Tomas Ross
Over de Gouden Strop, de Maand van het Spannende Boek, de Detective & Thrillergids en de Nederlandstalige misdaadroman

Drieëntwintig jaar geleden nam ik uit onvrede
het initiatief om het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM) en
de Gouden Strop in het leven te roepen. Die onvrede kwam voort uit het gevoel
als misdaadauteur miskend te zijn (Ach Jezus!). De aloude klacht van auteurs in
het genre, gezien en behandeld te worden als de stiefkinderen van de Literatuur.
(Zou ’t wáár zijn?) Elf jaar later was ik nog net zo idealistisch en riep de
Schaduwprijs in het leven, de prijs voor de beste debuutroman in het genre.
Tussentijds bedacht ik, in 1989, samen met Henk Kraima van het CPNB de
Maand van het Spannende Boek.
Inmiddels zijn we drieëntwintig jaar GNM, eenentwintig Stroppen, twintig van die
Spannende Boek-maanden en dertien Schaduwprijzen verder. Gejuich alom, klap op
de vuurpijl de CPNB-mededeling dat ruim 50% van de verkochte Spannende Boeken in
Nederland het afgelopen jaar door Nederlands(talig)e auteurs zijn geschreven.
Is er iets veranderd?
Nog steeds, net als toen de eerste Strop werd uitgereikt, zijn de
bestsellerauteurs in het genre bijna per definitie géén Stropwinnaars: tóen
Baantjer, Geeraerts, Van de Wetering, nu Noort, Van
der Vlugt, Verhoef, Aspe. Die 50%. Dat alleen wijst al uit dat
de Gouden Strop slechts een beperkt tijdelijk effect heeft: één, soms enkele
herdrukken voor de winnaar die daarna, mits hij/zij hem niet nog eens wint, in
de vergetelheid terugzakt: de oplage van voormalige winnaars, laat staan,
Schaduwprijswinnaars, is doorgaans ná het jaar van de prijsuitreiking terug naar
het niveau van de jaren er vóór. Zie - Gouden Strop: Hellinga, Rippen,
De Zwaan, Elvin Post, Spaey, Mendes, Toes,
Janssen. En wie heeft ooit nog iets van al die Schaduwprijswinnaars sinds
1997 vernomen: van Corinne Kissling, West & Waterman, Gerry
Sajet, Annemarie van Gelder, Ed Sanders, Herman Vemde,
Freddy Michels, Roué Hupse, Tupla Mourits, Derwent
Christmas?
Stropwinnaars die wél redelijk tot goed verkopen, deden dat ook al vóór ze de
prijs kregen. Kortom, Strop en Schaduw schijnen hooguit leuk voor de winnaar (en
diens uitgever): het geld, publiciteit, ijdelheid en een paar herdrukken. Den
Tex die met zijn in 2008 bekroonde Cel en met zeer veel publiciteit
zo’n vijftigduizend stuks verkocht, zal daar terecht dolblij mee zijn geweest –
Noort, Baantjer, Verhoef, Van der Vlugt halen er hun
neus voor op. Ik zeg niet dat verkoopcijfers (“kijkcijfers”) alles zijn – alsof
kwantiteit kwaliteit zou betekenen - maar het is zoals Stropwinnaar René
Appel ruiterlijk erkende: liever méér verkopen dan de Gouden Strop nog eens
krijgen. Mijn opzet was onder andere om de laatste het eerste te laten
bevorderen. Omgekeerd dus: kwaliteit die kwántiteit oplevert.
De Strop werd vooral in het leven geroepen om meer erkenning en prestige voor
het genre en de genreauteurs te krijgen, ook internationaal. Niet gebeurd. O ja,
er zijn meer misdaadauteurs dan ooit, zeker vrouwen, websites en blogs worden
druk bezocht maar Nederland (bijna 17 miljoen inwoners) heeft nog steeds géén
Indridason (IJsland, 400.000 inwoners) of Mankell (Zweden, 6 miljoen
inwoners). En die 50% verkochte Nederlandstalige misdaadliteratuur komt op het
conto van enkelen; de meeste auteurs in het genre verkopen net als drieëntwintig
jaar geleden één druk, zeg twee- of drieduizend boeken. Met veel geluk filmt
AT-5 1 minuut dat overspannen avondje “Power of Plots” dat de
Nederlandstalige(!) misdaadliteratuur moet pushen. Zelfs “Goedemorgen Nederland”
haakte af. En ik krijg een mail van de voorzitter van het GNM om toch vooral op
tijd te zijn om over de rode loper de Melkweg binnen te lopen “omdat dat
Media-aandacht zou betekenen”. Herejezus nog aan toe. Volgend jaar dus maar
Albert Verlinde voorzitter van de jury?
“Down these mean streets a man must go”, schreef Raymond Chandler ooit.
"Nederland heeft nog steeds geen Indridason of Mankell"
Toch was de opzet ooit zo goed en
veelbelovend – een eigen prijs, vakjury’s, die Maand van het Spannende Boek en,
niet te vergeten, die ooit terecht zo fameuze VN Detective & Thrillergids.
Wat is er fout gegaan?
1. Je moet de Strop noch de Schaduwprijs natuurlijk in de zomer plannen – het
meest beroerde tijdstip denkbaar. – Geen Pauw & Witteman, geen Nova of Netwerk
of DWDD, niets anders dan een halve minuut Journaal. Als al. Dat was dan ook de
reden dat de Strop die eerste jaren in de maand oktober werd uitgereikt – ver
van de alles verslindende Boekenweek, aan het begin van het nieuwe TV-seizoen en
met als enige, niet-concurrende activiteit de Kinderboekenweek.
Prachtig was het, van Journaal tot Barend & van Dorp en Sonja Barend en alle
landelijke en grote regionale kranten. Kom er nu eens om. Hooguit radio.
De reden waarom het CPNB de uitreiking naar de maand juni verschoof, was juist
de zomer – vakantietijd. Tijd voor Ontspanning. Hetgeen exact aangeeft hoe er
eigenlijk ondanks alle poeha over het genre wordt gedacht. Hoe dan ook “het
verstrooiende strandboekje”, juist waar we ons zo tegen verzetten (o.v.t.). Het
is ook onzin, die maand als actiemaand: thrillers/misdaadromans werden ook
zonder de Gouden Strop of Schaduwprijs in de zomermaanden altijd relatief goed
verkocht. Prima, doe er wat mee maar wij beoogden juist nóg een verkooppiek te
creëren – in oktober dus, Sinterklaas en Kerst aanstaande plus wél veel
media-aandacht.
2. Nominaties en uitreiking van de Strop zijn nu ridicuul geregeld. Al aan het
begin van die junimaand is de winna(a)r(es) bekend. Absurd natuurlijk, je
nomineert immers om de “spanning” er in te houden! Uitgevers moeten die aandacht
vasthouden met promotie en (betaalde) publiciteit en dan pas als klapstuk aan
het einde van de maand de prijsuitreiking. Dus bijvoorbeeld begin oktober de
nominaties voor de Schaduwprijs, een week later die voor de Strop, twee weken
later de Schaduwprijs, drie weken later de Strop – en niet tijdens een Popie
Jopie feestje in de Melkweg maar graag met allure zoals de andere literaire
prijzen en vervolgens een lang interview op Nova of bij P & W in plaats van ’s
morgens om 06.00 uur. Ik zeur niet, ik romantiseer evenmin, het wás zo.
3. Ik heb het wel eens eerder gezegd: de Strop was tijdelijk bedoeld. Al die
misdaadauteurs die zich miskend voelen, hebben op één punt gelijk: het genre is
niet anders dan een van de vele loten aan de literaire boom. Indertijd roerden
we ons om erkenning te krijgen, en dat was succesvol maar echte erkenning is
natuurlijk om dan ook echt mee te draaien in dat literaire prijzencircuit. Door
de Strop echter “permanent” te maken, bereik je het tegengestelde: kennelijk is
het genre dus tóch geen literatuur (ondanks dat bespottelijke etiket van
“literaire thriller”) want waarom anders een separate prijs naast AKO, Libris,
Publieksprijs? Een prijs van en voor een klein clubje.
Telkenmale moet ik weer horen dat de groslijst wederom langer is geworden, wel
vijftig, nee, wel honderd titels. Ja, zo hebben we ook heel veel voetbalclubs in
dit land maar ’t aantal blijkt geen enkel criterium om mee te doen aan de
Champions League. Iedereen weet dat naast prachtige boeken in het genre er een
ongehoorde hoop trifel uitkomt. Plak er “literaire thriller” op, plak er sterren
op en ’t schijnt kwaliteit. De geschiedenis van de Strop wijst uit dat het met
enkele uitzonderingen steeds weer om dezelfde auteurs gaat en dat alleen
ouderdom en de dood zo nu en dan een open plaats verzorgt. Onder de
genomineerden komen frequent al jaren dezelfde auteurs voor, zo ook onder de
winnaars. Eénentwintig maal uitgereikt, 3 x Den Tex, 3 x Ross, 2x
Appel, 2 x Mendes: de helft dus aan slechts 4 (vier) auteurs! Kan
wel zijn dat die echt heel goed zijn maar ’t imago naar buiten is dat van een
vriendenclubje dat elkaar de bal toespeelt.
Dat gegeven heeft de afgelopen jaren tot krampachtige pogingen van diverse
jury’s geleid om juist ánderen te bekronen. Ik ga geen namen noemen, ik heb ook
geen enkele reden tot zelfbeklag, maar ’t is een feit dat waar voorheen de
prijswinnaar niet of nauwelijks omstreden was (toch al een unicum in het
literaire prijzenwereldje), dat recent wél het geval is. Wat niet bijdraagt aan
het kwaliteitscriterium en lezers soms in grote verwarring brengt: is dit het
nou?
Wat me brengt bij dat andere kleine wereldje, dat van potentiële juryleden.
Wanneer je niet voldoende deskundigen bijeen krijgt, ligt het voor de hand dat je juryleden krijgt die ’t al gauw een 'heel mooi, vlot geschreven, spannend boek' vinden.
4. In die 23 jaar werden 21 Stroppen
vergeven want twee maal was een jury zo eerlijk toe te geven dat het dat bewuste
jaar allemaal rommel was. (Kom daar ook nog eens om, the Show Must Go On. The
Power of Plots (wie heeft dit toch verzonnen?) van 2010 wordt vast al voorbereid
– de prijs zal dus hoe dan ook worden uitgereikt.)
Tot nu toe zijn er dus ook 23 jury’s geweest, elk bestaande uit gemiddeld vijf
personen. Is ’t doenlijk in Nederland om méér dan honderd deskundige juryleden
te ronselen voor de thriller? Het antwoord is “nee”, zelfs niet als je zo nu en
dan her-kandidateert. Ik herinner me nog haarscherp hoe lastig dat al na een
jaar of vijf was want, net als met die genomineerden, kwamen we steeds bij
dezelfden uit. En dus werden de grenzen verlegd en werd wíe er ook wel eens
wáárin dan ook een stukje had geschreven over een Nederlandstalig misdaadboek
gevraagd. En zo is ’t nog steeds.
Daar komt bij dat de voorzit(s)ter vanwege publicitaire (dus niet: inhoudelijke)
redenen, een coryfee dient te zijn. Dus is ’t steeds wanhopiger zoeken naar
BN-ers die ooit een detectiefje las. Voorheen zochten we Lubbers aan (in elk
geval nog een man met een criminele interesse), Van Tijn, een of andere
hoofdcommissaris, advocaat, Peter R. de Vries. Tegenwoordig is elke connectie
zoek. Wat moet ik in ’s hemelsnaam met Agnes Jongerius of Jeltje van
Nieuwenhoven? Omdat ze wel eens een Nicci French lazen? (’t Is niet
alleen daarom dat ik het betreur dat prins Bernhard niet meer onder ons). ’t
Heeft weinig, niets met kennis van zaken te maken. Integendeel zelfs. Zo is ’t
een publiek geheim dat ik die Strop geen drie maar vijf keer had zullen winnen
ware het niet dat “men” het niet juist vond dat de oprichter ervan de prijs ook
meteen het eerste jaar in de wacht zou slepen en dat vervolgens de BN-er Max
Moszkowicz weigerde hem toe te kennen aan De Man van Sint Maarten vanwege
aantijgingen aan het adres van diezelfde Lubbers (katholieken onder elkaar).
Wanneer je dus niet voldoende deskundigen bijeen krijgt, ligt het voor de hand
dat je juryleden krijgt die ’t al gauw een “heel mooi, vlot geschreven, spannend
boek” vinden. Of niet. Plus een BN-er die alleen maar gehinderd wordt door
kennis van heel andere zaken. Nu weet ik best dat objectiviteit niet bestaat en
dat smaken verschillen; en dat de AKO, de Gouden Kalveren, Beren en Palmen ook
een kwestie zijn van sekse, vriendjes en wat-een-gek-ervoor-geeft maar je zou
voor de aardigheid de jury’s van de Edgar Allan Poe’s en de Daggers eens moeten
bekijken: ’t waren en zijn in elk geval toch altijd mannen en vrouwen die, net
als sommige uitgevers, verdomd goed weten wat er nog meer dan “smaak” telt of
andere volstrekt persoonlijke, al dan niet door politieke correctheid ingegeven
overwegingen.
Zie bijvoorbeeld de jongste uitreiking van de Strop waarbij de jury vond (zonder
’t ook maar enigszins te adstrueren) dat Asmans Wondermans Eindspel
géén thriller is; absurd want de roman beantwoordt jaloersmakend en tot in de
perfectie aan de eisen die je aan het genre kunt stellen. Welnee, de
overwegingen hadden, en ik heb ’t al vaker meegemaakt, daar geen fuck mee van
doen. Zoals wel deskundige journalisten voorspellend schreven, en ik
parafraseer, ’t was allemaal middelmaat maar in plaats van de opdracht terug te
geven, werd een compromis gevonden, en bovendien een vrouw, de sekse die de
Strop toch al zo weinig had gewonnen. En wat zei de Prijswinnende Vrouw? Dat ’t
ook een eerbetoon was aan Esther Verhoef, Saskia Noort en
Simone van der Vlugt omdat het een “literaire” thriller was waarin nou eens
niet zozeer aandacht aan de plot als wel aan de verdieping van de karakters was
gegeven. Dat is ook ongetwijfeld een overweging van de jury geweest – waarmee
het voorgaande over die deskundigheid maar weer bevestigd wordt: want is het
wezenskenmerk (The Power) van de thriller nou juist niet die Plot? Oh Rendell,
Oh Highsmith, Oh Slaughter, ’t is wat.
En “literair”? Uitgediepte karakters? Verwend Vinex-vrouwtje ontmoet
aantrekkelijke man en gaat vreemd en heeft maar niet door dat die man nare
bedoelingen en een net zo naar verleden heeft. Of een alles begrijpende
therapeut van wie je op je klompen al vanaf de intro aanvoelt dat de behandeling
heel anders zal zijn dan door zijn vakvereniging voorgeschreven. En graag
kindertjes erbij, liefst ADHD of autistisch of anderszins gehandicapt, die
jankend de dupe worden ware het niet dat de Heldin tot inkeer komt en op ’t
laatste moment ontsnapt aan ’t vreselijk lot. Literair? Dan is de Bouquetreeks
’t ook.
Van mij mag het maar – afgezien van de “literaire” overkill aan seks – zijn we
weer terug bij Af – de thriller als ontspannend strand- of vliegtuigboekje dat
je na lezing dichtslaat en weggooit om aan een “echt” boek te beginnen. En dat
was nu juist wat we, toen met die Gouden Strop, beoogden: “echte” boeken, de
volwassenwording van de vaderlandse misdaadroman. Als Sjöwall & Wahlöö
het konden, John Le Carré, Patricia Highsmith, dan wij toch ook?
Niets tegen verstrooiende boekjes -ik schrijf zelf met veel plezier
Havank/Ross- maar ’t is treurig te beseffen dat we in de jaren tachtig en
negentig zo mooi op weg waren en een aantal romans in het genre afleverden die
“vernieuwend” waren en méér brachten, misschien ook wel literair maar zeker
“maatschappelijk”, dan een moderne variant op Willy Corsari.
"De VN Detective- en Thrillergids is verworden tot een soort advertentieblad van 140 pagina’s dik"
5. De Maand van het Spannende Boek was ooit
gepland als de Week van.. Een week waarin de
Nederlandstalige misdaadroman centraal zou staan. Eén week zonder
het geweld van de buitenlandse coryfeeën, een week waarin Vlaamse en Nederlandse
titels prominent in de etalages zouden moeten liggen, Nederlandstalige auteurs
zouden optreden en signeren, uitgevers aan hun Nederlandstalige auteurs alle
aandacht zouden geven en tenslotte, waarin een Nederlandstalig auteur een
spannend Geschenkje zou schrijven. ’t Is mooi dat die week een maand werd, je
zou ook nog kunnen verdedigen om die maand inderdaad in juni te plannen en de
Schaduwprijs en Strop benevens andere activiteiten als follow–up dan in oktober,
maar van ‘t overige is bitter weinig terecht gekomen. Al mocht ik dan het eerste
Geschenkje schrijven (dat toen, de Media, ja, ja, ook nog eens als verfilmd
feuilleton op TV kwam, kom daar ook nog eens om), maar jarenlang was ’t en bleef
‘t buitenlands fabricaat van de Grote Buitenlandse Auteurs en nu nog is ’t om
en om. Waarom? Want ’t buitenlands fabricaat is doorgaans niet te lezen zo
slecht. Waarom immers zouden Nicci French, Karen Slaughter,
Frederick Forsyth of Dick Francis zich uitsloven voor dat
Nederlandje als er nog ergens in een la een trifelverhaaltje kant en klaar ligt?
Het argument is altijd geweest dat juist die Grote Buitenlanders een stimulans
zouden vormen voor het publiek om ook Néderlandstalige misdaadauteurs te gaan
lezen. Ik geloof er niets van. Als eerder gezegd, de meeste Vlaamse en
Nederlandse misdaadauteurs verkopen nauwelijks meer dan vóór de Strop… en ook
dan vóór de Maand van het Spannende Boek er kwam. Geen wonder ook als je die
maand de etalages van de boekwinkels bekijkt: afgezien van die enkele
Nederlandstalige bestsellerauteur zijn ’t stapels Baldacci, Grisham,
Slaughter, Brown, Larsson. Natuurlijk, de boekhandelaar wil
omzet en de uitgever wil het torenhoge voorschot terugverdienen maar de opzet
was ’t niet en ’t is ook nog eens kortzichtig als je je eigen Nederlandstalige
stal wil brengen.
6. En tenslotte die VN Detective- en Thrillergids – de 30e dit jaar
en verreweg de minste ook. Wat ooit onder de enthousiaste kenner
Ferdinandusse als een fantastische promotie voor het genre, en vooral ook
voor het Nederlandstalige, werd geïnitieerd, is verworden tot een soort
advertentieblad van 140 pagina’s dik, waarin de Gids zelf onoverzichtelijk is
weggedrukt in kleine lettertjes en naast die advertenties ook de redactionele
inhoud voor ’t grootste deel gereserveerd is voor opnieuw het buitenlands
geweld. Van de 14 interviews zijn er 12 met buitenlanders. Geen enkel
diepte-interview, ’t is meer een promotekstje voor deszelven: Will Lavender,
Cody McFadyen, Dennis Lehane, William Lashner. Wie? Ach
jongens en meisjes, die gids had telkenjare paginalange, prachtige interviews
met Nederlandstalige auteurs als Koos van Zomeren, Jef Geeraerts,
René Appel, Jacques Post en ondergetekende, een “collectors item”
gemaakt met liefde en deskundigheid plus een duidelijke, mooi vormgegeven
overzicht van Detectives en Thrillers, en vooral geschreven en gerecenseerd door
professionals, eerst een apart magazine, daarna uitneembaar – en nu? Pagina’s en
pagina’s advertenties ertussen geramd, voor 90% voor de Bekende Buitenlandse
Auteur maar rustig ook voor producten die niets met D & T van doen hebben,
marketingstukjes, Popie Jopie- aankondigingen, liefdeloos en puur voor de poen
in elkaar gepleurd. Als Joop van den Broek – wie? – niet al aan de drank
kapot was gegaan, zou ie het ter plekke opnieuw doen!
En dus: ’t moge duidelijk zijn dat ik een voorstander ben van verregaand
Protectionisme. Wat is er in godsnaam tegen? Daarom was dat GNM, die Strop, de
Schaduwprijs, de Week van het Spannende Boek en, blader ze door, ook die VN D &
T-gids. We klooien nu maar wat aan, we krijgen een shawl met bloedspatten thuis
gestuurd om leuk te doen en op te vallen tijdens een avondje Melkweg. Holland in
de bocht. In die belachelijke carrousel van polderverheerlijking van schrijvers
in plaats van aandacht voor en serieuze beoordeling van boeken die ze schrijven.
De sponsors en de adverteerders vooraan, het GNM (wat? wie?), ergens in een
hoekje. Ik ben, aardig als ik haar vind, fenomeen als ze is, het niet eens met
Saskia Noort, maar een man, dus ook ik, moet zijn ongelijk kunnen
erkennen. Desondanks, het is nog niet te laat – lees het dus nog eens.
Tomas Ross
Update:
14-06-2009:
Een reactie van Willem Asman, voorzitter van het Genootschap Nederlandse
Misdaadauteurs | kijk hier
18-06-2009:
Een nieuwe column van Tomas Ross waarin hij onder andere een reactie geeft op de
eerdere column van Willem Asman | kijk hier
21-06-2009:
Een artikel van Felix Thijssen over literatuur, misdaadromans, de
literaire thriller en de Nederlandse taal | kijk
hier
24-06-2009:
Een column van Jos van Cann en Henri-Floris Jespers, samenstellers
van het boek Thriller vs. Roman, waarin zij een reactie geven op het
artikel van Tomas Ross | kijk hier
25-06-2009:
Een column van Jacob Vis over het artikel van Tomas Ross voor
Ezzulia | kijk hier
28-06-2009:
Een column van Ton Theunis over het artikel van Tomas Ross voor
Ezzulia | kijk hier
Volg de discussie:
Volg de discussie op het forum
van Ezzulia en lees de reacties van onder andere Tomas Ross, Charles
den Tex, Simone van der Vlugt, Simon de Waal, Daniëlle
Hermans, Alex van Galen, Nicolet Steemers, Marelle Boersma, Loes
den Hollander e.v.a. |
kijk hier
Wil je reageren op dit artikel?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Tomas Ross.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.











