Skip to: site menu | section menu | main content
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
Door Kim Moelands
1 oktober 2007 |
Mark
Mills (1963) werd geboren in Zwitserland en groeide op in Engeland. Na zijn
afstuderen kreeg hij een baan in de filmwereld als scenarioschrijver. Na een
aantal jaar begon hij ook te schrijven aan een boek en in 2004 verscheen met
Amagansett
zijn debuutroman. Het bleek een zorgvuldig en intelligent geschreven
misdaadverhaal waarmee Mills zijn naam in een klap gevestigd zag. Onlangs
verscheen ook zijn tweede thriller, het intrigerende
De Toscaanse Tuin.
Wil je beginnen met jezelf voor te stellen aan de Nederlandse lezers?
Ik ben in 1963 geboren in
Geneva (Zwitserland), maar groeide op tussen de zuidelijke heuvels in Engeland.
Het was een hele geïsoleerde plek, we hadden geen buren. Tot mijn achttiende
ging ik naar de lokale schooltjes. Ik was nog niet klaar voor een echte baan en
besloot te gaan reizen, onder andere naar Italië. Na twee jaar reizen belandde
ik in 1983 op Cambridge en studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis. Na mijn
studies verhuisde ik naar Italië omdat ik simpelweg verliefd was op dat land.
Samen met een Franse vriend runde ik een bedrijfje dat in opdracht geschikte
boerderijen zocht, vond en restaureerde voor mensen uit Zuid-Siena. In 1989
keerde ik terug naar Engeland en kwam terecht in de filmwereld. Ik kreeg een
baan als scenarioschrijver. Dat was een vaste job die ik heb gedaan tot een
agent me aanmoedigde om het eens met een roman te proberen. Nu vier jaar later,
schrijf ik nog steeds mijn eigen boeken en het geeft me veel meer voldoening dan
het scenarioschrijven ooit gedaan
heeft.
Wat heeft je geïnspireerd tot het schrijven van De Toscaanse tuin?
De Toscaanse tuin is een samenvloeisel van twee van mijn passies. Allereerst mijn liefde voor Italië en ten tweede de tuin die hoort bij het huis op Rousham Park vlakbij Oxford waar ik nu woon. Ondanks de vele verschillen met de tuin uit mijn boek, is het ook een achttiende-eeuwse tuin die geïnspireerd is op Italiaanse tuinen uit de renaissance. Een enigszins sinistere en onbestemde plek vol standbeelden en tempeltjes in de kromming van een rivier. De symboliek van de tuin is nooit goed uitgespit en het is een plek die al intrigeert sinds ik er voor het eerst rondliep. Mijn tweede boek zou zich eigenlijk afspelen in het negentiende-eeuwse Java – een Nederlands koloniaal moordmysterie!- maar na zestig pagina’s schrijven, een reis naar Java en een berg research, besloot ik toch om te gaan voor het Italiaanse verhaal.
In De Toscaanse tuin speelt een dramatische familiegeschiedenis een belangrijke rol. Ben je gefascineerd door genealogie?
Nee, ik heb geen speciale interesse voor genealogie, hoewel ik wel weet dat ik afstam van degelijke Engelse boertjes aan moederskant en degelijke Zwitserse boeren aan vaderskant.
Denk je dat het mogelijk is om een familiegeheim voor altijd te verbergen?
Ik denk dat de waarheid het uiteindelijk altijd wint. Ik heb ooit een Italiaanse genealoog ontmoet die me vertelde dat je in de meeste aristocratische Italiaanse families niet lang hoeft te zoeken voordat je de eerste bastaard tegenkomt. Elke familie heeft zijn geheimen, hoe hard zo ook hun best doen om ze onder het tapijt te vegen.
Hoe belanden een mysterieuze tuin, Wereldoorlog II en een duister familiegeheim in één boek zonder dat het over the top of vergezocht wordt?
Er bestaat een
overtuigende theorie over de tuin in Rousham Park. De beelden zouden eigenlijk
een bekentenis van homoseksualiteit zijn van de archi
tect. Dus het idee dat
iemand met behulp van mythische symboliek een duister geheim kan ontrafelen is
voor mij plausibel. De verwerking van de Tweede Wereldoorlog in het verhaal
heeft een persoonlijke oorsprong. Eén van mijn sterkste herinneringen aan mijn
tijd in Italië gaat over een huis waarvan de bovenverdieping was afgesloten
sinds de Duitse bezetting. Het idee dat het gebouw en de tuin diepverborgen
geheimen herbergde, sprak me enorm aan. Hopelijk zijn mijn lezers het daarmee
eens.
Was het moeilijk om het verhaal geloofwaardig te houden met zo’n complexe plot?
Het grootste gevecht was om de link tussen de twee moordmysteries geloofwaardig te leggen. Tussen beide moorden zit toch zo’n 400 jaar. Het vergt ook wel wat van de lezer, ze moeten toch een zeker geloof in ‘karma en bad vibes’ hebben. Of ze mee willen gaan met dat bovennatuurlijke element in het verhaal is aan hen.

Geloof je in het bestaan van vervloekte plekken zoals de tuin in je boek?
Ik heb geen zweverige instelling en geloof niet in geesten, maar ik ben ervan overtuigd dat sommige plekken een ‘voelbaar’ verleden met zich meedragen. Er was bijvoorbeeld een ondoordringbaar stukje bos bij de boerderij waar ik opgroeide. Als kinderen werden we instinctief naar die plek toegetrokken. Later bleek het een kolonie uit de late steentijd (Neolithicum) te zijn geweest. Voelden we dat ergens diep van binnen onbewust aan? Wie zal het zeggen? Ik vermoed dat we allemaal wel plekken hebben waar we ons, om wat voor reden dan ook, verbonden mee voelen.
Waarom heb je Italië gekozen als décor voor De Toscaanse tuin?
De paar jaar die ik in Italië doorbracht hebben een enorme impact op me gehad. Het klinkt misschien een beetje hoogdravend, maar die tijd heeft mijn leven echt veranderd. Het heeft me de kracht gegeven om mijn hart te volgen en niet alleen maar naar mijn verstand te luisteren. Het heeft me geleerd dat het goed is om een bepaalde kwaliteit in mijn leven en dagelijkse bestaan na te streven. Het heeft uiteindelijk ook absoluut de doorslag gegeven in het najagen van mijn jeugddroom, schrijver worden. Een droom waar ik al bijna vanaf was gestapt. Vanuit die achtergrond kon ik niet anders dan een verhaal schrijven over het land dat voor mij de ommekeer in mijn leven betekende. Een soort bedankje aan Italië.
Kun je wat vertellen over de research die je hebt gedaan?
Net als bij mijn vorige
boek nam de research zes maanden in beslag. Het verhaal ontvouwt zich in een
gedeelte van Toscane dat ik op mijn duimpje ken. Het schetsen van het decor
waarin het boek zich afspeelt
was dus een eitje. Ik moest me natuurlijk wel
verdiepen in het Toscane rond 1950. Het grootste gedeelte van mijn onderzoek
bestond echter uit het lezen van boeken over tuinontwerpen uit de renaissance.
De grootste uitdaging van dit boek was een geloofwaardige renaissancetuin
creëren met symboliek die voor meerdere interpretaties vatbaar was. Het was een
heel technisch (en soms oersaai!) proces en ik heb heel wat uurtjes worstelend
doorgebracht in de Bodleian Library (bibliotheek) van Oxford.
Bestaat de tuin die je in je boek beschrijft daadwerkelijk?
De tuin is een verzinsel, alhoewel bepaalde elementen - zoals het amfitheater - zijn geïnspireerd op echte renaissancetuinen.
Het verhaal van De Toscaanse tuin speelt zich af in 1958 en nog verder terug. Heeft dat feit je schrijfstijl en de ontwikkeling van de plot beïnvloed?
Ik denk dat het taalgebruik in het boek wat formeler en gereserveerder is waardoor het aansluit bij de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Als ik hetzelfde verhaal naar de huidige tijd zou tillen, dan zouden de stijl en dialogen heel anders zijn. Dat is een puur gevoelsmatige kwestie.
Was het moeilijk om vijftig jaar terug te gaan in de tijd en de hoofdpersonen daarop aan te passen?
Ik
ben van mening dat er zeker in Engeland een mythologische kijk op de jaren ’50
is. Dit komt enerzijds door de censuur op boeken (en ook door de perceptie van
auteurs) die toen heerste. In 1960 spande de Britse regering nog een rechtszaak
aan tegen uitgeverij Penguin. Ze hadden het boek Lady Chatterley’s Lover van
D.H.
Lawrence uitgebracht waar onder andere het woord ‘fuck’ in voorkwam…
Lawrence
schreef het boek in 1928. Ik denk dat het niet reëel is om er van uit te gaan
dat de mensen uit vroegere tijden heel anders waren dan wij. Mensen hebben me
gevraagd: “Zouden twee studenten van Cambridge in 1958 werkelijk seks gehad
hebben?” Jazeker, en reken maar dat ze ook woorden als ‘fuck’ hebben gebruikt!
Welk karakter uit De Toscaanse tuin is je favoriet?
Ik heb een zwak voor Harry, de broer van hoofdpersoon Adam. Hij kwam ineens het verhaal binnendenderen (ook voor mij een verrassing) en wist in no time een belangrijke rol in het verhaal te claimen. Het is altijd opwindend als het verhaal zichzelf gaat schrijven en de hoofdpersonen het heft in eigen hand nemen.
Zowel De Toscaanse tuin als Amagansett hebben een intieme en rijke schrijfstijl/sfeer. Waarom heb je hiervoor gekozen?
Ik heb eerlijk gezegd nog nooit nagedacht over mijn schrijfstijl. Het is geen bewuste keuze. De ‘stem’ van het boek wordt bepaald door de aard van het verhaal. Ik verwacht dat mijn volgende boek – ik ben op dit moment bezig met de research – in dat opzicht weer heel anders zal zijn. Dat komt omdat het verhaal en nog belangrijker de karakters, daar om vragen.

Wie zijn jouw favoriete auteurs?
Auteurs waar ik mezelf erg toe voel aangetrokken zijn J.M. Coetzee en William Boyd.
Wat is belangrijker: de plot of de hoofdpersonen in een verhaal?
Er bestaat een oud spreekwoord in de filmwereld: Karakter is actie. Ik denk dat deze stelregel ook opgaat voor boeken. De lezer moet bereid zijn om emotioneel te investeren in de karakters om het verhaal te laten werken. De plot alleen is niet voldoende. Een kanttekening die ik wil maken is dat er natuurlijk ook uitzonderlijk succesvolle boeken en films zijn die bol staan van de actie, terwijl de hoofdpersonen nauwelijks iets zinnigs zeggen. Er zijn geen regels voor wat werkt en wat niet. Het ligt aan je publiek.
In welk genre zou je je eigen boeken indelen?
Ik vind zelf De Toscaanse tuin eerder in de categorie raadselachtig vallen dan dat het een typische thriller is. Het is een ‘multiple mystery’.
Hoe zou je je boeken beschrijven voor mensen die nog nooit iets van je gelezen hebben?
Mijn beide boeken vallen
binnen het crime genre, maar hangen wel aan het vinkentouw. Ik doe niet aan
politiemannen, dieven, detectives en seriemoordenaars. Er zijn al genoeg
schrijvers die dat briljant doen. Ik gebruik moorden om andere thema’s naar
boven te halen, bijvoorbe
eld het uitpluizen van een gemeenschap of het
‘ontleden’ van een hoofdpersoon.
Wat is het mooiste, vreemdste of meest opmerkelijke dat je tot nu toe als auteur hebt meegemaakt?
Dat was het moment dat ik het eerste exemplaar van mijn debuut kreeg aangereikt tijdens een dinertje met mijn Engelse uitgever. Ik had nooit gedacht dat ik dat nog mee zou maken.
© Foto: Jerry Bauer (gebruikt met toestemming)
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor reacties op dit interview. Of voor een discussie over de boeken van
Mark Mills.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Bibliografie Mark Mills:
2004: Amagansett
2007: Toscaanse Tuin
Toscaanse Tuin: 1958. Adam Strickland, student aan Cambridge University, krijgt een speciale opdracht van zijn professor: hij moet een scriptie schrijven over een beroemde zestiende-eeuwse Toscaanse tuin. Hij ontdekt iets mysterieus: Signor Docci, de eigenaar van de vreemde en grillige tuin, heeft de tuin aangelegd ter ere van zijn vrouw, waarschijnlijk nadat hij haar heeft vermoord.
Tegelijkertijd ontspint zich een andere intrige, maar dan in het hier en nu. Adam maakt kennis met de oude signora Docci, wier oudste zoon werd doodgeschoten door de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. En de derde verdieping van de Toscaanse villa, waar die moord plaatsvond, is sindsdien net zo hermetisch afgesloten als de tuin waarover Adam wil schrijven.
Twee ruimten, bevroren in de tijd. Maar wat is het verband? Verleden en heden, liefde en intrige vermengen zich in dit uitdagende mysterie, dat een levendig beeld schetst van de ervaring van een onschuldige buitenlander tijdens de onzekere jaren in het naoorlogse Italië.
