Skip to: site menu | section menu | main content
30 juli 2010 | De Leestip van Beldaran
De zesjarige Amy Harper Belafonte, verlaten door haar moeder, is de dertiende
proefpersoon in een geheim project van de Amerikaanse overheid. Een experiment
dat volledig misloopt wanneer de eerste twaalf proefpersonen – die besmet zijn
met een dodelijk virus – uitbreken.
Amy weet met de hulp van een
FBI-agent te ontsnappen en samen verschuilen ze zich in de bossen van Oregon,
ver verwijderd van de menselijke beschaving die wordt vernietigd door de
gevolgen van het experiment. Honderd jaar later. Een ommuurde kolonie van
overlevenden probeert zich staande te houden tegen de aanvallen van de
kwaadaardige wezens die het dorre Amerikaanse landschap bevolken. Dan verschijnt
er uit het niets een jonge vrouw, ze heeft geen stem, geen herinneringen. Ze
raakt bevriend met een groep jonge overlevenden, onder wie een getraumatiseerde
man die verliefd op haar wordt. Ze moeten de oversteek maken naar de plaats waar
zij vandaan kwam om het geheim van haar mysterieuze bestaan te ontdekken – een
geheim met de kracht om de wereld te redden.
‘Voordat ze het Meisje Zonder Verleden werd –
Zij Die Uit Het Niets Verscheen, de Eerste en Laatste en Enige, die duizend jaar
leefde – was ze gewoon een klein meisje in Iowa dat Amy heette. Amy Harper
Bellafonte. De dag dat Amy werd geboren was haar moeder, Jeanette, negentien
jaar. Jeanette noemde haar baby Amy, naar haar eigen moeder, die was overleden
toen Jeanette nog klein was, en gaf haar als tweede voornaam Harper, naar Harper
Lee, de vrouw die To Kill a Mockingbird had geschreven, Jeanettes lievelingsboek
– eerlijk gezegd ook het enige boek dat ze op de middelbare school helemaal uit
had gekregen. Ze had overwogen om haar Scout te noemen, naar het kleine meisje
in het verhaal, omdat ze wilde dat haar dochtertje net zo zou worden: stoer,
grappig en wijs, iets waar zij, Jeanette, nooit in was geslaagd. Maar Scout was
een jongensnaam, en ze wilde niet dat haar dochter de rest van haar leven over
zoiets tekst en uitleg zou moeten geven. Amy’s vader was een man die op een dag
was verschenen in het restaurant waar Jeanette al sinds haar zestiende als
serveerster werkte, een wegrestaurant dat iedereen het Blik noemde, omdat het er
zo uitzag: als een groot chromen koekblik langs de provinciale weg, met aan de
achterkant maïs- en bonenvelden en verder in de wijde omgeving niets anders dan
een zelfbedieningsautowasserette, zo een waarbij je munten in het apparaat moest
stoppen en al het werk zelf moest doen. De man, die Bill Reynolds heette,
verkocht maaidorsers en oogstmachines, dat soort grote apparaten, en hij was een
charmeur. Toen Jeanette zijn koffie inschonk vertelde hij haar hoe knap ze was
en later herhaalde hij keer op keer hoe mooi hij haar gitzwarte haar en haar
groenbruine ogen en slanke polsen vond, en hij zei het allemaal op zo’n manier
dat het klonk alsof hij het meende, niet zoals de jongens op school het zeiden:
alsof de woorden nou eenmaal gezegd moest worden om haar zover te krijgen dat ze
hen hun gang liet gaan. Hij had een grote auto, een nieuwe Pontiac, met een
dashboard dat oplichtte als een ruimtevaartschip en leren stoelen zo romig als
boter. Ze had van die man kunnen houden, dacht ze, waarachtig en echt van hem
kunnen houden. Maar hij bleef maar een paar dagen in de stad en toen vertrok hij
weer. ‘
Zie ook
http://enterthepassage.com/
Kijk
hier
voor de Leestip van Beldaran op het forum.