt zich wezenloos. Gooit de telefoon richting een van de gedaanten z’n
hoofd. Pakt ook nog de laserlamp en probeert hiermee het stel te verblinden. Als
dit niet lukt, gaat ook deze door de lucht. Hij rent richting de roeiboot, en
pakt een roeispaan. Slingert deze direct naar achter, en weet een van de
achtervolgers recht in het gezicht te raken. Al bloedend valt deze neer, en
Peter voelt de adrenaline door zijn hersenpan stromen. Maar nu is het nog steeds
twee tegen een. In een allerlaatste poging af te komen van deze twee, duikt hij
naar de grond, en pakt een steen. Maar dan is alles zwart voor zijn ogen. Hij is
neergeslagen, en wordt achtergelaten op het strand. De koffer met drugs pakken
ze mee, en ook het geld.
Na een half uur komt hij weer bij zijn positieven. Even weet hij niet waar hij
is. Maar dan komt alles weer snel boven. ‘Shit, het is mislukt!’ Hij strompelt
overeind, en voelt aan zijn hoofd. Een flinke bult, dat valt wel mee. Snel loopt
hij naar de boot. ‘Ja, natuurlijk alles weg,’ hij beseft wat dit inhoud. En op
zijn voorhoofd ontstaan dikke druppels. Ik moet zo snel mogelijk terug. Hij
kijkt op zijn horloge, ‘gelukkig maar een half uur weg geweest.’ Hij loopt snel
het strand weer op, en daar is de andere roeispaan. Als een bezetene duwt hij de
boot in het water, en roeit zo hard hij kan terug naar de kust.
‘Ik moet wat bedenken, ik moet Patty vrij zien te krijgen’, Er schiet van alles
door zijn hoofd, maar kan nog geen slimme zet bedenken. ‘Ik sla ze met de
roeispaan, ik sla ze neer met een steen, shit shit. Ik weet het niet. Denk,
denk…. Peter, ‘je hebt vannacht maar één kans.’
Beste lezers, wat voor eind wilt u hebben? Juist, daarom heb ik er drie bedacht. De eerste is een gewelddadig eind. Tweede is een stom eind. En het derde is een slim eind. Je kunt ze apart lezen, of natuurlijk allemaal.
Veel lees plezier.
Gewelddadig
Gestaag roeiend gaat Peter door. Er steekt wat wind op, maar dit is gelukkig in
zijn voordeel. Het lijkt Peter het best niet naar de haven te roeien. En kijkt
achterom. ‘De kustlijn kronkelt, en het best is na zo’n inham aan te leggen,’
denkt hij. Goed dat de wind is opgestoken, nu hoor je de branding. En maskeert
het geluid van het roeien. Na een half uur bereikt hij de kust. Peter laat zijn
boot heel zachtjes tegen de rotsen komen. En stapt het water in. Een van de
roeispanen neemt hij mee. Die komt misschien nog van pas zo. Hij beseft dat dit
geen zachte aanpak kent. Hij moet het busje hebben, en de twee wachtende hulpjes
voorlopig buiten werking stellen. Peter komt nu van de andere kant naar de
steiger toe. En ziet dat beide voor het busje staan en over het water heen
kijken. ‘Dan moet ik ze beide in een keer raken.’ Peter sluipt met zijn
roeispaan achter het busje langs, het is net nog donker genoeg. En beide heren
trekken ontspannen aan een sigaret. ‘Mooi’ denkt Peter.
Hoe doe ik dat, net als hij daarover nadenkt, dreigen ze weg te lopen naar de
steiger. Peter bedenkt zich niet, er rent plots om het busje heen. Haalt vol
uit, en de hulpjes vallen voor het busje neer. Ze willen snel overeind komen,
maar Peter is hun voor. Met alle kracht die hij heeft maakt hij zijn werk af.
Hij slaat net zo lang totdat ze niet meer bewegen. Even staat hij doodstil te
kijken. ‘Wat heb ik gedaan?’ In het half donker is wel te zien dat ze er niet
best aan toe zijn. ‘Eigen schuld’, denkt Peter. Hij gooit de roeispaan weg, en
loopt naar de bestuurders plaats. Hij stapt in, verrek de sleutels. Ze zitten er
niet in. Terug het busje uit.
‘Dan moeten ze nog ergens in hun zakken zitten.’ Hij graait in de zakken,
terwijl ze er slap bij liggen. Zowaar gevonden. Nu hier snel weg, het begint al
licht te worden. Peter rijdt het pad omhoog, en probeert zich voor de geest te
halen waar het was. Naarmate hij dichterbij komt, ziet hij bekende punten. Z’n
hart klopt in zijn keel, nog twee man te gaan. Hij is drijfnat van het zeewater
en zweet. Dan ziet hij de afslag, ja daar kwamen ze vandaan. Niet veel verder
staat de vuil witte garage. Wat nu? Hij rijdt de wagen vijf meter voor de deur,
en geeft drie korte stoten op de claxon. In de hoop dat Igor naar buiten zal
komen.
De deur gaat langzaam open, en Igor denkt dat zijn maten terug zijn, en kijkt in
het volle licht van de koplampen. Hij zwaait nog, en Peter geeft plankgas. Met
een doffe klap belandt Igor aan de voorkant van het busje. Deze schiet verder
door, en Igor wordt geplet tussen de muur en het busje. Peter kijkt recht in
zijn gezicht door de autoruit. Igor z’n ogen lijken wel twee knikkers. En
zojuist gutst er een golfje bloed over het raam. Geen fraai gezicht. Nu loopt
ook de bewaking van Patty richting de voordeur. Peter is intussen uitgestapt en
rent naar de voordeur, maar dan vanaf de andere kant. Net als deze bewaker naar
buiten wil komen, geeft Peter een harde zet met zijn volle lichaam tegen de
deur. Deze valt weer terug de gang in, en zijn pistool valt uit zijn hand op de
grond. Peter schopt het pistool weg, en springt boven op de bewaker. Als een
dolle begint hij met zijn vuisten te slaan. Deze slaat hij op de harde schedel
kapot. Het bloed van beide mannen mengen zich met elkaar. En de grond kleurt
langzaam rood. Ineens hoort hij, ‘stop stop, straks sla je hem nog dood.’ Het is
Patty, die ondertussen de lap voor haar mond weggeschoven heeft, en nog op de
stoel zat. Al struikelend staat Peter op. Het is hem gelukt. Patty begint te
huilen als Peter haar vast pakt.
‘Wat is er allemaal gebeurt Peter?’
‘Dat is een lang verhaal Patty, kom ik maak je los. We moeten de politie
waarschuwen.’
Samen lopen ze naar beneden richting het centrum. Zou de politie hun verhaal
geloven? Is de vakantie voorbij?
Hun stemmen verstomden in de vroege morgen. De zon kwam op, en de eerste stralen
speelden door de palmbomen achter hun. Ze liepen de glooiende smalle weg af
richting de zee. In de verte waren de ontwakende dorps geluiden te horen. Het
zou weer een warme dag worden.
Stom
Gestaag roeiend gaat Peter door. Hij bedenkt continu plannen hoe hij Patty kan
bevrijden. Er is een stevige aflandige wind opgestoken, en Peter moet uit alle
macht roeien om er tegen in te komen. Doordat hij met zijn rug naar de kust
gericht is, wijkt hij af door de stroming en harde wind. Er beginnen steeds meer
golven over de rand van de boot te slaan. En in korte tijd staan zijn voeten in
het zoute water. Er is niets in de boot aanwezig om het water er uit te hozen.
En als de boot na een tijdje bijna helemaal vol staat, is het tijd deze te
verlaten. Peter laat zich in het nu toch wel koude water zakken. Er zit niet
anders op dan zwemmend de kust te bereiken. Het lijkt een eeuwigheid te duren,
en Peter ziet helemaal de lichtjes van de haven niet meer. Na een zwemtocht van
een uur bereikt hij eindelijk de kant. ‘Maar hier is helemaal geen haven’, denkt
Peter hard op. De zon komt al op en Peter begrijpt dat alles in het honderd
loopt. ‘Ze zullen haar toch niet direct ombrengen? Dit is toch gewoon geweest om
mij te dwingen. Maar nu kom ik helemaal niet opdagen. Ik weet nog niet eens waar
ik ben.’
Intussen loopt Igor ongeduldig op en neer. ‘Ze hadden er al lang moeten zijn
schreeuwt hij tegen David.’
Patty heeft het niet meer, ‘straks doen ze me wat aan’, denkt ze. Ze moet zo
verschrikkelijk naar de WC, en kan het niet vertellen. Ze besluit het niet
langer op te houden, en laat alles lopen. ‘Zo, dat was dan toch nog een
opluchting’, denkt Patty.
Peter loopt verder omhoog de rotsachtige kust op. De moed zakt hem in de
schoenen. Hij loopt door een stuk dor gras heen met hier en daar een bosje.
Ondanks dat de zon nog laag staat, kan hij de warmte al weer voelen. ‘Dit is
weer een prachtige dag, maar wat heb ik er aan?’ Patty zit daar maar en wacht op
mij. Nou lekker, een grotere stommeling had ze op dit moment niet kunnen
treffen.’
Terwijl Peter loopt te foeteren, komt hij langzaam dichter bij een huis. Hij
versneld zijn loop, en ziet zowaar iemand in de tuin staan. ‘Hallo, hallo. Dobre
jutro, weet Peter uit te spreken. Het betekend: “goede morgen in het Kroatisch”,
gelukkig spreekt de persoon ook Engels.
‘Wilt u mij alstublieft helpen, ik heb grote problemen.’
Peter verteld zijn verhaal, en komen beide tot de conclusie dat de politie wel
een betere oplossing is. Gelukkig kan deze Kroaat de politie goed inlichten. De
deze beveelt hen te blijven waar ze zijn, zij zullen de klus wel klaren.
Patty, zit nu drijfnat van het zweet en in haar eigen plas. Het is het meest
onterende wat een vrouw kan overkomen. David komt de ruimte binnen na het
gesprek met Igor. ‘Gadverdamme, wat stinkt het hier. Heel de vloer ligt onder de
urine.’ Al vloekend en tierend gaat David op zoek naar iets van een dweil en
emmer. Patty moet er toch een beetje om lachen in zich zelf. Maar dit is meer
van de spanning. David komt terug de kamer in met een emmer en bijbehorende mop.
Schuift moeizaam de stoel met Patty er op aan de kant. Hij is niet zo groot, dus
het kost wel wat moeite. Hij pakt de emmer, en doopt de mop er in. Begint
driftig heen en weer te schuiven met de mop. Een flinke haal naar achter, en
stoot daarmee de olie lamp van tafel. Deze valt op de grond, en breekt in
stukken. De vrijgekomen olie vat direct vlam, en in korte tijd brand het hele
vertrek.
Igor komt af op het kabaal aan de andere kant van de deur. Hij trekt de
schuifdeur open, en schrikt zich wild. Ze bedenken zich niet, en pakken beide
Patty op met stoel en al. Igor blijft met zijn horloge achter het T shirt van
Patty hangen. Dit scheurt van boven tot haar buik open, en haar borsten floepen
er zo uit. Omdat beide heren zo klein uitgevallen zijn hebben ze moeite de stoel
te dragen. Door de heftige rit dansen haar borsten op en neer. Het zou zo een
stukje kunnen zijn uit een komische film. Ze zetten haar even neer voor de
voordeur. Snel deze opengemaakt, en pakken beide de stoel weer op. In twee
stappen staan ze buiten waar inmiddels ook de politie aan komt rijden. Deze
krijgen een vreemde blik op de situatie. De rookwolken trekken op. En daar staan
Igor en David als twee zwarte pieten met tussen hen in de stoel met Patty,
vastgebonden en twee ontblote borsten.
Ja, leg dat maar eens uit!
Het slimme eind
Gestaag roeiend gaat Peter door. Maar bedenkt dan opeens dat hij het mobieltje
heeft laten liggen. Hij besluit terug te keren om dit op te halen. Hiermee kan
hij misschien de politie waarschuwen. Terug op het strand zoekt hij naar het
mobieltje. Gelukkig is het al een beetje licht geworden. Dan ziet hij het
liggen. De batterij is er af geschoten. Snel duwt hij deze terug op de telefoon,
en gelukkig hij werkt nog. Snel toetst hij het noodnummer in, en krijgt iemand
aan de telefoon. Peter begint in het Engels, als plotseling de dame aan de
andere kant van de verbinding Nederlands spreekt. Vol verbazing vraagt Peter, ‘u
spreekt Nederlands!’
‘Ja, dat klopt, tijdens de vakantie perioden zitten hier meer talige mensen
achter de hulpdiensten, dit is wel zo makkelijk.’
‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
Peter begint het hele verhaal te vertellen, en tijdens het verhaal luistert de
politie al mee. Er wordt groot alarm gegeven.
‘Luister Peter, we weten niet precies waar jou vriendin is, maar ik begrijp dat
je dit wel aan kan geven. We moeten snel handelen, en daarom is er een
helikopter aan het warm draaien. Heb je iets waarmee we je snel kunnen zien?’
‘Mmm, even denken, ja natuurlijk heb ik dat. Ik heb een groene laser lamp bij
me, zodra ik de helikopter hoor zal ik die recht omhoog richten’
‘Dat is heel mooi, de helikopter pikt je op. Je kunt dan aanwijzingen aan de
piloten geven. Op de grond rijden verschillende politie wagens mee. Deze zullen
een inval doen in de door jou aangegeven locatie. Blijf aan de lijn totdat de
helikopter er is.’
‘Dat doe ik’ Peter loopt ongeduldig op en neer door het grind. Wat anders moest
hij doen. Nu maar hopen dat die ongure types nog steeds bij de haven wachten.
Dan waren er maar twee man te overwinnen.
Het geluid van een naderende helikopter is nu duidelijk te horen. Eerst heel
gedempt, en dan volle sterkte als deze achter het eiland vandaan komt. Het is
net een groot zwart insect dat scherp afsteekt tegen de oplichtende blauwe
lucht. Peter had zijn laser al aan gezet. De helikopter maakt een scherpe bocht,
en hangt dan stil. Er is geen plek om te landen op het rotsachtige eiland. Dus
één persoon van het redding team laat zich zakken met een lier. Er is geen tijd
voor overleg, en Peter wordt te kennen gegeven in een soort van broek te stappen
die met touw doorvlochten is. Net zo snel als dat de persoon van het redding
team naar beneden was gekomen, worden ze beiden ook weer opgehesen. In de
helikopter krijgt Peter een koptelefoon op met microfoon. Binnen in de
helikopter is veel lawaai, en zo kan beter worden gecommuniceerd. Meteen helt de
heli scherp voorruit. En vliegt richting de locatie die aangegeven is. Een team
van politie wagens rijdt achter elkaar aan op de kustweg. De helikopter bereikt
in korte tijd de locatie, en gaat hoger vliegen om niet te veel geluid te
veroorzaken. Peter ziet nu duidelijk waar hij vandaan vertrokken is, en geeft de
laatste aanwijzingen. Politie en overval wagens parkeren een eindje van de
garage af. En wachten op het gezamenlijke teken.
Iedereen is gereed voor de inval.
Het teken is gegeven, en met een grote stormram vliegt de deur naar binnen. Igor
is volkomen verrast, en staat direct met zijn handen omhoog. Het volgende team
trekt de schuifdeur open, en daar is Patty. De bewaker heeft een pistool op haar
hooft gezet. En is niet van plan om zich direct over te geven. Er wordt nu
echter van de andere kant een taser pistool op hem afgevuurd. De twee pijtjes
blijven in zijn huid hangen, en een hoge spanning loopt door zijn lichaam. Alsof
hij ineens de breakdans kunst eigen geworden is rolt hij over de vloer. Om dan
volkomen verstijft te blijven liggen.
Eindelijk is Patty vrij. En strompelt tussen twee agenten in naar buiten. De
helikopter met Peter er in zet de landing in. Stof en takjes waaien op als de
heli land. Peter weet niet zo snel hij uit de heli moet komen. Patty staat als
aan de grond genageld als Peter op haar af rent. Hij drukt haar bijna fijn aan
zijn borst. ‘Laat me nooit meer alleen’, fluistert Patty in Peter zijn oor.
Beide worden ze achter in een politie wagen afgevoerd voor verder verhoor. Het
is nog een stuk rijden naar het hoofd bureau. Intussen is de lucht weer pikzwart
geworden. Alsof het opnieuw avond geworden is. Dan licht ineens heel de weg op,
gevolgd door een snerpende knal. Patty kruipt dicht tegen Peter aan.
‘Gaan we morgen naar huis?’
‘Alles wat je wilt Patty’, en geeft haar een zoen op haar voorhoofd.
© Martin van Gijn
Wil je reageren op dit verhaal?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor discussies over dit verhaal van Martin van Gijn.