Skip to: site menu | section menu | main content


Terry Brooks, geboren en opgegroeid in Sterling, Illinois, schreef als advocaat
zijn eerste fantasyromans in zijn vrije tijd en begon pas in 1986 fulltime
schrijven. Zijn debuut, Het zwaard van Shannara, was de eerste
fantasybestseller nį J.R.R. Tolkiens In de ban van de ring en
was de eerste van inmiddels meer dan 20 New York Times bestsellers, waaronder
het boek van de Star Wars film The Phantom Menace. De Shannara
reeks is de langstlopende en meest uitgebreide fantasyserie van dit moment en
heeft inmiddels vele miljoenen trouwe fans wereldwijd. Met meer dan 21 miljoen
verkochte exemplaren is Brooks een van de allergrootste fantasyauteurs
wereldwijd.
29 juni 2012 | De Leestip van Beldaran
Vijfhonderd jaar zijn verstreken sinds Havik een groep
haveloze overlevenden naar een dal bracht dat door een magische barričre werd
beschermd. Nu is er door demonen een bres in de beschermende muur geslagen. De
laatst bekende Ridder van het Woord, Sider Ament, heeft een machtige zwarte staf
die hij aan een nieuwe leider hoopt door te geven. Nadat hij de tieners Panterra
Qu en Prue Liss, beiden begaafde Spoorzoekers, heeft gered, vraagt Sider aan hen
om de Kinderen van de Havik te waarschuwen voor het dreigende gevaar. Helaas
delen de leiders van hun raad niet Siders overtuiging dat er een invasie
ophanden is. Terwijl Sider de andere kant van de barričre verkent, krijgen de
jonge Spoorzoekers hulp van Elfen uit Arborlon. Sider was de drager van de enig
overgebleven zwarte staf, een machtige talisman die eeuwenlang door de Ridders
van het Woord is doorgegeven en die van cruciaal belang is bij het in evenwicht
houden van de magie op de wereld. Om de wereld van de ondergang te redden, moet
de magie van de staf behouden blijven. Panterra Qu, een jonge Spoorzoeker aan
wie de staf na Siders dood wordt doorgegeven, heeft grote moeite om de macht
ervan naar zijn hand te zetten. Alles moet op alles worden gezet, want eenieder
zal een hoge tol betalen als de oorlog tussen het Woord en de Leegte naar de
duisternis dreigt af te glijden.
‘Hij had het lang weten te overleven door zich gedeinsd te houden en
problemen uit de weg te gaan. Mensen als hij vielen niet op. Het was de kunst om
vooral geen aandacht op jezelf te vestigen. Dus deed hij zijn uiterste best om
slechts een arme zwerver te lijken die met rust gelaten wilde worden, maar in
deze wereld kreeg je niet altijd wilde. Op dat zelfde moment werd hij door
vreemde ogen gadegeslagen. Hij voelde dat ze er waren, verscheidene blikken op
verschillende plaatsen. De dieren - de wezens die door gif en chemicaliėn waren
gemuteerd – hadden hun blik afgewend. Hun instinct was scherper, fijngevoeliger,
en ze merkten het als er iets niet klopte. Als ze de keus hadden, hielden ze
zich liever gedeisd. Maar de ogen van de menselijke roofvijanden bleven op hem
gericht, met de minder oplettende blik die hem niet naar waarde kon schatten.
Twee mannen hielden hem op dat moment in de gaten en overlegden of ze hem al dan
niet zouden aanspreken. Natuurlijk zou hij proberen ze uit de weg te gaan. Hij
zou zijn best doen om de schijn te wekken dat hij al die moeite niet waard was.
Maar nogmaals, je kreeg niet altijd wat je wilde.’
Zie ook
http://www.terrybrooks.net/
Kijk hier voor de Leestip van Beldaran op het forum.