Skip to: site menu | section menu | main content
13 augustus 2010 | De Leestip van Beldaran
In het verre verleden had het land Aurian een andere vorm, en bestond de zee
tussen de noord- en zuidlanden niet. Dat was de tijd van het Magiërvolk:
beoefenaren van elementaire magie; het Luchtvolk, dat de winden beheerste; de
Leviathan, die regeerden over de zeeën; en het krachtige Drakenvolk, meesters
van het Vuur. Terwijl de vier rassen elkaar bestrijden om de macht, ontstaat er
een nieuw, vijfde volk: de Xandim. Het volk bestaat uit weinig meer dan dieren
die al zo lang gevangen zijn in een paardenlichaam, dat ze hun vroegere
mensengedaante vergeten zijn. Slechts één stamlid herinnert zich de oorsprong
van zijn volk: Windoog, de sjamaan.
‘De omens brachten de Vrouwe der Nevelen naar
de oevers van het Tijdeloze Meer. Ze kwamen tot de Cailleach – wat wordt
uitgesproken als ‘kailjuch’ – tijdens haar wakende dromen en verstoorden de
sereniteit van haar eeuwige bespiegelingen. Deze Plaats Voorbij de Wereld kende
geen dag of nacht of wisselende seizoenen, geen honger, dorst of eenzaamheid, of
verandering. Alleen de Vrouwe leefde er, een van de machtige oude Hoeders die
bij de schepping van de wereld aanwezig waren en ook het eind ervan zouden
beleven. Alleen de Vrouwe en haar eindeloze web van bespiegeling... tot de omens
begonnen en als stenen in de stille wateren van het Tijdeloze Meer kringen van
onrust maakten, die haar gedachten verstoorden. Het onbehaaglijke gevoel had de
Cailleach opgeschrikt uit haar mijmeringen en haar uit haar rustplaats in de
grote Boom in het Middelpunt van de wereld gejaagd. Ze had haar in zacht licht
badende slaapvertrek in het holle hart van de boom verlaten, was de trap – een
natuurlijke formatie in de steenachtige bast van de Boom – afgedaald, de enorme
grot waarin het gevaarte wortelde overgestoken en uitgekomen in het buitengewone
bos rondom de open plek. Het was een uit steen gehouwen woud: elk detail was
perfect, van de bomen met hun loof van jade en haarfijn uit doorzichtig kwarts
gekerfde bloesems tot de uit gekleurde edelstenen vervaardigde bloemen, de
insecten met hun juwelen vleugels en de exquise stenen vogels, zo realistisch
dat het leek alsof ze elk moment op konden vliegen of aan het kwinkeleren konden
slaan. Voorbij het Woud, in het hart van de Steen, lag de spiralende basalten
trap waarlangs de Cailleach de grot kon verlaten. Immer klimmend, gedreven door
onrust, gedreven door noodzaak, was ze ten slotte door een opening in de
rotswand naar buiten gekomen, hoog op de top van het eiland midden in het
Tijdeloze Meer. Het enige licht kwam van de sterren, verspreid over een hemel
met de heldere koningsblauwe kleur van saffier. Constellaties weerspiegelden
zich in de stille wateren van het meer, maar het sterrenlicht kwam vreemd genoeg
van een andere hemel daarboven. Voorzichtig afdalend langs het spiralende pad
van glanzende steen had de aloude Hoedster de voet van de piek bereikt, waar ze
neerknielde op een rotsachtige landtong die uitstak in het stille, donkere meer
met zijn glinsterende weerschijn van een onbekende hemel. Daar keek ze in de
oneindige diepte, wachtend op wat haar hiernaartoe geroepen had.’
Kijk
hier
voor de Leestip van Beldaran op het forum.