Skip to: site menu | section menu | main content
Kijk hier voor alle voorgaande Leestips van Beldaran.
Iedere week geven wij op de site en op het forum een nieuwe Leestip van Beldaran. Al meer dan vijf jaar zijn de Leestips een begrip op internet en het is dan ook één van de meest bekeken en meest gewaardeerde onderdelen van het forum.
Op woensdag geeft Beldaran eerst een paar cryptische omschrijvingen waarna de bezoekers op het forum kunnen proberen de Leestip te raden. Waarna op vrijdag aan alle onduidelijkheid een eind komt en Beldaran zijn nieuwe Leestip aan iedereen bekend maakt.
Vrijdag 11 mei 2007
Voor vandaag, het eerste deel van de trilogie ‘De Windzangers’.
Een verhaal dat weliswaar eerder dramatische dan spannend genoemd kan worden,
wat niet wil zeggen dat er geen spannende scènes inzitten, maar ontegenzeggelijk
boeiend is.
Ontdaan vanwege het gewelddadige verlies van dierbare familieleden door toedoen
van de Harpijen, achtervolgd door spookbeelden van haar wraakneming op de
moordenaars – dat zijn de overheersende aspecten in het leven van de jonge Ki.
Nu is Ki op de vlucht. Elke vorm van bezorgdheid, ook die van de mensen die haar
het meest nabij staan, wijst ze resoluut van de hand. Ze wil alleen nog maar
alleen zijn, leven als een banneling, en dat leven valt bepaald niet mee. Het
betekend ook dat zij het in haar eentje zal moeten opnemen tegen haar
achtervolgers, de wraakzuchtige Harpijen. Als het web van de wraak wordt
aangehaald en het voor Ki bijna te laat is, is de redding nabij. Iemand met een
verbazingwekkend vindingrijke geest schiet haar te hulp.
‘Tegen de enorme klifwand van leisteen was de
vrouw, die zonder enig gereedschap met pijn en moeite omhoogklom, niet meer dan
een nietige vlek. Haar leren wambuis en grof geweven broek waren bedekt met
gruis, waardoor ze nauwelijks te onderscheiden was van de steile wand. Ze droeg
haar lange, bruine haar in een gevlochten knot, zodat ze er tijdens het klimmen
geen last van had. Maar de wind had haar kapsel verwaaid en losse haarslierten
kleefden als een spinnenweb tegen haar bezwete gezicht. Omdat ze haar beide
handen bij het klimmen nodig had, wreef ze haar gezicht langs de rots om de
haren voor haar ogen weg te krijgen. Lang geleden was de begroeide berg door een
aardbeving gespleten en aan gruzelementen gevallen. Wat ervan was overgebleven,
was een berg puinsteen, steile breukvlakken met hier en daar nog stukken
begroeiing op de top. Die ochtend had ze nog aan de voet van de wand gestaan, in
het kreupelbos van jonge bomen die na de aardbeving in het puinsteen waren
geworteld en had ze op ongeveer driekwart van de zwarte, stenen wand die voor
haar omhoog torende een richel ontwaard. Even was de wanhoop haar nabij geweest,
toch was ze aan de klim begonnen.’
Kijk hier voor de Leestip van Beldaran op het forum.