Skip to: site menu | section menu | main content

 

 
Currently viewing: www.ezzulia.nl » Nieuws


Paul Evanby:
De Scrypturist

Evanby heeft na een reeks succesvolle korte verhalen met De Scrypturist laten zien dat hij ook met het schrijven van een complete roman de aandacht van de lezer vast kan houden


Joe Abercrombie:
De macht van het zwaard

Het moet wel heel gek lopen wil De Eerste Wet trilogie van Abercrombie niet uitgroeien tot een klassieker binnen de fantasy


Joe Abercrombie:
De weg van de angst

Joe Abercrombie weet op een aantal vlakken zijn debuut zelfs te overtreffen!


Joe Abercrombie:
De val van een koning

Alles wat dit genre zo mooi en onweerstaanbaar maakt


Sam Sykes:
De poorten van de onderwereld

Een groots en veelomvattend verhaal, vol met avontuur, demonen, magie, waanzin en geweld


Blake Charlton:
De taal der spreuken

Een intrigerend boek waarbij unieke karakters en mooie vormen van magie tussendoor worden afgewisseld met het gekletter van zwaarden


Stan Nicholls:
Koning van de schaduw

Dit is een verhaal dat iedereen met belangstelling voor fantasy met veel plezier zal lezen en doen snakken naar meer


















 

 

PAUL HARLAND PRIJS ESSAYS # 4

DE HERONTDEKKING VAN BRUIN

15 januari 2012 | Op Ezzulia plaatsen wij in samenwerking met de organisatie van de Paul Harland Prijs een serie essays over het fantasy genre. Hierin verschijnen bijdragen van Martin Lindeboom, Frank Rieter, Thomas Olde Heuvelt, Roelof Goudriaan en Paul Evenblij.

Door: Paul Evanby

"He whispered: "And a river lies
Between the dusk and dawning skies,
And hours are distance, measured wide
Along that transnocturnal tide."

-- uit 'The Twelve Hours of the Night', William Ashbless

 

Nostalgie en literatuur zijn vertrouwde bedgenoten. Omzien in spijt, terugverlangen naar vroeger, gevoelens van verlies: het zijn emoties die soms waarlijk ontzagwekkende oeuvres hebben opgeleverd. Denk alleen al eens aan Marcel Prousts zevendelig magnum opus. Maar ook dichter bij huis: waar zou de vaderlandse literatuur zijn zonder de minutieus verwoorde jeugdherinnering? Er is waarschijnlijk geen periode in de geschiedenis geweest waarin schrijvers niet hebben teruggeblikt naar een tijd waarin alles beter leek, en daarvan zo overtuigd waren dat ze de hele wereld erover moesten vertellen.

Toegegeven, ik gebruik de term hier slordig, maar nostalgie is dan ook een gemoedsaandoening die zich niet makkelijk naar de achtergrond laat duwen. In een eeuw waarin wetenschap en technologie een steeds hogere vlucht nemen, in een voortdurende groei van menselijk vernuft die alleen geëvenaard wordt door ons talent om er een puinhoop van te maken, is het soms erg verleidelijk om met een weemoedig verlangen terug te denken aan het verleden.

En bovendien: sentiment verkoopt.

Of zulke warme gevoelens jegens een vervlogen tijd nou terecht zijn of niet, in de hedendaagse literatuur worden ze vaak tamelijk expliciet belichaamd door de stroming die bekend staat als steampunk.

Punk?

Steampunk, als literair subgenre, staat in sommige opzichten diametraal tegenover die andere bekende 'punk'-school, de beweging waar het zijn naam aan ontleend heeft: cyberpunk.

Is cyberpunk een grootscheepse viering van de toekomst, van ongebreidelde technologische voortstuwing, een reikhalzend én bevreesd vooruitzien naar een nieuwe wereld van informatie-overload, bewoond door een wedergeboren mensheid (inclusief het veelal dystopische eindresultaat), steampunk kijkt terug naar een tijd zónder onzekerheid: een tijd waarin wetenschap het antwoord zou leveren op alles, waarin de idealen van de Verlichting nog vers waren en volledig gerechtvaardigd leken. Waarin Lord Kelvin inderdaad gezegd zou kunnen hebben dat "Er nu niets nieuws meer te ontdekken valt in de fysica. Het enige wat ons rest is immer exactere metingen..." nog geen decennium voordat de kwantummechanica serieus de bodem uit de moderne natuurkunde begon te slaan.

Cyberpunk heeft zich verspreid door onze cultuur, en is inmiddels zo gemeengoed geworden (cyberspace, computervirussen, almachtige corporaties, etc.) dat het nog moeilijk voorstelbaar is hoe het ooit anders had kunnen zijn. Steampunk daarentegen heeft zich ontwikkeld tot zijn eigen subcultuur, is ontkiemd in het literaire bloemenperkje, maar is opgebloeid en voortgewoekerd, en heeft de boeken inmiddels vér achter zich gelaten. Steampunk-conventies zijn druk bezochte evenementen, waar fans rondlopen in de meest extravagante kostuums — zonder misschien zelfs te beseffen dat het allemaal begonnen is in de breinen van een paar schrijvers die de spot dreven met wat heersende conventies.

Want waar cyberpunk door zijn beoefenaars beschouwd werd als een heuse kunstrichting, een serieuze Beweging gericht op het ontstoffen en opnieuw relevant maken van sciencefiction op een manier die ook het literaire establishment moest aanspreken, is steampunk begonnen als grap.

Oorsprong

James P. Blaylock en Tim Powers studeerden in het begin van de jaren zeventig Engelse taal- en letterkunde aan de universiteit van Californië. Daar deden ze de nodige ervaring op met literaire practical jokes, met name in de vorm van de dichter William Ashbless, die ze hadden verzonnen en van een oeuvre voorzien, als tegenwicht tegen de in hun ogen abominabele poëzie die door hun medestudenten geschreven werd. Net als hun vriend K.W. Jeter lazen ze bovendien veel literatuur die toentertijd als stoffig en ouderwets beschouwd werd: Robert Louis Stevenson, Charles Dickens, H. Rider Haggard en anderen. Die interesse leidde hen ertoe om zelf te gaan schrijven in een soort Victoriaanse stijl.

Gewapend met een dik researchboek en een rijke verbeelding togen ze aan de slag. Hoewel ze niet de eersten waren die karakteristieke steampunk-ideeën toepasten (schrijvers als Harry Harrison en Michael Moorcock gebruikten al eerder vergelijkbare vormen) worden Blaylocks Homunculus en Jeters Infernal Devices, beiden verschenen in de jaren tachtig, vaak gezien als voorbeelden van de meest 'pure' steampunk. Beiden spelen in Victoriaans London, en beiden maken ze gebruik van de anachronistische soort wetenschap die de meeste latere steampunk ook kenmerkt: een soort extrapolatie van de stand van zaken in de negentiende eeuw naar een alternatieve tijdlijn, onder het motto: zou het niet leuk zijn als...? Twintigste-eeuwse technologie, zoals computers en robots, wordt vormgegeven naar negentiende-eeuwse principes, aangedreven met stoommachines, opwindmechanieken of zelfs windmolens, terwijl de hoofdpersonages zich per luchtschip over de hele wereld verplaatsen. Alles in het flakkerende schijnsel van des schrijvers sfeerscheppende ouwe getrouwen: de olielamp en de gaslantaarn.

Omdat 'mad Victorian fantasy' niet zo goed in de mond lag verzon Jeter de term 'steampunk', naar eigen zeggen als een manier om de draak te steken met alle zichzelf o-zo-serieus nemende literatoren die in navolging van cyberpunk achter van alles het suffix '-punk' begonnen te plakken om de schijn te wekken dat er werkelijk wat gaande was. Toen de term uiteindelijk in een artikel in de New York Times gebruikt werd, was het nieuwe subgenre officieel geboren.

Groei

En de tijd was rijp. In plaats van vooruit te kijken naar een steeds onzekerder toekomst, was er niets geruststellender dan het beeld dat zich door de kleurschiftende lenzen van de koperen steampunk-kijker aan de toeschouwer mededeelde. Het was een blik op een wereld van vóór de twintigste eeuw met al zijn gruwelijke oorlogen en massa-vernietigingswapens, een blik op een onschuldiger wereld, oubollig en achterhaald misschien, maar wel een waar de wetenschap voortdurend bezig was het leven van de mensen aangenamer te maken. Een wereld zoals de moderne wereld eigenlijk had moeten zijn. Heimwee naar een onmogelijke toekomst, of naar een toekomst zoals die zou kunnen zijn als we de zaken iets anders hadden aangepakt.

Blaylock en Jeter zijn eigenlijk een arbitrair beginpunt, maar het is vanaf die periode dat het idee ontstond van een heuse stroming. Een later boek, dat steampunk onder de aandacht bracht bij een groter publiek, was The Difference Engine, een roman van William Gibson en Bruce Sterling, waarin ze hun cyberpunk-ideeën nu eens niet in silicium vatten, maar in geelkoper en rood fluweel, in ijzerdraad en parelmoer, en waar de kunstmatige intelligentie niet op stroom draaide, maar op stoom.

Een kenmerk van een succesvol genre is een veelheid aan uitwassen en onderstromen, en dat is precies wat er met steampunk ook gebeurde. Het begrip werd al snel zo breed dat er ampele ruimte ontstond voor de eindeloze discussies over demarcatie — wat hoort er niet bij, wat hoort er wél bij, en in welk hokje — waar insiders in een veld zo dol op zijn. Terwijl die grenzen voor de buitenstaander nauwelijks meer waarneembaar zijn, worden ze door de ingewijde juist des te fanatieker verdedigd.

Bovendien leende de esthetiek zich er bij uitstek voor om overal toe te passen. Plak ergens een stel tandwielen tegenaan, sla een paar extra klinknagels in, zet een antieke vliegbril op, en voilá: instant steampunk. Als je jezelf dan ook nog van een Dickens-vocabulaire weet te bedienen (of in ieder geval een stijl niet beïnvloed door Hemingway) dan zit je geramd en gebeiteld.

Niet voor niks wordt er door sommigen inmiddels dan ook behoorlijk op steampunk neergekeken. Zij beschrijven het laatdunkend als 'wat er gebeurde toen de goths de kleur bruin ontdekten'. Voor een sciencefiction-subgenre, aldus anderen, zit er verdraaid weinig 'science' in.

Weer anderen voeren daartegen aan dat steampunk in essentie juist geen sciencefiction is, maar fantasy waarin de pseudo-Middeleeuwse cliché-aankleding is vervangen door een pseudo-Victoriaanse, en waarin de magie verruild is voor een vorm van wetenschap. Of die wetenschap correct is, doet er dan niet meer toe: de hendels en wijzerplaten, de vreemde machinerieën zijn er alleen maar om aan te geven dat wat hier gebeurt niet door gewone mensen begrepen kan worden. Een wetenschappelijk exotisme dat dezelfde rol speelt als magie in epische fantasy.

Van beide uitersten, steampunk-SF en steampunk-fantasy, zijn genoeg voorbeelden te vinden, waarbij voor de fantasykant duidelijk een grotere voedingsbodem lijkt te bestaan — niet verrassend, gezien het grote publiek voor de meer traditionele fantasy.

Kritiek

Dat exotisme, de gekleurde bril, de nostalgie voor een tijd die nooit bestaan heeft, is tegelijk een van de grootste bezwaren die door critici van steampunk aangevoerd wordt.

Een onschuldiger wereld? Die Victoriaanse periode was er een waarin legers van armen in overbevolkte steden hun kostje bij elkaar moesten zien te schrapen, waarin kinderen in fabrieken en mijnen tewerkgesteld werden om de gevaarlijkste klusjes te doen, waarin de rijke bovenklassen zichzelf zagen als de natuurlijke heersers wiens levenswijze ondersteund moest worden door de arbeiders. Vrouwen hadden geen stemrecht of eigendomsrecht, of zelfs maar zeggenschap over hun eigen lichaam; het huishouden was een zware en onbetaalde dagtaak, huiselijk geweld was aan de orde van de dag, en toch werden vrouwen verondersteld een toonbeeld van deugd en zedelijkheid te zijn. En het was het tijdperk van ongebreideld imperialisme, waarin uitbuiting en slavernij in de koloniën hand in hand gingen met achteloze en vanzelfsprekende rassendiscriminatie.

Dat dit alles in veel steampunk wordt witgewassen of onderbelicht blijft zou misschien geen verbazing hoeven wekken, aangezien we in genres als epische fantasy al tientallen jaren lang gewend zijn aan een geïdealiseerd beeld van de Middeleeuwen. Het is immers veel prettiger om de problemen van de huidige tijd te ontsnappen in een zelfverzonnen verleden, dan in een verleden waarin de realiteit van alledag harder was dan de onze.

Nederlandse stoompunk

Desondanks lijkt steampunk in Nederland nooit erg populair geweest te zijn. Weliswaar zijn The Difference Engine (De Stoomvlinder) en Tim Powers' The Anubis Gates (De poorten van Anubis) in vertaling uitgebracht, en wordt nu en dan wel eens geprobeerd om ander werk hier in de markt te zetten, maar het grote publiek lijkt niet erg warm te lopen. Mijn eigen roman De scrypturist krijgt soms het etiket steampunk opgeplakt, al komt er geen stoommachine in voor. Aangezien het begrip 'scryptuur' in dat boek meer als technologie dan als magie wordt behandeld, begrijp ik dat wel een beetje, maar het bevindt zich beslist niet in de hartstroom van het genre.

Het is ook maar de vraag in hoeverre het Victoriaanse tijdperk zoals beschreven in veel steampunk de Nederlandse lezer aanspreekt. Elders heb ik al eens geopperd dat het bij uitstek een Angelsaksisch georiënteerde stroming is, aangezien de opkomst van het Britse wereldrijk in zekere zin plaatsvond ten koste van het Nederlandse handelsimperium, zodat die periode voor Nederlanders een totaal andere betekenis heeft.

In hoeverre dat serieus meespeelt is natuurlijk de vraag, maar misschien loont het voor Nederlandse schrijvers eerder de moeite om terug te gaan naar onze eigen Gouden Eeuw, in plaats van die van een ander land te lenen. Tais Teng doet dit in zekere zin in een aantal van zijn boeken, en ik heb zelf zoiets geprobeerd met mijn novelle Manneken (in Groot-Brittannië gepubliceerd als Manniki n). Er is in die periode meer dan genoeg inspiratie te vinden: waanzinnige wetenschappelijke theorieën, ongebreidelde handelslust, en ook hier kolonialisme en slavernij.

En dat hoeft dan bovendien niet allemaal witgewassen te worden. Als sciencefiction inderdaad het genre is waarin je met een toekomstverhaal iets relevants kunt zeggen over onze eigen tijd, dan moet er in het verleden toch ook genoeg te vinden zijn waarmee we hedendaagse verschijnselen aan de kaak kunnen stellen. De vaderlandse geschiedenis is daar immers rijk van voorzien.

Punk!

K.W. Jeter rechtvaardigt de naam steampunk wel eens door te zeggen dat hij en zijn collega's werkelijk het doel hadden om mensen met hun schrijfsels te irriteren, voornamelijk door moedwillig ouderwets te schrijven. Zelf denk ik dat schrijvers in de eenentwintigste eeuw best wat verder mogen gaan. Laat maar zien hoe die 'goeie ouwe tijd' in werkelijkheid was. Trek dat verder en hou je lezers een spiegel voor waarin ze hun eigen tijd op een nieuwe manier kunnen aanschouwen.

Kortom, schrijvers: confronteer je publiek, spaar het niet. De 'punk' terug in steampunk! 

Foto: Jeroen van Amerongen


Wie is Paul Evanby?

Paul Evanby schrijft romans en korte verhalen, en is gepubliceerd in Nederland en buitenland. Hij wordt uitgegeven door Meulenhoff Boekerij. Zijn recentste boek is De Vloedvormer. Hij twittert als @evanby.

 

Eerder in deze serie:

Fantastiek en Hokjesdenken | kijk hier
Door: Martijn Lindeboom

Er was eens een fantasyboek | kijk hier
Door: Frank Rieter

SF als sociale fictie | klik hier
Door: Roelof Goudriaan

 

 

 


 

Reageer op dit artikel

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt over de Paul Harland prijs en deze reeks met essays.

Kijk hier voor dit topic op het Ezzulia forum



 

 

 

Terug naar boven

Terug naar boven