Ezzulia Interview
Robyn Young
Vertaling: Chrisje Van Hoecke
1 juni 2009 | Robyn Young (1975, Oxford) debuteerde drie jaar geleden met het eerste deel van haar spraakmakende trilogie over de Tempeliers. Inmiddels is ook het tweede deel in een Nederlandse vertaling verschenen, Kruistocht van de Tempeliers, waarna half november het derde en afsluitende deel kan worden verwacht.
Op de website van Robyn Young stond
een leuk interview met de Britse auteur, welke Chrisje Van Hoecke voor ons heeft
vertaald.
"Om te schrijven heb ik absolute stilte nodig"

Waar haalde je de inspiratie voor deze trilogie?
In 1999 zat ik met een paar vrienden in een
pub en zij waren aan het discussiëren over de Tempeliers. Ik luisterde
aandachtig en werd helemaal ingenomen door deze middeleeuwse strijdende
monniken. Een paar maand later kon ik de hand leggen op Het proces van de
Tempeliers, van historicus Malcolm Barber, waarin de dramatische
ondergang van de beroemde Orde wordt gedocumenteerd. Het proces, ineengezet door
de Franse koning Filip IV, leidde tenslotte tot de opheffing van deze 200-jarige
kloosterorde, die één van de machtigste en invloedrijkste organisaties was van
dat ogenblik. Honderden mannen in heel Europa werden gevangen gezet, gemarteld
en geëxecuteerd, een schokkend verhaal. Toen wist ik zeker dat ik hun verhaal
wou schrijven.
Hoelang heb je er over gedaan om de boeken te schrijven?
Van idee tot schrijfproces heeft Ridder
van de Tempeliers me zeven jaar gekost. Ik moest een massa research doen
voor ik echt kon beginnen schrijven. Oorspronkelijk had ik alles in de
ik-persoon geschreven, met Will als een oude man die terugblikt op zijn leven.
Maar toen mijn huidige agent het manuscript las, was hij wel gewonnen voor het
idee, maar niet voor het perspectief dat ik gekozen had. Ik volgde zijn raad op
en herschreef alles in de derde persoon. Vanaf toen begon het boek, dat algauw
uitgroeide tot een trilogie, vaste vorm aan te nemen. Twee jaar na ons eerste
contact ging ik definitief scheep met mijn agent maar we deden er nog eens twee
jaar over om een uitgever te vinden. Tegen dat ik aan het schrijven van
Kruistocht van de Tempeliers en Requiem voor de Tempeliers begon, had
ik jaren van research en schrijven achter de rug. Er kwamen toen ook deadlines:
voor elk boek kreeg ik negen maanden.
Heb je geschiedenis gestudeerd?
Niet meer sinds ik van school kwam. En toen
waren het vooral Victoriaanse architectuur en Vietnam en ik had met geen van
beide enige voeling. De omvang van wat ik me had voorgenomen, drong pas tot me
door nadat ik mijn eerste boek over de kruisvaarten uit had. Het was het eerste
van wat gauw honderd werken zouden worden, naast een steeds groeiende stapel
nota’s, kaarten en schetsen van belegeringsuitrusting. Ik ben verzot op al die
kleine details die je tegenkomt terwijl je eigenlijk naar iets totaal anders op
zoek bent. Ik herinner me dat ik eens zat te zoeken naar een grondplan van de
Tower of London en dat ik ineens een passage vond over het feit dat Henry III
een babyolifant had als huisdier. Op één of andere manier moest ik dat er in
krijgen. Aan het eind van de rit krijgen de lezers maar een fragment te zien van
al wat ik aan research bij elkaar gesprokkeld heb.
Hoeveel realiteit vinden we terug in het boek?
Alle drie de boeken zijn een mengeling van
realiteit en fictie. De veldslagen, plaatsen, historische details en de
achtergronden van de historische personages zijn in hoofdzaak werkelijkheid, met
hier en daar een scheut dichterlijke vrijheid, waar nodig. Requiem voor de
Tempeliers is volgens mij het meest getrouw aan de geschiedenis. Naast de
fictieve personages spelen vooral William Wallace (de Schotse rebellenleider),
Jacques de Molay (de laatste Grootmeester van de Orde der Tempeliers) en de
Engelse, respectievelijk Franse koningen Edward I (de “Onderdrukker van de
Schotten”) en Philippe IV (bijgenaamd “de Schone”) een vooraanstaande rol. Het
boek is omheen gebeurtenissen van die tijd geweven: het begin van de
Schots-Engelse oorlogen, de aanval van de Franse koning op de paus en de
gevangenneming, het proces en de ondergang van de Tempeliers vormen de basis van
het verhaal.
Waar ga je zitten om te schrijven?
In mijn bureel, pal voor de computer, omgeven
door wankele stapels boeken. Ik ben vaak jaloers op collega’s die in een
rumoerig café kunnen gaan zitten om te schrijven, maar helaas heb ik absolute
stilte nodig.
Waar komt je inspiratie vandaan?
Vooral uit de geschiedenis. In die periode
zijn zoveel ongelooflijk boeiende dingen gebeurd, dat ik nooit ver moet zoeken
naar iets wat zó weer tot leven komt of een verhaal weer vaart geeft. Toen ik
aan de trilogie begon wist ik al bij voorbaat dat er een aantal historische
feiten waren die ik in mijn boeken wou verwerken. Ik schikte mijn eigen plot en
personages er omheen, wat – naar zou blijken - soms erg moeilijk is. Maar de
inspiratie voor welbepaalde scènes kan om het even waar vandaan komen en meestal
gebeurt dat op het moment dat ik geen pen bij de hand heb.
Hoe ontwikkelen jouw personages zich?
De historische figuren komen vooral uit
naslagwerken. Maar ik moet hen wel tot leven wekken en hen een persoonlijkheid
aanmeten. Hiervoor kan ik gedeeltelijk op research terugvallen. De fictieve
personages haal ik van overal. Soms is dat zwoegen, soms komen ze vanzelf tot
stand. Everard kwam uit het niets aanzetten, liet zich op de pagina neervallen
en zei: hier ben ik, zo klinkt mijn stem en als het je niet aanstaat heb je
gewoon brute pech. Garin was een pijnlijke bevalling. Ik heb me in de
onmogelijkste bochten moeten wringen om hem te maken tot wie hij was. Ik heb
talloze karakterlijnen uitgeschreven en achtergronden geschetst voor ik hem op
de been had. Will is fundamenteel. Wanneer hij voor het eerst op de voorgrond
treedt heeft hij nog wat van de naïviteit van een dertienjarige, een beetje
hetzelfde onbehouwen gevoel waarmee ik tegenover zijn leefwereld stond voor ik
die bestudeerd had. We zijn samen in het verhaal gegroeid en vaak heb ik het
gevoel dat wij één zijn.
Wat sprak jou speciaal aan in deze periode?
Vooral de ridders spraken mij aan, of om
precies te zijn het einde van hun bestaan. Maar toen ik met mijn research begon
werd ik algauw opgeslorpt door al die grote gebeurtenissen uit die tijd: de
Kruistochten, Koninklijke moordpartijen, hofintriges en politieke kuiperijen. Ik
hou van de rijkdom van die periode en het gevoel dat moet geheerst hebben toen
grote handelswegen en grenzen zich openden naar een nieuwe wereld die lag te
wachten om ontdekt te worden.
Bestond de Anima Templi echt?
Die heb ik bedacht, al ben ik van oordeel dat
het een geloofwaardig gegeven is. Akko, door de Kruisvaarders tot hoofdstad
gekozen na de val van Jeruzalem, was een smeltkroes van culturen, rassen en
godsdiensten. De mensen leerden samen te leven omdat ze van elkaar afhankelijk
waren voor de handel. Er ontstonden verbonden, zelfs vriendschappen. Er wordt
meestal over de Kruistochten gesproken als over een eindeloze oorlog, maar in
werkelijkheid werden de conflicten gescheiden door lange periodes van rust en
vrede. De Kruistocht van de Herders die ik beschrijf in Kruistocht van de
Tempeliers is het gevolg van de aankomst van nieuwelingen in de regio, die –
zich niet bewust van het wankele evenwicht en de gevoeligheden bij christenen,
joden en islamieten– de rust verstoorden. Ze zetten het op een vechten, moorden
onder de lokale bevolking en het is slechts door de tussenkomst van onder andere
de Tempeliers dat erger voorkomen werd. Ik kan me heel goed voorstellen dat de
leiders van dat moment er veel voor over hadden om de vrede te vrijwaren.
Hebben hedendaagse gebeurtenissen in de regio je verhaal gekleurd?
Toen ik eenmaal van de ik-vorm overschakelde naar de derde persoon (bij het begin van Ridder van de Tempeliers) kreeg ik de kans om verschillende standpunten aan te voeren. Ik was er toen al achter dat dit evenzeer het verhaal van de Kruistochten zou worden als het verhaal van de Tempeliers. Ik was in de loop van mijn research ook de Mamluk Baybars op het spoor gekomen en was meteen voor hem gewonnen. Door in de derde persoon te schrijven kon ik het verhaal zowel vanuit christelijk als vanuit islamitisch standpunt beschrijven. Aanvankelijk leek mijn verhaal op een oude geschiedenis. Maar toen kwam 9/11 en er veranderde iets. Ik was toen net een speech aan het schrijven voor Baybars, waarin hij een nieuwe jihad uitroept tegen het Westen. Vanaf dat moment, met de daaropvolgende oorlogen in Irak en Afghanistan en een aantal parlementsleden die opriepen tot een moderne kruistocht, begonnen mijn fictieve en reële wereld in elkaar over te vloeien. Het historische conflict kwam voor mijn ogen tot leven en opeens kreeg mijn boek een relevantie die er niet was toen ik er aan begon te schrijven. Maar uiteindelijk – en ondanks de plotse actualiteit- bleef Ridder van de Tempeliers voor mij in de eerste plaats een avonturenroman, eerder dan een beoordeling van de hedendaagse politiek. Als ik voor de PC ga zitten moet ik een knop omdraaien om in de 13de eeuw terug te keren. Om daarin te slagen, moet ik de 20e eeuw volledig achter me laten.

Waarom een trilogie?
Voor Ridder van de Tempeliers haalde
ik inspiratie bij de ondergang van de Tempeliers en het stond vast dat dat de
hoofdmoot in het verhaal zou worden. Maar toen ik Baybars en de Mamluks
ontdekte, veranderde ik mijn beginpunt en het verhaal splitste zich op. Nadat ik
over de slag bij Ayn Jalut gelezen had waar de Mongolen de eerste keer werden
teruggeslagen, wist ik met zekerheid dat ik vanaf dat punt wilde vertrekken.
Maar dat bracht met zich mee dat ik een periode van 1260 tot 1314 (het einde van
de Tempeliersorde) moest beschrijven en omdat ik nu met twee verhaallijnen zat
en een steeds groter wordend aantal veldslagen en gebeurtenissen die hun plaats
opeisten, werd het gauw duidelijk dat je dit niet allemaal in één boek kan
persen. Het verhaal op zich leent zich uitstekend om zich in drie afzonderlijke
romans te laten splitsen. En zo ontstond een trilogie waarvan elk deel een
onafhankelijk staande verhaallijn heeft.
Is Ridder van de Tempeliers je eerste roman?
Ridder van de Tempeliers is mijn
eerste gepubliceerde roman. Toen ik begin twintig was, schreef ik twee romans in
een geplande reeks, maar geen van beide werd ooit gepubliceerd. Als ik er nu op
terugkijk, besef ik goed waarom. Maar het was leuk om te doen en ik ze hielpen
mij mijn angst voor grote teksten te overwinnen.
Hoe ga je te werk bij het schrijven van een boek?
Toen ik veertien was won ik een gedichtenwedstrijd. De prijzen werden uitgereikt tijdens een avondvullend evenement en ze werden overhandigd door een auteur, een bezadigde, nogal ernstige man (ik heb er geen idee van wie hij was). Gedurende de hele plechtigheid zat ik te kauwen op een vraag die ik hem wilde stellen. Aan het eind van de avond glipte ik bloednerveus tot bij hem en vroeg “Hoe schrijf je een boek?” Ik vond het zelf een pertinente vraag, want ik wilde erg graag een boek schrijven en hoopte van hem een soort magisch geheim te krijgen dat mij daartoe in staat moest stellen. Hij keek me even aan, schudde zijn hoofd en antwoordde: ”Begin er gewoon mee”. Wat had ik nu aan zo’n antwoord? Hoe kon ik in vredesnaam “gewoon” aan een boek beginnen zonder te weten hoe ik dat moest klaarspelen? Pas een tiental jaren later begreep ik hem. Je begint er inderdaad gewoon mee.
Je begint bij een idee en je werkt dat uit
met een stroom van woorden, die maanden of misschien jaren later een boek
vormen. Ik ken schrijvers die aan een boek beginnen met enkel een ruw idee van
waar het over zal gaan. Tijdens het schrijfproces ontwikkelt het verhaal
zichzelf en vaak niet eens in chronologische volgorde. Zelf moet ik eerst de
plot uitwerken voor ik kan gaan schrijven, met een reeks gedetailleerde nota’s
voor elk hoofdstuk, en ik werk van begin naar einde in volgorde.
Waar ben je mee bezig als je niet schrijft?
Ik breng graag tijd door met vrienden, ga
naar het theater, luister muziek of kook – eender wat, als het me maar ontspant
na een zware dag in de 13de eeuw. Ik probeer uit de buurt van de tv te blijven,
hoewel ik verslingerd ben op films en een aantal dvd-boxen bij de hand hou. Ik
ben onlangs begonnen met fotografie, ijsschaatsen en paardrijden – het laatste
onder het mom van research – waarbij ik vooral ontdekt heb dat het hardste
daarbij de grond is.
Wie is jouw lievelingsauteur?
Ik ben er stellig van overtuigd dat om een goed schrijver te zijn, je vooral een goed lezer moet worden en alles moet lezen wat je in handen kan krijgen. Mijn bureel is één grote boekenkast, gevuld met werk van Wilbur Smith tot Will Self. Ik heb geen voorkeur voor een schrijver of een boek. Ik las bepaalde soorten boeken op bepaalde momenten in mijn leven en meestal wordt mijn keuze bepaald door mijn stemming. De ene keer zoek ik naar een uitdaging, de andere keer wil ik gewoon meegevoerd worden in een avontuur.
De Trilogie van de Tempeliers
Auteur: Robyn Young
Deel 1: De Ridder van de Tempeliers
Oorspronkelijke titel: Brethren
ISBN: 978 90 475 0585 3
Deel 2: Kruistocht van de Tempeliers
Oorspronkelijke titel: Crusade
ISBN: 978 90 475 0628 7
Deel 3: Requiem voor de Tempeliers
Oorspronkelijke titel: Requiem
ISBN: 978 90 475 0629 4
Vertaling verschijnt: november 2009
Uitgever Unieboek
Paperback
Prijs: 22,50



Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Robyn Young.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
