Ezzulia interview
René Appel
Door Kim Moelands | Ezzulia.nl
12 april 2010 | Elk nieuw boek van René Appel wordt door zijn fans op gejuich onthaald. Van twee kanten is wederom een psychologische thriller om duimen en vingers bij af te likken. Een wat labiele vrouw verlaat zich sterk op haar man en buurvrouw, tot ze begint te betwijfelen of deze mensen wel het beste met haar voor hebben. Wat volgt is een adembenemend verhaal dat in up tempo naar een verrassend einde leidt.
Ezzulia genoot volop van dit boek en kon René Appel strikken voor een
interview.
"Ik geloof zeker niet dat het recht altijd zegeviert"

René, je boeken bevatten altijd wel verwijzingen naar de actualiteit. Wat beoog je ermee?
Mijn boeken spelen over
het algemeen in ‘het hier en nu’. De personages leven dus ook in deze
tijd en hebben ervaringen die daarmee te maken hebben. Ze kijken naar de
televisie, ze lezen de krant, enzovoorts. Dat betekent dat de
actualiteit vanzelf, dus via die personages, mijn boeken binnenkomen.
In Van twee kanten spelen boodschappenlijstjes een aantal keer een rol. Kijk je zelf ook altijd op de lijstjes die achterblijven in karretjes?
Ja, ik moet eerlijk zeggen
dat ik behoorlijk nieuwsgierig ben naar wat andere mensen doen en
nalaten. Ik moet er vaak om denken dat ik niet in het openbaar mensen
ongegeneerd ga aanstaren. Maar bij die nieuwsgierigheid hoort dus ook
het uit boodschappenkarretjes vissen van achtergelaten
boodschappenlijstjes. Ik mag trouwens ook graag kijken naar wat mensen
op de band bij de supermarkt leggen. Soms zie je merkwaardige
combinaties van producten, bijvoorbeeld een grote tros bananen met een
pakje groene thee. Maar één flesje bier met twee sixpacks cola vind ik
ook leuk. Waarom dat ene flesje Heineken? Het is niet zo dat ik bij
boodschappenbriefjes meteen personages ga verzinnen die ik in boeken
gebruik. Moet ik misschien toch eens gaan doen.
Geloof je er in dat het recht altijd zegeviert, ook als de mazen van de wet mensen laat ontsnappen?
Nee, ik geloof zeker niet
dat het recht altijd zegeviert, kijk maar naar het aantal onopgeloste
moordzaken. Als gewoon lid van deze maatschappij heb ik daar natuurlijk
wel een moreel oordeel over: mensen die (ernstige) fouten hebben
gemaakt, zouden moeten worden bestraft. Maar als schrijver sta ik er
anders tegenover. Per boek kan het verschillen of een dader ook
inderdaad aan de politie weet te ontsnappen. Ik vind ook niet dat ik wat
dat betreft de lezers een lesje moet voorleggen. Ze zijn verstandig
genoeg om zelf over het al of niet zegevieren van het recht te kunnen
oordelen.
In je boek wordt de hoofdrol vervuld door een wat labiele vrouw die zich erg makkelijk laat overheersen door anderen en zich snel in de slachtofferrol manoeuvreert. Waarom heb je voor een dergelijke hoofdpersoon gekozen en niet voor het prototype sterke vrouw?
In dit geval was het nodig
om een vrouw te kiezen die – uiteraard tegen haar zin – in een
slachtofferrol terechtkomt, waar ze zich dan natuurlijk weer uit moet
zien te werken. Het is toch een beetje het stramien van vrouw met foute
man; dat stond voorop toen ik aan het boek begon te werken. In vorige
boeken, bijvoorbeeld in Schone handen, heb ik dat anders
aangepakt met een krachtiger vrouwelijke hoofdpersoon. Je zou kunnen
zeggen dat elk verhaal de personages krijgt dat het verdient. Het is wel
zo dat er oorzaken zijn waarom de hoofdpersoon in Van twee kanten
niet sterk in haar schoenen staat. Het is belangrijk om daar juist
altijd bij het inkleuren van de karakters in een boek rekening mee te
houden.
Hoe moeilijk is het voor een man om in de huid van een vrouw te kruipen?
Laat ik zeggen dat het
mijn feminiene kant is. Nee, zonder gekheid: als schrijver moet je in de
huid van veel verschillende karakters kunnen kruipen: ouderen, jongeren,
mensen uit laag sociaal milieu, rotzakken, aardige mensen, en dus ook
mannen en vrouwen. Je moet een soort empathie hebben, je in mensen in
kunnen leven. Daar komt bij dat ik over het algemeen redelijk goed op
kan schieten met vrouwen. In mijn vorige universitaire werkkring kon ik
ook vaak beter overweg met mijn vrouwelijke dan met mijn mannelijke
collega’s. Wat betreft het schrijven vanuit het perspectief van een
vrouw: ik weet nog dat ik een keer in de fout ging. Mijn vrouw, die het
manuscript las, maakte me daarop opmerkzaam. Maar ja, dat ging toen ook
over wat ik maar noem ‘de intieme verzorging’.
Hoe is de titel Van twee kanten tot stand gekomen? Zat de titel al in je hoofd voor je begon te schrijven?
Nee, toen ik begon te
schrijven had ik nog geen titel, maar in september/oktober, toen ik de
tekst voor de aanbiedingscatalogus van de uitgever moest leveren, moest
er dus ook een titel komen. Ik heb wat gebrainstormd met mijn vrouw en
met mijn redacteur bij Anthos. Uiteindelijk heb ik zelf Van twee
kanten bedacht. Zeer toepasselijk volgens mij, op twee manieren toe
te passen, en bovendien toch een min of meer vaste frase, en daar houd
ik wel van als titel.
Hoe moeilijk is het om de perfecte openingszin voor een nieuw boek te vinden?
Ik vind de perfecte
openingszin niet zo belangrijk. Het gaat mij veel meer op de
openingsscène. Waar en hoe introduceer je je belangrijkste personage?
Waar stapt de lezer het verhaal binnen. Die eerste zin is, vergeleken
daarmee, een kleine barrière. Als ik er later ontevreden over ben,
schrap en herschrijf ik, zoals ik veel schrap en herschrijf. Die
openingsscène moet echter meteen goed zijn en de lezer nieuwsgierig
maken naar wat er volgt.
Doe je tegenwoordig meer of minder research voor je boeken dan vroeger?
Bij dit boek was er niet
zoveel research noodzakelijk. Het verschilt dus per boek, en ik kan niet
zeggen dat het in het algemeen meer of minder wordt.
Wat vind je het leukste aan het hele schrijfproces?
Het bedenken van een
verhaal, het vinden van oplossingen als ik met plotproblemen zit, dat is
leuk. Een lekkere dialoog schrijven ook. Ik denk niet dat ik daar ooit
genoeg van zal krijgen, maar ja, de jaren beginnen te tellen, zal ik
maar zeggen. Ik zat vroeger op een ritme van een boek per jaar, en
tegenwoordig houd ik een boek per anderhalf jaar aan. Dat wil ik
voorlopig een tijd zo houden. Ideeën heb ik nog genoeg.
Schrijven is schrappen wordt altijd gezegd. Merk je dat je door je ruime ervaring steeds minder hoeft te schrappen?
Nee, schrijven wordt niet
makkelijker in de loop der tijd. Misschien ben ik ook mijn
onbevangenheid van het begin kwijt. Dat betekent ook dat schrappen –
vooral als het leuke scènes zijn of aardige vondsten – altijd moeilijk
blijft en dat schrappen blijft noodzakelijk. Het wordt absoluut niet
minder.
Hoe belangrijk is je redacteur voor jou?
Mijn redacteur is zeer
belangrijk, en dan vooral op twee momenten. Eerst in de beginfase als er
een grof idee is voor een nieuw boek. Om dat idee verder in te vullen of
uit te werken is een discussie met mijn redacteur van groot belang. Het
tweede moment doet zich voor als ik de eerste versie van het boek heb
ingeleverd. Dan komt het commentaar, bij Van twee kanten
bijvoorbeeld op het karakter en de gedragingen van de hoofdpersoon. Ik
maak dan gretig gebruik van de kritische notities die ik krijg
voorgeschoteld. Niet dat ik alles overneem, maar wel veel.
Hoe lang duurt het bij jou voordat je een boek ‘los kunt laten’ en je hoofd weer vrij kunt maken voor een nieuw verhaal?
Rond de tijd dat het boek
verschijnt, kan ik al weer beginnen te denken aan de volgende thriller.
Niet dat ik dat nieuwe boek dan als het ware al kwijt ben, maar dat zit
dan in een apart compartimentje in mijn hoofd. In een ander
compartimentje begin ik dan na te denken over een volgend boek. Die twee
boeken, dus het huidige en het volgende, zitten elkaar helemaal niet in
de weg.
Foto: Merlijn Doomernik
Meer over René Appel op Ezzulia:
Kijk hier | Columns van René Appel
Kijk hier | Kort & Krachtig interview (2007)
kijk hier | Interview n.a.v. Schone Handen (2007)
kijk hier | Interview n.a.v. Weerzin (2008)
Van twee kanten
Auteur: René Appel
Uitgeverij Anthos
ISBN: 978 90 414 1581 3
Paperback
Prijs: € 19,95
Verschenen: maart 2010

Doktersassistente Fransien Wagtendonk heeft het moeilijk als haar vader onverwacht komt te overlijden, terwijl haar moeder met een andere man in Australië woont. Gelukkig ondervindt ze veel steun van haar buurvrouw Tosca. Toch ziet ze pas echt een nieuwe toekomst als Rob Laarman, een ondernemende organisatieadviseur, op haar pad verschijnt. Fransien en Rob trouwen, maar al snel komen de twijfels en met die twijfels de angst. Hoe zit het met het verleden van Rob? Waar voert hij eigenlijk zijn werk uit? En de kinderen uit zijn vorige huwelijk, waarom blijven die voor Fransien verborgen? Buurvrouw Tosca wakkert het wantrouwen aan, maar de vraag welke rol haar eigen belangen daarbij spelen, groeit met de dag.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - René Appel.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.



