Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Verhalen

FLITS

Pagina 2 van 3

Auteur: Paul Goeken
Uitgever: AW Bruna
Meest recente boek: Spaanse Furie

© 2007 | Paul Goeken (alle rechten voorbehouden)


Hoewel Fernando en Luciano in bedekte termen spraken, kon hij er met een beetje fantasie toch uit opmaken hoe de vork in de steel zat. Tijdens een diner waren Giovanni Bottari en een capo van de n’dragheta, die het in Calabria voor het zeggen had, stoere verhalen aan het uitwisselen. Van het één kwam het ander, waarna de zwaar aangeschoten Bottari met een weddenschap op de proppen kwam. Binnen vierentwintig uur zou hij met een stuk hout van een kotter die op vierentachtig meter diepte lag weg te rotten, in zijn handen staan. Met de daarbij behorende foto’s als bewijsmateriaal.
Nou ja, dacht Carmelo. Laten we het er maar op houden dat ik met deze ene duik een maandsalaris verdien. Hij steeg langzaam verder en hield daarbij zijn computer nauwlettend in de gaten.
Toen hij zich tussen de vijftig en zestig meter diepte bevond, wist Carmelo ineens wat hij met deze meevaller ging doen. Vijftienhonderd euro zou hij opzij leggen en de overige vijfhonderd er in één avond doorheen jagen. Zo gewonnen, zo geronnen, nietwaar?
Op vijfenveertig meter kreeg Carmelo Tagliaferro een visioen. Nadat ze samen een avond van culinaire hoogstandjes hadden ondergaan, lag hij in de armen van zijn vriendin. Het decor was een ruime suite van hotel Miramare in Bari. Hij verdronk zonder te sterven in haar groene ogen, terwijl zijn vingers eerst haar ravenzwarte haar en daarna de zachte huid van haar borsten streelden. Ze leek op een engel. Eentje uit het zuidelijke gedeelte van de hemel.
‘Daniela,’ fluisterde hij in vervoering. Nog zevenendertig lange meters voordat hij dezelfde lucht als zijn geliefde ademde. Hij knipperde een paar maal fel met zijn ogen. Ja, het was een fantastisch idee. Voor de eerste keer zouden ze echt samen zijn zonder dat er sprake was van een tijdslimiet. Eindelijk iets anders dan de achterbank van een auto of een plakkerig zandstrand.
Twee maanden geleden hadden ze elkaar per toeval in een bar ontmoet. Het was liefde op het eerste gezicht. Grote spelbreker was echter de trouwring die ze droeg. Met wie ze ooit in het huwelijksbootje was gestapt, wist hij niet. Wilde hij ook niet weten. Eens zou ze voor de volle honderd procent de zijne zijn. Dat was wat hem betrof het enige wat telde.
Vijfentwintig meter. De eerste stop was aanstaande. Carmelo keek naar boven. Wat hij zag stemde hem tot tevredenheid. Het uiteinde van het achttien meter lange touw bevond zich gevoelsmatig vlakbij zijn hoofd. Vlak onder de contouren van de rubberboot bungelde op zes meter diepte de reservefles. Voor het geval dat.
 

Fernando en Luciano zwommen zo’n vijf meter boven hem. Ze waren redelijk ervaren duikers die met wat trimoefeningen hun techniek op peil hielden. Zo te zien lukte dat aardig, want ze lagen zo stil als barracuda’s.
Carmelo vond het allemaal wel best. Mocht er onverhoopt iets misgaan tijdens zijn stops, dan kon hij wellicht de duikende boefjes inschakelen.
Terwijl hij geheel volgens planning aan zijn eerste stop begon, daalden de twee hobbyisten af. Lichtelijk verbaasd beantwoordde Carmelo het oké-teken van beide mannen. Daarna wees Luciano overdreven met twee vingers naar zijn ogen en aansluitend naar de logge Fernando. Deze hield dwingend een schrijflei voor Carmelo’s masker.
In eerste instantie drong de boodschap in duidelijk handschrift niet tot hem door. Een handvol seconden later wist Carmelo Tagliaferro echter dat hij hier en nu zou sterven. Terwijl de paniek door zijn lichaam gierde, hief hij bezwerend zijn handen met daarin de camera. Dit gebeurde een kwart tel te laat, waardoor Luciano’s vuist hem vol op de slaap trof.
Azuurblauw werd diepzwart. Vlak voordat hij het bewustzijn verloor, trok er een woud van lichtflitsen aan zijn geest voorbij. Even bevond hij zich tijdens een onweersbui op zijn geliefde vlakten nabij Barletta. Helaas waren de daaropvolgende stekende pijnen in beide trommelvliezen gruwelijke voorbodes van de duivelse waarheid. Carmelo kreunde, waarna de Middellandse Zee hem inslikte en verorberde.


‘Kijk eens wie we hier hebben,’ sprak Giovanni Bottari op denigrerende toon. ‘Het is de grote boevenvanger zelf! Nog iemand gearresteerd vandaag, maestro? Een fietsendief, of zo?’ Hij lachte overdreven hard om zijn eigen ongein, wat Fernando en Luciano aanspoorde hetzelfde te doen.
Inspecteur Luca Boninsegna keek hem met een curieuze mengeling van volslagen minachting en uiterste zelfverzekerdheid aan.
‘Vandaag geen kleine crimineeltjes Giovanni,’ sprak hij dwingend. ‘Op deze prachtige middag is er een grote vis aan de beurt.’ Zijn blik gleed over de rijkelijk gevulde tafel waaraan de maffiosi zaten.
Primitivo negro amaro, orecchiette, teglia Pugliese, heerlijk allemaal. Je hebt het goed voor elkaar, Giovanni.’ Hij liet een korte stilte vallen. ‘Nog wel.’
Bottari vernauwde zijn kleine varkensogen tot spleetjes. De taal die Boninsegna sprak maakte weinig indruk op hem, de drie politiebusjes die zijn erf opreden wél.
‘Hoe ironisch dat ik je niet pak op een van je specialiteiten zoals afpersing of drugs- en vrouwenhandel, maar dat je de lik ingaat voor de hoofdprijs.’ Er verscheen een zuinige glimlach rond zijn mondhoeken.
‘Opdracht tot moord. Met voorbedachten rade, dus. Een jaartje of twintig de cel in, schat ik zo.’
Bottari keek hem nu uitgesproken vuil aan.
‘Als je niets fatsoenlijks te melden hebt, smeris, dan verzoek ik je om lekker op te rotten.’
I love it when you talk dirty,’ antwoordde Boninsegna met een accent waar Robert de Niro een moord voor zou doen. Hij haalde met zijn rechterhand een stapeltje foto’s uit de zak van zijn colbert. Bruusk veegde hij een gedeelte van de tafel schoon en spreidde de foto’s erop uit.
‘Gisteren haalden de netten van een vissersboot uit Bari een vreemdsoortige vangst boven. Van de oorspronkelijke Carmelo Tagliaferro was weinig meer over. Logisch, aangezien zijn lijk meer dan twee maanden onder water lag. Het rolletje in zijn camera, die hij met een touw aan zijn trimvest gebonden had, was echter geheel intact.’
Bottari’s gezicht verstrakte tot een masker van ontzetting.
‘Terwijl hij werd vermoord, bleef hij, waarschijnlijk in een reflex, plaatjes schieten. Alles staat erop.’ Hij wees streng met zijn linkerwijsvinger naar een bepaalde foto.
‘Dit was het laatste wat Tagliaferro las. “Alleen ík slaap met mijn vrouw Daniela. Vanaf nu slaap jíj bij de vissen.”’

 

[lees verder]  [ga terug]

 

Terug naar boven