Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews

















 





 




 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia Interview:
Steve Berry

Door Carien Touwen | Ezzulia.nl


8 juni 2008 | De Amerikaanse schrijver Steve Berry debuteerde in 2003 met zijn boek The Amber Room. Sindsdien verschenen er al vijf andere boeken van hem in Amerika, die vrijwel allemaal de bestsellerlijsten haalden. In Nederland is zojuist nummer vijf in vertaling verschenen: De Alexandrië Connectie. In deze spannende thriller, die barst van de interessante weetjes, wordt de zoon van hoofdpersoon Cotton Malone ontvoerd en moet Cotton onder dwang op zoek naar de legendarische bibliotheek van Alexandrië.

De boeken van Steve Berry liggen al in 43 landen in de winkels en zijn in 42 talen vertaald. Steve Berry stopte tijdens een korte reis door Europa ook een dag in Amsterdam, waar Carien Touwen hem interviewde.
 


"Ik ben geen grote fan van religie, omdat het als politiek instrument wordt gebruikt"


Je bent begonnen met schrijven in 1990. Is schrijven iets wat je altijd al had willen doen?

Ik had al tien jaar een stemmetje in mijn hoofd, dat bleef aandringen dat ik een boek moest schrijven, maar ik negeerde het altijd. Ik dacht dat ik gek was, maar toen ik er eenmaal naar luisterde en aan het schrijven was, realiseerde ik me dat ik dit altijd al had moeten doen. Alle schrijvers hebben zo’n stemmetje in hun hoofd.

Het duurde alleen nog heel lang voor ik doorbrak. Ik heb acht manuscripten geschreven en het duurde twaalf jaar voordat ik een manuscript verkocht aan een uitgever. Ik heb in totaal 85 afwijzingen gehad, voordat ik eindelijk een ja te horen kreeg.
 

Was het niet moeilijk om ondanks die afwijzingen toch door te blijven gaan?

Ja, dat is vreselijk moeilijk. Je schrijft een boek, je stuurt het op en het wordt afgewezen. Dan stop je het in een la en begin je weer van voren af aan. Dat is enorm frustrerend en ik ben Superman toch niet? Ik ben zeker drie keer gestopt met schrijven , maar elke keer was daar dat stemmetje weer, dat zei ‘Wat ben je aan het doen? Aan de slag.’ Dat is het enige wat me op de been heeft gehouden.

Ik moet mezelf wel een beetje krediet geven, ondanks al die afwijzingen ben ik toch blijven proberen. Ik had meer dan één miljoen woorden geschreven, voordat ik iets verkocht.  Maar het is gelukt!
Hoe heb je uiteindelijk een uitgever gevonden?

Ik heb De Amberzaal  in 2002 weer uit de lade getrokken en nogmaals goed doorgelopen. Mijn agent heeft het onder de neus van een uitgeverij gedrukt, die toen net op zoek was naar iets wat goed bij het genre van De Da Vinci Code paste. Ik was precies op de juiste tijd op de juiste plek.
 

Werden de andere manuscripten toen ook meteen aangenomen?

Nee, ik heb uiteindelijk drie van die acht manuscripten verkocht. De andere zijn allemaal wel voor een groot deel gebruikt in mijn boeken, maar in aangepaste vorm. In totaal is denk ik tachtig procent van de woorden die ik toen geschreven heb, nu gepubliceerd. Er ligt één manuscript in de lade dat nog niet gebruikt is, maar ik heb al een idee om dat te kanaliseren in een nieuw boek.
 

Hoe voelt het om zoveel succes te hebben na al die afwijzingen?

Ik ben er heel voorzichtig mee en leef met de dag. Ik werk gewoon zo goed en hard als ik kan.

 Het voelt wel heel erg bijzonder dat er over de hele wereld mensen zijn, die lekker op de bank in mijn boek zitten te lezen. Maar met elk boek opnieuw moet je weer presteren, elk boek moet zorgen dat lezers ook weer wat anders van mij willen lezen.
 

Je bent schrijver, maar je werkt ook nog als advocaat.

Dat klopt. Ik heb al bijna twintig jaar mijn eigen bureau, waarmee ik vooral echtscheidingszaken behandel. Maar het werken in de advocatuur is steeds minder geworden door de jaren heen. Ik denk dat ik ongeveer nog vijf procent van mijn tijd daaraan besteed en de rest aan schrijven. Het is mijn verwachting dat het naar honderd procent schrijven gaat. Ik had gemiddeld altijd 100 tot 150 cliënten, maar dat heb ik teruggebracht tot tien. Ik neem dat werk eigenlijk alleen nog aan om mijn secretaresse te betalen. Ze is al zolang bij me, dat ik niet meer zonder haar kan. Al die jaren dat ik schreef tussen het werk door, kwam ze om de vijf minuten binnen vallen. Ik ben daar zo aan gewend geraakt, dat ik niet meer kan schrijven zonder dat zij mij stoort.

Ik heb leren schrijven doordat zij altijd maar binnen viel. Ik wist dat als ik ooit als schrijver wilde doorbreken, dat ik het dan van zulke korte momenten moest hebben en dus moest leren schrijven in een drukke omgeving. Ik ben dus heel goed geworden in doorschrijven, ook al is er veel afleiding om mij heen.
 

Hoe ziet een normale werkdag er voor jou uit?

Ik sta rond half zes op en ben rond zeven uur op mijn werk. Ik schrijf dan tot de lunchpauze, die ik rond elf uur neem. Daarna schrijf ik van twaalf tot drie en dan ben ik klaar. Ik schrijf niet ononderbroken in die uren, ik loop veel heen en weer. ’s Avonds doe ik mijn huiswerk, dat is het non fictie leeswerk dat ik gebruik als research. De weekenden laat ik vrij, als het even kan schrijf ik dan niet. Ik wil ook andere dingen doen en mijn hoofd leegmaken.
 

Kun je overal schrijven?

Nee, ik werk het liefste op mijn kantoor. Dat is ongeveer zes mijlen van mijn huis. Ik heb wel geprobeerd om op andere plekken te schrijven, maar dat gaat gewoon niet. Als we onderweg zijn, vind ik het wel ideaal om te redigeren, dat gaat dan juist heel erg goed. Maar om nieuwe verhalen te schrijven moet ik gewoon mijn verzameling researchboeken en mijn speeltjes bij de hand hebben.
 

Nou maak je mij nieuwsgierig. Speeltjes?

Jazeker. Ik heb een toybox op mijn kantoor staan. Tijdens het schrijven moet ik regelmatig mijn hoofd even leegmaken. Dat doe ik met speeltjes, ik heb een hele doos vol. De belangrijkste voorwaarde waar mijn speeltjes aan moeten voldoen, is dat er geen batterijen in zitten. In Turkije kocht ik ooit een ding dat bestaat uit een stokje en een kip die er aan hangt. Ik kan er zo dertig minuten naar kijken hoe dat kipje naar beneden pikt. Ik heb ook van die kleine pinguïns waar onderin een gewichtje zit, waardoor je ze kunt omgooien en ze hele leuke bewegingen maken. Het gekste speeltje dat ik heb, is een net dat ik op mijn hoofd zet, waar ik dan balletjes in moet gooien. Maar ik ben zo goed geworden, dat ik mijn hoofd niet eens meer hoef te bewegen om de balletjes te vangen. En zo gek is het niet hoor, die speeltjes, alle schrijvers hebben iets dat ze gebruiken om hun hoofd leeg te maken. Dan Brown gaat bijvoorbeeld op zijn kop hangen. Mijn favoriete speeltje is een rolmaat. Het is heel rustgevend er een lang stuk uit te trekken en dan te luisteren naar het tikketik geluid dat de centimeter maakt als hij weer terug gaat. Dat doe ik dan een paar minuten en dan ga ik weer schrijven.
Als je aan een nieuw verhaal begint, weet je dan vanaf het begin al waar het naar toe gaat?

Nee, eigenlijk niet. Ik bedenk eerst iets wat ik de ‘ooh-factor’ noem, iets waarvan ik weet dat het heel interessant is, zoals het vinden van de verloren geachte bibliotheek van Alexandrië. Dan ga ik bedenken waarom dat dan boeiend is. Als ik dat heb gevonden, begin ik gewoon met schrijven. Ik verzin het verhaal terwijl ik bezig ben. Ik heb in mijn hoofd wel een algemeen idee van waar ik naar toe wil, maar dat is echt heel algemeen. Mijn verhaal komt ook nooit uit bij wat ik in het begin bedacht heb. Ik blijf mezelf steeds ongeveer vijftig bladzijden voor met een verhaallijn, schrijf dan die vijftig pagina’s en bedenk daarna de verhaallijn voor de volgende vijftig. Ondertussen lees ik ook wat ik geschreven heb terug en redigeer dat dan meteen.

Het enige wat ik echt separaat moet opschrijven zijn de namen van de karakters, want als je niet uitkijkt, krijgen ze allemaal namen die met dezelfde letter beginnen. Ik gebruik vaak namen van mensen die ik ken, mijn redacteur vindt het vreselijk dat ik dat doe, maar ik vind het leuk. Je moet er wel mee uitkijken, niet iedereen kan het waarderen, maar de meeste mensen willen het juist graag. Mijn schoonvader zijn naam wordt in dit boek gebruikt en het enige wat hij wilde weten over ‘zijn’ karakter was: ‘ben ik knap?’ Een kennis van mij wilde graag een heel slecht karakter zijn, dus zijn naam wordt daarvoor gebruikt in het boek dat volgend jaar uitkomt. Ik vind dat ideaal, ik gebruik graag doorsnee namen.
 

Je boeken zitten vol met bijzondere wetenswaardigheden. Hoe doe je het onderzoek hiervoor en hoe verwerk je zoveel informatie op een gemakkelijke manier?

Het meeste van mijn onderzoek doe ik in een tweedehandsboekenwinkel in Jacksonville, wat niet ver van ons huis is. Deze winkel heeft een enorme geschiedenisafdeling. Daarnaast doe ik natuurlijk veel onderzoek op reis, ik bezoek de meeste locaties die in mijn boeken voorkomen en verder bestel ik boeken online. Ik heb honderden boeken in mijn kast. Ik neus echt in die boeken, ik lees niet alles, maar zoek echt naar leuke kleine feitjes die ik kan gebruiken. Ik doe zeker zes tot acht maanden research voor ik begin met schrijven. En terwijl ik schrijf, gaat ook het onderzoek gewoon door. Tijdens het schrijven sta ik vaak op om iets op te zoeken. Vroeger had ik die boeken thuis staan en mijn vrouw werd helemaal gek van me. Dan vroeg ik haar telefonisch  om ‘een blauw boek met een vogeltje op de kaft’ te komen brengen, want de titel wist ik natuurlijk niet uit mijn hoofd. Nu staan de boeken allemaal op mijn kantoor en daar zijn we allebei erg blij mee.
 

Is reizen belangrijk voor het tot stand komen van een verhaal?

Jazeker, juist de sleutelelementen komen tot stand terwijl ik op reis ben. Voor De Alexandrië connectie ben ik naar Portugal en Berlijn geweest en voor De erfenis van de tempeliers naar Frankrijk. Voor al mijn boeken ben ik eigenlijk op reis geweest. Ik ben helaas niet op alle locaties uit De Alexandrië connectie geweest, ik had wel graag naar de Sinaï gewild, maar dat was niet echt mogelijk.
 

Je eerste drie boeken zijn opzichzelfstaande boeken, maar "De erfenis van de tempeliers" en "De Alexandrië connectie" gaan beide over hetzelfde karakter, Cotton Malone. Ook het boek dat volgend jaar in Nederland verschijnt, "The Venetian Betrayal", zal weer over hem gaan. Schrijf je liever over terugkerende karakters of over nieuwe karakters in op zichzelf staande boeken?

Het is allebei even interessant en even moeilijk. Het is misschien zelfs moeilijker om met terugkerende karakters te werken, omdat ieder boek ook boeiend moet zijn voor mensen die de vorige boeken niet gelezen hebben en daarnaast niet teveel in herhaling mag vallen voor mensen die de karakters al wel kennen. Om eerlijk te zijn is het echt een uitdaging om met dezelfde karakters te werken en wilde ik graag weten of ik het kon. Cotton zal zeker nog aanblijven tot 2011, mijn huidige uitgeverij verwacht zeker nog drie boeken van mij.
 

Het is voor de Nederlandse lezer dus wel handig dat we een boek achterlopen op Amerika. Ik weet nu al zeker dat Cotton Malone niet dood gaat, want er komt weer een nieuwe over hem aan.

Steve barst uit in een flinke lachbui. Zo had hij er nog niet over nagedacht.

Nou, ik zal mijn lezers flink verrassen in de komende boeken. Het wordt niet zoals met Dirk Pitt (red: uit de boeken van Clive Cussler), bij hem wist je dat hem nooit wat zou overkomen. Nee, Cotton zal niet zo onoverwinnelijk blijken, als hij lijkt. Ik wil de lezer in de toekomst graag een beetje choqueren.
 

Waar komt je inspiratie vandaan?

Steve’s vrouw, die naast hem zit, wijst in antwoord op mijn vraag met beide handen naar zichzelf, waarop wij beiden moeten lachen. ‘Oh boy,’ zegt Steve als hij doorheeft wat er gebeurt.

Mijn vrouw geeft me inderdaad  veel ideeën. Verder is het heel moeilijk om hier echt volledig antwoord op te geven, het is zo divers. Ik lees regelmatig new age tijdschriften, waarin ik veel vreemde ideeën tegenkom. Af en toe springt een idee mijn gedachten zomaar binnen, maar helaas wordt dat wel steeds minder. Gelukkig heb ik de plannen voor de boeken van 2009 en 2010 al rond. Hopelijk komt het idee voor 2011 gauw binnendrijven. Verder haal ik ook inspiratie uit dingen zoals het nieuws, Discovery Channel en History Channel. Het idee voor The amber room, kwam ook rechtstreeks uit een programma op een van deze zenders.
 

Je verhalen geven interessante visies op de geschiedenis weer. Zo breng je in "De erfenis van de tempeliers" het bestaan van andere evangeliën ter sprake en vinden je karakters bewijzen dat de kerk deze vroeger moedwillig vernietigde. Is dit een weergave van hoe jij hierover denkt?

In mijn boeken vertel ik gewoon een interessant verhaal en ik probeer ook altijd twee kanten daarvan te laten zien. Ik probeer echt geen politieke visie over te brengen, ik wil met mijn werk graag entertainen. Mijn eigen ideeën zijn helemaal niet belangrijk hierbij, als ik mijn visie op de wereld wil overbrengen, schrijf ik wel een essay. Mijn verhalen zijn puur bedoeld om lezers te vermaken. Ik probeer gewoon een intrigerend idee te vinden en geef daar dan beide kanten van weer. De lezers mogen zelf uitmaken aan welke kant ze staan.
 

In "De Alexandrië connectie" heb je het over andere interpretaties en vertalingen van het oude testament. Is de Bijbel een belangrijk onderwerp voor jou? Wat is jouw visie op religie en is er iets waar jij in gelooft?

Ik vind het erg leuk en interessant om dit te onderzoeken in mijn boeken. De Bijbel is een fascinerend document, waarbij we heel weinig weten over zijn oorsprong. De oudste Bijbel op deze aardbol is van de tiende eeuw. We hebben geen Bijbels die ouder zijn, dus we hebben geen idee wat er in Bijbels van voor die tijd stond. Wat we nu hebben is een vertaling van een vertaling van een vertaling. Ik vind het heel boeiend om uit te zoeken wat we aan kennis zijn kwijt geraakt door al die vertaalslagen. Daarom heb ik dit ook als onderwerp aan bod laten komen in dit boek, het fascineert me.

Voor mijzelf is er een verschil tussen geloof en religie. Geloof is iets wat privé is en wat diep van binnen zit. Religie is iets wat door de mens gecreëerd is. Ik ben geen grote fan van religie, omdat het als politiek instrument wordt gebruikt en de mens de regels zelf heeft opgesteld.
 

Kun je jouw schrijfstijl in één woord beschrijven?

Entertaining. (Vermakelijk)
 

Wat doe je met kritiek op je schrijfwerk?

Ik luister ernaar en gebruik het. Ik wil wel graag weten waarom iemand mijn werk niet goed vindt en hoop er dan iets van te leren. Het commentaar moet eerlijk zijn en mensen moeten wel echt mijn boek hebben gelezen. De meerderheid van de recensenten in Amerika lezen de boeken helemaal niet, daar erger ik me enorm aan. Ik heb vroeger in een schrijfgroep geschreven, waar ik heel veel geleerd heb. Nog steeds hoor ik, terwijl ik schrijf, in mijn hoofd een waarschuwend stemmetje als ik iets niet goed doe. Ik heb dus nog steeds wat aan de kritiek die ik in die jaren gehad heb.
  

                       
Foto: Carien Touwen


Lees jezelf ook veel en wat zijn je favorieten?

Ik lees vooral veel non fictie. Het is mij ooit verteld dat wanneer je zelf gaat schrijven, je niet meer in staat bent om fictie te lezen. Ik vond dat echt een belachelijk idee, maar het blijkt voor mij toch echt waar te zijn. Ten eerste heb ik nauwelijks tijd om te lezen. Ten tweede begin ik meteen een boek te analyseren en lees ik het niet meer voor mijn plezier. Er zijn wel wat schrijvers die ik nog graag lees, zoals James Rollins en Clive Cussler. Mijn favoriete schrijvers zijn James Michener en David Morel, vooral van de laatste heb ik heel veel geleerd.

Daarnaast lees ik ook nog boeken voor de blurbs die ik schrijf, dat zijn kleine quotes die ik geef voor op de achterkant van andermans boeken. Daar doe ik er ongeveer 25 van per jaar en die boeken wil ik ook echt lezen.
 

Kunnen we nog meer vertalingen van je boeken verwachten in het Nederlands?

Ik hoop het wel. Mijn Nederlandse uitgeverij De Fontein heeft in elk geval mijn volgende boek The Venetian Betrayal aangekocht en ik hoop dat ze het boek daarna ook weer aantrekkelijk genoeg vinden. Het interessante is dat mijn Nederlandse uitgever de eerste buitenlandse uitgever was die een van mijn boeken aankocht. Er zijn nu meer dan honderdvijftig verschillende edities van mijn boeken, wat echt geweldig is. En dat is allemaal hier begonnen.
 

Wat kunnen we van je verwachten in de toekomst?

Ik hoop vooral veel te kunnen schrijven. Dat is het moeilijke van schrijver zijn, elke twee jaar staat je leven opnieuw in de waagschaal. Elke twee jaar kan mijn contract niet vernieuwd worden. Of je mag terugkomen, hangt af van het moment, er is geen enkele garantie. Maar zoals het nu gaat ben ik heel tevreden en ik hoop dat ik dit nog heel lang kan blijven doen.

 


Bibliografie van Steve Berry:

2004: De Amberzaal
2005: De Romanov voorspelling
2006: Het derde geheim
2007: De erfenis van de Tempeliers
2008: De Alexandrië connectie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Alexandrië Connectie
Auteur: Steve Berry
Oorspronkelijke titel:
Uitgeverij Fontein
ISBN: 978 90
Paperback
Prijs:

De bibliotheek van Alexandrië was ongeëvenaard en bezat de belangrijkste manuscripten van haar tijd. Toen zij 1500 jaar geleden afbrandde verdwenen al haar schatten van de aardbodem. Maar sommigen geloven dat er nog documenten gespaard zijn gebleven die de huidige drie monotheïstische godsdiensten op hun fundamenten zouden doen schudden. Een groep multimiljonairs verzameld in de Orde van het Gulden Vlies, is bereid heel ver te gaan om in het bezit te komen van deze geheime documenten.

Cotton Malones bestaan wordt ruw verstoord als hij een e-mail ontvangt waarin staat: ‘Jij hebt iets wat ik wil hebben. Je hebt 72 uur de tijd om het te vinden. Zo niet, dan zal je zoon sterven. ‘ Wanneer zijn winkel tot de grond toe afbrandt, weet Malone dat zijn geheimzinnige tegenstander tot alles in staat is om te krijgen wat hij wil: de sleutel tot de verloren bibliotheek van Alexandrië. Malone staat voor een duivels dilemma.
 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van Steve Berry.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


 

 

 

 

Terug naar boven