VOORPUBLICATIE
Judith Visser: Stuk
15 oktober 2008 | Op 1 november a.s. verschijnt het nieuwe boek van Judith Visser: Stuk. Vanaf vandaag staan er drie voorpublicaties op internet, die naadloos op elkaar aansluiten. Het eerste deel staat op de website van Crimezone, het tweede stuk op de site van het tijdschrift Libelle en hieronder het derde en laatste deel van de voorpublicatie.
Lees
hier het eerste deel van de voorpublicatie.
Lees
hier het tweede deel van de voorpublicatie.
Benieuwd naar het boek? Ezzulia heeft het al gelezen en de recensie is vanaf vandaag hier te vinden.
Lees hier de columns van Judith Visser voor Ezzulia.
Jennifer en Trisha, beiden met een glas
cola in hun hand, liepen giechelend achter me aan de gang door. Op school haatte
ik het als er iemand achter me liep en nu ook. Ik wist zeker dat diegene zich in
stilte verwonderde over de kolossale omvang van mijn kont. Ook Jennifer en
Trisha, beiden zo vreselijk mager dat mijn moeder wel eens tegen mij had gezegd
dat ze zich afvroeg of ze wel goed aten, keken er nu waarschijnlijk naar. Daarom
lachten ze natuurlijk. Eigenlijk zou ik nu abrupt stil moeten staan, zodat ze
tegen me op zouden botsen en cola over hun sletterige truitjes zouden morsen.
Eens kijken wie er dan zou lachen.
Naast elkaar zaten ze op mijn bed, ik in mijn bureaustoel. Trisha dronk haar
glas leeg en zette het op de grond. Langzaam rechtte ze haar rug, hief haar
gezicht op en liet een luide boer.
Jennifer schaterde. Trisha lachte mee.
Ordinaire wijven. Als ik zo naar ze keek was het haast onmogelijk voor te
stellen dat we vroeger zo'n lol hadden gehad met zijn drieën. Dat we elkaars
geheimen kenden en elkaars kleren gingen passen als we bij elkaar op visite
waren. Hoe ik altijd uitkeek naar de familieverjaardagen, omdat het steeds weer
een feest was om mijn nichtjes te zien. Wat had ik het spannend gevonden toen
Jennifer over haar eerste vriendje vertelde toen we tien waren en zij met haar
klas op werkweek was geweest. Ze hadden gezoend, tijdens de discoavond, met de
tongen nog wel! Wat hadden ze een ontzag gehad voor mij toen ik als eerste van
ons drieën borsten kreeg. Steeds weer moest ik mijn T‑shirt omhoog doen om ze te
laten zien. Trisha had er zelfs even aan willen voelen, gefascineerd als ze was
door iets wat haar nog te wachten stond en waar ze vol ongeduld naar uitkeek.
Het leek haast wel alsof we alle drie iemand anders waren geworden. Wat was er
gebeurd?
Jennifer ritste haar rugtasje open en viste er een pakje Stuyvesant uit.
Met een geroutineerd gebaar haalde ze er een sigaret uit en stopte het pakje
terug in haar tas. Ze plaatste de sigaret tussen haar getuite lippen en stak hem
met een felroze aansteker aan. Ze inhaleerde vol overgave, het puntje van de
sigaret lichtte op. Toen verdween de aansteker weer in het tasje en blies
Jennifer langzaam een wolk rook uit.
`Mijn moeder wil niet dat er bij ons thuis wordt gerookt,' hoorde ik mezelf
zeggen.
Zowel Jennifer als Trisha keken me hooghartig aan.
`Nou en? Dan zet je toch even een raam open?' zei Jennifer. Ze pakte het
pakje sigaretten opnieuw uit haar tas en hield het Trisha voor, die er
glimlachend een sigaret uit trok. Aan mij werd niets gevraagd, maar ik zou toch
hebben geweigerd. Niets was zo smerig als roken.
Ondanks het open raam stonk al snel de hele kamer. Ik wist zeker dat mijn
moeder mij ervoor op mijn kop zou geven als ze het zou ruiken. Zouden tante
Floor en tante Laurien inmiddels weten dat Jennifer en Trisha rookten?
Waarschijnlijk nog steeds niet.
Vanaf mijn plek bij het raam keek ik toe hoe Trisha giechelend een foto op
haar telefoon aan Jennifer liet zien. `Deze heb ik gisteravond gemaakt.'
`Dennis is en blijft een lekker ding,' zei Jennifer goedkeurend.
Trisha knikte. Grijnzend haalde ze een pakje condooms uit haar tasje en
hield het in de lucht.
Jennifer gilde. `Nee! Dat meen je niet! Heb je die gewoon in je tas zitten?
Stel dat je moeder ze vindt?'
Trisha haalde haar schouders op. `Dan weet ze in ieder geval dat ik het
veilig doe,' zei ze stoer.
Ja, dag. Als tante Laurien wist dat Trisha al aan seks deed, dan zou ze
haar de komende vier jaar in haar kamer opsluiten. Of haar schaamlippen aan
elkaar vastnieten. Ze had er geen idee van dat haar brave blonde dochter de slet
uithing.
Ineens keken ze allebei naar mij.
`Heb jij nou eigenlijk al een vriendje, Elizabeth?' vroeg Jennifer.
Ik haalde mijn schouders op. `Niet echt.'
`Niet echt,' herhaalde Trisha. `Wat betekent dat? Dat je een nepvriendje
hebt?'
Jennifer giechelde.
`Eigenlijk vind ik momenteel even niemand leuk,' zei ik.
`Maar je hebt wel al een vriendje gehad intussen? Of niet?' vroeg Trisha.
Ze wist heus wel dat dit niet zo was. De trut was alleen maar aan het
doorvragen om mij belachelijk te maken.
`Misschien.'
Jennifer giechelde wederom. `Nee dus. Jij bent het type eeuwige maagd, dat
zie je zo. Is het klooster niet wat voor jou?'
Ik keek haar aan en zei niets. De spottende grijns op haar gezicht, de
dellerige manier waarop ze die sigaret vasthield, het leek bijna absurd dat ik
haar vroeger aardig had gevonden.
Zouden ze weten dat ik werd gepest op school? Waarschijnlijk wel, ze deden
het immers zelf ook. Toen we alle drie nog kinderen waren, had ik er nooit over
nagedacht hoe het zou lopen als we opgroeiden, daar hadden we ons geen van
drieën mee beziggehouden. Wie er van ons knap zou worden en populair, en wie er
dik zou worden en uiteindelijk een eenling zou zijn. Ik had verwacht dat we
hetzelfde zouden blijven. Ouder, dat wel, maar verder gewoon hetzelfde. Niemand
had me verteld dat het naïef was om zo te denken.
Jennifer en Trisha bleven samen lachen en fluisteren over foto's, sms'jes,
zuigzoenen en het wel of niet doorslikken van sperma. Het duurde een eeuwigheid
voordat tante Floor eindelijk op de gang riep dat ze naar huis gingen.
`Ik spreek je vanavond op msn,' zei Jennifer tegen Trisha. Zonder wat tegen
mij te zeggen liep ze mijn kamer uit.
Zwijgend bleven Trisha en ik samen achter. Het was de eerste keer in jaren
dat we met zijn tweeën waren. Waar konden we het over hebben?
`Weet je,' begon ik, `er is _'
`Trisha!' riep tante Laurien. `Kom je? Wij gaan ook!'
Trisha glimlachte even naar me, kort. Ondanks alles voelde ik een sprankje
ouderwetse vreugde. Zwak als ik was glimlachte ik terug. Toen verliet ook Trisha
mijn kamer.
Ik pakte de limonadeglazen van de grond om in de badkamer de as eruit te
spoelen, dekte Sattnins kooi af met een handdoek en spoot een halve deodorantbus
van mijn moeder leeg in mijn kamer. Het raam liet ik openstaan.
De volgende ochtend hing de geur van
sigarettenlucht nog steeds in mijn kamer.
Gelukkig was mijn moeder niet binnen geweest. 's Avonds, toen de visite weg
was, had ze nog een hele tijd in haar eentje in de woonkamer gezeten. Zonder
lamp aan, met alleen het schijnsel van het ganglicht dat de kamer in scheen. Ik
had het gezien toen ik naar de wc ging. Het was al voorbij half twee geweest.
Hoe lang ze er daarna nog was blijven zitten, wist ik niet.
Ik stond op, liep de woonkamer in en opende de gordijnen. De vuile glazen
en lege schalen waren opgeruimd, alle sporen van visite waren verdwenen. Volgens
de klok boven de schoorsteen was het half negen, het was niets voor mijn moeder
om nog steeds in bed te liggen. Waarom was ze zo lang op de bank blijven zitten
vannacht? Had ze misschien gehoopt dat mijn vader haar zou bellen, dat hij er
ondanks alles aan zou denken? Natuurlijk had hij niet gebeld. Dat had hij vorig
jaar ook niet gedaan en het jaar daarvoor ook niet.
Op míjn verjaardag belde hij wel, 's ochtends vroeg al. Ik werd dan geacht
blij te zijn met een simpel telefoontje. Vroeger werd ik op mijn verjaardag, aan
het eind van een dag van taart en vriendinnetjes en cadeaus, op zijn nek getild
en mocht ik hoog in de lucht alle ballonnen die aan de slingers hingen
lekprikken. Ieder jaar opnieuw was dat het hoogtepunt van de dag geweest. Wat
stelde zo'n telefoongesprek dan voor? Waar ruis doorheen klonk en gekraak, en
het soms leek alsof de lijn helemaal dood was waardoor het net zo afstandelijk
en onpersoonlijk was als de overdreven blije Amerikaanse e‑card die hij er
altijd nog achteraan stuurde. Of het cadeau dat hij mijn moeder voor me liet
kopen. Het betekende niets, was compleet waardeloos. Een verjaardag vieren,
iemand feliciteren, hield in dat je liet merken blij te zijn dat die persoon
bestond. En als je de vader was van de jarige dan deed je zoiets niet per
telefoon of e‑card. Dan nam je haar op je schouders zodat ze de ballonnen kon
lekprikken, waarbij iedere knal de feestelijke afsluiting was van een dag om
nooit te vergeten. De enige knallen die ik tegenwoordig nog hoorde, waren die
van de deuren die hier in huis werden dichtgesmeten als ik weer eens ruzie had
met mijn moeder.
Ik ging zitten op de bank, op dezelfde plek waar mijn moeder vannacht had
gezeten. Haar eenzaamheid was nog zo sterk aanwezig dat het bijna verstikkend
was, op mijn longen drukte. Natuurlijk vond ik het heus wel erg voor haar
allemaal. Vooral op dit soort dagen. Natuurlijk snapte ik heus wel dat haar
obsessie met haar werk en met mij voor haar misschien een manier was om met haar
verdriet om te gaan. Maar dat wilde niet zeggen dat ik daarom niet inzag dat ze
totaal niet haar best had gedaan om mijn vader bij ons te houden. Het had
allemaal heel anders kunnen lopen.
Ik stond op, liep door de donkere gang langs de slaapkamer van mijn moeder
naar mijn kamer. Sattnin was nog in diepe rust, lag opgerold op een hoek van
mijn kussen te slapen.
Ook hier schoof ik de gordijnen open en keek naar buiten. Vroeger, in
Dordrecht, had mijn slaapkamerraam uitzicht geboden op onze tuin. Als ik daar
uit mijn raam keek zag ik de bloemen en planten waar mijn moeder altijd zo graag
mee bezig was geweest en de vijver van mijn vader. Maar hier, in de flat,
bestond het uitzicht uit het kleine grasveldje dat achter het gebouw lag en de
autoweg daarachter.
Het was een mooie dag, de zon scheen en de lucht was helderblauw. Mensen
werden wakker, stonden op, hadden weekend. Huisvaders brachten een emmer met sop
naar buiten om de auto te wassen, kinderen gingen op bezoek bij hun oma en
meiden van mijn leeftijd gingen de stad in om te slenteren over de Lijnbaan. Als
Rudy er nog was dan zou ik vandaag met hem het park in zijn gegaan.
Een blond meisje liep voorbij, een bruine boterham in haar hand. Op weg
naar haar weekendbaantje, waarschijnlijk. Op school waren er ook veel mensen van
mijn leeftijd die op vrijdagavond en zaterdag werkten, meestal in een winkel,
voor extra geld om te stappen, kleding te kopen of te sparen voor een scooter of
een vakantie.
Het meisje nam een hap van haar boterham en gooide het restant op het gras.
Meteen stortte een hysterische kolonie krijsende meeuwen zich erbovenop, hun
vleugels wild klappend. Het haar van de blondine viel los op haar rug, was bijna
even lang als dat van Riley. Het was het laatste wat ik van haar zag voordat ze
uit zicht verdween.
Even bleef ik staan, toen wist ik het. Dat was het, dat was wat ik moest
gaan doen vandaag! Een tinteling schoot door mijn buik.
Vandaag was de dag waarop de Riley‑pruik in mijn bezit zou komen.
Eindelijk, al was het maar gedeeltelijk, zou ik kunnen voelen hoe het was
om haar te zijn.
Mijn moeder was stil toen ze uit bed kwam. Ze slofte naar de keuken, zette thee
en ging er in de woonkamer mee op de bank zitten. Met wat verwarde, van
gisteravond overgebleven krullen in haar haar en wallen onder haar ogen staarde
ze in haar glas.
Ik ging naast haar zitten. `Ik ga straks even naar Zuidplein.'
Mijn moeder keek op. `Jij? Met wie dan?'
`Met Manon, een meisje uit mijn klas. Ze belde vanmorgen, ze heeft nieuwe
schoenen nodig en vroeg of ik meeging.'
Het vermoeide gezicht van mijn moeder klaarde op. `Joh wat leuk, Lizzie.
Komt ze je hier ophalen?'
Ik schudde mijn hoofd. `Nee, we hebben om twee uur afgesproken bij de
ingang van Zuidplein.' Ik klonk zo overtuigend dat ik het bijna zelf geloofde.
Mijn moeder straalde. `Dat vind ik nou nog eens leuk, dat je eindelijk met
vriendinnen afspreekt.'
Tevreden liep ze naar de tafel, naar de stapel werk waar ze mee aan de slag
moest. Het stoorde haar niet dat ze ook in de weekenden moest werken, ze schepte
er zelfs een soort genoegen in. Ze bond haar ongewassen haar in een vlecht en
zette haar bril op. Dikke dossiers in groene mappen met elastiek eromheen lagen
voor haar. Mijn gescheiden moeder was getrouwd met haar werk.
Mijn missie zorgde ervoor dat ik rechtop liep toen ik vanaf het metroperron de
trappen afdaalde naar de ingang van het winkelcentrum, waar vriendinnen gearmd
liepen, moeders met kleine kinderen er gestrest uitzagen en verveelde vaders hun
blik lieten afdwalen naar de in strakke spijkerbroeken gehulde billen van de
meisjes voor ze. Door de glazen draaideur stapte ik het platform op waar ik
gisterochtend nog had gelopen om het cadeau voor mijn moeder te kopen en waar de
benauwende geur van mensenmassa, parfum, sigarettenrook en vette snacks
kenmerkend was.
Groepjes jongens liepen stoer rond en waren gekleed in leren jassen, knappe
meisjes liepen in setjes van twee en drie en lachten, en ook lelijke meisjes
liepen samen met een vriendin. Er waren stelletjes, complete gezinnen, bejaarde
echtparen. Zelfs honden liepen vrolijk aangelijnd tussen de menigte door. Zoals
gewoonlijk was ik de enige die alleen liep.
Ik passeerde de groepjes, liep tussen de kinderwagens door, hoopte dat ik
niemand van Mercatus zou tegenkomen en stond stil voor de Wonder Woman, waar ik
recht op af gelopen was.
Was dit wel echt een slim idee? Stel dat ik werd betrapt? Zouden ze voor
zoiets de politie bellen? Mijn god, dan zou mijn moeder worden gebeld om me te
komen halen op het bureau. Hoe kon ik ooit aan haar verklaren wat er was
gebeurd? En dat Manon er helemaal niet was?
Toch moest ik het risico nemen, het ging niet anders. Ik hoefde er alleen
maar voor te zorgen dat ik niet werd gepakt.
Ik had van huis een plastic tasje van Blokker meegenomen, met vier placemats die
ik er zonder dat mijn moeder het zag in had gedaan. Hierdoor leek het net alsof
ik heel normaal aan het winkelen was. Ik hoopte dat de tas groot genoeg was om
de pruik vlug in te laten verdwijnen en vervolgens naar buiten te lopen.
Zo nonchalant mogelijk slenterde ik door de winkel. Harde dancebeats
dreunden uit de boxen. De andere meisjes die hier liepen vormden groepjes of
waren met hun moeder. Het roodharige meisje met de neuspiercing dat achter de
kassa stond was met veel armgebaren verwikkeld in een gesprek met haar collega.
Ze had een blikje Red Bull in haar handen en tikte met haar vingers op de
toonbank mee met de luide muziek. Er was verder slechts één andere verkoopster,
verderop in de hoek, en zij stond met haar rug naar me toe spijkerbroeken recht
te leggen.
Ik liep een rondje, mijn gezicht zo neutraal mogelijk. Af en toe pakte ik
iets uit de rekken, keek ernaar, hing het terug en liep weer verder.
De verkoopster in de hoek keek naar me.
Snel draaide ik me weg. Mijn wangen gloeiden. Shit.
Had ze me door? Nee, natuurlijk niet. Ik deed niets vreemds, liep hier
gewoon wat kleren te bekijken net als alle anderen die er waren.
Maar toch, als zij me in de gaten bleef houden was mijn kans verkeken.
Ik pakte een spijkerjack uit het rek en hield het voor me. Vanuit mijn
ooghoek zag ik hoe de verkoopster werd aangesproken door een donkerharig meisje
en haar moeder. Met zijn drieën liepen ze naar de andere kant van de winkel. Het
meisje aan de kassa was intussen ook bezig met een klant, haar collega was
nergens meer te bekennen.
Nu.
De etalage was gelijkvloers met de rest van de winkel en in een paar passen
liep ik naar de blonde pop toe. De winkelende mensen die aan de andere kant van
het glas voorbijliepen en nieuwsgierig naar binnen keken negeerde ik. Voordat ik
me kon bedenken stak ik mijn hand uit tot ik het lange haar beet had. Vlug gaf
ik er een ruk aan en hield met mijn andere hand de plastic tas eronder.
Maar de pruik viel er niet in.
In plaats daarvan wankelde de Riley‑pop, keek me met grote ogen aan en
donderde toen met een enorme klap op de grond.
Ik sprong opzij.
Verstijfd staarde ik naar beneden. De pop, waar de blijkbaar vastgelijmde
pruik onbewogen op zat, lag aan mijn voeten. De dreun waarmee ze was neergekomen
echode in mijn oren. En ondanks de harde muziek was het plotseling doodstil in
de winkel.
Wegwezen!
Maar ik kon me niet verroeren.
Iedereen keek naar me.
Met hete en vochtig handpalmen bukte ik, greep de zware, levensgrote Barbie
bij haar schouders in een poging het ding omhoog te krijgen en weer rechtop te
zetten.
`Laat maar, dat doe ik wel,' klonk een stem achter me. De verkoopster die
me eerder al had opgemerkt ging voor me staan en nam de pop van me over.
Ik deed een paar stappen achteruit terwijl zij de pop weer op haar plaats
zette en het blonde haar, warrig door de val, gladstreek. Toen draaide ze zich
om en keek me bevreemd aan. `Hoe _'
`Sorry,' mompelde ik. Ik snelde de winkel uit.
Het was inmiddels al de zesde metro die vertrok zonder dat ik instapte. Ik zat
op een bankje van het perron en zuchtte. Ik kon onmogelijk nu al naar huis gaan.
Mijn moeder zou meteen willen weten waarom ik zo snel terug was, het was nog
niet eens drie uur. En ik had geen Riley‑pruik. Mijn geweldige, briljante plan
was gewoon mislukt.
Ik gaf een trap tegen een leeg colablikje dat voor mijn voeten lag. Niet te
geloven dat die pruiken vastgelijmd zaten. Waarom? Hoe kon ik er dan aan een
komen? Er eentje kopen was eigenlijk nog de enige optie, maar ik had wel eens
gehoord dat die dingen vreselijk duur waren, zeker wel een paar honderd euro.
Waar verkochten ze zoiets überhaupt? In een kapperswinkel of zo? Wacht even, ik
had er pas geleden een gezien. Toch? Waar was dat ook alweer geweest?
Terwijl er weer een metro stopte en zijn deuren opende spoelde ik mijn
geheugen terug tot ik de herinnering vond. Het was in de tropische winkel
geweest, tegenover de Albert Heijn in de Krabbendijkestraat. Daar hadden plastic
hoofden in de etalage gestaan met pruiken erop. Blond, zwart, rood, alle kleuren
werden tentoongespreid. Ik had ernaar staan kijken toen ik een paar maanden
geleden met mijn moeder de Albert Heijn was uitgekomen en we moesten wachten met
in de auto stappen tot de auto naast ons zijn deuren had gesloten.
Die pruiken daar waren lang niet zo mooi geweest als die van Wonder Woman.
Het had er uitgezien als goedkoop en synthetisch spul, dat zelfs in mijn
herinnering glom van nepheid. Al was het voordeel van zulke slechte kwaliteit
wel dat het waarschijnlijk betaalbaar zou zijn, meer dan een paar tientjes kon
zo'n ding niet kosten. En het belangrijkste was dat de pruik lang en blond was.
Of het echt leek maakte niet eens zo veel uit, want behalve ikzelf was er toch
niemand die mij ermee zou zien. Het ging om het gevóél en nu ik had besloten dat
ik mij vanavond eindelijk als Riley zou voelen, moest dat hoe dan ook gebeuren.
Op naar de tropische winkel.
Ik stond op van het bankje en nam de roltrap naar beneden, naar het
busstation.
Een half uur later had ik hem. In het Blokker‑tasje prijkte een blonde pruik,
míjn blonde pruik. De Surinaamse man die me had geholpen, had me nieuwsgierig
aangekeken toen ik de winkel was binnengestapt. Op het stoepje voor de ingang
stond een groepje mannen druk te discussiëren en in de winkel zelf liep een
kolossale negerin met een roze band om haar hoofd luid te telefoneren. Dat ik
uit de toon viel in de tropische winkel was duidelijk geweest, maar ik had de
pruik en daar ging het om.
Waar ik alleen niet bij had stilgestaan, was hoe ik het ding ongezien mijn
kamer in moest krijgen. Mijn moeder zou zodra ik thuis kwam ongetwijfeld meteen
in de gang klaarstaan om te vragen hoe het geweest was en of ik nog iets leuks
had gekocht. Ze zou een nieuwsgierige blik willen werpen in het witte tasje
waarin ik de pruik had meegekregen, gevolgd door de vraag waarom ik Manon niet
even gezellig had meegenomen voor een glaasje cola en wat chips. En natuurlijk
zou ze ook het Blokker‑tasje met de placemats zien.
Ik liep mijn straat in, keek omhoog of ze niet toevallig voor het raam
stond en stak de sleutel in het slot van de benedendeur. Bij de lift stond ik
stil. De placemats zou ze vanavond missen als ik ze nu niet mee naar boven nam,
maar de pruik moest ik ergens verstoppen. In de kelder! Als mijn moeder dan
vanavond sliep of ging douchen, zou ik heel stil naar beneden gaan en het tasje
ophalen.
Vlug liep ik de trap af naar de kelder, waar de deur van de leegstaande
kelderruimte naast de onze nog steeds open stond. Nadat ik het tasje met de
pruik in onze kelder had gelegd, stopte ik de placemats onder mijn jas en liep
naar boven.
Mijn moeder kwam meteen de gang in lopen toen ik binnenkwam. `Lizzie!
Vertel, hoe was het?'
Ik liep naar de keuken. `Gezellig.'
`Kom, doe je jas uit, ik wil alles horen!'
Ik rolde met mijn ogen. `Je doet net alsof ik een spannende date heb gehad
of zo, ik ben alleen maar even naar Zuidplein geweest met een meisje uit mijn
klas. Zo bijzonder is dat niet.'
`Nou, voor jou anders wel! Zo gek is het dan toch niet dat ik benieuwd ben
naar hoe je het hebt gehad?'
Ze stak haar hand uit om mijn jas van me aan te nemen, maar ik had hem nog
steeds aan. De placemats drukten tegen mijn borsten. Ik draaide de kraan open en
vulde een glas met water. `Je stelt je er veel te veel van voor.'
Even keek mijn moeder me zwijgend aan, toen schudde ze haar hoofd en liep
de keuken uit. Wat ze mompelde toen ze weer aan tafel ging zitten, kon ik niet
verstaan.
Snel liet ik de placemats onder mijn jas vandaan glijden en legde ze terug
op hun plek.
Het was al bijna half een toen mijn moeder
eindelijk naar bed ging. Voor de zekerheid wachtte ik tot kwart over een, glipte
de deur uit en zoefde met de lift naar beneden om de pruik te halen. Sattnin
reisde met grote ogen met me mee, zijn nageltjes opgewonden in mijn schouder
vanwege dit plotselinge nachtelijke avontuur.
Weer boven lukte het me na minstens een kwartier oefenen eindelijk om de
pruik goed op mijn hoofd te krijgen. Steeds wanneer de voorkant op zijn plek
zat, kroop de achterkant omhoog en wanneer ik de achterzijde naar beneden trok,
schoot het bovenste gedeelte terug. Door mijn eigen haar in een dikke platte
knot op mijn hoofd te leggen was het gelukt de pruik er goed overheen te
schuiven. Het resultaat was een goudkleurige krullenmassa die langs mijn gezicht
golfde, over mijn schouders en op mijn rug. Net als bij Riley. Sattnin zat boven
op zijn kooi en keek belangstellend toe, zijn kopje schuin.
Ik zette mijn bril af en kneep in mijn wangen voor een blos. Met mijn
gezicht dicht bij de spiegel probeerde ik te lachen zoals Riley deed, maar het
leek nergens op. Wat er bij haar mooi en meisjesachtig uitzag, leek bij mij op
een heks met kiespijn.
Mijn blik gleed af naar beneden, naar de wijde donkerblauwe trui die mijn
vet bedekte maar tegelijkertijd mijn omvang benadrukte. Wie hield ik voor de
gek? Ik was Riley niet en ik leek niet op haar ook. Geen twintig pruiken konden
daar iets aan veranderen. Met een ruk trok ik de pruik van mijn hoofd en
onmiddellijk stortte mijn eigen, donkere haar uit de knot. Moedeloos viel het
naar beneden. Ik smeet de pruik op de grond, gaf er een trap tegen. Sattnin
sprong opgewonden van zijn kooi en rende snuffelend een rondje om de lange
blonde haren aan mijn voeten. Hij nieste. Terwijl ik hem op mijn schouder zette
pakte ik met mijn vrije hand een pluk van mijn haar beet en trok, steeds harder.
Pas toen mijn wangen nat waren en er boven op de krullende haardos op de
grond een pluizige streng van mijn eigen haar lag, voelde ik de opengerukte
haarvaatjes achterop mijn hoofd branden. Ik liet me op bed vallen, verborg mijn
gezicht in het kussen. Het was dom geweest om te denken dat zoiets simpels als
een pruik voldoende was om op Riley te lijken. Ik had beter moeten weten. Mijn
lichaam, dáár ging het om. Van nu af aan zou ik alleen nog maar het hoogst
noodzakelijke eten en verder niets.
We hadden geen weegschaal in huis, maar volgens de centimeter die ik tussen
mijn moeders naaispullen had gevonden en die ik nu in het zijvakje van mijn
rugtas bewaarde was ik pas anderhalve centimeter van mijn buik kwijt. Anderhalve
centimeter! Dat ging echt veel te langzaam, het was een teken dat ik nog steeds
te veel vet binnenkreeg. Pas als ik daar iets aan deed, zou zo'n pruik nut
hebben.
Op woensdag hadden alle klassen tegelijk
grote pauze waardoor het onmogelijk was om een vrij plekje te vinden in de
mediatheek. Ook in de toiletruimtes was het druk en meestal zat er niets anders
op dan naar buiten te gaan.
Het was warm, de zon scheen fel en de winkels op de Spinozaweg hadden hun
deuren uitnodigend openstaan. Hier en daar herkende ik wat mensen van Mercatus,
sommigen met hun jas om hun middel geknoopt, anderen met een zonnebril op. De
lente bloeide. Nog nooit had ik zo naar de zomervakantie uitgekeken als dit
jaar. Hij was er bijna, kwam iedere dag een stukje dichterbij en vanavond zou ik
aan mijn moeder vertellen dat ik na de zomervakantie naar een andere school
ging. Alle voorgaande keren dat ik erover was begonnen, had ze me geërgerd
onderbroken, maar nu zou ik ervoor zorgen dat ze me liet uitpraten. Er waren
genoeg scholen in Rotterdam, er was geen enkele reden om nog een jaar op
Mercatus door te brengen.
Een groepje meisjes uit mijn klas passeerde me, allemaal een sigaret in de
hand. Denise liep er ook tussen, maar ze deed alsof ze mij niet zag.
Ergens voor me klonk een waarderend gefluit: de stratenmakers die een paar
meter verderop bezig waren met het openbreken van een stuk straat waren
opgehouden met werken en keken bewonderend naar een meisje dat voorbijliep.
Riley. Had ze al die tijd al voor me gelopen? Ze was alleen, zonder Alec en
Pascal. Haar krullen glansden in de zon, haar manier van lopen was licht en
soepel als altijd. Ze ging waarschijnlijk een broodje halen, ik zag haar en Alec
vaak na de grote pauze met een papieren zakje van bakker Klootwijk lopen.
`Hé, prinses!' riep één van de bouwvakkers. `Wil je met me trouwen?'
Riley liep door, keek niet om en verdween bij de bakker naar binnen.
Ook ik passeerde het stuk opgebroken straat. Maar voor mij geen gefluit,
huwelijksaanzoek of verdraaide nekken. De bouwvakkers keken niet eens op.
Ik stapte naar binnen bij Milo, waar ik bij de grote vriesbak met ijsjes
bleef staan. Terwijl mensen langs me heen liepen, de ijsbak openschoven en
vooroverbogen om er iets uit te pakken en de deur aan een stuk door klingelde
als er weer iemand naar binnen of buiten liep, bleef ik staan. Roerloos staarde
ik naar de Magnums. Het glimmende, gladde papier waarin ze verpakt zaten. Hoe
vaak had ik mezelf niet getroost door er een te kopen en me even, al was het
maar voor een paar seconden, wat beter te voelen? Maar die tijd was voorbij.
Ernaar kijken maar vervolgens sterk genoeg zijn om het te laten liggen voelde
veel beter dan mijn lichaam ermee te vervuilen. Ik wílde het niet eens meer.
Ik rechtte mijn rug, kocht een pakje suikervrije kauwgom en verliet de
winkel. Het was de eerste keer in mijn hele leven dat ik een Magnum had weten te
weerstaan. Een mijlpaal. Vanaf nu zou alles geleidelijk beter gaan.
Ook terug naar school liep ik weer een paar meter achter Riley. Alle jongens en
ook volwassen mannen keken naar haar, zelfs meisjes en vrouwen staarden haar na
als Riley hen passeerde. De man bij het bloemenstalletje waar Riley langsliep,
sprong op haar af en overhandigde haar met een buiging een rode roos. Riley
lachte, nam de bloem van hem aan en liep verder.
Toen we het schoolplein op liepen kwamen Alec en Pascal uit de
fietsenstalling, hun handen onder het smeer. Pascal had een donkergrijze
gereedschapskist in zijn handen. Riley liep op hen af. Zodra Alec haar zag
grijnsde hij, snelde naar haar toe en nam haar in zijn armen. Zijn zwarte handen
hield hij voorzichtig in de lucht in plaats van op haar. Ze kusten, waarbij
Riley op haar tenen ging staan en hem dicht tegen zich aantrok. Toen ze hem de
roos gaf, lachte hij.
Pascal keek om en zag mij staren. Snel liep ik door, de school in.
Thuis ging ik meteen naar mijn kamer. Ik liet Sattnin uit zijn kooi en deed mijn
kastdeur open. De pruik lag verborgen onder een stapel wintertruien. Toen ik hem
tevoorschijn haalde glom het blonde nephaar in het lentelicht dat mijn kamer in
scheen, het leek wel geel. De synthetische lokken zagen er heel anders uit dan
de zachte natuurlijke krullen van Riley, maar ze waren in ieder geval lang en
blond.
Voor de tweede keer zette ik de pruik op. Ditmaal wist ik hoe het moest en
ging het in één keer goed. Meteen zag ik er heel anders uit. De nieuwe haarkleur
maakte mijn gezicht roziger, meisjesachtiger. Ik glimlachte naar mezelf. Ook dat
zag er beter uit, het oefenen was niet voor niets geweest. De afgelopen week had
ik iedere avond onze klassenfoto erbij gepakt en mijn blik ingezoomd op Riley,
alleen op Riley. Urenlang had ik haar lach bestudeerd en het steeds opnieuw
geprobeerd na te doen in de spiegel. Ik had hem bijna onder de knie. Met de
pruik op mijn hoofd en Riley's glimlach op mijn gezicht was ik Elizabeth niet
meer.
Zouden jongens mij nu sexy vinden? Ik trok mijn wijde trui over één
schouder naar beneden, zoals Riley vandaag haar topje had gedragen. Haar
schouder was bloot geweest, had er verleidelijk en sensueel uitgezien. Als Alec
mij nu zag, zou hij mij dan ook aantrekkelijk vinden? Dat kon niet anders, ik
leek nu immers op Riley. Mijn lichaam was dan nog wel steeds een stuk steviger
dan het hare, maar we waren in ieder geval hetzelfde type zo. En als ik zo over
de Spinozaweg liep, zou er dan ook naar mij worden gefloten? Zouden ze mij zo
een stuk vinden? Eigenlijk moest ik het meemaken, zorgen dat het gebeurde, zodat
ik wist hoe het voelde om aantrekkelijk te worden gevonden. Maar niet door naar
buiten te gaan. Ik had een beter idee! Het was woensdag en dat betekende dat
mijn moeder pizzageld voor me had achtergelaten. Wie zou er een betere
proefpersoon zijn om te testen of ik sexy was dan een pizzakoerier? Even hield
ik mijn adem in terwijl dit briljante plan tot me doordrong. Dit was het, dit
moest ik doen! Ik zou een andere bezorgdienst bellen dan normaal, zodat het
iemand was die hier voor het eerst kwam en niet wist hoe ik er normaal gesproken
uitzag. Ik zou meteen zijn reactie kunnen zien. De pizza zelf zou ik daarna
natuurlijk meteen weggooien, die troep kwam mijn lichaam niet meer in.
Ik liep weg van de spiegel, mijn hoofd duizelig van het vooruitzicht. Toen
ik mijn computer aanzette grijnsde ik naar Sattnin. Mijn hart bonkte terwijl ik
plaatsnam op mijn bureaustoel en mijn vingers tintelden toen ze het toetsenbord
raakten. Even zou ik geen Elizabeth zijn maar Riley. Het was maar voor een
moment, een paar seconden, maar het was een begin. Op internet vond ik het
nummer van een pizzabezorgdienst en toen ik belde moest ik langzaam praten om te
voorkomen dat de persoon aan de andere kant van de lijn de opgewonden trilling
in mijn stem zou horen. Daarna haalde ik diep adem. Over een half uur zou hij
hier zijn.
Ik kleedde me uit tot aan mijn ondergoed en liep de slaapkamer van mijn
moeder in. Daar pakte ik een zwarte blouse uit haar kast en trok hem aan. De
bovenste knoopjes liet ik openstaan zodat ik een decolleté had en ik keek in de
spiegel. Mijn ogen glinsterden, het blonde haar stak opvallend af tegen het
zwart van de blouse, die net lang genoeg was om mijn billen te bedekken. Het
Riley‑haar en de bijbehorende glimlach zouden de aandacht vast wel van mijn
overgewicht afleiden.
Ik zat op het puntje van de bank, mijn blote voet tikkend op de grond. Twintig
minuten waren verstreken sinds ik had gebeld, de koerier kon ieder moment
arriveren. De blouse van mijn moeder hing zo ver open dat het wit van mijn beha
te zien was. Misschien moest ik alleen de blouse dragen. Het was eigenlijk geen
gezicht, een witte beha onder een zwarte blouse, maar ik had geen andere
kleuren. Uitdoen was een goed idee, dan zou de jongen denken dat ik naakt was
geweest toen de bel ging en alleen vlug even iets had aangetrokken om de deur
open te doen. Zoiets vonden ze natuurlijk enorm opwindend. Alsof ik net uit de
douche kwam of zo.
Vlug knoopte ik de blouse los, trok mijn beha uit en legde het grote, lompe
ding onder een kussen van de bank. Wanneer ik straks slank was, zou ik mooie
pastelkleurige beha's kopen. Met kant en strikjes. De beha's van Riley waren wel
haast allemaal wit, ik zag het op de dagen dat we gym hadden. Maar die van haar
waren móói wit, van zijde, met halve cups en smalle, sierlijke bandjes. Heel
anders dan de grote katoenen beha's die ik zelf droeg.
Zachtjes streek ik over de lange blonde lokken die over mijn schouders
vielen en knoopte de onderste helft van de blouse weer dicht. Ik sloot mijn
ogen, voelde dat ik glimlachte. Die pizzakoerier zou niet weten wat hem
overkwam. Nooit zou het in hem opkomen dat ik iemand was die op school werd
gepest. Hij zou mij zien als een lekkere blonde babe, eentje die vast
heel vaak vriendjes had. Eindelijk zou iemand mij een keer leuk vinden. En
misschien zou ik hem zelfs even binnen laten komen, als hij er bijvoorbeeld
uitzag als Alec. Dan zou ik doen alsof het pizzageld in de slaapkamer van mijn
moeder lag en dat hij wel even mee mocht lopen. Dan zou ik met hem op bed gaan
zitten en dan _
Het geluid van de bel schalde door de flat.
Ik opende mijn ogen. Langzaam stond ik op.
Mijn hart bonsde in mijn keel en ik slikte. Misschien moest ik toch nog
even een extra knoopje dichtdoen. Nee, open laten. Ik was sexy. En wie weet,
misschien zou ik wel toestaan dat hij de laatste knoopjes ook opende. We zouden
zoenen. Mijn eerste echte zoen. Dan kon ik tenminste vast oefenen, voor als ik
_ zodra ik dun was _ een echt vriendje kreeg, iemand als Alec.
De bel klonk voor de tweede keer.
Ik liep naar de deur. Mijn borsten wiebelden tijdens het lopen. Even haalde
ik diep adem. Toen toverde ik de Riley‑glimlach op mijn gezicht en deed open.
Hij was kleiner dan ik had verwacht. Dikker ook. Er stond een kleine, dikke
nep‑Italiaan voor me. Met een snor. En veel ouder dan de jongen van de andere
pizzadienst.
De man hield de pizzadoos omhoog. `Eén pizza vegetariana.' Hij sprak met
een zwaar, Turks accent.
Waarom was hij zo fucking lelijk?
Misschien was het aan de andere kant juist wel een voordeel dat hij zo
onaantrekkelijk was. Des te makkelijker zou het zijn om hem naar me te doen
verlangen. Iemand als hij was natuurlijk niets gewend.
Hij keek me vragend aan.
`Ja, dank je,' zei ik en nam de pizza van hem over. Had ik maar gewoon mijn
normale kleren aangehouden. Ik zag er natuurlijk volslagen belachelijk uit in de
bijna geheel openhangende blouse en mijn blote benen. Hoe had ik kunnen denken
dat dit sexy was?
Er kwam koude lucht van de galerij en een bobbelige laag kippenvel kroop
over mijn lichaam.
`Dat is dan acht euro vijftig,' zei hij.
Ik overhandigde hem het tientje dat ik in mijn handen had.
De man treuzelde met het zoeken naar wisselgeld in zijn heuptasje en juist
toen ik wilde zeggen dat het niet nodig was hield hij me de muntjes voor. Met de
pizzadoos in mijn ene hand nam ik ze met mijn andere hand van hem over. Zijn
vingertoppen raakten mijn hand en even vonden onze ogen elkaar.
Ik hield zijn blik vast. Ik moest het toch proberen.
Langzaam opende ik mijn hand, liet het muntgeld door mijn vingers glijden,
naar beneden vallen. Met een zacht plofje landde het op de bruine deurmat.
`Oeps,' giechelde ik. Ik hurkte en bukte daarbij zo ver voorover dat mijn
blouse wijd openviel.
Hij keek naar me, ik wist het zeker. Hij raakte er opgewonden van. Het
uitzicht dat ik hem bood wekte verlangen naar meer. Hij kon zijn geluk niet
geloven. Ondanks het trillen van mijn benen en het gebonk van mijn hart dat
tegen mijn ribben kaatste, voelde ik dat ik glimlachte. Dit was dus hoe Riley's
leven was. Als ik deze man nu aankeek zou ik eindelijk de blik zien die iedereen
altijd in hun ogen had wanneer ze naar háár keken. En het zou voor mij zijn deze
keer. De koerier zou blozen omdat ik hem had betrapt op zijn gestaar, maar ik
zou blijven glimlachen en hem laten weten dat het helemaal niet erg was dat hij
in mijn blouse had gekeken.
Langzaam kwam ik omhoog, het geld in mijn hand, de glimlach nog steeds op
mijn gezicht, maar toen ik opkeek troffen mijn ogen niet de zijne. Hij stond
zijn buideltas dicht te ritsen.
Meteen was mijn lichaam weer koud. Ik schraapte mijn keel, drukte de warme
doos tegen me aan.
`Fijne avond,' zei de koerier en liep weg zonder om te kijken.
Met een klap deed ik de deur dicht.
Ik gooide de pizzadoos op de grond in de gang, waar het deksel opensprong.
Ik trapte hem weer dicht, smeet de pruik erbovenop. Met twee handen greep ik
naar mijn eigen haar, dat statisch aanvoelde doordat het bevrijd was van het
kunstblond. Ruw maakte ik de knot los. Ik trok en trok, tot ik ook dit haar van
mijn hoofd zou kunnen rukken, als een tweede pruik door het huis kon slingeren.
Maar mijn haren zaten vast, lieten slechts een paar kleine strengetjes gaan.
Toch bleef ik trekken, steeds harder tot ik het uitgilde, mijn stem hoog en
gebroken. Toen begon ik te huilen. Ik liep de woonkamer in, dook voorover op de
bank en drukte mijn gezicht in de kussens. Mijn natte wangen plakten op het
koude leer en ik stompte met mijn vuist op de leuning. Ik haatte mezelf! En ik
haatte die lompe pizzahomo! Die zelfs wanneer ik blond en halfnaakt voor hem
stond nog de andere kant op keek alsof ik Riley helemaal niet was.
Ik stond op, wreef in mijn ogen, liep terug naar de gang en pakte de
pizzadoos van de grond. Ik trok hem open. Met mijn handen scheurde ik de pizza
in stukken en vrat hem zo snel als ik kon helemaal op. Toen rende ik naar de wc
en stopte een vinger diep in mijn keel. Het lukte meteen. Mijn schreeuw klonk
hol en weerkaatste tegen de tegelmuur. In drie stuiptrekkingen kwam de pizza
naar buiten.
Het duurde een uur voordat ik kon stoppen met huilen.
De volgende avond zat ik zwijgend
naast mijn moeder op de bank. Het geluid van mijn moeders kaken die tekeer
gingen en het vette eten vermaalden, klonk bijna boven de tv uit. Tussen twee
happen door keek ze naar mij.
`Vind je het niet lekker?'
Ik keek op van het door mijn moeder vol geschepte bord. `Je had me niet zo
veel moeten geven, ik heb buikpijn.'
`Maar je hebt nog helemaal niets op! Je moet wel iets eten, hoor.'
Ik zette mijn bord op de salontafel. `Misschien later.'
Mijn moeder keek afkeurend, schudde zwijgend haar hoofd. Terwijl ze de
borden naar de keuken bracht bleef ik zitten. Ze was gisteravond te laat
thuisgekomen om erover te kunnen beginnen, dus dat moest ik nu doen. Ik wachtte
tot ze weer zat en zei toen: `Ik heb besloten dat ik volgend jaar niet meer naar
Mercatus ga.'
Mijn moeder zuchtte en roerde met haar lepel door de kom vla op haar
schoot. `Begin je nou alweer?'
`Ik meen het. Ik ben al op internet aan het kijken naar andere scholen en
ik heb er twee gevonden die me wel wat lijken.'
`Lizzie, je gaat niet naar een andere school.'
Ik greep de afstandsbediening van tafel, drukte de tv uit. `En wat heb jij
daar eigenlijk over te zeggen?!'
`Je hoeft niet zo te gillen, Lizzie,' zei mijn moeder rustig. `Ik vind het
alleen nergens voor nodig om van school te veranderen.'
`Het gaat niet om jóú! Snap dat dan eens een keer! Het gaat om míj, om míjn
leven, en ik ga na de vakantie niet meer terug naar die kutschool. En jij kunt
me niet dwingen.'
Ik kruiste mijn armen over elkaar.
`Er is niets mis met Mercatus. Wat is er zo vreselijk aan die school dan?'
Even keek ik haar aan, speurde haar gezicht af op zoek naar iets dat me het
gevoel zou geven dat ik haar kon vertrouwen. Dat ik er zeker van kon zijn dat ze
niet meteen bij Mercatus langs zou gaan om van de leraren te eisen dat mijn
pestkoppen me met rust lieten. De zekerheid dat ze zich er niet mee zou
bemoeien. Maar dat zou ze wel doen. En het zou alles alleen nog maar erger
maken.
`Ik vind het er gewoon niet fijn.' Mijn onderlip begon te trillen en ik
beet erop. Snel draaide ik mijn gezicht de andere kant op.
Mijn moeder stopte voor een moment met het naar binnen lepelen van haar
vla. Haar stem klonk plotseling zacht. `Als het echt zo belangrijk voor je is,
dan kunnen we misschien binnenkort eens een kijkje gaan nemen op die andere
scholen waar jij het over hebt.'
Ik knikte, keek haar nog steeds niet aan. Mijn ogen prikten.
`Ik beloof natuurlijk nog helemaal niets,' ging ze verder. `Maar kijken kan
geen kwaad.'
Ik slikte. Slikte nog een keer. Ik draaide mijn hoofd terug, keek haar
voorzichtig aan.
Ze legde haar hand op mijn arm, maar ik schudde hem van me af. Even waren
we allebei stil, toen glimlachte mijn moeder me toe. Ze boog zich voorover om de
afstandsbediening te pakken en de tv weer aan te zetten. Door haar beweging
gleed de vla van haar schoot en belandde op het kussen naast haar. De lepel viel
uit de kom en maakte een witte vlek op het zwartleren kussen.
`Shit!' zei mijn moeder. `Dat is niet zo handig.'
Ze pakte de kom en lepel op en liep de kamer uit. Toen ze terugkwam had ze
een vochtig doekje in haar handen en boog ze voorover om het kussen af te nemen.
Ik stond op om naar mijn kamer te gaan.
`Hé, waarom ligt dit hier?' klonk mijn moeder, terwijl ik al in de gang
was.
Ik liep terug, stak mijn hoofd om de hoek van de woonkamer en keek haar
vragend aan. Mijn moeder stond met mijn grote witte beha in haar handen. `Deze
vond ik net onder het kussen van de bank. Hoe komt dat hier?'
Kut.
Bloed steeg naar mijn wangen, maakte mijn hoofd warm.
`Die heb ik daar gisteravond uitgedaan omdat hij niet lekker zat,' zei ik
vlug. `Daarna ben ik vergeten om hem in de was te gooien.'
Met een zwier gooide mijn moeder de beha naar me toe. Hij belandde op mijn
schouder. Snel liep ik ermee naar de badkamer en legde hem in de wasmand. Ze
moest eens weten.
Het scheelde enorm dat ik tegenwoordig met
de bus naar huis ging in plaats van met de fiets. Sabina en haar vriendjes
konden nu in ieder geval niet meer uit de aanwezigheid van mijn fiets afleiden
dat ik me ergens schuilhield, al bleef ik voor de zekerheid toch nog altijd een
uur langer dan nodig op school, veilig en bijna onzichtbaar in de hoek van de
mediatheek. Wanneer het in de mediatheek te druk was, liep ik naar de toiletten
achter de gymzaal, een schuilplek die ik kort geleden had ontdekt. Deze wc's
werden bijna niet gebruikt, blijkbaar wisten maar weinigen van het bestaan
ervan. Sabina was me daar in ieder geval nog nooit komen zoeken. Het weer
speelde waarschijnlijk ook een rol: nu het einde van het schooljaar echt in
zicht kwam steeg de temperatuur en de naschoolse vrijheid baadde in het
zonlicht. Het was zonde van hun tijd geworden om mij te zoeken of op te wachten.
Alleen in de pauzes en tussen de lessen door had ik nog last van ze.
Sabina had een slechte dag. Tijdens Engels had mevrouw Ingelse haar
gevraagd om haar mobiel op te bergen, maar vijf minuten later had Sabina er weer
mee in haar handen gezeten, terwijl ze onder de tafel sms'te. Omdat ik ook bij
Engels voor in de klas zat, had ik het zelf niet gezien, maar we hadden allemaal
de boze uitval van mevrouw Ingelse gehoord en Sabina had haar rode Samsung
moeten inleveren. Ook al was het niet de eerste keer dat haar dit overkwam, ze
was er de hele dag tegen iedereen die het wel en niet wilde horen over blijven
zeuren en ze had beneden bij Sundar een poging gedaan het ding terug te krijgen.
Sundar, die een plastic bak had staan waar alle afgepakte mobieltjes van die dag
in lagen, had Sabina de gelegenheid gegeven haar binnengekomen sms'jes te lezen,
maar ze had haar telefoon pas aan het eind van de dag teruggekregen. Want hoe
aardig Sundar ook was, hij nam zijn werk serieus.
Voor mij zou het niets uitmaken als ik een dag zonder telefoon zat. De
enige sms'jes die ik ontving waren die van mijn moeder als ze me liet weten 's
avonds weer later thuis te zijn. Er was niemand die me belde en ik gebruikte
mijn mobiel verder eigenlijk alleen maar als wekker en om foto's van Sattnin mee
te maken.
Iedereen uit de klas had elkaars mobiele nummer en e‑mailadres, die werden
aan het begin van elk jaar in een overzicht gezet en uitgedeeld. Een groot deel
van de klas had elkaar toegevoegd op msn en Hyves, en 's avonds chatten en
mailden ze met elkaar, maar ik werd daar buiten gehouden.
Het was stil bij de bushalte, er zat slechts één persoon op het bankje in het
hokje. Het was een blond meisje. Haar hoofd hing naar beneden. Ze leek een
beetje op Riley, zag ik toen ik dichterbij kwam. Ook dit meisje droeg een
spijkerjasje en had lange blonde krullen.
Het wás Riley.
Wat vreemd. Zij reisde toch altijd samen met Alec? Maar ze zat alleen,
staarde naar de grond. Toen ik aan kwam lopen, keek ze even op. Haar ogen waren
vochtig.
`Hoi,' zei ze zacht, nauwelijks hoorbaar.
`Hoi,' zei ik, niet in staat de verbazing uit mijn stem te halen. Riley was
wel de laatste persoon die ik hier zou verwachten.
Zo nonchalant mogelijk, alsof we elkaar iedere dag na schooltijd
tegenkwamen, liep ik naar het bordje met bustijden en keek op mijn horloge.
`Hij is net weg,' klonk Riley's stem schor vanuit het hokje. `De volgende
komt pas over vijftien minuten.'
Ik draaide terug. Riley pakte haar tas die naast haar op het bankje lag en
zette hem op de grond. Ze keek me aan.
Mijn hart bonsde toen ik plaatsnam. Ze rook zoet en fris, als babyzeep.
`Gaat het wel goed?' vroeg ik, nadat we een tijdje zwijgend naast elkaar zaten.
Zo nu en dan wierp een passerende automobilist een waarderende blik op haar en
twee keer werd er getoeterd. En dat terwijl ze hier alleen maar zat, zonder op
of om te kijken, en haar gezicht voor een groot gedeelte niet eens zichtbaar
was.
Riley snufte.
Nog nooit had ik haar van zo dichtbij gezien en zelfs nu ze aan het huilen
was kon ik er niet over uit hoe mooi ze was. Hier buiten in het daglicht was ik
zelf ongetwijfeld lelijker dan ooit, maar op Riley's gladde gezonde gezicht lag
een roze gloed en haar hartvormige lippen leken zacht als rozenblaadjes. Haar
lange wimpers glansden, mascara gebruikte ze niet. Wat een verschil met de
ingevallen en zwaar aangezette ogen van Sabina. Riley zag me kijken en probeerde
te glimlachen, maar haar kin trilde.
Ik schraapte met mijn tanden over mijn lippen in een poging de velletjes
die erop zaten los te krijgen.
`Kan ik misschien iets voor je doen?' Ondanks het feit dat we nooit met
elkaar spraken leek dit nu een vrij normale vraag.
Zwijgend keek ze me aan.
`Mag ik met jou mee naar huis?' vroeg ze toen.
De vraag kwam zo onverwachts dat ik niet zeker wist of ik het wel goed had
gehoord. Maar haar blik was vragend, smekend bijna.
Mijn god. Het idee van Riley Konings bij mij thuis, in míjn wereld, was zo
onwerkelijk dat de gedachte alleen al genoeg was om me draaierig te maken van
opwinding.
`Mijn ouders zijn met vakantie en eigenlijk wil ik nu niet alleen zijn,'
zei ze zacht.
Dit gebeurde niet. Dat iemand als Riley alleen kon zijn was te absurd om te
bevatten. Zij was iemand met tientallen vriendinnen, dienstmeisjes, een kring
van nederige dienaren om haar heen die voortdurend bereid waren om iedere wens
die ze maar mocht hebben meteen en vol overgave te vervullen. En dan was er
altijd nog Alec. Vreemd eigenlijk dat hij niet bij haar was. Of zou hij
misschien juist de oorzaak zijn van haar verdriet? Dat dit niet het geschikte
moment was om haar daarnaar te vragen, was duidelijk. Ik moest geduld hebben,
als ze inderdaad met mij mee naar huis ging zou ze het me misschien vanzelf
vertellen.
`Dat is goed,' hoorde ik mezelf zeggen. Mijn stem klonk vreemd, met een
hoge toon erin. En niet alleen mijn stem was onvast, ook mijn benen trilden. Ik
tilde mijn tas van de grond en drukte hem op schoot. Maar hoe stevig ik mijn tas
ook vasthield en hoe hard ik mijn voeten ook tegen de grond duwde, ik kreeg mijn
benen niet stil.
Toen we in de bus stapten keek ik over mijn schouder. Een golf van opwinding
schoot door mijn buik toen ik zag dat ze inderdaad achter me liep. Iedereen die
mij nu met haar samen zag, zou jaloers zijn. Ze zouden me benijden dat ik in het
gezelschap van zo'n mooi meisje verkeerde, ze zouden denken dat Riley en ik
vriendinnen waren en dat ik vast heel bijzonder was aangezien iemand als zij
ervoor koos om met mij om te gaan.
Maar de bus was, op een bejaard echtpaar dat voorin zat na, helemaal leeg
en de chauffeur zag van Riley weinig meer dan de massa blonde krullen die over
haar naar voren gebogen gezicht hingen. Ik liep naar de achterbank, waar ik
zoals altijd mijn tas in de hoek slingerde en op de bank plofte. Riley kwam
geruisloos naast me zitten.
Ze was zwijgzaam toen we naar mijn straat wandelden. Ook in de bus had ze weinig
gezegd. We hadden stil naast elkaar gezeten terwijl we over de Slinge reden en
ik mijn handpalmen steeds klammer voelde worden en Riley af en toe zacht snufte.
Eén keer hadden we elkaar aangekeken en toen had ze geglimlacht. Of ik haar een
glimlach terug had geschonken wist ik niet, mijn kaken hadden op slot gezeten en
verder dan een verstijfde blik haar richting op was ik waarschijnlijk niet
gekomen.
We liepen mijn straat in. Ze zou het wel verschrikkelijk saai vinden
allemaal. Het grote betonblok waarin ik woonde, de burgerlijke rijtjeshuizen die
aan de overkant stonden. De hele buurt zag er waarschijnlijk heel anders uit dan
's‑Gravendeel. Ik was er nooit geweest, maar ik wist zeker dat Riley, en Alec
trouwens ook, niet in een flat woonde. Riley woonde ongetwijfeld in een prachtig
vrijstaand huis met een grote tuin aan zowel de voor‑ als achterzijde en de
gehele zolderverdieping was vast omgebouwd tot ruime zonnige slaapetage,
helemaal voor haar alleen. En een riante vijver in de tuin, waarin witte zwanen
zwommen en waterlelies bloeiden. Waar het nooit regende en waar 's nachts de
maan door Riley's raam scheen en haar in een zilveren omhelzing in slaap wiegde.
`Mijn moeder is er niet,' zei ik terwijl ik de sleutel in het slot van de
benedendeur stak. `Zij werkt op woensdag altijd door tot 's avonds laat.'
`En je vader?'
Een korte steek schoot door mijn maag. Wat wist ze weinig van me. Alec had
het ook niet geweten, misschien was er wel niemand in de klas die het wist.
`Mijn ouders zijn gescheiden,' zei ik, zonder haar aan te kijken. Voor haar
uit stapte ik de lift in. `Mijn vader woont tegenwoordig in Amerika.'
Riley zei niets. Ze volgde me toen we de lift uit stapten, haar voetstappen
over mijn galerij. De witte schilferige betongrond, de spinnenwebben rond het
raam van de leegstaande woning naast ons, met iedere stap die Riley zette, trad
ze verder mijn wereld in. Hoe onwerkelijk het ook leek.
`De ouders van Alec zijn ook gescheiden,' merkte ze op toen we bij mijn
deur waren.
Mijn adem stokte.
Alec en ik pasten nog beter bij elkaar dan ik had gedacht.
Als in een bizarre droom keek ik toe hoe ze haar spijkerjasje aan de kapstok
hing, op haar tenen moest staan om erbij te kunnen. Ze was hier, bij mij thuis.
Fantasie en werkelijkheid hadden besloten in elkaar over te vloeien, één te
worden, zomaar ineens zonder mij daar eerst van op de hoogte te brengen. En ik
kon niet anders dan het te laten gebeuren, deel te nemen aan het wonderlijke
spel dat dit afgelopen uur mijn leven had overgenomen. Dit was een nieuw begin,
ik kon het voelen. Het kon niet anders.
Het was maar goed dat mijn moeder er niet was. Ze zou haar verrukking over
het feit dat ik eindelijk eens iemand mee naar huis nam niet hebben kunnen
verbergen. Zodra we binnenkwamen zou ze zich hebben voorgesteld aan Riley, zou
ze geprobeerd hebben jong en modern te doen zoals ze zich ook tegenover Jenny en
Trisha gedroeg, en als Riley en ik op mijn kamer zaten zou ze voortdurend komen
binnenvallen met doorzichtige vragen zoals of Riley misschien nog een kopje thee
wilde. Of misschien wat limonade. Een schaaltje chips dan? En ze zou dingen
zeggen als: `Zie je nou wel dat die school best meevalt, Lizzie, moet je eens
kijken wat een leuke vriendin je hebt!'
Gelukkig zou ze voorlopig nog op haar werk zijn.
Nog nooit was er iemand van school bij mij thuis geweest. In al die jaren
niet. Niet in een weekend, niet op een vrije middag, gewoon helemaal nooit. En
van alle mensen was uitgerekend Riley de eerste. Geen idee had ze ervan, hoe ik
voor de spiegel stond met mijn blonde pruik en me inleefde dat ik haar was. Dat
ik op die momenten probeerde te lachen zoals zij, met mijn ogen knipperde zoals
ik haar had zien doen, dat ik haar hoge meisjesachtige gegiechel nabootste
wanneer ik alleen was en niemand me kon horen. Nooit zou ze weten hoe vaak ik in
bed, met mijn ogen dicht maar klaarwakker, fantaseerde over háár vriendje.
Riley's kleine gebleekte spijkerjack stak af tegen de grote donkere jassen
die mijn moeder en ik droegen. Wij waren zwaar en log, als nijlpaarden, en Riley
was licht en lenig als een gazelle, een veulen, een hert. Een verdrietig hert,
dat wel. Haar hoofd hing nog steeds gebogen en ze keek amper om zich heen, leek
niet de minste interesse te hebben in mijn huis. In ieder geval zou ze zo niet
geschokt raken door de saaie inrichting. Bij haar zag het er vast allemaal
licht, smaakvol en modern uit, zonder de massieve en donkere meubelstukken waar
mijn moeder de laatste jaren zo'n voorkeur voor had. Maar het maakte, net als
toen ze naar mijn vader had gevraagd, duidelijk dat de fascinatie die zij bij
mij opriep niet wederzijds was. Ze was hier niet voor mij en deed ook niet alsof
dat wel zo was. Ze was hier alleen maar omdat ze niet alleen wilde zijn. Als ze
Sabina bij de bushalte was tegengekomen, zou ze met háár zijn meegegaan. Het
betekende niets dat ze in mijn gang stond, dat haar kleine witte gympen onder
mijn kapstok stonden en dat deeltjes van haar adem nu ook buiten schooltijd in
mijn zuurstofcirculatie terechtkwamen, in mijn longen, in mijn lichaam. Het was
een samenloop van omstandigheden, meer niet. Het was niet voorbestemd en het was
al helemaal niet het begin van een of andere vriendschap.
Samen liepen we naar mijn kamer, waar we op bed gingen zitten. Riley op de
rand, haar enkels over elkaar geslagen. Haar slanke benen staken egaal bruin af
tegen het wit van haar enkelsokjes en haar handen lagen gevouwen in haar schoot,
klein en elegant op het lichtblauwe rokje dat ze droeg. Bijna trok ik mijn
hoofdkussen bij me op schoot en tegen me aan, wat ik normaal gesproken
automatisch deed als ik op bed zat. Maar net op tijd besefte ik dat Riley dan
meteen de vele haren zou zien liggen die ik vannacht had uitgetrokken. Ik had
vergeten ze door de wc te spoelen en ze lagen nog onder mijn kussen,
onzichtbaar, maar toch akelig aanwezig.
Zwijgend zaten we op mijn beige dekbed. Zou ik de televisie aanzetten? Een cd
draaien? Misschien wilde ze iets eten. Of zou het soms een goed idee zijn als ik
_
`Bedankt, Elizabeth,' zei Riley plotseling. Ze keek me ernstig aan. `Dat ik
hier terecht kan, bedoel ik. Ik zou niet weten waar ik anders heen had gemoeten,
waarschijnlijk zou ik nu nog steeds in het bushokje zitten.'
Elizabeth, had ze gezegd. Het was de eerste keer dat ik haar mijn naam
hoorde uitspreken. Zou ze het wel eens over mij hebben met Alec? En wat zouden
ze dan zeggen? Als ze bespraken wie ze wel en niet leuk vonden uit de klas, zou
ik dan misschien bij het groepje horen waar ze positief over waren? Zou _
`Serieus, ik vind het echt heel aardig van je.'
Ik haalde mijn schouders op. `Geen punt,' mompelde ik.
Riley glimlachte.
Zou ze het weten? Hoeveel het juist voor mij betekende dat ze hier was?
Misschien wel, maar haar glimlach was oprecht.
`Wil je wat drinken?' vroeg ik.
Ze schudde haar hoofd. `Ik _'
Totaal onverwachts kwamen de tranen. Ze bracht haar handen naar haar
gezicht en drukte ze tegen haar ogen terwijl haar schouders schokten.
Ieder ander zou een arm om haar heengeslagen hebben. Ieder normaal mens zou
dat instinctief doen op een moment als dit. Maar niet Elizabeth. Die kon het
niet. Nee, die kon alleen maar ongemakkelijk naast haar zitten en hopen dat ze
weer rustig zou worden, dat ze zou ophouden met snikken. Ik kon haar niet
troosten, want stel je voor dat ze me zou wegduwen?
Toch lukte het me toen ze bleef huilen om voorzichtig een hand op haar
schouder te leggen. Een tengere schouder die heel anders aanvoelde dan de mijne.
`Zal ik even een glaasje water halen voor je?' hoorde ik mezelf zeggen.
Ze schudde haar hoofd, waarbij een zachte krul tegen mijn wang streek.
Behoedzaam verplaatste ik mijn hand naar haar rug en klopte er een paar
keer zachtjes op, onhandig maar hopelijk toch troostend.
Riley haalde haar handen van haar ogen af en keek me aan. Haar wangen waren
nat, druppels hingen aan haar wimpers.
`Ik kan echt nog steeds niet geloven dat hij zo gemeen kan zijn,' zei ze,
bijna onverstaanbaar door het verdriet in haar stem.
`Wie?' vroeg ik voorzichtig.
`We hebben nog nooit eerder ruzie gehad. Dit... dit had ik nooit van hem
verwacht.'
Ik zweeg. Hoe kon zij Alec gemeen noemen? Hij was de liefste jongen die er
bestond! Hoe kon het mogelijk zijn dat zij dat niet zag? Probeerde ze mij nu
soms aan haar kant te krijgen? Dat zou haar niet lukken. Misschien was het wél
allemaal voorbestemd, deze hele situatie, zodat ik zou inzien dat Riley en Alec
helemaal niet bij elkaar pasten. Dat er een deur openging voor míj. Eindelijk.
Ik haalde diep adem. `Misschien lucht het op als je me vertelt wat er is
gebeurd,' zei ik en ik hoorde de spanning in mijn stem.
Maar Riley schudde haar hoofd.
Een tijdlang zeiden we beiden niets.
Vanuit mijn ooghoek bekeek ik haar. Wat verwachtte ze nu van me? Was het
voor haar echt voldoende om eenvoudigweg hier te zitten, alleen maar om niet
alleen te zijn? Had ze dan totaal geen behoefte aan iets meer, aan een gesprek?
Vertrouwde ze mij soms niet?
Stuk
Auteur: Judith Visser
Uitgeverij De Boekerij
ISBN 978 90 225 5087 8
Paperback
Prijs: 18,95
Het nieuwe boek van Judith Visser verschijnt op 1 november a.s.

Wil je reageren op dit artikel?
Wil je Judith Visser een vraag stellen? Of feliciteren met haar nieuwe boek? Dat kan op het forum van Ezzulia, waar Judith Visser regelmatig met haar lezers praat.
Kijk hier voor dit speciale topic op het Ezzulia forum.


