Skip to: site menu | section menu | main content
Kijk hier voor alle voorgaande Leestips van Beldaran.
Iedere week geven wij op de site en op het forum een
nieuwe Leestip van Beldaran. Al meer dan vijf jaar zijn de Leestips een begrip
op internet en het is dan ook één van de meest bekeken en meest gewaardeerde
onderdelen van het forum.
Op woensdag geeft Beldaran eerst een paar cryptische omschrijvingen waarna de
bezoekers op het forum kunnen proberen de Leestip te raden. Waarna op vrijdag
aan alle onduidelijkheid een eind komt en Beldaran zijn nieuwe Leestip aan
iedereen bekend maakt.
10 juli 2009 | De Leestip van Beldaran
De wereld verandert, maar niet op de verwachte manier. De chronologie die de
grote machten van het evenwicht steevast konden vertrouwen, volgt een geheel
eigen weg die niemand voorzien heeft. Of wel? Hebben de Muziekwevers in het
verre Oosten vermoedens, visioenen die een tipje van de eigenaardige sluier
kunnen oplichten? Vervullen luitenant Thraës, verraadster Sayath, bakkerszoon
Ortiq en het meisje Razneí cruciale rollen op weg naar dat nieuwe evenwicht?
Zware slagen zijn immers toegebracht aan het broze evenwicht tussen Duisternis
en Licht. Ashimael is dodelijk getroffen, de Tempel van Margel vernietigd en een
heuse genocide heeft de Kroonstad van Almarind gedecimeerd. Het Zeewoud blijft
evenmin gespaard: één stam heeft zich tegen alle andere gekeerd. Rhyss de
WaterHeer verdwijnt spoorloos; zijn Staf is bezoedeld met khalard, de veile
magie van de Nacht. Kahsun’Lyr, Vrouwe van Margel sterft een pijnlijke dood. De
Bron van Macht die zij beschermde, is gedoofd waardoor de Vuurmagie langzaam
maar zeker dooft. Gevangen in hun respectievelijke Witte en Zwarte Wortelboom
kunnen Alvitiria en Vai’Sayan fysiek niets ondernemen, maar hun vazallen zijn
aardig in de weer om de loop der gebeurtenissen om te buigen in hun eigen
voordeel. De Discipelen van Vai’Sayan vechten om elkaar voor te zijn terwijl de
Lotsverbondenen van Alvitiria wanhopig trachten elkaar terug te vinden. Intussen
schijnt boven hen een roestige maansikkel, die een oude profetie inluidt…
‘Shin’Kahdir verliet de hut. De andere kinderen
keken hem na. Hij kon hun nieuwsgierig glanzende oogjes in zijn rug voelen
prikken terwijl hij voortliep. Hij voelde zich langer dan anders, alsof zijn
lichaam op korte tijd veel gegroeid was, maar wanneer hij naar zijn voeten en
handen keek, leek er niets veranderd. Behalve dan dat zijn huid gloeide rond de
polsen en onderarmen. Het gaf hem een waanzinnig gevoel van macht. Diep
vanbinnen had hij op dit moment gewacht. De roep die hem al enige tijd
achtervolgde, had hij op een of andere manier weten te beantwoorden. Dit was de
erkenning. Hij moest er gevolg aan geven.
Hij gluurde omhoog, naar de roodgloeiende maan en stak in een opwelling van
baldadigheid zijn tong uit. De Maanhoedster kon hem wat op dit moment. Met
vastberaden tred stapte hij naar het waterbekken waar de Dromenlezers telkens de
gewone rituelen uitvoerden. Eigenlijk was hij liever naar het grote bekken
gegaan, waar de Maanhoedster geconsulteerd werd, maar dat was verboden terrein
en bovendien groot geheim. Alleen de volwassenen wisten waar het zich bevond.
Pas wanneer een kind was ingewijd, beschikte het over het recht deze consulten
bij te wonen. Shin’Kahdir vond het grote onzin. Wat kon er nou zo anders zijn
aan dat ene waterbekken? Water was water. Bij het rituele bekken aangekomen
bleef Shin’Kahdir staan. Gedurende enige tijd bewoog hij zich niet. De wind
fluisterde, de lucht was roodpaars gekleurd; de schemering liep teneinde. Boven
zich zag hij hoe de maan omfloerst was door gouden schakeringen. Dat was vreemd.
Hij kon zich niet herinneren iets dergelijks ooit gezien te hebben. Of toch, had
het er niet zo uitgezien toen in zijn droom, die de Dromenlezers geduid hadden
als een teken dat hij beschermd was door de maan? Het leek al zo lang geleden,
maar in die droom hadden maan en zon elkaar omhelsd, als geliefden. Zoals Sefthi
deed bij haar man. Shin’Kahdir trok een bedachtzame wenkbrauw op. Hij richtte
zijn aandacht op de waterspiegel. Langzaam boog hij voorover en tuurde naar
zichzelf. Een ernstig gezicht, ovaal, olijfgroene huid, rode haren. Maar er was
iets anders. Iets in zijn blik, wat maakte dat hij zichzelf niet herkende.
Geschrokken deinsde hij achteruit. De tatoeages kriebelden op zijn huid en het
kostte hem veel moeite om er niet aan te krabben. Het beeld in het water
veranderde; flarden van een wit hemd wapperden om zijn armen, zijn gezicht en
borst zaten onder de snijwonden en brandblaren, om hem heen flitste bliksem in
verschillende kleuren. Shin’Kahdir voelde zich aangetrokken tot dat beeld. Dit
was meer dan herkenning. Was hij dit zelf? Diep binnenin roerde zich iets. De
blijdschap om de tatoeages verdween, naarmate de herinnering aan de poort van
vuur en de beelden van zijn meditatie intenser werden. En die andere essentie in
zijn ziel bewoog, strekte zijn klauwen uit en hulde de kleine jongen die
Shin’Kahdir was in een mist van verwarring.’
‘Shin’Kahdir…’ fluisterde een stem. Hij slikte. Hij zag zichzelf praten in het
water. De waterjongen strekte zijn arm, bijna smekend. Zijn vingers dropen van
het bloed. ‘Help me!’
Zie ook
http://www.thirza-meta.be/
Kijk
hier
voor de Leestip van Beldaran op het forum.
