Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews














MATA HARI:

Mata Hari werd geboren in 1876 als Margaretha Geertruida Zelle in Leeuwarden, waar haar vader een hoedenwinkel had. Ze kreeg Franse, Duitse en Engelse privé-lessen en kwam na de scheiding van haar ouders in Leiden terecht. In 1895 trouwde ze de KNIL-kapitein Rudolph MacLeod, vestigde zich in Amsterdam en kreeg een zoon en dochter. Een paar jaar later vertrok het paar naar Nederlands-Indië, waar het zoontje overleed. Kort daarop brak de levensfase aan die haar wereldfaam zou bezorgen. Ze scheidde in 1906 van Rudolph en vestigde zich als de naaktdanseres Mata Hari (Maleis voor: Oog van de dag oftewel zon) in Parijs. Ze werd al snel beroemd tot ver buiten de lichtstad. Optredens in Wenen, Monaco, Madrid, zelfs de Scala in Milaan volgden. Minstens zo fameus was haar levenswandel; aangezien ze voor hogere militairen en leden van het corps diplomatique ook tussen de lakens veel entertainment had te bieden, was ze een veelbegeerde courtisane.

In 1917 werd ze in Frankrijk na een kort proces ter dood veroordeeld op beschuldiging van hoogverraad wegens spionage voor de Duitsers. Haar executie volgde snel. Het vonnis werd voltrokken door het vuurpeloton, waarna haar lichaam aan de wetenschap ter beschikking werd gesteld. Later werd het doodvonnis heftig bekritiseerd (ook uit Nederland kwamen protesten). Omdat de publiciteit over de vrouw en haar tragische einde ook na 1918 doorging heeft Mata Hari's naam over de hele wereld bekendheid gekregen. Het gerechtsdossier over de vermeende spionne wordt in 2017 openbaar gemaakt. Dan pas zou kunnen blijken of de Friezin daadwerkelijk voor de Duitsers gespioneerd heeft, of dat de Franse militaire overheid in haar, een buitenlandse courtisane, een goede zondebok zag voor het falen van het commando aan het front.

Bron: Wikipedia


"Dood is niets, leven trouwens ook niet. Sterven, slapen, overgaan in niets, wat maakt het uit? Alles is een illusie."

(Kort voor haar executie, 15 oktober 1917)


Foto van Mata Hari door Lucien Walery uit 1906.


 


 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


Ezzulia Interview:
Tomas Ross

Door: Jürgen Joosten


 

27 oktober 2007 | Onlangs verscheen bij uitgeverij Cargo het nieuwe boek van Willem Pieter Hogendoorn, voor de meeste lezers beter bekend als Tomas Ross: De tranen van Mata Hari.  Na zijn Voor koningin & vaderland-trilogie, is het opnieuw een boek waarin een wereldoorlog en een stevig stuk Nederlandse geschiedenis centraal staan.

 

 


"OVER TIEN JAAR WORDT PAS DUIDELIJK OF MATA HARI SCHULDIG WAS OF NIET"


Voordat we met het eigenlijke interview beginnen, staan we nog even stil bij het overlijden van Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje. In het boek King Kong is hij afgeschilderd als een rokkenjager. Zeg eens, Tomas, zijn we met hem onze laatste echte Nederlandse held kwijt?
“Hazelhoff Roelfzema was een over het paard getilde dappere man, die wel veel voor Nederland heeft betekend. Van enkele oude Haagse dames heb ik gehoord dat de meeste mensen hem niet konden luchten. Dat heb ik nooit kunnen bewijzen. Ik heb hem in elk geval niet als rokkenjager in mijn boeken neergezet. Ik geloof dat ik schreef dat hij met een paar dames de Engelse pub verliet. Ik heb er destijds nog een mail van hem over ontvangen uit Amerika. Erik Hazelhoff Roelfzema liet mij weten dat hij niets met mijn opmerking te maken wou hebben.”

 

Je schrijft factie: fictie gebaseerd op feiten. Met behulp van internet, maar ook door met mensen te spreken, vind je de feiten, de details die je zoekt. De uit Leeuwarden afkomstige Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari, werd op 15 oktober 1917 na een kort proces geëxecuteerd door de Fransen. De danseres zou tijdens de Eerste Wereldoorlog gespioneerd hebben voor de Duitsers. Al jaren wordt er gespeculeerd dat Mata Hari misschien een dubbelspionne was en zowel voor de Fransen als de Duitsers werkte. Mogen we haar beschouwen als een Nederlandse heldin?
“Door de jaren heen groeide Mata Hari uit tot een legende, en tot op de dag van vandaag blijft ze fascineren. Ze groeide op in Leeuwarden en na haar scheiding vestigde ze zich als danseres in Parijs. Afgaande op de archieven was het een nare, ijdele, opportunistische, overspelige vrouw en een loslippige tante, die ook nog haar dochtertje in de steek had gelaten. Echt sympathiek was ze dus niet, maar zo cru kon ik haar niet neerzetten in mijn boek, want je moet de lezer wel mee krijgen in het verhaal. Als je over een slecht persoon schrijft, haakt de lezer gauw af. Dus ik heb wat meer begrip voor haar situatie in het boek gelegd. In elk geval denk ik dat ze onschuldig was aan spionage. De Franse regering was op zoek naar een zondebok voor alle Franse slachtoffers in de loopgraven. Het was een schreeuw van de Fransen om onterechte wraak.”

 

Hoe ben je te werk bij het schrijven van het boek Mata Hari?
“Het waren de geheimzinnigheden rondom Mata Hari die mij deden besluiten dit boek te schrijven. Ik was erg geïntrigeerd door het feit dat de archieven over Mata Hari pas 100 jaar na haar dood open mogen. Dan denk je: wat is er aan de hand? Archieven horen gewoon geopend te zijn voor historisch onderzoek. Gelukkig waren de archieven van Scotland Yard wel toegankelijk. Hier heb ik dan ook veel informatie weggehaald. Tevens kun je vandaag de dag veel op internet vinden. Vroeger moest ik dat met mijn verzameling Encyclopedieën doen.

Mijn research duurde ruim negen maanden. Dan wil ik ook echt alles weten, het echte verhaal, maar ook de details zoals: men reisde per koets, rookte sigarettenpijpjes etcetera. Veel van die details haalde ik uit een stapel kranten uit de periode 1914-1918. Die kreeg ik te leen van een vriend. Voor je het weet lees je de kranten vanwege de leuke feitjes, koffie voor maar 3 cent en zo. Uiteindelijk ben ik met Mata Hari langer bezig geweest dan gewoonlijk en schreef ik 4 tot 5 bladzijden per dag. Je moet ervoor zorgen niet vast te raken in de plot.

Het gerucht gaat dat MI5 (de Engelse inlichtingendienst, red.) destijds Mata Hari met de grootste moeite liet gaan. Alle biografen schrijven over spionne H21, haar codenaam. Duitse archieven vermelden H21 slechts één jaar. Volgens het verhaal heeft Mata Hari in het voorjaar van 1916 contact met de Duitse  inlichtingendienst. Ze ontvangt als spionne H21 een voorschot 20.000 gulden. MI5 was totaal niet in haar geïnteresseerd en heeft de Fransen ingelicht dat ze op moesten passen voor deze mogelijk Duitse spionne. Georges Ladoux, chef van de Franse contraspionagedienst, legde deze waarschuwing terzijde en overhaalde haar te spioneren voor Frankrijk.

Over tien jaar, als de Franse archieven opengaan, wordt pas duidelijk of ze echt schuldig was of niet, en wat de beweegredenen waren voor de Fransen om haar te executeren. Na het bestuderen van de Engelse en Duitse archieven, beweer ik dat ze onschuldig. Op zich is dat niet eens zo'n opzienbarende conclusie, omdat de Franse rechtbank die haar veroordeelde direct na de executie suggereerde dat ze niet veel tegen haar hadden. Ze sliep met Duitse militairen en heeft hier en daar wel eens wat geld aangepakt, maar dat was het. Ze heeft niks gedaan.

Na mijn maandenlange research, ben ik zo’n drie, vier maanden aan het schrijven. Ik schrijf dan echt veel te veel. Mijn redactrice hoeft dan alleen maar te zeggen dat ik wel erg veel weet en dan weet ik weer genoeg: ik ben weer veel te beschrijvend geweest. Toen ik klaar was schrok ik mij kapot. 1200 bladzijden! Tja, dan wordt het schrappen, redigeren. Duitse pockets kunnen nooit zo dik worden. Mijn dikste boek is wel Omwille van de Troon, of eigenlijk De mannen van de maandagochtend, dat ik samen met Rinus Ferdinandusse schreef.”

 

Volgens mij is de omnibus van King het dikst. Het verscheen bij uitgeverij De Fontein.
“Ja dat ben ik met je eens, maar ik snap niet waarom ze niet alle vier de boeken hebben meegenomen. Dan was het boek namelijk helemaal compleet geweest. Maar ook weer dikker.”

 

Friesland richtte een museum over Mata Hari op.
“Ach, Friesland heeft niet zoveel, dus dan wordt al gauw een museum opgericht. Mata Hari was niet zo heel erg mooi, en je gaat je dan afvragen hoe ze het zover heeft kunnen brengen. Ze had een wat oosters uiterlijk en in die tijd was men in de  ban van alles wat uit het oosten kwam. Maar ik blijf bij haar onschuld, in de Duitse archieven komt de naam Mata Hari niet eens voor. Ze is gewoon door de Fransen misbruikt. In eerste instantie zou haar proces in 1917 ook een openbaar tribunaal zijn en mochten er vele journalisten aanwezig zijn, maar uiteindelijk ging dat niet door. Ze waren bang dat ze teveel uit de band zou klappen. Ze schijnt een gigantische lijst van geliefden te hebben, van artiesten, bankiers tot zelfs een premier. Vele honderden. Deze schandalen konden natuurlijk niet naar de pers en werden achter gesloten deuren afgehandeld. Mata Hari was helemaal verwaarloosd en zelfs ziek toen ze terecht stond. Door vermoeidheid en de ondervragingen van die tijd, zou zij toegegeven hebben H21 te zijn. Onder die dwang zou iedereen bezwijken.”

 

In je boek komen ook vele historische personages voor, zoals Prins Hendrik (van Mecklenburg – Schwerin) en François van ’t Sant, de laatste kennen we ook al van het boek King Kong.
“Mijn boeken bevatten zowel fictie als historische feiten. Een beetje om en om. Mijn held zal nooit het pad kruisen van een bestaand personage. Hoewel ik daar wel steeds makkelijker mee omga. Zo zag Daan Kist in het boek King Kong Prins Bernard staan. En wat ik vroeger nooit durfde, deed ik nu wel. Willem Bentinck, journalist en hoofdpersonage in de tranen van Mata Hari, ontmoet Mata Hari. Echter wel op de officiële locatie, daar waar zij toen was.

Om terug te komen op van ’t Sant, hij is een zeer intrigerende man, hoofd rivierpolitie en tevens werkzaam voor de Nederlandse militaire inlichtingendienst. Mijn vader had groot vertrouwen in Van 't Sant. Alleen ik vraag mij af hoe het toch mogelijk is dat zo iemand voor de Duitse, Nederlandse en Engelse inlichtingdienst kan werken. Die man moet meer geweten hebben, en chantage is van alle tijden. Het is toch vreemd dat de carrière van die man na de arrestatie van Mata Hari in Parijs, waar hij toevallig bij was, een ongekend hoge vlucht nam. Jammer genoeg is niets te bewijzen maar het is geen zuivere koffie. Om over Prins Hendrik maar te zwijgen, die heeft zoveel affaires gehad. In het boek komt hij wel voor, maar echt een ontmoeting met Mata Hari heb ik niet beschreven. Wel dat iemand die op hem lijkt voor Mata Hari zou zijn gevallen.”

 

Ben je niet bang voor eventuele consequenties voor alles wat je schrijft?
“Ik niet, mijn vrouw wel een beetje. Mijn vrouw is trouwens de eerste die alles leest en van commentaar voorziet. Ik lees haar voor wat ik geschreven heb en merk gelijk of de zinnen goed lopen. Wat ik schrijf is niet eens haar genre, maar ze let op vele andere dingen, zo van: net regende het nog en nu schijnt de zon en zo praat een vrouw niet. Maar op zich hoeft het van haar niet zo. Uitgever De bezige Bij vindt het daarentegen fantastisch. Het is toch heerlijk om te schrijven over de Nederlandse affaires. Volgens mij heb ik ze nu ook wel bijna allemaal behandeld. Misschien zou de IRT affaire nog wel iets geweest zijn, alhoewel dat al wel weer een tijdje geleden is.”

 

Zie je in Nederland concurrenten in jouw genre?
“Niet veel. Roel Janssen heeft wel een soort van politieke affaire beschreven, maar jammer genoeg heeft hij fictieve personages gebruikt. Het was veel beter geweest als hij ze hun eigen naam had gegeven. Verder heeft Joop van der Broek één van Nederlands beste boeken geschreven. Parels van Nadra. Joop is veel te vroeg gestorven. Hij heeft zich letterlijk dood gedronken, hij was zo teleurgesteld over de slechte verkoopcijfers van zijn laatste boek. Hij had veel beter verdiend.”

 

Vandaag de dag word jij ook wel de Nestor van de Nederlandse misdaadromans genoemd.
“Nee, dat ben ik niet, Rinus Ferdinandusse is ouder dus hij is de Nestor. Ik kan dat makkelijker zeggen zolang er een auteur is die ouder is. En vergeet Appie (Baantjer, red.) niet. Hoewel hij het ongelofelijk vindt wat ik doe. Hij zegt altijd: “Jouw boeken zijn zo dik, daar passen wel 4 boeken van mij in”.

 

Al een paar jaar staat het boek met de titel De Verlosser op het lijstje nog te verwachten boeken van Tomas Ross. Ligt het binnenkort in de boekhandel?
“Ik was bezig met een boek als de Da Vinci Code van Dan Brown, nog voordat deze in Nederland bekend was. Ik had het verhaal in mijn hoofd van een jezuïetarcheoloog die in een stuk barnsteen in de Dode Zee het zaad van Christus vond. Nou, dan volgt een speurtocht naar een nieuwe Maria en het kind van Christus. Het was eigenlijk bedoeld als een filmscenario. Toen ik het scenario af had, wilde niemand het verfilmen. Ik ben het scenario gaan herschrijven als een boek, dat ging mij erg makkelijk af en in no-time had ik honderd bladzijden. Op dat moment belde mijn uitgever Robbert Ammerlaan. Zij benoemden de redenen waarom ik over de oorlog moest gaan schrijven: het is zestig jaar na de Slag om Arnhem, het was mijn vader die voor de voorloper van de Binnenlandse Veiligheidsdienst werkte en in die hoedanigheid de landverrader King Kong verhoorde na de oorlog en verder was ik het die al eerder boeken schreef over prins Bernhard. Het was dus eigenlijk puur commercieel gedacht. Ik moest hét boek over Arnhem schrijven, ik moest het nog één keer goed vertellen. Ik ben begonnen met het onderzoek en stuitte op een heel vreemd incident in Den Haag tijdens de Duitse aanval in de meidagen van 1940. Ik dacht: dat is een spannende proloog voor de Slag om Arnhem. Maar dat liep uit op een apart boek. Daarna volgde als vanzelf een boek over de jaren ’41 en ’42 over het Englandspiel. De trilogie “
Voor koningin & vaderland” was geboren. Het boek De Verlosser is toen blijven liggen, er kwamen namelijk een hele hoos relithrillers, boeken a la Dan Brown’s Da Vinci Code, en ik besloot maar iets anders te gaan schrijven. Mata Hari was toen zo opgepakt. En nu ben ik al weer met een ander boek bezig. Een “What-if ...”. In Nederland nog niet zo bekend maar in Engeland zijn er al vele van geschreven. Stel je voor dat Volkert van der G. Pim Fortuyn gemist had zodat die niet overleden was. Theo van Gogh vertelde mij ooit dat Pim Fortuyn diezelfde avond van de 6e mei een afspraak had in Leeuwarden met oud-partijleider Hans Wiegel van de VVD. Wat zou daar besproken worden? Volgens mij genoeg voor een volgend boek, dat waarschijnlijk De 7e mei gaat heten.”

 


De Tranen van Mata Hari
Auteur: Tomas Ross
Uitgever: Cargo (Bezige Bij)
ISBN:
978 90 234 2333 1
Prijs: 19,90

Kijk ook op: www.tomasross.nl

 


Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor reacties op dit interview. Of voor een discussie over de boeken van Tomas Ross.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


 

 

 

Terug naar boven