Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews
































 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia interview
Vincent Bijlo

Door Natasza Tardio | Ezzulia.nl


7 mei 2009  | Vincent Bijlo is cabaretier, radiomaker, muzikant en schrijver. Van Bijlo, die al eerder drie romans en een bundel columns Kort door de bocht publiceerde bij de Arbeiderspers, verscheen vorige maand bij dezelfde uitgeverij zijn nieuwste roman De Ottomaanse herder. Het verhaal gaat over een blindengeleidehond. Een hond die ziet en doorziet, die hoort en luistert en een scherpere geest heeft dan de meeste mensen. De Ottomaanse herder heeft een sterk ontwikkeld rechtsgevoel en heeft zijn sporen verdiend in de geschiedenis. In de elfde eeuw droeg hij ongewild bij aan de verspreiding van de radicale islam en in retrospectief blijkt de Ottomaanse herder nog wel op meer momenten in de geschiedenis een cruciale rol te hebben gespeeld. Op een meesterlijke manier speelt Bijlo met taal en humor en laat hij de lezer spitsvondig kennismaken met zijn gedachten, die worden verwoord door een hond.

Tijdens een interview vertelt Vincent Bijlo over hoe zijn roman De Ottomaanse herder tot stand is gekomen, over zijn liefde voor taal en kijk op politici.
 


"Schrijven is reizen"


Je hebt een verhaal geschreven over een blindengeleidehond, hoe kwam je op dit idee?

Het oorspronkelijke idee kwam uit een opdracht die ik kreeg van een blad. Dat was in oktober 2006. Er was een fotograaf die foto’s had gemaakt vanuit het perspectief van een hond. De fotograaf had dat gedaan in de laatste dagen van de training van de hond en bij de kennismaking met zijn baasje. Toen dacht ik: ‘Wat een goed idee.’ Mij werd gevraagd om daar iets bij te schrijven, in het kader van voorlichting. Ik vond dat behoorlijk saai, ik ben niet zo van de voorlichting. Waarom zou je dat doen? Het leek mij veel interessanter om daarvan een verhaal te maken en die hond sprekend door de wereld te laten lopen.  Daarna begon ik te denken: ‘Misschien zit hier wel een heel boek in?’ In juni 2007 heb ik toen in Algarve al wat geschreven, maar daarna kwam er heel veel tussendoor. Theater, columns, je kent het wel.
 

Maar uiteindelijk ben je er weer verder mee gegaan?

Ja, ik heb het weer opgepakt in augustus 2008. Ik ben het toen maar weer eens gaan lezen. Het viel toen vreselijk tegen om terug te zien wat ik destijds had geschreven. Het waren maar tien pagina’s, in mijn gedachten was het veel meer. In mijn hoofd had ik het zo opgeblazen, dacht dat het boek al bijna af was. Maar dat had als voordeel wel dat ik die zomer heel veel heb geschreven. Toen ik het uiteindelijk af had was ik erg onzeker of het wel goed genoeg was. Juist omdat het zo snel was geschreven. Ik heb het toen naar Peter Nijssen gezonden ter inzage, hij is mijn vaste redacteur bij de Arbeiderspers.  Hij reageerde helemaal niet, dus ik dacht dat hij het niets vond en ik gelijk had. Het moest wel een slecht boek zijn, hoewel ik dat ook niet echt kon geloven. Maar toen ik het al bijna had opgegeven reageerde Peter. Hij had het verschrikkelijk druk gehad en vond het juist een leuk verhaal. Hoewel het nog wel moest worden fijn geslepen.
 

En toen?

Daarna werd het verhaal bekeken door een redactrice en Mariska, mijn vrouw. Mariska heeft er inhoudelijk weinig over gezegd, maar een soort van correctieronde gedaan. Het was prettig dat het plot klopte en inhoudelijk het meeste ook goed in elkaar viel. Maar op een gegeven moment verlies je een beetje het overzicht over de tekst. Daar moest ik dus nog even aan werken.
 

Je doet zoveel, welke plek neem schrijven hierbij in?

Ik kan meerdere dingen tegelijkertijd doen.
 

Waarin verschilt dit boek van de andere die je schreef?

Eigenlijk zijn ze min of meer hetzelfde geschreven. De onderwerpen verschillen natuurlijk wel. Ik ben niet echt een planmatige schrijver, maar meer een stroomschrijver. Ik schrijf intuÔtief. Voor mij is schrijven reizen, zonder dat je je reet hoeft op te tillen. Je zit gewoon in je stoel en je gaat mee met het boek. Dat is echt heel erg leuk. Ik wist bij dit boek overigens niet wat het einde zou worden, dit boek is echt onder mijn handen ontstaan. Bij de andere boeken had ik altijd wel een soort van einde in gedachten. Dat was nu heel anders.
 

Je beschrijft hoe het is om als blindengeleidehond door de straten van een Nederlandse stad te lopen. Ervaar je dit zelf ook zo?

Ja, eigenlijk wel. In Nederland is alles veel krapper en stoot je vaak onbedoeld tegen elkaar aan. In Duitsland is de persoonlijke ruimte veel groter en ook zijn de mensen veel rustiger.  Ga maar eens winkelen in Nederland op zaterdagmiddag. De ruimte die je ter beschikking hebt is dan behoorlijk klein. Maar het heeft niet alleen met fysieke ruimte te maken. Kijk bijvoorbeeld maar naar Londen. Als je daar in de metro rijdt sta je wel heel erg op elkaar, maar is alles veel meer geordend en rustiger. In Rotterdam vind je bijvoorbeeld veel meer agressie.
 

Je praat over wat beroemde ‘blinden’ zoals James Wright. Verzonnen of feitelijk?

Alles is verzonnen. Ik vind het leuk om met halve waarheden te spelen. Garibaldi, die ik in het boek noem, was bijvoorbeeld wel heel erg slechtziend. Ik vind het ook altijd leuk om uitspraken van bekende mensen te verzinnen. Er zijn altijd snobs die dan door de mand vallen, dat is zo leuk! Dat vind ik stoer, het zijn altijd van die intellectuele bluffers. En dan ga ik meedoen met hun gebluf.
 

Je doet in het verhaal observaties van gehandicapten die zich in een slachtofferrol manoeuvreren. Gelden die voor jou ook als zodanig?

Het slachtofferschap zit of leeft in onze samenleving. Je ziet het niet alleen bij gehandicapten. Volgers van Wilders hebben er bijvoorbeeld ook last van. Mensen willen gehoord worden en slachtoffers worden nu eenmaal gehoord. In mijn optiek gaat het niet om wat je niet kan, maar om wat je wel kunt. Ontevredenheid komt voort uit persoonlijke frustratie. Zelf zie ik mezelf dus absoluut niet als een slachtoffer.

Hoe kijk je naar je personages?

Personages nemen in je hoofd een bepaalde vorm aan, maar dat wil natuurlijk helemaal niet zeggen dat dit op papier ook zo zal zijn. Ook moet je er rekening mee houden dat je als auteur je karakter beter kent dan de lezer. Je ziet niet meer dat het op papier heel anders overkomt, soms moet je dus zaken benoemen in je verhaal, die voor jezelf onnodig zijn. Die vul je als het ware al in door de kennis die je van personages hebt. De lezer heeft die kennis echter niet, dus daar moet je altijd rekening mee houden en daar heb je dus meelezers voor nodig. Het leuke aan De Ottomaanse Herder is dat het hoofdpersonage een hond is. Deze hond is als het ware een voertuig is van mijn eigen gedachten. Hij probeert in het boek boven de dingen te staan. Hij probeert echt los van het dagelijkse gevoel, het gezeik te komen.  Een soort van superioriteit. Een hond is ook veel volgzamer en pragmatischer dan bijvoorbeeld een kat. Deze is veel opportunistischer en arroganter. Mijn personages leven wel. Het kan allemaal heel anders gaan dan ik zelf dacht. Karakters die ik een kleinere rol had toebedeeld, maar zich uiteindelijk veel groter presenteren. Dat maakt het natuurlijk ook weer interessant.
 

Wat vind je belangrijk bij jouw manier van schrijven?

Ik vind het altijd prettig om het tijdelijke te vangen. Ik maak graag gebruik van archetypen en voorbeelden die in de samenleving spelen. Charles Dickens deed dit ook altijd heel sterk. Het idee hierachter is dat mensen anderen vaak op een dwaalspoor brengen met uiterlijkheden.
 

Maar jij kan deze uiterlijkheden niet zien. Je bent immers blind.

Klopt, maar de verhouding van zintuigen is altijd anders bij iedereen. Ik ‘zie’ of merk deze uiterlijkheden op een andere manier op dan de meeste mensen en kan ze dus wel beschrijven.
 

Heb je altijd een voorliefde gehad voor taal?

Ja, ik heb altijd iets gehad met taal en piano. Maar ik had daarbij nooit gedacht dat ik het podium op zou kunnen. Dat had wel wat met mijn blindheid te maken. Op het blindeninstituut werd ons geleerd om bescheiden en dankbaar te zijn. Zeker in het vinden van werk. Het was een andere tijd in de jaren ’70. Gelukkig zat ik extern en kon ik ’s avonds en in de weekenden gewoon naar huis. Mijn broer is ook blind, maar mijn tweelingzus niet.  Ik hou van taal. Zo’n speech van Obama kan ik bijvoorbeeld dus ook heel erg waarderen.
 

Je noemt Barack Obama en eerder de volgers van Wilders. Hoe kijk je eigenlijk naar politici?

Voor mij zijn politici bladblazers, ze blazen bladeren op een hoop, en daarna blazen ze deze weer op een andere hoop. Obama vind ik echter wel een indrukwekkende man. Bij hem lijkt het om de geest en de spirit te gaan. Hij verbindt politiek met een soort pragmatische filosofie. ‘We gaan ons niet verontschuldigen voor onze manier van leven’, dat is een goede zin en een begin. Als je jezelf daarbij neerlegt, dan komt acceptatie van anderen vanzelf. Ik heb laatst de speech van Kennedy weer beluisterd en eigenlijk komen Obama’s woorden in grote lijnen overeen met wat hij zei. CHANGE! Maar zijn verkiezing tot president is een mijlpaal in de geschiedenis. Ik moest bij Aretha Franklin al huilen. Moest daarbij ook aan mijn vader denken, die muziek werd bij ons thuis ook gedraaid. Ook was mijn vader erg tegen onrecht. Dat zijn echo’s uit het verleden. Het gevoel van toen kwam terug, ‘Nu gaat er wat veranderen’, dat speelde in mijn jeugd ook. Helaas is hij vier jaar geleden overleden. Tegenwoordig hoef je als politici slechts wat populistisch taalgebruik te nuttigen en dat is dan voldoende. Kijk maar naar Verdonk en Wilders. We leven in een persoonlijkheidscultuur. Het gaat niet om Forza Italia, het gaat om Berlusconi. Misschien is de essentie van politiek wel het oplossen van problemen die je zelf hebt gecreŽerd. Alles draait in de politiek immers om de electorale steun, om gekozen te worden.
 


De Ottomaanse Herder
Auteur: Vincent Bijlo
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 978 90 295 6737 4
Paperback
Prijs: 15,95



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Ottomaanse herder is een betrouwbare en rustige blindengeleidehond. Een hond die ziet en doorziet, die hoort en luistert. Een hond met een geest die scherper is dan die van de meeste mensen. Maar ook hem kan het te veel worden. Vele eeuwen heeft hij gezwegen, maar nu doet hij van zich spreken. Tijd genoeg. In de eindeloze uren dat de mens bezig is zich van hot naar her te slepen, te telefoneren, onzinnige computerspelletjes te spelen, te vergaderen en te fonduen, heeft hij de tijd om na te denken over het leven.

De Ottomaanse herder heeft een sterk ontwikkeld rechtsgevoel. In de elfde eeuw droeg hij ongewild bij aan de verspreiding van de radicale islam door een geweld predikende en homohatende blinde imam elke dag van zijn huis naar de moskee te brengen. Hij kende het gedachtegoed van de imam, maar hij was de mening toegedaan dat elke blinde – hoe haatdragend ook – recht heeft op begeleiding, zoals zelfs de meest gruwelijke seriemoordenaar recht heeft op een advocaat.

En zo blijkt de Ottomaanse herder in retrospectief op nog wel meer momenten in de geschiedenis een cruciale rol te hebben gespeeld. Zijns ondanks. Zo gaf hij in de negentiende eeuw de aanzet tot het uitvinden van de morsecode, redde hij vele mensen door het blaffen van zijn Ottomaanse blaf, en zorgde hij onlangs voor de ontmaskering van TBS7-televisiester Pieter K. de Groot.

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van Vincent Bijlo.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven