Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews




























































 





















































































































 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia interview
Tais Teng

Door Okke de Jong | Ezzulia.nl
 


6 april 2010 | Tais Teng, pseudoniem voor Thijs van Ebbenhorst Tengbergen, is vooral bekend vanwege zijn lidmaatschap van het Griezelgenootschap, samen met schrijvers als Paul van Loon en Bies van Ede. Minder bekend is dat hij ook voor volwassenen schrijft. In 2009 kwam zijn eerste boek bij Mynx uit: Schaduwschepen. Naar aanleiding van het verschijnen van zijn 100e boek Een miljoen zeilen sprak Ezzulia met deze veteraan die het liefst een laserkanon zou willen bezitten om bergtoppen mee te beeldhouwen.
 


"Ik houd van videoclips"


Wat bezielt je om honderd boeken te schrijven?

Gewoon doorwerken. Maar het is ook een consequentie van het kleine taalgebied wat we hebben. Ondertussen kan ik er van leven, ook omdat ik illustrator ben en reclamewerk kan doen. Overigens zit mijn 101ste boek er aan te komen: Gestolen zielen. En ik ben bezig mijn boeken in het buitenland te slijten. Ik was blij dat Mynx belangstelling toonde voor Schaduwschepen, en nu dus voor Een miljoen zeilen. Een aangename verrassing was dat ik ook de tekeningen en de kaarten aan kon leveren. Behalve Verschijnsel zijn andere uitgeverijen daar niet bijster in geïnteresseerd.
 

Je beeldhouwt ook. Hoe verdeel je je tijd?

Zo nu en dan heb ik deadlines en dan heb ik werkdagen van achttien uur. Op andere dagen doe ik gewoon wat in me opkomt. Uiteindelijk kan ik alles wel gebruiken. Als ik op mijn computer zit te tekenen maak ik een woest zeelandschap of een ingewikkelde stad, die ik vervolgens in mijn verhalen kan gebruiken. En als ik een kort verhaal schrijf dan kan ik dat later gebruiken in een roman: dan heb ik alvast een scène geschreven en die wereld verkend.
 

Kan je je eerste boeken nog herinneren?

Het eerste boek dat ik schreef in 1981 was een verhalenbundel, Cepheïde. Daar had ik in eerste instantie veel te weinig verhalen voor. Toen moest ik in een paar maanden heel veel schrijven. Heb ik veel van geleerd. Daarna schreef ik mijn eerste kinderboek: Als de cactussen zachtjes fluiten. In 1982 schreef ik De heerser van Mordan. Ik was toen al lange tijd illustrator maar ik deed ook aan schrijfwedstrijden mee. Ik kon mijn bekroonde verhalen in Cepheïde kwijt.
 

Ik heb zitten rekenen. Volgens mij schrijf je gemiddeld 3,57 boeken per jaar.

Dat zou heel goed kunnen (lacht). Het hangt natuurlijk van de dikte van het boek af. Van boeken als Een miljoen zeilen kan ik er geen vier per jaar schrijven. De grijns van de djinn was het eerste lange boek dat ik me kan herinneren. Het liep een beetje uit de hand. Ik kwam er toen wel achter dat ik lange boeken kon schrijven met de juiste spanningsboog en ook dat ik meer personages tegelijk in de lucht kan houden. Als je naar mijn oudste boeken kijkt dan zie je dat ik twee personages aankan, nu kan ik er vijf tot zeven aan. Het leuke is om bijfiguren iets verder uit te bouwen.
 

Gaat jouw gemiddelde omlaag nu je met langere romans bezig bent?

Nou, die korte boekjes van twintigduizend woorden kan ik er tussendoor blijven doen. Dat gaat vrij snel.
 

Je hebt je eens nogal laatdunkend over de Gouden Griffel uitgelaten.

Ik heb ‘m nog steeds niet (lacht)! Dat autistische terugkijkwerk naar een jeugd zonder computers is totaal irrelevant voor kinderen van nu. Ik heb er iets tegen. Ik vind dat geen goede kinderboeken. De jury is natuurlijk wel literair gericht en dat vloekt met genre. Literaire boeken vind ik heel dicht in de buurt komen van psychiatrische rapporten. In zo’n boek wordt verteld over een niet al te intelligent figuur die zichzelf in de vernieling helpt terwijl dat totaal niet nodig is. Je moet niet dieper in de menselijke psyche graven zonder dat dat nodig is voor het verhaal. Ik schrijf liever over oplossingsgerichte mensen die ook iets durven en veel plezier hebben in het leven. Zelfs als er zombies achter hen aan zitten. Ik heb nog nooit een boek geschreven over iemand die depressief werd. Ik vind het wel terecht dat Guus Kuijer vaak gewonnen heeft, maar ik heb hem nooit ontmoet. Ook bij kinderboekenschrijvers zijn er bepaalde kringetjes en ik zit duidelijk in het kringetje van de schrijvers van genreboeken: fantasy, sciencefiction en griezelverhalen.
 

Het Griezelgenootschap…

Het Griezelgenootschap was natuurlijk aangezwengeld door de uitgever, maar iedereen die erin zat schreef sowieso al griezelverhalen. De harde kern bestond uit Paul van Loon, Bies van Ede, Eddy Bertin en ikzelf. We konden elkaar goed opzwepen. We kunnen inmiddels zonder al teveel moeite elk type genreboek schrijven, maakt niet zoveel uit of het een thriller is, een griezelverhaal of een historische roman. Op festivals kom ik Paul van Loon nog wel eens tegen: hij zit dan meestal achter zijn gitaar. Zelf vind ik het leuker om kinderen allemaal tegelijk te laten tekenen.
 

Vind je dat een verhaal voor zichzelf moet spreken, los van de schrijver?

Ja, heel sterk. Maar waar ik heel erg van geniet bij andere schrijvers is als ze schrijven hoe hun verhalen tot stand zijn gekomen. Dat is een leuke aanvulling, want je krijgt een ander inzicht hoe schrijven werkt. Biografische details zijn niet belangrijk, tenzij een schrijver heel interessante dingen doet. Ik denk trouwens dat die dertien ambachten vaak verzonnen zijn, maar dat geeft niet. Een lezer heeft recht op een verhaal, of het nou waar is of verzonnen. Ik zou mijn biografie altijd mooier maken dan de werkelijkheid. Ik verwerk wel altijd dingen die echt gebeurd zijn in mijn verhalen, want die hebben een hoog waarheidsgehalte. Als ik me heel erg stoor aan mensen dan probeer ik die emotie vast te houden zodat ik het later in een boek kan gebruiken.
 

Zonder conflict geen verhaal.

Nee, maar wat ik ook belangrijk vind is het leren van iets nieuws, terecht komen in een nieuwe situatie. Dat is de definitie van avontuur. De meest interessante situatie is als je wakker wordt in een vreemde stad. Je weet niet hoe je er gekomen bent. Je hebt geen geld bij je. En misschien weet je niet eens hoe je heet, maar dat is wat extreem. Als je een personage van buitenaf in een vreemde wereld zet dan kan je terecht van alles uitleggen, zonder dat het vervelend wordt. Je hebt dan een aanleiding om te vertellen waarom het verkeerd zou zijn om niet je laarzen uit te trekken als je een taveerne binnenstapt.

Volgens mij reis je veel.

Ik houd heel erg van steden en eilanden. Eilanden zijn overzichtelijk. Je kan hele vreemde volkeren op eilanden neerzetten. Er zijn veel meer eilanden dan continenten. Een archipelreeks kan eindeloos doorgaan. Leuk om te verkennen, maar ze hebben ook iets heel claustrofobisch. Op een eiland moet je je maximaal aanpassen. Je moet in een moordtempo de normen leren kennen omdat je niet zo snel weg kan komen. Op een eiland zit je vast, je kan niet de eerstvolgende postkoets nemen. We gaan van de zomer wat Griekse eilanden verkennen. Mijn vrouw vindt het leuk om dat voor te bereiden, ze weet waar alle tempels zijn.
 

Jij hebt ook iets met mythologie, las ik?

Ja, binnen het Griezelgenootschap was ik de vraagbaak voor alle goden en magische systemen, waar en wanneer dan ook. Ik gebruikte Eskimozombies in mijn verhalen en ik wist hoe een Romeinse geest zich gedroeg.
 

In Een miljoen zeilen bespeur ik sterke invloeden van Jack Vance.

Jack Vance zit in dezelfde traditie als Lord Dunsany. De heldere, bloemrijke schrijfstijl die aan het einde van de 19e eeuw thuishoort, de pre-Rafaelieten en Art Nouveau. Ik houd erg van dat bloemrijke en ik houd tegelijk erg van hard-boiled detective. Ik probeer beide door elkaar te gebruiken. De lengte van mijn alinea’s, de gebeurtenissen en mijn dialogen probeer ik naar de hard-boiled kant te trekken. Ik schiet in de Jack Vance-modus als mijn personage stil zit op een terrasje, maar ik ga aanzienlijk korter door met uitleggen dan Vance. Ik vind dat een landschaps- of een stadsbeeld niet langer dan een alinea mag zijn. Daarna moet er weer iets gebeuren. En ik zet aanzienlijk meer dialoog neer dan Vance. Hij was natuurlijk ook een typische reiziger en keek met veel plezier naar de realiteit. Hij transporteerde ook zaken uit de realiteit naar zijn eigen werelden. Qua ritme lijk ik meer op A.E. van Vogt. Ik bewonder zijn eerste zeven boeken, daarna is er iets vreselijks met hem gebeurd. Hij had van die spurts van ongeveer achthonderd woorden. Daarin moest een probleem worden geïntroduceerd, opgelost, een nieuw probleem geïntroduceerd én er moest een nieuw personage verschijnen. Zodra je te langzaam gaat in je verhaal is het goed om zo’n spurt aan te zetten. Het weerhoudt mij ervan eindeloos door te zeveren als mijn personages veel te lang achter een kroes bier zitten. Dan wordt de deur ingetrapt of komen er lieden via de schoorsteen naar beneden.
 

Je schrijft ook heel informatiedicht.

Ja, ik ben dan ook een liefhebber van de videoclip, want dat zijn samengedrukte microverhaaltjes waar ik enorm van kan genieten. Vaak zijn ze ook heel subtiel omdat je maar een fractie van een seconde de tijd hebt om iets te zien.
 

Kan je iets vertellen over Gestolen zielen?

Het wordt een samenwerkingsproject van Kramat en Verschijnsel. Lang geleden was ik met Paul Harland bezig een wereld te scheppen waarin Madame Blavatsky gelijk had. Een theosofische wereld waarin Atlantis heeft bestaan, Mu en Lemurië. We hebben Noord- en Zuid-Amerika onder de golven laten verdwijnen, alleen de bergtoppen steken nog boven de oceaan uit. Een alternatieve wereld met als draaipunt de grote oorlog tussen God en Satan, gevolgd door een wapenstilstand. Wetenschap en magie zijn beiden krachtig aanwezig. Er lopen allemaal veteranen rond uit die oorlog, zowel engelen als duivels die zich met mensen hebben vermengd. Iedereen weet absoluut zeker dat er leven na de dood is. Er zijn speciale telefoons die je kan gebruiken om met de overledenen te praten. De doden hebben hun eigen radio-uitzendingen. De basis van het verhaal is dat men zeker weet dat men een ziel heeft, maar dan wel op de Egyptische manier. De Egyptenaren geloofden dat hun ziel uit zeven stukken bestond. De hoofdpersoon verspeelt een stuk van zijn ziel tijdens een slemppartij met een dwerg. Het speelt voor een groot deel in Amsterdam, maar dan wel met een verlopen elf in een gescheurde spijkerbroek die op zijn harp Blowing in de wind zit te spelen op de Dam. Het verhaal begint in Noordwijk, waar Paul Harland vandaan kwam. Een ongelooflijk bekrompen vissersdorp vond hij dat. We hebben toen het korte verhaal Gelieve de draak niet te aaien geschreven en dat wordt nu het begin van het boek. Ik heb toen al een roman geschreven die in die wereld speelde, maar geen enkele uitgever wilde het hebben omdat het in geen enkele genre paste. Urban fantasy bestond toen nog amper. In augustus, tijdens Castlefest, wordt Gestolen zielen gepresenteerd.
 

En de wereld van Een miljoen zeilen, Gran Terre?

Daar komt een derde deel van. Ik heb al één hoofdpersoon, een meisje die zich in een poolvos kan veranderen. Gran Terre blijkt onderhouden te moeten worden en dat gebeurt niet meer, dus er beginnen dingen te verdwijnen: Frankrijk bijvoorbeeld. Voorbij de Ardennen begint een heel grote Middellandse Zee. De hoofdpersonen moeten erachter zien te komen hoe ze de rituelen van het onderhoud moeten uitvoeren. Veel van de personages uit Een miljoen zeilen keren terug. De werktitel is Gebroken hemels en het zou in maart 2011 uitkomen.
 

En De zee heeft 10.000 muilen?

Die roman verschijnt in onderdelen in Pure Fantasy Magazine. Aan het eind ga ik het herschrijven. Ik heb het feuilleton expres geschreven als duidelijk afgeronde verhalen, want ik begin er nu pas achter te komen waar het verhaal naar toe gaat.
 

Tenslotte: wie vind jij de beste Nederlandstalige fantasyschrijver van dit moment?

Paul Evanby vind ik erg goed. Hij schrijft over emoties waarvan ik niet eens wist dat die bestonden. Hij maakt ook beelden, hij is hetzelfde type schrijver als ik. Hij speelt het klaar om nog informatiedichter te schrijven dan ik. Als ik per ongeluk een bladzijde oversla en vervolgens niets meer van het verhaal snap, dan vind ik het een goed boek. Ik ben een heel snelle lezer, maar Paul wist me af te remmen. Misschien zou hij iets meer lucht moeten maken, iets meer alinea’s. Niet eenvoudiger, maar een minder grote stortvloed aan informatie. Maar dat werkt wel weer erg goed bij zijn korte verhalen, die ik briljant vind. En Felix Thijssen vind ik ongelooflijk goed. Op het gebied van kinderboeken vind ik Biets van Ede fantastisch.
 



Een miljoen zeilen
Auteur: Tais Teng
Serie: De Gran Terre Saga
Tweede deel
Uitgeverij De Boekerij
ISBN: 978 90 225 5349 7
Gebonden
Prijs: € 19,95
Verschenen: maart 2010

Zie ook de website: www.granterre.nl 
 

Negen jaar zijn verstreken sinds Marek in Prester Johnsland aankwam. Het zijn duistere tijden voor de Hanze: hun levende schepen zijn aan het sterven terwijl een invasievloot met een miljoen zeilen op hun kust afkoerst. Als de bloedspiegel Mareks zus vertelt dat haar ware geliefde een soldaat op het vlaggenschip is, maakt dat de zaak er niet eenvoudiger op.

Het zijn niet meer dan de eerste zetten in het wrede godenspel dat heer Hermelijn en Julia Veroccio met Marek en zijn familie spelen. Een spel dat zich uitstrekt van de schemerige oorlogszalen van Vrouwe Fourmi tot de spiegelglazen bankpaleizen van Utrecht.

Tais Teng (1952) begon in de jaren tachtig met het schrijven van boeken voor de jeugd. Zijn eersteling, Als de cactussen zachtjes fluisteren, verscheen in 1982. Inmiddels heeft Teng honderd boeken geschreven voor kinderen en volwassenen.

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Tais Teng.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven