Skip to: site menu | section menu | main content
Dean Ray Koontz is in 1945 in Everett, Pennsylvania geboren. Als kind
schreef hij verhalen die hij zelf illustreerde, inbond en probeerde te verkopen
voor 5 dollarcent. Tegen de zin van zijn ouders besteedde hij zijn geld vooral
aan het kopen van boeken. Op zijn elfde ging hij voor het eerst naar de
bibliotheek en daar las hij alles wat hij te pakken kon krijgen. Zijn moeder was
ziekelijk en zijn vader was een agressieve, gokgrage alcoholist. Op zijn vierde
werd hij door een vriendin van zijn moeder in huis genomen en daar leerde hij
voor het eerst wat het is om op te groeien in een stabiel en huiselijk gezin.
Hij zal zijn liefde voor boeken uit dat gezin hebben meegekregen.
20 juli 2012 | De Leestip van Beldaran
Ik ben het Al en Een en het Enige. Ik ben te vinden in het Pendleton, zoals ik overal te vinden ben. Ik ben het verleden en de bestemming van het Pendleton. Het gebouw is de plek waar ik ontstaan ben, mijn monument, mijn executieplaats...
Boven op Shadow Hill staat het Pendleton, een luxe residentie,
in de negentiende eeuw gebouwd in opdracht van een welvarend zakenman. In het
verleden lijken de bewoners er krankzinnig te zijn geworden, zichzelf van het
leven te hebben beroofd of bloedbaden te hebben aangericht. Nu er een
appartementencomplex van is gemaakt, lijkt het in het Pendleton rustig te
blijven. De bewoners zijn zich niet bewust van de vloek uit het duistere
verleden... Welkom in de wereld van het Pendleton: een luxe residentie in een
negentiende-eeuws landhuis, dat opgedeeld is in 25 appartementen. Het landhuis
is gelegen op een heuvel met uniek uitzicht over de stad. Een rustige
woonomgeving, tot de stemmen komen en mysterieuze schaduwen opduiken... Een
jongen ziet een denkbeeldige speelkameraad, die angstaanjagend echt blijkt te
zijn... Een duistere figuur duikt ’s nachts op in de tuin en toont wel heel veel
interesse in één van de bewoners... Is het waan of realiteit?
‘Earl Blandon, een gewezen Amerikaanse senator, kwam die
donderdagnacht om kwart over twee thuis, verbitterd en beschonken, met een pas
gezette tatoeage: een aanstootgevende frase van twee woorden, in blauwe
blokletters op de kootjes van zijn rechtermiddelvinger gegraveerd. Eerder die
avond was hij in een cocktailbar geweest en had hij zijn middelvinger opgestoken
naar iemand die geen Engels sprak, een man die in de stad op bezoek was en uit
een of ander derdewereldgat kwam, waar men de betekenis van dat beledigde gebaar
blijkbaar niet kende, ondanks de talloze Hollywoodfilms waarin evenzoveel
filmsterren dat gebaar hadden gemaakt. De onwetende buitenlander leek de
opgestoken middelvinger te interpreteren als een vriendelijke groet, en hij had
dan ook gereageerd door herhaaldelijk en glimlachend te knikken. Daar was Earl
zo gefrustreerd van geraakt dat hij naar de eerste de beste tattooshop was
gegaan, waar hij het advies van de naaldkunstenaar in de wind had geslagen en
met zijn achtenvijftig jaar zijn eerste lichaamsdecoratie had laten zetten. Toen
Earl de hoofdingang van het exclusieve Pendelton betrad, werd hij in de hal
begroet door de nachtportier, Norman Fixxer. Norman zat op een krukje achter de
balie, met een opengeslagen boek voor zich, en keek met zijn grote, blauwe,
glazige ogen en zijn geprononceerde gelaatstrekken op een buikspreekpop. Op
merkwaardige wijze hield hij zijn hoofd schuin, als een marionet. In zijn zwarte
maatpak en zijn smetteloos witte overhemd, met een zwart vlinderdasje en een
zorgvuldig gearrangeerd wit pochetje, was Norman enigszins overdressed, zeker in
vergelijking met zijn twee collega's, die op andere tijden de receptie bemanden.
Earl Blandon had iets tegen Norman. Hij vertrouwde hem niet.’
Zie ook
http://www.deankoontz.com/
Kijk hier voor de Leestip van Beldaran op het forum.