Ezzulia Interview:
Stan Lauryssens
Door Jürgen Joosten | Ezzulia.nl
4 mei 2008 | In Nederland is de Vlaamse misdaadauteur Stan Lauryssens niet zo bekend, maar daar gaat snel verandering in komen. Lauryssens schreef een autobiografie van zijn ontmoeting met Salvador Dalí. De verfilming hiervan zal binnenkort ook in Nederland in de bioscoop te zien zijn.
Het verhaal?
Stan Lauryssens verkoopt valse schilderijen van Salvador Dalí onder het motto dat kunst waard is wat de gek ervoor geeft. Hij vliegt in de gevangenis. Zodra hij uit voorarrest komt, vlucht hij hals over kop naar een vriendin in Spanje en koopt - met emmertjes zwart geld van zijn Vlaamse en Nederlandse klanten - een villa op de kale berg boven Cadaqués. Zijn enige buurman woont aan de voet van de berg. Met een fles roze champagne daalt Stan Lauryssens langs het pad naar de Middellandse Zee. Op het strand speelt een kamerorkest en op het water drijven witte zwanen met brandende kaarsen op hun rug. Een Spaanse dienstmeid opent de deur. Aan het eind van de gang zit een oude man in een rolstoel. Hij draagt een lang wit kleed en heeft een grijze snor. Zijn rechterarm beeft van schouder tot pols en speeksel druipt van zijn kin. Stan Lauryssens staat oog in oog met Salvador Dalí.
Na zeven jaar hield Lauryssens het in
Spanje voor bekeken. Hij zette zijn onwaarschijnlijke avonturen als buurman van
Dalí op papier in een spannend scenario vol snelle dialogen met hartkloppingen
op iedere bladzijde, net zoals in zijn bloedstollende thrillers.
"Salvador Dalí is de grootste oplichter en fraudeur"
Wie is Stan Lauryssens?
Ik ben vooral een ex-journalist
die zwichtte voor de lokroep van het geld. Nadat
ik wegens de verkoop van valse Dalí’s in de gevangenis belandde - oplichting
dus, en fraude - vluchtte ik uit het grauwe Noorden naar Spanje waar zelfs ’s
nachts de zon schijnt. Hoewel politie en Interpol mij op de hielen zaten, ging
van de ene dag op de andere een nieuwe wereld voor mij open. Ik kocht een villa
in Spaanse stijl op de top van de kale berg - de Montaña Negra - tussen Rosas en
Cadaqués, twee uur met de auto van Barcelona, en werd zo per toeval de enige
buurman van Salvador Dalí.
Met een fles roze champagne
daalden Ana en ik (Ana was mijn Spaanse vriendin) langs het pad naar de
Middellandse Zee. Een Spaanse dienstmeid opende de deur. Aan het eind van de
gang zat een oude man in een rolstoel. Ik stond oog in oog met Salvador Dalí.
De kunstenaar leed aan de ziekte van
Parkinson. Hij kwijlde en zijn rechterhand - zijn schildershand! - trilde
voortdurend. Dalí zette geen voet meer in zijn atelier. Toch produceerde het
“geheime” atelier iedere dag nieuwe schilderijen van Dalí. Zij werden door
“assistenten” en losse medewerkers “geschilderd” of beter gezegd, bijeen geknipt
en geplakt tot een surrealistische compositie. Dat is het verhaal van Dalí &
I: het ware verhaal.
U bent vooral
bekend van uw misdaadromans, vanwaar deze (auto)biografie?
Wanneer ik voorgoed mijn ogen sluit, zal ik
zeggen: Ik heb geleefd, maar ook: ik heb mensen bestolen, bedrogen en om de tuin
geleid. Ik heb luchtkastelen voorgespiegeld en beloofde de hemel op aarde om er
zelf financieel beter van te worden. Ben ik daar trots op? Nee, uiteraard niet.
Ik wentel mij in schaamte en berouw. Maar wat gebeurd is, is gebeurd, en wat
voorbij is, is voorbij. Vandaag ben ik een gelouterd mens. Kleurrijk misschien,
gelouterd in ieder geval. Misschien is Hollywood daarom zo geïnteresseerd in
mijn levensverhaal. Dit boek schrijven was mijn loutering, mijn boetedoening:
nooit eerder moest ik, al schrijvend, dieper in mijzelf graven.
Het boek is een klein beetje een biografie van uzelf, was het moeilijk alles op te schrijven?
Héél moeilijk en tegelijk
ongelooflijk makkelijk, dat wil zeggen: het was pijnlijk om de herinneringen
naar boven te halen, maar het schrijven zelf was een feest: zes weken schrijven,
in één geut, in een roes, en het boek was klaar. Je moet weten: ik slaap naakt.
Als ik ’s ochtends opsta, trek ik mijn pyjama aan om aan het werk te gaan.
Terwijl ik dit boek schreef, droeg ik ook oude werklaarzen aan mijn blote
voeten, om door de modder van mijn eigen leven te ploeteren en opdat ik niet zou
vergeten dat schrijven in de eerste plaats héél hard wérken is.
U vertelt dat u veel gelogen heeft, vooral tijdens uw “Reporter in Amerika periode”, verwacht u dat de lezer u nu wel gelooft?
Ik heb het vaak gezegd: mensen
willen bedrogen worden. Wil de lezer bedrogen worden? Ieder verhaal is bedrog.
In mijn boek ben ik eerst een
oplichter, daarna een sympathieke schurk en tenslotte iemand die spijt en berouw
heeft. Waarom zou de lezer dat niet geloven?
Kunt u in een paar zinnen zeggen waar het boek over gaat?
Dalí & I: het ware verhaal
is het verhaal van de bedrieger bedrogen: terwijl ik in de gevangenis
belandde voor oplichting en fraude, was Salvador Dalí zelf de grootste oplichter
en fraudeur van allemaal.
Bent u niet bang voor represailles van gedupeerden?
Daar heb ik geen moment stil bij
gestaan. Natuurlijk geef ik mezelf bloot.
Mijn boek is geen fantasie of verbeelding.
Alle personages bestaan echt. Ik noem er een paar: Salvador Dalí zelf, zijn
privé-secretaris die tegelijk zijn capitán del dinero was (baas over het
geld dat binnenrolde), Amanda Lear, Ultra Violet die de muze was van Dalí én
Andy Warhol, David Bowie, de “assistenten” in het “geheime” atelier… en ook de
kunstkopers die ik heb opgelicht en bedrogen. Moet ik bang zijn? Over mijn
schouder kijken? Ik zou niet weten waarom. Wie zoals ik in de gevangenis zat en
in één cel sliep met moordenaars kent geen angst meer.
Boeken over kunst en kunstvervalsingen zijn erg in, kijk naar bijvoorbeeld meestervervalser Geert Jan Janssen en kunstsmokkelaar Michiel van Rijn. Was dit een drijfveer om uw eigen verhaal te vertellen?
Na mijn eerste jaren als buurman van Dalí
werd ik opgepakt door Interpol en belandde in een Spaanse gevangenis. Terug uit
de gevangenis was ik bang en sloop als een dief in de nacht over straat. Ik
durfde eerst niet opschrijven wat in mij leefde. Toen ik toch begon te
schrijven, voelde het schrijven als een bevrijding. Hollywood kocht de
filmrechten van mijn levensverhaal. Pas toen ik mijn leven op papier herlas,
ontdaan van alle bijkomstigheden, begreep ik dat ik een hoofdrol speelde in een
ongelooflijk spannend verhaal over kunst en geld en de waarde van kunst, met de
Costa Brava en de Middellandse Zee als achtergrond. Nee, ik schreef mijn boek
niet omdat het onderwerp in de belangstelling staat, maar om de ballast van mijn
leven van mij af te gooien… en om een internationale bestseller te schrijven
natuurlijk. Soms moet een mens een beetje geluk hebben in ’t leven. Ik mailde
m’n verhaal naar mijn literaire agent. Op datzelfde ogenblik meldden Variety
en The Hollywood Reporter dat Al Pacino was gecast voor de rol van
Salvador Dalí. Onmiddellijk kochten Rusland, Servië en Polen de buitenlandse
vertaalrechten, daarna volgden Brazilië, China, Japan, de Verenigde Staten,
Australië, Frankijk, Duitsland, Spanje natuurlijk… In het Nederlands blijft
Dalí & I de titel van m’n boek omdat het ook de titel is van de film en
filmtitels worden zelden vertaald. The Godfather blijft The Godfather,
toch?
Hoe hebt u uw
periode in de Spaanse gevangenis ervaren?
De beste maanden van mijn leven.
Dat ik opnieuw schrijver werd, dank ik aan de gevangenis.
Eerst schreef ik, daarna verkocht ik valse
Dalí’s, dan zat ik in de gevangenis, daarna woonde ik als een soort Robinson
Crusoe op mijn kale berg naast Dalí en daarna zat ik wéér in de gevangenis - eerst
in Girona, daarna in de beruchte La Modelo-gevangenis in hartje Barcelona en
tenslotte in de penitentiaire instelling van Madrid Valdemoro waar iedereen
belandt die op last van Interpol wordt opgepakt in Spanje. Mijn Spaanse zoon
vroeg in het Spaans: “Papa, schrijf eens een boek over policías en
secretos en sus aventuras en la carcél - je avonturen in de
gevangenis - en El Loco. Een spannend boek dat mijn vrienden en ik met plezier
zullen lezen.” El Loco, dat was Dalí. Van het een kwam het ander en ik werd
opnieuw schrijver, om mijn zoon te plezieren. Zonder mijn zoon en zonder de
gevangenis zou ik geen internationale bestseller hebben geschreven.
Vele mensen aanbidden de kunst van Dalí, valt door uw boek de droom van deze mensen niet in duigen?
Dromen zijn bedrog.
Zet u Dalí en zijn muze Gala Diakonoff in een zwart daglicht?
Ik ben een begenadigd man, ik heb Dalí
persoonlijk gekend. Zoals ik in mijn boek schrijf: “Zijn beroemde snor was grijs
geworden, wit bijna, en hing vormeloos naar beneden. Hij werd kaal. Het weinige
haar op zijn hoofd was grijs en vuil en slordig en hing met verwarde pieken op
zijn schouders. Zijn buik was gezwollen, alsof hij zwanger was. Een grote, weke
linkerhand lag levenloos op zijn gezwollen buik en zijn rechterarm beefde van de
schouder tot de pols. Hij keek strak voor zich uit. Zijn onderlip hing slap naar
beneden en zijn grote schelvisogen, die vroeger uit hun kassen puilden, waren
mat en melkachtig zoals rijm op glas.” Het was nochtans onmogelijk om Salvador
Dalí “goed” te kennen. De enige mens op aarde die Dalí echt kende, was Dalí zelf
en hijzelf heeft er alles aan gedaan om zichzelf “slecht” en “in een zwart
daglicht” voor te stellen want hoe “slechter” hij was, in de ogen van de mensen,
hoe meer kunst hij verkocht en hoe rijker hij werd.
Uw verhaal over Dalí is anders dan de meeste andere biografieën, waarom moet men dit boek gaan lezen?
Omdat het een erg goed boek is,
spannend, puur en sec, zonder
franje, in de stijl van mijn thrillers, met korte, vinnige dialogen en een
cliffhanger op iedere pagina. "Een prachtig boek, humor, zelfspot, heerlijk om
te lezen en nooit meer te vergeten. Terecht een wereldhit," schrijft Gijs
Korevaar in zijn recensie.
Hebt u zelf ook een Dalí in huis hangen? Of een replica?
Ze gingen
allemaal door mijn handen, echte echte Dalí’s, echte valse Dalí’s
en valse valse Dalí’s maar de enige Dalí die ik overhield aan mijn
avontuur, is een valse valse Dalí die ik destijds samen met andere
“assistenten” van Dalí in het geheime atelier ineen heb geknutseld.
Er is wereldwijd veel interesse voor uw boek, vele vertalingen, was dat een grote verrassing?
Niet echt, nee. Mijn boek verschijnt dit jaar in dertig talen, plus als audioboek voor CD en mp3-speler in de Verenigde Staten. Naast de gewone, gebonden editie. Ongetwijfeld heb ik veel te danken aan de komende verfilming. Hoewel: dat Dalí & I: het ware verhaal een bestseller werd in twee landen waar de vertaling inmiddels is verschenen, Servië en Turkije, heeft niets te maken met de film en alles met de kracht van het verhaal, want de film, dat is pas iets voor volgend jaar. Misschien zit Dalí op dit ogenblik in een Spaanse hemel op een troon en wijst hij met zijn vinger naar mij en zegt tegen de engelen om hem heen: “Die man was mijn buurman in Spanje. Laten we hem gelukkig maken!”
Het boek Dalí
& I zal worden verfilmd, wie gaat uw rol spelen en wat vindt u daarvan?
In de film wordt “Stan Lauryssens” vertolkt
door Cillian Murphy, een jonge Ierse filmacteur die o.a. met Nicole Kidman,
Scarlett Johansson en Katie Holmes speelde en heel ‘scary’ was in Batman
Begins. Hij vertolkt de hoofdrol in The Wind That Shook The Barley,
een film die in 2006 werd bekroond met de Gouden Palm op het filmfestival van
Cannes. Lijken wij op elkaar? Ik ben er nu 62; laat ons zeggen dat Cillian
Murphy lijkt op mij toen ik een jaar of 30 was. Wat voor type zal hij
neerzetten? In mijn boek ben ik gewoon mijzelf, met mijn goede en slechte
kanten. Op het witte doek is “Stan Lauryssens” - Cillian Murphy houdt mijn naam in
de film - aan coke en drank en sigaretten verslaafd en loopt hij als een gek
achter de wijven. Eerlijk: herken je mij daarin? Ook dat is Hollywood.
Kunnen we binnenkort wederom een misdaadroman verwachten?
Mag het een geheimpje blijven? Of toch niet? Ik zal een tipje lichten van de sluier: ik werk aan een thriller die begint op het hoofdkwartier van Europol in Den Haag en eindigt in de streek van Ampurdán, in noordoost Spanje, tussen Barcelona en Figueres. M’n nieuwe thriller is gebaseerd op een waargebeurd verhaal: enkele jaren geleden werden hier in deze streek vier meisjes gruwelijk vermoord en verminkt. De politie bracht een schilderij van Salvador Dalí uit 1934 getiteld Het spook van de seksuele bekoring, dat een versneden vrouw voorstelt, in verband met de moord op de jonge vrouwen. Ik heb éénvierde van het boek geschreven en een titel heb ik ook, in het Engels: The Dalí Killings.
Selectieve bibliografie Stan Lauryssens:
1998: Dalí en ik
2003: Zwarte sneeuw
2003: Dode lijken
2004: Rode rozen
2005: Doder dan dood
2005: Bloter dan bloot
2006: Geen tijd voor tranen
2008: Dalí & I (filmeditie)
Dalí & I
Auteur: Stan Lauryssens
Uitgeverij Manteau
ISBN 978 90 223 2217 8
Paperback
Prijs: 19,95

Stan Lauryssens verkoopt
valse schilderijen van Salvador Dalí onder het motto dat kunst waard is
wat de gek ervoor geeft. Hij vliegt de gevangenis in. Zodra hij uit
voorarrest komt, vlucht hij halsoverkop naar een vriendin in Spanje en
koopt een villa op de kale berg boven Cadaqués. Zijn enige buurman woont
aan de voet van de berg. Met een fles roze champagne daalt Stan
Lauryssens het pad af naar de Middellandse Zee.
Een Spaanse dienstmeid opent de deur.
Aan het eind van de gang zit een oude man in een rolstoel.
Stan Lauryssens staat oog in oog met Salvador Dalí.
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Stan Lauryssens.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.




