Ezzulia Interview:
Minette Walters
Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl
26 mei
2008 | ‘Goedemiddag. Ik heb om twee
uur een afspraak met Minette Walters.’
De receptionist van het Ambassade Hotel reageert verrast. ‘U bedoelt, u heeft
een interview met mevrouw Walters.’ Hij legt met zoveel eerbied de nadruk
op ‘mevrouw’ dat ik me schaam dat ik om ‘Minette’ had durven vragen. De
receptionist brengt me naar de bibliotheek van het hotel, waar alle boeken staan
van elke schrijver die er ooit heeft gelogeerd en zegt: ‘Mevrouw Walters
zal om twee uur naar beneden komen.’ Met een knikje gaat hij weg om thee te
halen. English tea natuurlijk, met melk.
Ik heb het gevoel alsof ik op audiëntie ben. Het hotel zindert door de
aanwezigheid van zijn belangrijke gast. Ik wacht niet op een Minette of een
Mevrouw, het moet welhaast een Milady zijn.
Ik word niet teleurgesteld. Als een grande dame komt Minette Walters de
bibliotheek binnen. En dat is knap, want ze is erg klein en tenger. De fiere
intelligente blik in haar ogen en haar zeer Britse accent laten er echter geen
twijfel over bestaan: dit is iemand. Iemand die in de afgelopen 15 jaar
twaalf bestsellers schreef en talloze prijzen won. Voor “De Beeldhouwster”
ontving ze de Edgar Allen Poe Award en voor ‘Het Heksenmasker’ de Gold Dagger
Award. Veel van haar boeken zijn inmiddels verfilmd door de BBC, en binnenkort
ook door Duitse en Franse productiemaatschappijen. Nu is ze twee dagen in
Nederland om interviews te geven naar aanleiding van haar nieuwe roman
Schaduwzijde.
"Als je niet wilt winnen, moet je geen misdaadauteur worden"
Heeft u al iets van Amsterdam gezien?
"Oh nee, was het maar waar! Moet je mijn
lijst met afspraken eens bekijken!" Ik zie dat Vrij Nederland, De Standaard en
KRO-detectives al voor mij zijn geweest. Ze lacht. "Ik denk dat Marc (van de
uitgeverij) probeert om me te vermoorden!"
De hoofdpersoon in Schaduwzijde is de verminkte soldaat Charles die terugkeert uit Irak. Hij heeft een hersenbeschadiging en wordt al snel verdacht van een aantal moorden in Londen. Dat is nogal wat.
"Ik vind het een interessant gegeven. Kan een
aardig persoon door een hersenbeschadiging in een monster veranderen? Ongeveer
twintig jaar geleden heb ik een hele encyclopedie gelezen over seriemoordenaars.
Opvallend veel van hen bleken in hun jeugd een hersenbeschadiging te hebben
opgelopen. Dat heeft me nooit losgelaten. Ik ben gaan researchen en kwam
erachter dat er inderdaad een verband is tussen een beschadiging aan het
voorhoofdskwab en sociopatisch gedrag."
Maar waarom dan een soldaat uit een Irak?
"Omdat we op dit moment midden in die oorlog
zitten, waar zoveel jongens met een trauma, of erger, vandaan komen. Ik had
natuurlijk ook kunnen kiezen voor een jongeman die een motorongeluk heeft gehad.
Maar ik vond een soldaat, die in zijn opleiding moordtechnieken heeft geleerd,
en een aanslag in Irak eigentijdser. De grote vraag in het boek is natuurlijk:
is het karakter van Charles zozeer veranderd na de aanslag in Irak dat hij is
gaan moorden?"
Toen
ik begon te lezen, dacht ik: Nu gaat u een politiek statement maken. U gaat in
dit boek betogen dat wij, als samenleving, meer aandacht moeten hebben voor de
mensen met PTSS (posttraumatische stressstoornis). Maar zo’n statement maakt u
niet.
"Ik had inderdaad kunnen kiezen voor het
politieke statement, maar dan had ik het verhaal door de ogen van iemand anders
moeten laten vertellen. Maar ik wilde zo graag vanuit Charles het verhaal
vertellen. Zodat hij een observator kon zijn van anderen. Natuurlijk had ik een
verhaal kunnen maken over de De Eenzame Jogger met PTSS, die nooit met iemand
contact maakt. Maar...zo is Charles niet. Naarmate ik hem beter leerde kennen,
ging ik hem steeds aardiger vinden. En hij is een intelligente man. Hij wist dat
het urenlange joggen en het vermijden van andere mensen niet gezond was."
Wat mooi dat u zegt, “naarmate ik hem beter leerde kennen”. Alsof hij echt iemand is, die met u contact maakt.
"Maar natuurlijk. Ik ben elke keer verrast
door de personages in mijn boeken. Hoe ze zijn en wie ze zijn. Ik leer ze kennen
tijdens het schrijven. Dat maakt het schrijven ook zo leuk."
Is er nog iemand die u heeft verrast tijdens het schrijven?
"Toch
vooral Jackson, de lesbische arts, die Charles onder haar hoede neemt. En ik ben
niet de enige. Ik heb stapels fanmail gekregen van lezers, die me al hebben
gevraagd om toch vooral een vervolg te schrijven met Jackson erin. Ze is dan ook
een erg complete en interessante vrouw. Maar je weet misschien hoe ik over
series met eenzelfde personage denk… ik peins er niet over."
Waar komt uw weerzin tegen een serie met eenzelfde personage vandaan? Het is u al vaak gevraagd, maar u weigert een Poirot, of Morse, Brunetti of Wallander te bedenken.
"Ik heb tot nu toe altijd de vrijheid gehad
om in elk boek andere personages te introduceren. Maar uitgevers zijn er niet zo
dol op. Want lezers houden van reeksen. Ze houden van de terugkeer van hun
inspecteur of detective. Maar als ik elke keer een verhaal zou moeten schrijven
met dezelfde personages, in dezelfde stad, in hetzelfde tijdskader, dan had ik
nooit Jackson en Charles hoeven verzinnen."
Dat begrijp ik niet. Jackson en Charles zouden toch ook in een serie kunnen opduiken?
"Dat denk ik niet. Stel je voor dat ik altijd
bij de personages uit mijn eerste boek was gebleven: Inspecteur Walsh en zijn
assistent McLoughlin uit Het IJshuis. Dan weet ik zeker dat ik dit
verhaal nooit had bedacht. Het past namelijk niet bij Walsh en de sfeer die om
hem heen hangt. Het zou me belemmeren in mijn fantasie. Althans, zo ervaar ik
dat."
Maar veel schrijvers kiezen wel voor die vaste hoofdpersoon.
"Omdat de uitgevers dat zo graag willen.
Ruth Rendell moest veel boeken schrijven over inspecteur Wexford,
voordat de uitgever haar toestond een boek te schrijven zonder Wexford erin. Ik
had het geluk dat mijn eerste drie boeken meteen grote prijzen wonnen. Daardoor
hebben de uitgevers me deze vrijheid durven geven. Ik vind het misdaadgenre een
geweldig genre, maar als iedereen tam de ‘regels’ volgt, wordt het een
voorspelbaar genre. Ik zou het bovendien erg moeilijk vinden om met een
interessante persoon te komen, die nog niet bestaat. Een inspecteur die niet
lijkt op Morse, of Poirot, of Lynley. Probeer jij eens een geloofwaardig
personage te bedenken dat zo interessant is dat ik er twaalf boeken over zou
kunnen schrijven. Ik ben blij dat ik mijn uitgevers er nu van overtuigd heb dat
je geen Morse nodig hebt om succes te hebben."
Wat is het geheim van uw succes?
"Ik ben inventief en jolly good in
spelletjes. En ik wil winnen. Als je niet wilt winnen moet je geen misdaadauteur
worden."
Van wie wilt u winnen?
"Van mijn lezer. Ik speel een spel met mijn
lezer. Ik zeg bewust lezer, niet lezers, want ik schrijf altijd voor één lezer
tegelijk. Het is net een schaakspel. Als ik win, dan heb ik de lezer tot aan het
einde toe in mijn greep weten te houden. Maar als de lezer wint, dan was ik te
snel of te doorzichtig met het geven van mijn clou’s."
Is dat wel eens gebeurd?
"Ik heb weleens reacties gekregen van lezers,
die al vrij snel wisten wie het had gedaan. Niet dat het boek dan meteen slecht
hoeft te zijn, want een whydunnit kan ook heel spannend zijn."
Ik kan me voorstellen dat u baalt, als een lezer u te slim af is.
"Ach.
Vergis je niet. Het is erg moeilijk om
tegenwoordig misdaadromans te schrijven. Er zijn zoveel forensische
opsporingsmethodes. Niets ten nadele van Agatha Christie, die ik namelijk
zeer bewonder, maar een whodunit schrijven in 1930 was makkelijker dan
nu. Ik denk dat veel mensen het schrijven van misdaad een beetje onderschatten.
Ik heb pas geleden meegedaan aan een tv-show op de BBC, waarin een aantal mensen
misdaadauteur wilden worden. Drie deelnemers hadden veel misdaad gelezen, drie
andere helemaal niets, op een Agatha Christie na dan. Zij sneuvelden als
eersten in de wedstrijd, omdat ze dachten dat ze ‘het wel eventjes’ zouden doen.
Ze onderschatten de complexiteit van een misdaadroman enorm."
Herleest u uw boeken nog wel eens?
"Nee, nooit. Ik moet de manuscripten van te
voren zo ontzettend vaak herlezen, dat ik er op een gegeven moment genoeg van
heb. Ik heb wel laatst een paar romantische verhalen herlezen die ik in de jaren
’80 voor tijdschriften schreef. Ik verbaasde me erover hoe goed ze eigenlijk
zijn. En ze waren eigenlijk niet zo heel anders dan de boeken die ik nu
schrijf."
Leest u boeken van anderen?
"In elk geval geen boeken van hedendaagse
auteurs. Stel je voor dat ik op driekwart van een manuscript zit en ik dan een
boek zou lezen van een collega-auteur die met eenzelfde plot in de weer is
gegaan, maar dan een jaar eerder. Ik zou mijn boek niet meer kunnen afmaken.
Daarom lees ik liever het werk van dode auteurs, Dorothy Sayers,
Agatha Christie and Dick Francis. Vooral Francis bewonder ik, hij is
er in geslaagd om een geheel nieuw genre te bedenken: het paardenmysterie."
En
van de nog levende auteurs?
"Ik bewonder veel hedendaagse schrijvers,
maar ik vind Ruth Rendell toch veruit de beste misdaadauteur van
vandaag."
Uw levensfilosofie is: Maak er het beste van. Het leven is een feestje. De dood niet! Een krachtige slogan…
"Ik denk dat het komt doordat mijn moeder
nooit echt gelukkig is geweest. De laatste vijf jaar van hun leven hebben mijn
schoonouders en mijn moeder bij ons in huis gewoond. En het verbaasde mij dat
zij niet in staat waren echt te genieten van het leven. Ze zaten maar te wachten
op de dood. Toen heb ik echt voor mijzelf besloten alles uit het leven te halen
wat er in zat. Ik ben een overtuigd atheïst, dat heeft er ook wel mee te maken.
Ik geloof niet dat het straks allemaal leuker wordt, je moet het nu doen."
Is het dan een soort opgelegde vrolijkheid? Het klinkt een beetje als: “Geen zin? Dan maak je maar zin!”
"Nee, het komt wel van binnenuit. Maar door mijn moeder ben ik er heel bewust mee bezig. In essentie ben ik een zeer berustend mens. Als de elektriciteit in ons huis bijvoorbeeld uitviel, dan werd ik daar nooit sacherijnig van. Ik vond dat dan een mooie gelegenheid om kaarsen aan te steken. En dan kon ik blij worden van het mooie kaarslicht. En bijna dankbaar zijn voor de storing, omdat we anders nooit de kaarsen tevoorschijn hadden gehaald. Ja, je kunt wel zeggen dat ik een rasoptimist ben. Ik zal nooit denken, waarom moet mij dit nou weer gebeuren. Ik denk altijd in alle situaties, positief en negatief: Nou ja, waarom mij niet?"
Bibliografie van Minette Walters:
1993: IJshuis
1993: Het Motief (De Beeldhouwster)
1994: Het Heksenmasker
1995: De Donkere Kamer
1997: De Echo
1999: De Branding
1999: De Tondeldoos
2001: De Vorm van Slangen
2002: Niemandsland
2003: Vossenhuid
2004: Verwarde Geesten
2006: Duivelsveer
2008: Schaduwzijde

Schaduwzijde
Auteur: Minette Walters
Oorspronkelijke titel: The Chameleon's Shadow
Uitgeverij de Boekerij
ISBN: 978 90 225 4991 9
Paperback
Prijs: 19,95
Charles Acland is in Irak ernstig gewond geraakt. Eenmaal thuis wil hij maar een ding: genezen en terugkeren naar het leger. Maar het leger wil hem niet meer. Zijn gezicht is aan één kant blijvend verminkt en hij krijgt last van migraineaanvallen. Van een aardige jongen verandert hij in een onvoorspelbare man, die zijn agressie vooral op vrouwen richt. Als Charles betrokken raakt bij een vechtpartij in een pub, neemt Jackson, de vriendin van de waardin, hem onder haar hoede. Maar dan wordt hij verdacht van de moord op drie mannen, die door extreem geweld om het leven zijn gebracht. Charles wordt gedwongen de confrontatie aan te gaan met de donkere kant van zijn persoonlijkheid?
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Minette Walters.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.




