Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

Michelle Visser:
Véronique

Een tijdskritisch verhaal dat een goed beeld geeft van de periode vlak vóór de 20e eeuw


Simone van der Vlugt:
Rode sneeuw in december

 

Naar mijn mening is Rode sneeuw in december het beste boek dat Simone van der Vlugt ooit heeft geschreven

 

Erik Menkveld:
Het grote zwijgen





Een universeel verhaal over liefde en afgunst, verlangen en ontrouw, dromen en daden



Carlos María Domínguez:
De blinde kust

Het verhaal roept een aantal visuele beelden op en wordt op een bijna magische manier voor een deel tussen de regels in verteld


Annabel Pitcher:
Mijn zus woont op de schoorsteenmantel

Het is duidelijk dat Annabel Pitcher een grote belofte voor de toekomst is


Niccolò Ammaniti:
Jij en ik

De inhoud van het boek en de essentie van het verhaal zal je mogelijk de rest van je leven bij je blijven dragen


Silvia Avallone:
Staal

Zonder meer een sterk debuut


Adam Foulds:
De dwaaltuin

Een prachtige gelaagde roman


Anne Fortier:
Julia

Een mooi en vlot geschreven verhaal


Torgny Lindgren:
Norrlandse Aquavit

Het is een rustig boekje, boordevol personages die door intense dialogen onvergetelijk worden.


Torgny Lindgren:
De bijbel van Doré

Torgny Lindgren schrijft met veel verbeelding en met veel vaart





































































 




















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Michelle Visser

Door Kristine Groenhart | Ezzulia.nl
(Twitter: @kgroenhart)
 


17 augustus 2012 |  Als liefhebster van historische romans had ik me al weken verheugd op het debuut van Michelle Visser, Véronique, dat eind mei 2012 is verschenen bij de Boekerij. Deze roman vertelt het verhaal van de achttienjarige Véronique, die met haar familie op landgoed Welestae in Zutphen woont in het Nederland van 1882. Ze volgt haar kersverse echtgenoot Pieter naar Amsterdam en zal uiteindelijk terechtkomen in Batavia, waar Pieter werkt voor Handelsfirma Meijer.

Ik heb enorm genoten van het boek, en vind het erg leuk dat ik haar nu mag interviewen.

 


"Hoewel ik fictie schrijf, vind ik het leuk om ook 'echte' mensen er in te verwerken"


Véronique is je debuut. Wanneer besefte je voor het eerst dat je een boek wilde schrijven? En hoe heb je het voor elkaar gekregen dat je debuut uitgekomen is bij een grote bekende uitgeverij?

Als tiener had ik een vage droom om historische romans à la Thea Beckman te schrijven. Maar ik vergat die droom in de loop der studie- en werkjaren en leefde mijn leven. Wel was er een vaag gevoel van ontevredenheid en gemis. Maar wat het was dat ik miste, dat wist ik niet. Tot ik in 2005 naar een aflevering van Oprah keek, waarin het ging over ‘van je droom je werk maken’ en wat ik er hoorde zeggen, zette bij mij de radertjes aan het werk. Voor de uitzending voorbij was, was mijn droom weer tot leven gekomen maar nu met een enorme dadendrang. Ik ging aan de slag met mijn eerste manuscript, over de Hollandse uitvinder Cornelis Drebbel.

Ik deed een paar jaar over het schrijven van dat verhaal. Het ging langzaam omdat ik het natuurlijk naast mijn baan moest doen, omdat ik het schrijven van zo’n veelomvattende klus nog helemaal moest aanleren en vanwege ziekte. Toen het ‘af’ was, was ik inmiddels op de hoogte van de moeilijkheid om een uitgever voor je boek te vinden. Op een gegeven moment las ik artikelen in de krant die het hadden over 0% kans van slagen als je je manuscript zomaar inzond en het op de bekende ‘slush pile’ terechtkwam. Ik liet me niet uit het veld slaan, nou ja, heel even wel maar toen dacht ik: a. dit is mijn droom en b. er zijn toch schrijvers die het wel lukt om een schrijfcarrière op te zetten, waarom zou ik daar niet bij kunnen horen?

Ik zond ‘Cornelis’ in naar minstens tien uitgeverijen en kreeg van allen een afwijzing. Ondertussen was ik bezig met mijn tweede verhaal en dacht erover na om dat ter zijner tijd desnoods in eigen beheer uit te geven. Tegen het einde van 2009 hoorde ik via mijn schrijfclub van het initiatief www.tenpages.com. Onze manuscripten hoorden bij de eerste die bij het in de lucht gaan van de site in februari 2010 op het net stonden. Mijn ‘Cornelis’ deed het aardig goed maar niet zo goed dat het werd uitgegeven. Toch was het een positieve ervaring want ik had voor het eerst mijn werk aan de buitenwereld laten lezen en ik had er positieve reacties op gekregen.

In juli, mijn manuscript stond niet langer op tenpages.com, kreeg ik een mailtje van een acquirerend redacteur van Boekerij. Hij had mijn tekst gelezen, wilde het niet uitgeven maar vroeg zich af of ik iets anders voor hen zou kunnen en willen schrijven. En dat was het begin van Véronique.
Overigens is inderdaad lastig maar zeker niet onmogelijk om bij een ‘echte’ uitgever te debuteren. Afgelopen april ging fantasyschrijfster Sophie Lucas mij voor met haar Reigers vlucht en in najaar 2011 was er Barbara Kuipers met haar Niet te filmen. En dat zijn dus alleen nog maar de debutanten van Boekerij! Dus aspirant-schrijvers: geef de moed niet op, maar blijf hard werken. En by the way, die acquirerend redacteur heeft inmiddels zijn eigen literair agentschap: www.chriskooi.com.

 

Hoe vond je het om het hele proces – van idee tot vervaardiging en publicatie van je boek - mee te maken? En hoe voelt het om je eersteling in de winkels te zien liggen en de eerste reacties te krijgen?

Geweldig natuurlijk! Als lezer met een grote liefde voor boeken vond ik het heel interessant om te ontdekken wat er achter de deur van een uitgeverij allemaal gebeurt. Wat er allemaal bij komt kijken voordat een boek in de winkel ligt. Het is echt een specialistische bedrijfstak waarin heel kundige en creatieve mensen werken. Ik vond het een voorrecht om dat van dichtbij mee te kunnen maken en om er deel van te zijn.

Als er één woord is dat ik het meest van toepassing vind op het hele proces van een boek schrijven en publiceren, is het ‘spannend’. In de positieve zin maar soms ook misselijkmakend van de zenuwen. Ik heb enorm genoten van mijn boekpresentatie. Dat was afgelopen 25 mei, één van de weinige zomerse dagen dit seizoen, en ik had een klein groepje familieleden en vrienden uitgenodigd om naar de uitgeverij te komen. Ik wilde de geboorte van mijn eersteling graag delen met de paar mensen die mij de afgelopen jaren in goede en minder goede tijden gesteund hebben. Zoals gezegd, de zon scheen, het gezelschap was geweldig, de wijn was koel, mijn toespraak emotioneel en het boek… zag er prachtig uit. Daarna borrelen, eten, gelukwensen en cadeautjes krijgen; het was echt een feest. Maar toen, weer thuis. In afwachting van de eerste reacties kreeg ik met de dag meer buikpijn. Dat mijn familie en vrienden het razendsnel lazen en heel enthousiast waren, kon me niet geruststellen. Wat was ik nerveus. Ik lag er zelfs ziek van op bed. Gelukkig begonnen toen de eerste recensies en reacties van mensen die ik niet persoonlijk ken binnen te komen, en ook die waren, tot nu toe, allemaal heel mooi.

 

In het boek laat je Véronique, een fictief persoon, kennis maken en zelfs vriendschap sluiten met een vrouw die echt bestaan heeft, Charlotte, de zuster van Aletta Jacobs. Waarom heb je voor deze vorm gekozen? En waarom specifiek voor Charlotte Jacobs?

Hoewel ik fictie schrijf, vind ik het leuk om ook ‘echte’ mensen er in te verwerken. Die historische personages moeten alleen wel in mijn verhaal passen, ze zijn een middel, geen doel op zich zoals bij non-fictie. Toen ik nog in de beginfase van Véronique was, had ik al de tijd en plaats van het verhaal bedacht. Ik was al aan het schrijven over haar tijd in Amsterdam. Tijdens mijn research kwam ik er achter dat Aletta Jacobs in die tijd haar dokterspraktijk in Amsterdam was begonnen. Ik wist direct dat ik haar in mijn verhaal wilde verwerken. Het paste precies, omdat zij allereerst de personificatie van de veranderende tijdgeest was, en ten tijde omdat ze Véronique natuurlijk prachtig kon inspireren tot wat opstandigheid. Tijdens mijn onderzoek naar Aletta’s leven stuitte ik op haar zuster Charlotte. Over haar was veel minder bekend en voor mij als fictieschrijver was dat fijn, daarmee had ik meer bewegingsvrijheid in het gebruik van haar als personage in mijn verhaal. Charlottes geschiedenis, voor zover bekend, vond ik echt prachtig, zoals ik ook in het nawoord van mijn boek heb geschreven. Ze was al eind twintig en was de inwonende huishoudster van haar broer die apotheker was, toen ze besloot: ‘Ik ga studeren. Ik word zélf apotheker.’ Fantastisch vind ik dat.

Terwijl ik al had bedacht dat Véronique ergens in de jaren 1880 naar Batavia zou gaan, kwam ik er bij toeval achter dat Charlotte in het echt in maart 1884 naar Batavia emigreerde. Het was echt een bijzonder moment, het voelde heel erg als voorbestemd. Er was voor mij geen kruimeltje twijfel over de rol van Charlotte in Véroniques leven.

Je hebt je in dit boek goed ingeleefd in de tijd, eind negentiende eeuw en de plaats: Amsterdam en Batavia onder andere. Wij als lezers zien het voor ons. Hoe doe jij dat? Hoe bereid je die hoofdstukken voor?

Allereerst is er de research. Ik lees heel veel informatie in boeken en op internet over mijn onderwerp. Ik bekijk schilderijen van de plaatsen of van de mode uit die tijd. Ik lees kookboeken om de smaken te proeven (in gedachten, jammer genoeg voor mijn man ga ik niet daadwerkelijk in de keuken staan) (lacht). Ik luister naar muziek uit die tijd. Ik lees boeken uit die tijd (Couperus, Multatuli). Kortom, ik dompel me onder in het uiterlijk en het gevoel van de tijd en plaats van mijn verhaal. Vervolgens denk ik vanuit de personages. In het begin ben je ze nog echt aan het verzinnen; hoe zien ze eruit, hoe klinkt hun stem, wat is hun karakter. Maar na verloop van tijd gaan de personages zelf leven en nemen mij mee op hun pad. Veel schrijvers zullen dit herkennen, denk ik. Ik kan ’s ochtends wel achter mijn laptop gaan zitten met een bepaald schrijfdoel, maar in de praktijk sturen de personages me vaak een andere kant op. Als ik Véronique iets laat doen of zeggen, is er maar één manier waarop Pieter kan reageren. Hij bestaat al, zit in mijn hoofd, staat bij wijze van spreken naast mijn schrijftafel in zijn nette pak en met zijn pommadekapsel, en spreekt. Handelt. Ik kan dan niet anders dan dat noteren. Elke andere tekst zou niet kloppen, niet logisch zijn.

 

Tijdens het lezen van het boek leeft de lezer helemaal mee in het hoofd van Véronique, denkt mee met haar beslissingen en keuzes etc. Heb je bepaalde literaire technieken gebruikt om dit effect te bereiken?

Literaire technieken… Nou hoogstens onbewust en ik zou ze zelf niet kunnen aanwijzen. Theorie is nooit mijn sterke kant geweest, in geen enkel opzicht. Ik leer, ik werk en ik schrijf heel gevoelsmatig. Door te proberen en door het werk van anderen te bestuderen. Hoewel dat weer een heel groot woord is. Ik hou gewoon mijn ogen open en denk na over wat ik zie en ervan denk. Zo is het met het schrijven van romans ook. Ik had al honderdduizenden woorden geschreven voor ik aan Véronique begon, die ervaring moet bepaalde waarde hebben. Verder hoor ik vaak dat ik heel beeldend schrijf, dat de lezer de scene echt voor ogen ziet. Dat is vaak precies zoals het tijdens het schrijfproces ook gaat. Ik staar wat voor me uit en zie in plaats van de straat voor mijn huis, Batavia, of Véronique en Charlotte die op het scheepsdek zitten te praten. Ik hoor hun stemmen dan. Ik zie hoe de wind door de bomen of over zee waait en de onderkant van een japon oplicht. En dat schrijf ik op.

Vlak ook de input van mijn redacteurs bij Boekerij niet uit. Zij beheersen die literaire technieken wel en wijzen me zo nodig op fouten. Zo had ik veel moeite met ‘perspectief’. Ik snapte het wel (na de nodige uitleg en het nalezen van wat artikelen), maar ik zag het gewoon niet. Ook niet in andermans werk. Of ik het inmiddels helemaal in de vingers heb? Dat merk ik wel aan het commentaar van mijn redacteur als ik mijn volgende manuscript instuur.

 

Véronique leest nogal wat boeken in het verhaal. Zijn dat boeken die jou zelf ook aanspreken?

Deels wel. Zo heb ik een van mijn meest favoriete romans in haar handen kunnen leggen, namelijk De graaf van Monte-Cristo van Alexandre Dumas. Dit vind ik zelf echt een waanzinnig heerlijk verhaal en het werd al voor 1882 uitgegeven. Dus bingo! Maar ze leest ook Camera Obscura van Nicolaas Beets en dat kon mij zelf weinig boeien. Maar het was in die tijd een populair boek dus daarom wel passend.

 

Véronique is feministisch en haar tijd vooruit. Is feminisme een onderwerp dat jou bezighoudt?

Eerlijk gezegd vind ik ‘feminisme’ een vervelend woord, ik zal het zelf niet snel in de mond nemen. Het klinkt mij te schreeuwerig, te opdringerig. Ik hou wel van de woorden ‘vrijheid’, ‘ontplooiing’ en ‘respectvol’. Vooral als ze in combinatie met elkaar worden gebruikt (lacht). Maar die woorden moeten wat mij betreft van toepassing zijn op iedereen; man en vrouw, oud en jong, ambitieuzen en de met weinig tevredenen. Het thema: je eigen weg volgen, is absoluut mijn grote thema. Zowel in mijn eigen leven als in de boeken die ik schrijf. Cornelis Drebbel was bij uitstek iemand die zijn grote ambities en fantasieën uitleefde. En ook mijn tweede manuscript, dat ik niet heb afgerond omdat halverwege Véronique op mijn pad kwam, ging over mensen die tegen de gevestigde orde ingingen.

 

Ten slotte: Op twitter heb ik gelezen dat je alweer bezig bent met een nieuw boek. Kun je een klein tipje van de sluier oplichten? Wordt het weer een historische roman over een vrouw? En in welke tijd zal dit boek zich afspelen?

Nou kan ik in een heleboel woorden heel weinig gaan zeggen… maar ik hou het er maar op dat het (natuurlijk) een historische roman zal zijn, met weer een heel aantal personages, waaronder in elk geval ook een jonge vrouw. De sluier blijft nog even hangen. Maar wie nieuwsgierig is moet mijn tweets en mijn website maar in de gaten houden want daar zal ik over een tijdje zeker meer vertellen.

 

Foto's: Gijs Dijkgraaf | website
Met dank aan: Uitgeverij De Boekerij

 

 

 

 


Véronique
Auteur: Michelle Visser
Uitgeverij De Boekerij
ISBN: 978 90 225 6193 5
Gebonden
Prijs: € 18,95
Verschenen: mei 2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1882. De achttienjarige Véronique woont met haar moeder en oma op landgoed Welestae bij Zutphen. Na zijn overlijden laat haar vader het landgoed echter in de rode cijfers achter, en de enige oplossing is een huwelijk tussen Véronique en Pieter Meijer, zoon van een steenrijke maar volkse ondernemer, die met deze verbintenis geaccepteerd hoopt te worden door de Amsterdamse elite.

Het paar verhuist naar een prachtig pand aan de grachten van Amsterdam, op dat moment een bruisende stad waar druk wordt gebouwd vanwege de wereldtentoonstelling. Willem Meijer, de jongere broer van Pieter, is journalist en confronteert Véronique met de keerzijde van al die welvaart: de armoede en de sociale wantoestanden in de sloppenwijken. Door haar interesse in Willems werk raakt ze beïnvloed door bijzondere vrouwen als Aletta Jacobs.

Geïnspireerd door Aletta vecht Véronique zich steeds meer vrij, tot ongenoegen van Pieter, die conservatiever is dan zijn broer. Hij dwingt zijn echtgenote hem te volgen naar Nederlands-Indië, waar Pieter een filiaal van Handelshuis Meijer zal leiden. Al snel brengen de spanningen in het huwelijk Véronique op een breekpunt. Zal ze durven te kiezen tegen de conventies van haar tijd?

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - of dit interview met - Michelle Visser.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven