PAUL HARLAND PRIJS ESSAYS # 3
SF ALS SOCIALE FICTIE
15 januari 2012 | Op Ezzulia plaatsen wij in samenwerking met de organisatie van de Paul Harland Prijs een serie essays over het fantasy genre. Hierin verschijnen bijdragen van Martin Lindeboom, Frank Rieter, Thomas Olde Heuvelt, Roelof Goudriaan en Paul Evenblij.
Door: Roelof Goudriaan
Dertig jaar geleden was het ijzeren gordijn ongeschonden en
leek het nog decennia lang mee te kunnen gaan. Tien jaar
geleden waren wij er rotsvast van overtuigd dat we in het
westen recessies begrepen en beheersten, en dat een Grote
Depressie voor eeuwig tot het verleden behoorde. Vandaag is
alles anders, en vragen we ons van tijd tot tijd af waarom
we ooit zo onwrikbaar waren in onze overtuigingen.
Als je jezelf grondig wil bekijken, kijk je het beste ook
eens in een spiegel. En wat is een betere spiegel voor onze
maatschappij dan een fictionele wereld?
Bouwend op schrijvers als H.G. Wells en Aldous Huxley
ontstond er vanaf de jaren 1950 een dystopische traditie in
Engelstalige sciencefiction. Uiteraard schrijven
genre-auteurs vanuit verschillende overtuigingen, maar toch
zijn er opvallend vaak terugkerende thema’s.
Als eerste de bezorgdheid over intellectuele vervlakking.
Ray Bradbury schetste in Fahrenheit 451
(1953) een maatschappij waar lezen verboden is en
brandweermannen boeken verbranden. In Kurt Vonneguts
klassieke verhaal Harrison Bergeron (1961)
worden ieders capaciteiten teruggebracht tot de grootste
gemene deler. Atleten krijgen gewichten op hun schouders;
intelligente mensen worden gebombardeerd met indringend
geluid zodat ze niet beter zullen denken dan anderen.
In het verlengde daarvan ligt de kritiek op de media. Robert
Sheckley bedacht in The Prize of Peril
(1958) al een reality-tv show waar deelnemers letterlijk
vechten om te overleven tegen door de show ingehuurde
moordenaars. Kritiek op de media ligt echter gevoelig:
mediamagnaten voelen zich aangesproken. Toen het Engelse
SF-blad New Worlds begin 1968 Norman Spinrads Bug
Jack Barron publiceerde, die manipulatie van het
grote publiek door de media aan de kaak stelt, stopten de
twee nationale distributeurs WH Smith en Menzies met
verspreiding van het blad. Vanuit de rechtervleugel van het
parlement kwamen vragen waarom de Arts Council zulke rotzooi
subsidieerde; met het verlies van de beschermende imago van
‘triviale lectuur’ kreeg New Worlds serieuze commerciële
klappen.
Harry Harrison beschreef in zijn roman Make Room!
Make Room! (1966) het sociaal verval en de tekorten
die veroorzaakt worden door overbevolking en overconsumptie,
een thema dat John Brunner oppakte in Stand On
Zanzibar (1968), waar overbevolking sociale
ongelijkheid en gewelddadig extremisme veroorzaakt, en
menselijk DNA wordt gemanipuleerd.
Ursula Le Guins roman Duisters Linkerhand
(1969) is een van de sociale ficties die de rol van de vrouw
verkennen. Op haar planeet Winter hebben bewoners geen
geslacht, behalve een paar dagen per maand als ze,
afhankelijk van hun partnerkeuze, tijdelijk mannelijk of
vrouwelijke kenmerken aannemen.
Een decennium later schrijven de Poolse Stanislaw Lem en het Oost-Duitse echtpaar Johanna en Günter Braun sociale fictie in de vorm van satires: kritiek op het Communistische systeem verhuld als acties van anderlingen, Amerikanen of robots. Bij Westerse lezers doet de satire op het logge, achterdochtige communistische regeringsapparaat ook heel wat belletjes rinkelen... In Japan geven schrijvers als Ryu Murakami dan weer indringende, grafische portretten van een maatschappelijke onderbuik van vervreemde Japanners. Sociale fictie, ook de fantastische, weerspiegelt de maatschappij waarin de schrijver leeft.
Norman Spinrad beschreef al in de zestiger jaren een
vervallen, afhankelijk Amerika ver na het moment van
ineenstorting, en kreeg kritiek te verduren over
‘onpatriottisch’ gedrag. Deze ineenstorting is inmiddels een
geaccepteerd sociaal thema. In Paolo Bacigalupi's
The Windup Girl (2009) resteren van Amerika slechts
een paar schimmige, geďsoleerde gebieden. Bacigalupi’s
Bangkok wordt geplaagd door schaarste: grondstoffen zijn
uitgeput en alle hoop gaat uit naar de beloften van
biotechnologie – energieproducerende mammoets, dwangmatig
gehoorzamende kunstmensslaven – , dezelfde biotechnologie
die eerder snelmuterende plagen over de wereld heeft
uitgestrooid.
De Vlaamse schrijver Guido Eekhaut neemt ons in Het
laatste verhaal (2011) mee naar de ineenstortende
Republiek Vlaanderen van 2019, waar steeds meer mensen
worden uitgesloten en rechteloos en uitzichtloos op straat
belanden.
In China Mieville’s bonte Bas-Lag-fantasyboeken worden
veroordeelde misdadigers ‘hermaakt’ tot halve stoommachines.
In The City & The city (2009) schildert hij
dan weer een tweelingstad die het voormalig Oost- en
West-Berlijn tot een toonbeeld van eenvoud reduceert. De
situaties in deze fantastische noir-detective doordringen de
lezer geleidelijk met het besef hoe enorm verschillend die
sociale conditionering mensen eigenlijk maakt.
Onze huidige maatschappij lijkt veel te veel op sommige van
die sociale ficties uit de jaren ‘50 tot ’70. Massamedia
zijn eigendom van biljonairs met enorme budgetten om
politici in of uit het zadel te helpen. Verworven
maatschappelijke rechten als minimumloon en
vakbondsvertegenwoordiging zijn niet langer vanzelfsprekend.
Onzekerheid en uitzichtloosheid leiden tot toenemend
nationalisme, rellen en fundamentalisme.
Onze westerse zelfgenoegzaamheid is verdwenen. De tijd is
rijp voor een nieuw gouden decennium van de fantastische
sociale fictie.
Wie is Roelof Goudriaan?
Roelof Goudriaan gaf vanaf 1982 tot de val van de Berlijnse Muur een Engelstalig pan-Europees SF-nieuwsblad uit, waarvoor hij twee European SF Society-prijzen en een World SF ‘Harrison’ Award kreeg. Vanaf 1993 bestiert hij kleine uitgeverijen voor Nederlandstalig fantastisch talent (www.verschijnsel.net), waar hij verbeeldingsrijk werk van onder andere Tais Teng, Guido Eekhaut, Jan J.B. Kuipers en Paul Harland publiceert. Roelof was vier jaar lang hoofdredacteur van Holland SF, en is één van de redacteuren van het Nederlandse Wonderwaan en het Ierse slipstreamtijdschrift Albedo One. Hij heeft de Paul Harland Prijs (en voorlopers) meerdere keren gejureerd en deze ook tweemaal georganiseerd.
Eerder in deze serie:
Fantastiek en Hokjesdenken |
kijk hier
Door: Martijn Lindeboom
Er was eens een fantasyboek |
kijk hier
Door: Frank Rieter
Reageer op dit artikel
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt over de Paul Harland prijs en deze reeks met essays.
Kijk hier voor dit topic op het Ezzulia forum


