Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews




 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia Interview:
Willem Asman
door Jürgen Joosten | Ezzulia.nl


22 augustus 2007 | Willem Asman sleepte vorig jaar met zijn debuut De Cassandra Paradox meteen een nominatie voor de Gouden Strop in de wacht. Recent verscheen zijn tweede boek, Britannica. Je vraagt je af waar de auteur zijn inspiratie vandaan haalt en als Ezzulia reporter maak je dan een afspraak om het allemaal eens rustig te bespreken. Een aandachtige voorbijganger heeft ons vast gezien, daar op dat zonnige terrasje in Utrecht. Onder het genot van een kopje koffie vroeg ik Willem Asman het hemd van het lijf. Onderstaand interview is het resultaat.
 


"Schrijven is een gevecht met jezelf"


Voor het gesprek waarschuwde Asman mij dat hij soms wel erg lang over onderwerpen kan uitweiden. Hij drukte me op het hart om hem zeker in de rede te vallen als hij te ver zou afwijken van de vragen. Ik nam me voor dat te doen, maar het is aan u om te oordelen of dat wel helemaal gelukt is.


Met je debuut werd je meteen genomineerd voor de Gouden Strop. Je kwam met die nominatie naast gevestigde auteurs als Tomas Ross, Felix Thijssen, Charles Den Tex en Elvin Post te staan. Hoe voelde dat?

In één woord: geweldig! En ik hoopte echt te winnen, al wist ik dat het moeilijk zou worden tegen deze vier eerdere winnaars. Ik kom dan ook uit een geheel andere wereld. Ik heb vroeger bij Oracle Corporation gewerkt als personeelsfunctionaris. Het was altijd al mijn droom om een boek uit te geven en met De Cassandra Paradox was het dan eindelijk zo ver. Het manuscript was wel drie keer zo uitgebreid als het uiteindelijke boek. Zo zat ik ook bij Britannica tot het einde toe te peuteren en te herschrijven, totdat de uitgever mij een deadline gaf en me verbood om daarna het boek nog te wijzigen. Op de allerlaatste dag heb ik dan alsnog het eind veranderd. Schrijven is een gevecht met jezelf, maar het is en blijft heel erg leuk. Wie wil niet het succes van Kluun en Dan Brown evenaren? Ik ben er zelf erg trots op dat al meer dan 10.000 boeken van mijn debuut De Cassandra Paradox zijn verkocht.


Heeft het schrijven ook een schaduwkant?

Nee, schrijven is echt té leuk, alleen kan de periode vlak na het uitgeven wat te hectisch zijn. Hoe ontvangen de recensenten je boek, wat zijn reacties uit het boekenvak, van lezers? Die spanning moet je ervaren en zoals in mijn geval is het dan erg leuk om als debutant te worden genomineerd voor De Gouden Strop. Van de vier overigen vond ik Charles (den Tex, red.) de terechte winnaar, mijn boek is eigenlijk niet met de andere genomineerde boeken te vergelijken. Ik ben blij dat ik niet in de jury zat.


Is het schrijversvak te combineren met je eigen bedrijf?

Het is een kwestie van plannen, dat gaat me soms beter af dan andere keren. In 1985 begon ik bij Oracle te werken als jurist. Ik ben in het bedrijf blijven plakken en na talloze functies kwam ik er achter dat ik Human Resources (personeelszaken) het leukst vond. Communiceren en change management bevielen mij zo goed dat ik uiteindelijk een eigen bedrijf begon. Nu coach ik mensen in lastige vergaderingen. ‘Storytelling in een zakelijke omgeving’. Hoe kom je bijvoorbeeld tot een verhaal dat meer onderscheidend is dan PowerPoint. En ik moet zeggen: het is heel leerzaam. In mijn carrière zijn mensen de rode draad. Mensen willen iets bereiken en moeten goed weten wat dat is en hoe ze er willen geraken. Dat betekent vooral: praten. Energie richten. Ik vind dat proces enorm boeiend en ik hou er van om mij er mee te bemoeien.


Maar hoe zit het nu met het combineren?

Ik schrijf altijd overdag in een vast ritme. Ik maak er tijd voor vrij, het is dus echt een kwestie van plannen. Boek drie ligt op de schrijftafel en dat kan je zien in mijn agenda: er zijn blokken gereserveerd voor het schrijven. Verder schrijf ik ook veel in de weekenden. Mijn vrouw is mijn eerste lezer en ze heeft veel, gelukkig opbouwende, kritiek. Het resultaat is wel dat er dan veel uit gaat, en als ik eerlijk ben: het herschrijven is nooit zo heel erg gezellig.

Vertel eens hoe je tot het boek Britannica bent gekomen?

Mijn voornemen bij het schrijven van Britannica was: “ik wil geen mobiele telefoons en internet, en geen formuleboek, geen sequel of prequel, maar 'iets heel anders'”.

Begin 2006 had ik een paar honderd pagina's klassieke epic. Een reisgezelschap, een queeste, een middeleeuws decor, Tolkiens Lord of the Rings, Kings The Dark Tower, gecombineerd met Asimovs Foundation Trilogy. A long time ago in a galaxy far far away’, dat werk. Geen idee wat mijn helden precies uitvoerden behalve elkaar ontmoeten. Ze vertellen elkaar hun levensverhaal, maar ‘wij’ weten dat het niet de waarheid is.

Zo puzzelde ik enige tijd door, herlees alles van James Clavell, Pillars of the Earth (vertaald als De Kathedraal, red.) van Follett, ontdek het woedende Geuzenboek van Louis-Paul Boon, bestudeer de geschiedenis van het middeleeuwse Europa in mijn oude Winkler Prins, tot ik hopeloos verstrikt raak in pausen, tegenpausen en kruistochten, de moderne Clash of Civilizations, maar dan omgekeerd. Mijn schrijven is inmiddels ordinair duw- en trekwerk en komt snerpend tot stilstand. Backstory-carnaval in de hel.

“Mijn uiteindelijke redding is een foute man.” Ik zie het beeld nog voor me: Slobodan Milosevic in de beklaagdenbank in Den Haag. Schijnbaar onaangedaan luistert hij naar de verschrikkelijke aanklacht: genocide, etnische zuiveringen, misdaden tegen de menselijkheid. Hij is het eerste voormalige staatshoofd dat zich moet verantwoorden voor een VN-tribunaal. 'Wat denk je van de uitslag?' is de vraag vanuit de studio aan de verslaggever ter plekke, afgekeken van Studio Sport. Daar is uiteraard nog niets van te zeggen: 'Het proces kan vele jaren duren.' Ik schrik van mijn eerste reactie: Jaren? Hoezo? Die man is toch fout? Dat weet toch iedereen?

Tot ik me realiseer dat het proces nog moet beginnen – en is een eerlijk proces niet een van de grondbeginselen van onze rechtstaat? Innocent until proven guilty? Ik weersta de verleiding om de media de schuld te geven, en vraag me af hoe dat eigenlijk zit met die oordelen van mij. Ik wist geen fluit van de Balkan, had geen idee wat het verschil was tussen Kosovo-Albanezen, Kroatische moslims en Bosnische-Serviërs.

Zij zijn fout en wij zijn goed; ik had eigenlijk geen ander antwoord. Ergens onderin mijn maag roerde zich toen een angstig voorgevoel. Nu de vraag gesteld is, resteerde: wil ik het antwoord wel weten?

Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Balkan passeert onvermijdelijk Sarajevo, de stad waar aartshertog Frans-Ferdinand, kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, op 28 juni 1914 wordt vermoord. Volgens de boekjes pleegden Servische terroristen de moord. Oostenrijk-Hongarije, de vervloekte dubbelmonarchie, het meelijwekkende overblijfsel van het ooit glorieuze Habsburgse wereldrijk, loert al jaren op een incident en neemt wraak. De zaak escaleert, de Europese grootmachten laten zich compleet verrassen. De moord leidt tot de Eerste Wereldoorlog. Althans volgens de boekjes: zo staat het in mijn Encarta (editie 2006), mijn Winkler Prins (editie 1973), en de online Encyclopædia Britannica.

Een journalist in New York in 2006 komt de dagboeken van de getuigen uit 1914 op het spoor. Hij is kinderloos, wees, heeft één vriend, een baan en een baas aan wie hij een hekel heeft. Die journalist wordt in een boek over goed en fout natuurlijk een rechter, in 2001, pre-nine-eleven. Zijn baas: Rudy Giuliani.


Maar het boek speelt zich ook af net voor 11 september 2001.

Klopt, het verhaal wordt beleefd door de ogen van Stephen Stills, een rechter uit New York. In eerste instantie had ik zoals gezegd een journalist in gedachten, vanwege de vele memobriefjes die hij gebruikt. Je moet weten dat de hoofdpersoon, in dit geval dus Stephen heel erg vergeetachtig is. Ik laat hem dus overal kleine briefjes achterlaten om hem een soort van knoop in de zakdoek te geven. Uiteindelijk heb ik maar gekozen voor een rechter om hem iets extra’s te geven– dit klinkt wanhopig maar het was een bewuste keuze, uiteraard in een boek over goed en kwaad en oordelen. Bij het herlezen van Joachim Stiller, een boek dat eveneens een spel speelt met ‘de waarheid’, besefte ik dat ook Hubert Lampo mij nog iets te zeggen had. Stephen Stills, is echt geen verwijzing, want zo heette mijn hoofdpersonage al die tijd al. Maar om terug te komen op het vele research, een boek schrijven vergt veel tijd, eerst dus de research, daarna 6 maanden schrijven en dan nog 6 maanden herschrijven. Veel tijd en veel werk dus.


Ben je ook nog op locatie geweest?

Op zich leer je daar weinig van, het meest heb ik geleerd van internet en boeken. Ik kan wel de brug in Sarajevo omschrijven, maar liever doe ik het in kleine dingen.


Britannica is een heel mooi boek geworden.

Mijn uitgever Cargo heeft er inderdaad weer iets heel moois van gemaakt. Ik heb hem eigenlijk nog niet teruggelezen, dat doe ik eigenlijk ook niet. Het is af en ik stort mij weer op een volgend boek. Maar het boek ziet er inderdaad mooi uit, ik ben er best trots op. Studio Jan de Boer had na één briefing gelijk al deze cover gemaakt, een beetje in de stijl van mijn vorige boek. De titel was trouwens wel een stuk lastiger, ik had in eerste instantie Testament in gedachten, maar er waren al meerdere boeken verschenen met deze titel dus moest ik iets anders bedenken. Het toeval wilde dat ik droomde over Pieter Swinkels (Hoofdredacteur Cargo, red.), en dat hij de titel aan mij voorstelde. Britannica, de pax Britannica en de encyclopedie. Het wordt ook voorin het boek uitgelegd, en maakt de verbinding tussen Habsburg, het Britse Rijk en de Amerikanen, de winnaars van de Koude oorlog.


Hoe reageren ze thuis op je boeken?

Mijn kinderen zijn vast en zeker trots dat mijn boeken in de winkel liggen, maar ik weet niet of het ze echt aanspreekt tot nu toe. Maar zoals mijn oud-leraar Nederlands een keer zei: “Het is een spannend boek, maar het is echter veel te dik, rond de 500 pagina’s! Dat lezen de leerlingen vandaag de dag echt niet.”
 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor reacties op dit interview. Of voor een discussie over Britannica van Willem Asman.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


Biografie Willem Asman:

2006: De Cassandra Paradox
2007: Britannica

Britannica:
Judge Stephen Stills sukkelt met zijn gezondheid, maar in de rechtszaal heerst hij over goed en kwaad. Onvermoeibaar strijdt hij tegen het zero tolerance beleid in New York City en de manipulaties van zijn geliefde strafrecht door slijmbaladvocaten. Maar dan overlijdt Evie, de enige vrouw van wie Stills ooit heeft gehouden. Ze laat hem de zorg na over haar achtjarige kleinzoon.

Tussen Evies spullen vindt Stills een sleuteltje dat hem naar vier dagboeken leidt. Ze zijn geschreven door spionnen en soldaten, op verzoek van de laatste Duitse Kaiser, Wilhelm II, die de afloop van de Koude Oorlog schijnt te hebben voorspeld.

In het spoor van de vijf dagboeken, vijf metalen kistjes en een onderzoek naar de moord op Frans Ferdinand in 1914, wordt het Stills langzaam duidelijk in welke historische intrige hij verstrikt is geraakt en tot welke krankzinnige beslissing hij wordt gedwongen. Het is begin september 2001. De tijd dringt.

 

De foto bij het interview is gemaakt door Jürgen Joosten.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 

 

Terug naar boven