Skip to: site menu | section menu | main content
Vera Odenthal studeerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen en werkte vijf
jaar als assistent manager in de horeca van Schiphol. In 2008 verscheen in eigen
beheer het jeugdboek Max Defreije en het enigma van Charlotte Santbanck,
een jaar later gevolgd door Joost Everard en het enigma van de Sint
Jorisschool. Eind vorig jaar werd het eerste deel van de geplande
vijfdelige serie voor de jeugd opnieuw uitgebracht, deze keer als Het
Enigma van Kay Templer.
6 juli 2012 | De Leestip van Beldaran
Kay weet al jaren dat hij een lichtmeester is en een ridder
van de Graal. Op de raarste momenten duiken schaduwmensen op die iets van hem
willen. Kay negeert ze, stopt zijn energie liever in freerunnen. Als zijn ouders
een verlaten villa in een bos kopen, beseft Kay pas dat het hebben van een niet
ontwikkelde gave levensgevaarlijk is; hoewel hij nooit van plan is geweest zijn
gave te gebruiken, zien duistere wezens Kay als vijand en dwingen hem partij te
kiezen. De eerste nacht in de villa verschijnt er een gedaante in Kay's
slaapkamer die hem duidelijk maakt dat ze hulp nodig heeft. Kay heeft geen idee
waarbij, maar de ijzige kou in de hal van de villa en de bewegende schaduwen op
plekken waar ze niet horen, doen het ergste vermoeden. Een raadselachtige tekst
op de zonnewijzer in de diepe schaduw van het bos. Een angstaanjagende
gebeurtenis in de zwemvijver bij de villa. Het wijst op onraad. Kay en zijn
vrienden gaan uitzoeken wat zich in de villa heeft afgespeeld. Langzaam maar
zeker komen ze achter een afgrijselijke waarheid: het kwaad is altijd dichtbij,
maar nooit daar waar je het verwacht.
‘Altijd hetzelfde liedje; ik was niet de enige die iets had gezegd,
maar wel de enige die eruit vloog. Toch stond ik zonder morren op. Ik was allang
blij dat ik kon ontsnappen aan de schaduwmensen en Meester Etterbak. Om te
showen dat hun aanwezigheid me koud liet, slenterde ik naar voren zonder ze een
blik waardig te keuren. Mijn niet ingevulde proefwerk legde ik op Etterbaks
bureau. Meteen zette hij er een één op en drukte het terug in mijn hand. ‘Hier,
laat dat maar aan je moeder zien. En nou opgedonderd!’ Dat wilde ik, opdonderen,
niets liever. Maar een schaduwmens was wijdbeens voor de deur gaan staan en
maakte het ‘halt’- teken. Over mijn kin wrijvend vroeg ik me af wat hij
eigenlijk van me wilde. Want dat ik in dit lokaal moest blijven, kon hij
onmogelijk bedoelen. ‘Kun je de deur niet vinden?’ Etterbaks stoelpoten
schraapten over de vloer. Hij drong langs me en denderde dwars door het
schaduwmens heen dat onbeweeglijk in de ‘tot hier en niet verder’ – houding
bleef staan, Best een geinig gezicht. Etterbak vond er niets aan. Dat kwam
beslist omdat hij ze niet zag. ‘Lach jij
Mij uit?’ vroeg hij scherp. Hij hield de deur voor me open en wenkte dat ik
moest maken dat ik weg kwam. Ik rechtte mijn rug, maakte me groot en schuifelde
langs het schaduwmens dat een stap achteruit deed en verdween. ‘Achtste uur
nablijven,’ riep Etterbak me na. ‘En hijs je broek op, irritante kwal. Hou op me
uit te dagen, want ik maak je onbeduidende leven tot een hel!’ De deur sloeg met
een knal dicht.'
Kijk hier voor de Leestip van Beldaran op het forum.