Ezzulia Interview:
Noah Charney
Door Carien Touwen | Ezzulia.nl
20 augustus 2008 | Vorige maand verscheen het debuut De Caravaggio Kunstgreep van Noah Charney, een jonge Amerikaanse kunsthistoricus die het liefst Europeaan was geweest. Kunst betekent alles voor hem en hij wil zijn kennis hiervan graag overdragen. Vooral kunstdiefstal gaat hem aan het hart. Noah Charney geeft regelmatig lezingen hierover op universiteiten in heel Europa. Daarnaast is hij oprichter van ARCA, een organisatie die onderzoek doet naar kunstdiefstal. Dat Noah Charney een thriller over kunstdiefstal heeft geschreven, is niet meer dan een logisch vervolg. In De Caravaggio Kunstgreep worden in Rome, Parijs en Londen drie bijzondere kunstwerken gestolen. Het blijkt dat deze totaal verschillende diefstallen op spectaculaire wijze met elkaar samenhangen. Met dit boek hoopt hij niet alleen mensen te vermaken, maar ook om meer interesse te wekken voor kunstdiefstal, wat door velen gezien wordt als ‘niet zo erg’. En dat terwijl er miljarden omgaan in deze illegale praktijken, die vaak gebruikt worden om andere criminele activiteiten mee te financieren. De hoogste tijd om Noah Charney wat vragen te stellen.
"Mijn lezers moeten detective spelen"
Hoe ben je in kunst geïnteresseerd geraakt?
Dat is al heel lang geleden begonnen. Tussen
mijn vierde en twaalfde kaar bracht ik mijn zomers altijd door in Frankrijk.
Mijn moeder is docente in Franse literatuur en ‘s zomers gaf zij les in
Frankrijk. Mijn vader en ik gingen mee en hadden de hele dag de tijd om rond te
hangen als toeristen. Dankzij mijn ouders werd ik mijn hele jeugd blootgesteld
aan alle vormen van kunst. Hierdoor besloot ik al jong dat ik later in Europa
wilde wonen, omdat er daar zoveel meer kunst en cultuur te bewonderen valt. Op
mijn zestiende zat ik op een internaat en dankzij een uitwisselingsprogramma kon
ik een half jaar in Parijs wonen. Iedere dag tussen twee en vier trokken we met
onze kunstgeschiedenisprofessor Parijs in om kunst te bekijken. We zagen zoveel
kerken, kastelen en musea van dichtbij dat ik enorm enthousiast raakte. Toen heb
ik besloten dat ik kunstgeschiedenis wilde studeren.
Wie of wat
zijn je favorieten?
Mijn favoriete stroming is Florentijns
Maniërisme en mijn favoriete schilderij is ‘Een allegorie met Cupido en Venus’
van Agnolo Bronzino. Dat schilderij heb ik echt van binnen en buiten bestudeerd
voor mijn afstudeerscriptie. Ik vind het echt amazing. Het hangt in ‘The
National Gallery’ in London en toen ik daar woonde ging ik elke week wel even
kijken. Geweldig dat je daar gratis naar binnen kunt, ik ging gewoon elke week
even bij mijn ‘paint buddies’ op bezoek. Nu ik niet meer in Engeland woon, heb
ik een poster van dit schilderij op mijn kamer hangen.
Ben je zelf ook kunstzinnig?
Nee, helaas niet. Ik ben heel slecht in alle
kunstvormen behalve schrijven. Ik heb het vroeger wel geprobeerd en schets nog
wel eens iets, maar het is echt helemaal niks. Ik denk dat ik daarom ook zo
graag het werk van goede kunstenaars bestudeer, omdat ik zo onder de indruk ben
van wat ze kunnen.
‘De Caravaggio Kunstgreep’ is je debuutroman. Was dit verhaal ook je eerste idee voor een boek of heb je al veel andere ideeën uitgeprobeerd?
Ik heb een overactieve fantasieklier en ik heb enorm veel ideeën. Dit leek me gewoon het idee dat het leukste was om als eerste te proberen. Ik heb hiervoor al veel toneelstukken geschreven en ook wat korte verhalen, maar dit is mijn eerste lange fictieverhaal. Je kunt in het boek ook goed zien dat ik ben begonnen met het schrijven van toneelstukken, omdat er veel dialoog in het boek zit. De lezers van mijn boek moeten toch een beetje detective spelen, omdat veel informatie over de karakters niet door de verteller wordt beschreven, maar alleen in de dialoog tot uiting komt.
Ik heb nog zeker genoeg ideeën voor tien tot
twintig volgende boeken en kan alleen maar hopen dat ik lang genoeg leef om ze
allemaal te kunnen schrijven. Ik ben altijd met veel te veel projecten tegelijk
bezig en ik ben net met klaar met mijn volgende boek, een non-fictie boek. Het
is mijn bedoeling om fictie en non-fictie met elkaar af te wisselen. De eerste
versie van het volgende fictie boek is ook net klaar.
Is schrijven iets wat je altijd al wilde doen?
Als kind tekende ik veel en wilde ik
kunstenaar worden. Maar schrijven deed ik ook al vroeg. Mijn ouders hebben mij
verteld dat ik op mijn achtste een eerste verhaal geschreven heb. In mijn
tienerjaren schreef ik vooral horrorverhalen. Daarna ging ik toneelstukken
schrijven, omdat die opgevoerd konden worden op school. Ik probeerde in eerste
instantie ook een literair agent te vinden om mijn toneelstukken te verkopen,
maar die agenten moedigden mij juist aan om een boek te schrijven. Jonge
toneelschrijvers komen moeilijker aan werk dan jonge romanschrijvers. Zo is het
idee dus ontstaan om met een boek aan de slag te gaan.
Naast het schrijven geef je ook gastcolleges op universiteiten over de hele wereld en heb je recent de ARCA (Association for Research into Crimes against Art) opgericht. Kun je beschrijven hoe jouw normale werkweek eruit ziet?
Dat is een hele goede vraag die moeilijk te beantwoorden is, omdat ik altijd in andere landen ben. Minstens één keer per maand moet ik naar een ander land om een lezing te geven op een universiteit of in een museum of om mijn boek te promoten. Daarnaast heb ik niet echt een permanente thuis gehad de laatste jaren, ik heb steeds in andere plaatsen in Europa gewoond de afgelopen zeven jaar. Momenteel woon ik in Slovenië.
Meestal schrijf ik een halve dag en ben ik de
andere helft van de dag bezig met e-mails, administratie en nieuwe projecten
voor ARCA. We zijn bijvoorbeeld bezig met het inrichten van een nieuwe
masteropleiding in Art Crime, die volgend jaar zal starten net buiten Rome.
Daarnaast zijn we een academisch tijdschrift aan het oprichten waar veel
informatie over kunstdiefstal in zal komen te staan.
Is het niet moeilijk om steeds op een andere plek te wonen en niet echt een thuis te hebben?
Het is de bedoeling dat ik aan het einde van dit jaar mij permanent in Rome ga vestigen met mijn verloofde. Ik heb onder andere gewoond in Leiden, London, Cambridge, Madrid, Venetië, Florence, Rome en nu dus in Ljubljana.
Ik heb een Amerikaans paspoort en heb de
afgelopen zeven jaar met een toeristenvisum rondgereisd. Dit betekent dat ik na
drie maanden altijd een land even uit moet om te zorgen dat ik er kan blijven.
En ja, om eerlijk te zijn, is het wel vermoeiend en ik ben blij dat ik aan het
einde van dit jaar eindelijk een vaste thuis ga krijgen. Ik ben van plan om te
zorgen dat ik dan nog maar een keer in de twee maanden op reis hoef.
Kun je overal
schrijven?
Ja, eigenlijk wel. Dat komt doordat mijn hele leven ‘portable’ is. Sinds mijn zestiende, toen ik naar een internaat ging, heb ik niet meer een ‘eigen thuis’ gehad. Ik ben er aan gewend om elke nieuwe kamer, of het nu een slaapzaal of een hotelkamer is, een beetje in te richten alsof het thuis is. Mijn kantoor heb ik altijd bij me in de vorm van een kleine laptop van één kilo. Ik doe alles per e-mail en gebruik mijn telefoon nauwelijks. Ik heb geleerd om in elke omgeving te schrijven; drukke cafés, televisies, niets leidt mij af.
Ik heb bijna altijd witte kerstlichtjes bij
me om mijn kamer te versieren en daarnaast een kleine waterpijp die je
gemakkelijk uit elkaar kunt halen. Ik voel me meteen thuis als ik mijn waterpijp
heb neergezet en rustig de zoete tabak kan roken, terwijl mijn kerstlichtjes de
kamer verlichten.
Hoe vaak schrijf je?
Vrijwel iedere dag. Ik probeer om één dag per
week vrij te houden, maar dat is nogal moeilijk voor mij. Ik ben iemand die veel
te veel tegelijk doet. Als ik maar één ding tegelijk doe, ga ik automatisch
nieuwe dingen toevoegen omdat ik minder productief word naarmate ik minder moet
doen.
Weet je van te voren waar je verhaal naartoe gaat?
Ja, ik ben wat dat betreft nogal een neuroot. Ik wil van te voren precies weten waar ik naar toe ga met mijn verhaal. Ik heb alle ideeën uitgewerkt in een schrift. Ik wil per hoofdstuk echt weten wat er gaat gebeuren, maar weet niet precies wat het resultaat wordt. Wat ik doe is het volgende. Ik stop een aantal ingrediënten in een scene, welke personen ontmoeten elkaar waar en dit is wat ze moeten bereiken in die scene. Terwijl ik schrijf verbind ik de punten met elkaar. Uiteindelijk teken ik lijntjes tussen de verschillende scènes en wordt het totaal een grote kaart. De redacteur van De Caravaggio Kunstgreep heeft me ook gevraagd om deze kaart te mogen zien, omdat hij zeker wilde weten dat alle lijntjes in de plot klopten. Dat was ook mijn grootste onzekerheid over dit boek, met alle twists and turns die ik had gemaakt, was het verhaal nog wel te volgen voor de lezer? Ik heb bij het herschrijven van het boek kleine hints in het verhaal verwerkt, waardoor de zeer oplettende lezer misschien de plot al eerder kan ontdekken.
Een andere correctie, die ik met het
herschrijven van dit boek heb gedaan, is dat hoofdpersoon Gabriel Coffin een
stuk minder op mij lijkt. In eerste instantie was hij net zo oud als ik. Het was
veel logischer om hem meer ervaring en leeftijd te geven.
Na het lezen van De Caravaggio Kunstgreep had ik het gevoel meer over kunst te weten en vielen berichtjes in de krant over kunstdiefstal mij opeens op. Met name de lezingen van de professor in het boek vond ik erg aangenaam. Hoe heb je hier onderzoek voor gedaan?
Ik schrijf fictie en non-fictie boeken en voor beide komt de inspiratie uit de academische boeken van mijn studie kunstgeschiedenis. De kunst is om dit materiaal zo te verwerken dat de lezer er iets van leert zonder dat hij het gevoel heeft dat hij aan het studeren is.
Het doel van mijn boeken is dat de lezer het
boek leest als puur vermaak en dat hij na afloop ook opeens het gevoel heeft
iets meer te weten over kunstgeschiedenis en kunstdiefstal. Een goed boek zou
informatief moeten zijn zonder dat de lezer zich daar extra voor moet inspannen.
De research voor mijn boeken vind ik leuk om te doen, ik verdwaal met veel
plezier in feiten over kunst en vind daar graag verhalen in. Daarnaast zit
natuurlijk veel informatie al in mijn hoofd, wat maar goed ook is, want al mijn
boeken zijn opgeslagen. Alle lezingen in het boek zijn gebaseerd op de lezingen
die ik geef tijdens gastcolleges op universiteiten, maar dan natuurlijk door de
stem van het karakter in het boek. Ik maakte me wat zorgen dat ik misschien toch
iets teveel had toegevoegd, maar bij lezingen in Amerika bleek dat veel lezers
graag een non-fictie boek vol met lezingen uit de mond van dat karakter zouden
kopen. Dat was dus een groot compliment voor mij.
Je boek speelt zich in meerdere Europese steden af. Vind jij het belangrijk dat een schrijver ook op alle plaatsen is geweest waar hij over schrijft?
Absoluut. Ik schrijf het liefste vanuit de
plaatsen waar het boek zich afspeelt. Ik wil de atmosfeer echt kunnen
omschrijven en dat kan het beste als je er zelf gaat zitten schrijven. Alle
locaties in het boek waar de karakters eten zijn bestaande restaurants waar ik
zelf ook graag eet. Ik denk dat ik net zo geobsedeerd door eten ben als door
kunst. Mijn vakanties zijn altijd op die twee dingen gebaseerd, kunst die ik wil
zien en eten dat ik wil uitproberen.
Sommige karakters in het boek zijn behoorlijk karikaturaal. De twee Franse inspecteurs die alleen maar met eten bezig zijn bijvoorbeeld; hoe heb je hen verzonnen? Of heb je deze mensen gespot in dat restaurant toen je daar zelf zat?
(lacht) Nee, ik heb die twee mannen daar niet
zien eten. De meeste karakters die ik creëer zijn combinaties van meerdere
personen die ik ooit ontmoet heb. Ik denk dat iedereen op deze aardbol een
bizarre eigenschap heeft, zelfs de meest normale persoon heeft iets wat
karikaturaal is. Helaas laten zulke karaktertrekken zich maar zelden zien. We
hebben allemaal een weirdo in ons en dat maakt een karakter intrigerend.
Deze twee zijn mijn favoriete karakters van het boek, juist omdat ze zo bizar
zijn, maar ook heel erg eenzaam. Ze hebben eigenlijk alleen elkaar nog en kunnen
dat totaal niet uiten. Ze praten dus alleen maar over eten en maken ondertussen
elkaar belachelijk.
Hoe lang heb je over het schrijven van het boek gedaan?
Ik ben altijd voltijds aan het studeren
geweest, dus ik weet niet hoeveel tijd het me gekost zou hebben als ik alleen
maar aan het schrijven was geweest. Maar ik heb ongeveer drie maanden nodig
gehad om de verhaallijn in kaart te brengen en toen heb ik in een maand de
eerste versie geschreven. In totaal zijn er 74 versies geschreven van dit boek
en het boek dat nu hier in de winkel ligt is versie 75, vertaald in het
Nederlands. Het is mijn bedoeling om één boek per jaar uit te brengen, maar de
volgende twee zullen iets sneller na elkaar verschijnen, omdat ik ze tegelijk af
had.
In het boek gebruik je nogal wat Franse en Italiaanse woorden. Er zullen lezers zijn die niet begrijpen wat deze woorden betekenen. Waarom heb je hiervoor gekozen?
Ik had er zelfs nog meer gebruikt, maar heb
het aantal flink terug gebracht. Ik wilde hiermee een realistisch beeld scheppen
van de kunstwereld en de vele talen die Europa herbergt. Er zullen lezers zijn
die dit irritant vinden, maar ik heb ook al reacties gehad dat het juist extra
sfeer geeft. Daarbij kun je toch niet elke lezer volledig plezieren.
Wat doe je met kritiek?
Eigenlijk lees ik nooit recensies, behalve
als mijn uitgever ze naar mij doorstuurt. En mijn uitgever heeft helemaal niets
met critici en stuurt dus alleen maar positieve besprekingen op. Voor elke
negatieve reactie, krijg ik ook een positieve dus het blijft de vraag waar je
waarde aan wilt hechten. Mijn redacteur leest wel alles en zal mij zeker
informeren over punten waarvan hij ook vindt dat ze aangestipt moeten worden,
maar ik krijg dus zelf geen negatieve kritiek te zien en let er ook niet op. Ik
hoop gewoon dat lezers mijn boek mooi vinden, maar je kunt nooit iedereen
tevreden stellen, dus dat ga ik ook niet proberen.
Omschrijf jouw schrijfstijl met één woord.
Doordacht (Thoughtful)
Lees je zelf
ook veel en wie zijn je favorieten?
Ik zou veel meer willen lezen, maar heb er te weinig tijd voor. Ik lees ongeveer één boek per maand en dan lees ik meestal wat mijn vrienden mij aanraden.
Milan Kundera en James Joyce zijn mijn
favoriete schrijvers. Verder vond ik ‘De verborgen geschiedenis’ van Donna Tartt
erg mooi en het boek ‘Herinneringen van Hadrianus’ van Marguerite Yourcenar.
Wat kunnen we in de toekomst van jou verwachten?
Er komen binnenkort twee nieuwe boeken aan. Het eerste is een non-fictie boek over het meest gestolen kunstwerk aller tijden, het Gents Altaarstuk van Jan van Eyck. Ik ben net klaar met de eerste versie van mijn volgende fictieboek en dit verhaal speelt zich af in Slovenië en gaat over kunstroof door de nazi’s. Ik hoop de komende jaren nog veel meer te schrijven. Verder werk ik aan een tv-serie over kunstgeschiedenis en over kunstdiefstal. Daarnaast ben ik bezig met het masterprogramma over kunstdiefstal voor ARCA en werk ik aan een academisch tijdschrift over kunstdiefstal. Jullie kunnen dus nog een heleboel van mij verwachten!
Foto's: Giovanni Troilo
Bibliografie van Noah Charney:
2008: De Caravaggio Kunstgreep

Uit de kleine barokke Santa Giuliana kerk in Rome is een beroemd schilderij van Caravaggio gestolen. In Londen is uit de National Gallery een Malevitsj verdwenen. Een ander werk van de Russische schilder is in Parijs gestolen. De drie diefstallen blijken op een spectaculaire manier met elkaar samen te hangen, ontdekt de detective Gabriel Coffin. Hij roept de omstreden hulp in van de veroordeelde kunstdievegge Daniella Vallombroso, om zo de zaak op te lossen.
Noah Charney (28) is een jonge Amerikaanse kunsthistoricus. Hij is oprichter van de denktank ARCA, een groep deskundigen die hulp biedt bij het oplossen van kunstdiefstallen.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Noah Charney.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

