Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

J.J. Voskuil:
De buurman




De buurman is een heerlijk boek


Michelle Visser:
Vťronique

Een tijdskritisch verhaal dat een goed beeld geeft van de periode vlak vůůr de 20e eeuw


Simone van der Vlugt:
Rode sneeuw in december

 

Naar mijn mening is Rode sneeuw in december het beste boek dat Simone van der Vlugt ooit heeft geschreven

 

Erik Menkveld:
Het grote zwijgen





Een universeel verhaal over liefde en afgunst, verlangen en ontrouw, dromen en daden



Carlos MarŪa DomŪnguez:
De blinde kust

Het verhaal roept een aantal visuele beelden op en wordt op een bijna magische manier voor een deel tussen de regels in verteld


Annabel Pitcher:
Mijn zus woont op de schoorsteenmantel

Het is duidelijk dat Annabel Pitcher een grote belofte voor de toekomst is


NiccolÚ Ammaniti:
Jij en ik

De inhoud van het boek en de essentie van het verhaal zal je mogelijk de rest van je leven bij je blijven dragen


Silvia Avallone:
Staal

Zonder meer een sterk debuut


Adam Foulds:
De dwaaltuin

Een prachtige gelaagde roman


Anne Fortier:
Julia

Een mooi en vlot geschreven verhaal


Torgny Lindgren:
Norrlandse Aquavit

Het is een rustig boekje, boordevol personages die door intense dialogen onvergetelijk worden.


Torgny Lindgren:
De bijbel van Dorť

Torgny Lindgren schrijft met veel verbeelding en met veel vaart



































































 




















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Lucas Hirsch

Door Jos Herni | Ezzulia.nl
 


19 oktober 2012 |  De Nederlandse dichter Lucas Hirsch studeerde in 2002 af bij de vakgroep Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam op een vergelijkende studie tussen The Beats en De Vijftigers. Hij is de initiatiefnemer van het Amsterdamse dichtcollectief De Residentie (2003-2004). Met Jessica Kroskinski richtte hij de literaire stichting Stichting Kleine Revolutie Producties op, die in Haarlem literaire evenementen en sinds 2009 het jaarlijkse poŽziefestival Elswout organiseert. In 2012 tourde Hirsch met Pieter Boskma, HťlŤne GelŤns, Erik Jan Harmens, John Schoorl en Joost Zwagerman door de Verenigde Staten. Het werk van Hirsch verscheen onder andere in Poolse, Finse en Engelse vertaling.

Vorige maand verscheen met Dolhuis zijn derde bundel.

 


"Ik denk dat leraren meer hedendaagse poŽzie moeten brengen. Niet alleen de klassiekers"


Wie is Lucas Hirsch?

Ik ben geboren in Hilversum in de zomer van 1975. Heb tot mijn 18e in Huizen gewoond en zat op Het Willem de Zwijger College in Bussum, waar ik het grootste deel van mijn leven heb doorgebracht. Ik ben in 1994 vetrokken naar Amsterdam om Geschiedenis en later Amerikanistiek te studeren. Ik ben afgestudeerd op de jaren ’50 in Europa en Amerika. Vooral literatuur, politiek en kunst spraken me tijdens mijn studie erg aan. In 2005 ben ik in Haarlem komen wonen en waar ik nu nog steeds met heel veel plezier woon.

 

Hoe ben jij in aanraking gekomen met poŽzie?

Literatuur was van thuis uit altijd aanwezig. Er werd veel gelezen in de familie en mijn vader wist me altijd een goed boek aan te raden. Net zoals in zijn muzieksmaak, The Stones, The Byrds, Dylan, The Kinks, The Doors, etc., raadde hij me altijd die boeken aan die een andere kijk op het leven gaven. Dat waren vooral Amerikaanse romans uit de jaren ’40 tot ’70. Zo las ik vrij jong Slaughter House V, Midnight Cowboy, Catch22, The Man with The Golden Arm, On the Road, etc. Ik was vooral erg onder de indruk van The Doors. Toen mijn vader me meer vertelde over The Doors en Jim Morrison was het hek van de dam. Ik las alles wat te maken had met de songteksten van The Doors & Morrison en ontdekte Walt Whitman, Allen Ginsberg, Aldous Huxley, etc.

Ik heb rond mijn 16e wat gedichten geschreven maar ben daar niet echt mee door gegaan. Wel ben ik blijven lezen. Toen ik in 2002 een afstudeeropdracht moest verzinnen, wilde ik een scriptie schrijven over The Beats en De Vijftigers. Tijdens mijn onderzoek las ik veel gedichten van Kouwenaar en Lucebert, en aan de andere kant van Ginsberg, Corso en Kerouac. Dat was erg verfrissend en ik ben zelf weer gaan schrijven. Ik studeerde in mei 2002 af en stond in de herfst van dat jaar voor het eerst op de planken met mijn gedichten. Ik deed mee aan de beroemde Festina Lente poŽzieslag. In de jury zat Simon Vinkenoog! Kan je nagaan, ik had net een scriptie over De Vijftigers en dus ook over Simon Vinkenoog geschreven en die ging naar mijn gedichten luisteren! En, hij was bevriend geweest met Allen Ginsberg. Na afloop vertelde Simon me dat hij Allen Ginsberg destijds had ontmoet op de plek waar we stonden. Festina Lente was in de jaren vijftig een beroemde jazz club, Sheherazade genaamd. Ik wist dat Simon Allen Ginsberg daar had ontmoet, maar wist niet dat het nu Festina Lente heet.

Alles is gaan rollen vanuit Festina Lente waar ik maandelijks een groep dichters ontmoette waarmee ik veel door het land reisde om op te treden. Tegelijkertijd verschenen er gedichten in tijdschriften als De Revisor, DWB, Parmentier, etc.

 

Je bent de oprichter van het Haarlemse literaire productie bureau Kleine Revolutie Producties. Met welk doel?

Stichting Kleine Revolutie Producties heeft als doelstelling het organiseren van kwalitatief hoogwaardige literaire activiteiten (poŽzie) in Haarlem en omstreken. Er wordt gestreefd naar betaalbare en voor een breed publiek toegankelijke optredens van Nederlandstalige dichters die reeds werk hebben gepubliceerd of binnenkort zullen publiceren. De nadruk ligt op poŽzie gerelateerde activiteiten en op literaire activiteiten waarbij de samenwerking met andere kunstdisciplines een belangrijke rol speelt. Stichting Kleine Revolutie Producties tracht haar activiteiten op bijzondere locaties te organiseren. De stichting wordt gerund door Jessica Kroskinski en mij. We hebben een groot aantal zeer succesvolle projecten gedaan. Zo hebben we ieder jaar PoŽziefestival Elswout in Overveen en zijn we in april met een groep dichters naar de VS geweest om te toeren.

 

Je hebt - voor de buitenwacht? - niet het uiterlijk en de uitstraling van een dichter. Werkt dat in je voordeel of juist niet? Wat vind je omgeving van het feit dat je poŽzie schrijft?

Tja, hoe ziet een dichter er uit? Ik denk dat we allemaal het beeld van Rimbaud, Baudelaire en wellicht Walt Whitman in gedachten hebben. Doe daar een sausje van Rawie en Bilderdijk overheen en dan denk ik dat het plaatje compleet is. Nee grapje, dichters zijn net gewone mensen, dus in alle maten en soorten. Ik weet niet of ik onder het kopje klassieke dichters val qua gedichten en uiterlijk, maar ik weet wel dat ik eens ergens moest voordragen op een avond met vooral wat oudere dames en heren in het publiek, en toen ik binnenkwam ben ik rustig vooraan gaan zitten op de plek waar de dichters moesten plaatsnemen. Ik werd door een vriendelijke dame van de organisatie benaderd of ik ergens anders wilde plaatsnemen, deze rij was gereserveerd voor dichters. Ik ben toen zonder iets te zeggen opgestaan en achter in de zaal weer gaan zitten. Vijf minuten voor aanvang van de middag was er paniek bij de organisatie omdat dichter Lucas Hirsch nog niet gesignaleerd was. Toen het publiek gevraagd werd of iemand mij had gezien, heb ik mijn hand opgestoken dat ik er was. Dat was erg amusant.

Ik weet niet of het een voor of nadeel is, ik zie er uit zoals ik ben, het is dus aan de ander om daar iets mee te doen of niet. Ik merk wel dat als ik workshops geef en klassen bezoek in Nederland of De VS, dat er snel een klik is met de kinderen/mensen in de zaal of klas. Dat is het allerleukste om te doen, praten met mensen over poŽzie, dat doe ik graag.

Mijn “omgeving” vindt het leuk dat ik gedichten schrijf en mijn leven inricht met poŽzie, optredens en workshops. Ze zijn blij voor me dat ik doe waar mijn hart ligt. Dat is een grote steun. Maar ook zonder deze steun zou ik schrijven, het is een onderdeel van wie ik ben als mens. Of het nou gelezen wordt of niet, ik schrijf graag.

Je dichtbundels worden uitgebracht door de Arbeiderspers. Hoe ben je daar terecht gekomen?

Tja, via een aantal wegen denk ik. Volgens mij had De Revisor destijds een gedicht geplaatst, Ilja Leonard Pfeijffer zat toen in de redactie en las wat gedichten van mij die hij wel publicabel achtte. Grote uitgevers lezen vaak de grote literaire tijdschriften, althans dat was toen, ik weet niet hoe het nu gaat. Ook had ik een optreden waar ook Joost Zwagerman optrad en die hoorde me voorlezen en heeft toen de grote baas van De Arbeiderspers verteld over mij. Op hetzelfde moment had ik een mailtje gestuurd naar de grote baas van De Arbeiderspers. Ik had een heel brutaal berichtje gestuurd dat ik vond dat er veel te weinig jonge dichters in het fonds van de AP zaten en dat ik veel door het land reisde en veel jong talent zag, of ik niet voor ze kon scouten? Prompt kreeg ik van Lex Jansen een mail of ik koffie wilde komen drinken op de uitgeverij! Na een goed gesprek heb ik kort wat verslagen geschreven voor de AP over de nieuwe dichters die ik in het land zag. Na een aantal maanden zei Lex dat hij had gelezen dat ik zelf ook gedichten schreef (De Revisor) en of ik niet iets wilde inleveren bij een redacteur? Dat heb ik toen gedaan en precies op mijn 30e verjaardag vroeg de AP of ze mijn debuut mochten uitgeven. Ik kreeg een redacteur toegewezen en dat is nog steeds mijn redacteur.

 

Hoe ziet jouw schrijfproces er uit?

Ik heb geen ritueel eigenlijk. Het gaat de hele dag door. Ik verzamel regels en zinnen die ik een bepaalde lading vind hebben. Die schrijf ik op en op een gegeven moment heeft het lang genoeg in mijn hoofd gesudderd en gewroet dat er geschreven moet worden. Het is heel fysiek, ik word echt onrustig en moet dan gaan zitten. En soms is het weken lang heerlijk stil. Dan wil ik niets te maken hebben met schrijven en poŽzie. Dan ga ik vaak romans lezen of filosofie. Non fictie is ook fijn. Dan komt er vanzelf weer een regel ergens vandaan en dan ga ik weer verder. Wel wil ik iedere keer weer iets nieuws maken.

Mijn eerste bundel Familie gebiedt was een stijlexercitie, een stijlwaaier, Tastzin was de eerste bundel in een thema. Ik heb de gedichten in dat thema proberen te persen. Ik heb getracht heel erg vanuit de associatieve onderbuik mijn persoonlijke crisis te beschrijven. De gedichten moesten 1 op 1 vanuit mijn lijf het papier op, onverbloemd, bijna beschamend, pijnlijk en verdrietig. Ik moest zo schrijven anders zou ik mezelf voor de gek houden.

In mijn derde bundel Dolhuis heb ik dit ook weer toegepast, maar nu om een wereld in geestelijke crisis te beschrijven. Mijn nieuwe project zal ook weer deze lijn volgen. In mijn tweede bundel kan je gedichten herkennen in stijl uit de eerste, ook in mijn derde en vierde zal je bepaalde stijloefeningen treffen. Ik noem dat sleutelgedichten. Zo zijn alle bundels met elkaar verbonden, maar verschillend van stijl en onderwerp.

 

Wat doe je om je boek onder de aandacht van het publiek te brengen?

Wat mijn laatste bundel Dolhuis betreft, ben ik maanden van te voren actief geweest om alles kloppend te maken. Zo heb ik het manuscript laten lezen aan fotograaf en goede vriend Jochem Jurgens, en die wilde heel graag meewerken aan het project. We zijn samen op pad gegaan om een foto te schieten. Deze prijkt nu op het omslag. De vormgeving is gedaan door Peter van den Hoogen, een geniale vormgever waarmee ik eerder heb gewerkt, die heeft ook aan de hand van de bundel zijn ideeŽn vorm gegeven. Ik heb Jochem aan Peter voorgesteld en het resultaat mag er zijn! Verder heb ik met Jochem een boek teaser gemaakt voor de bundel. Naar ik weet is dit nooit eerder zo gedaan. De uitgeverij doet de standaard zaken voor je, maar qua promotie heb ik zeker vijfennegentig procent gedaan. Er is goed contact met de uitgever, maar ze zijn heel druk en hebben een hele kleine promotieafdeling. Ze doen wat ze kunnen.

Mijn eerste druk was geloof ik 800, de tweede ook en de derde weet ik eigenlijk niet. Heb van de eerste twee nog wat dozen staan, ze werden vrij snel in de ramsj gedaan, dat doet best pijn. Dus ik heb ze opgekocht en deel ze uit of verkoop ze op lezingen. En hoe je bekend wordt? Geen idee, ik denk door heel veel te schrijven en vooral ook op te treden. Gedichten opsturen naar tijdschriften en websites, etc. En wat is bekend? Ben je bekend als je bij DWDD zit of de Giel Mobiel? De laatste heb ik onlangs gehad, maar ik heb nog nooit op De Nacht van De PoŽzie gestaan of opgetreden op Poetry International. Dat zou ik heel mooi vinden. Maar ik heb wel weer in The Green Mill in Chicago gestaan. Het is dus maar wat je zelf verstaat onder bekend. Mij boeit dat niet zo, ik wil graag maken wat ik maak en als er een publiek voor is, graag!

 

PoŽzie heeft een vrij beperkte doelgroep. Hoe komt dat volgens jou? Kan dat veranderen? En zo ja: hoe?

Tja, ik denk dat een oorzaak zou kunnen liggen in het onderwijs. Mijn leraar merkte tijdens onze eerste les poŽzie analyse op, we gaan nu iets moeilijks doen. Dan sta je als dichter al 1-0 achter. Ik denk dat we als dichter de boer op moeten. We moeten laten zien aan het publiek wie we zijn en wat we maken. Ik denk ook dat leraren meer hedendaagse poŽzie moeten brengen, dus niet alleen maar de klassiekers. Er gebeurt zoveel moois in de Nederlandse poŽzie waar de gemiddelde leerling op een school of student aan een universiteit of hoge school geen weet van heeft. Als ik voor de klas sta vraag ik altijd wat ze in de klas lezen. Dat zijn meestal de dichters die iedereen in Nederland kent, maar niet de dichters van nu. Aan de andere kant, poŽzie is volgens mij populairder dan ooit, kijk eens naar alle festivals en avonden die in heel Nederland en Vlaanderen worden georganiseerd!

Kopen van bundels begint denk ik niet alleen bij promotie maar ook door optredens. Vaak hoor je van mensen dat ze mijn bundel hebben gekocht nadat ze me hadden gehoord. Ook denk ik dat er een taak ligt bij programmeurs om divers te programmeren en niet telkens weer die dichters te programmeren die je al overal op de podia ziet. Dat is niet erg, maar daag het publiek uit door iets minder bekende dichters te brengen.

Ik probeer met onze stichting op o.a. het festival in Elswout een goede mix te brengen van bekende dichters, debuterende dichters en minder bekende dichters en dat merk je aan het publiek, die vinden het geweldig om naast hun helden ook nieuwe helden te ontdekken.

Je laatstverschenen bundel is Dolhuis. Hoe zijn de reacties die je hebt gekregen? Waarin verschilt Dolhuis met bijvoorbeeld je debuut bij De Arbeiderspers?

De reacties van dichters zijn verschillend. Heb hier en daar wat negatieve reacties gehad, maar over het algemeen zijn de reacties heel positief. Ik heb met Dolhuis ook het doel gehad om discussie op te wekken, ik heb liever een hele sterke negatieve reactie dan een reactie van, goh, leuke gedichten. De recensies laten vooralsnog op zich wachten, maar wat wil je, er zijn de laatste maand zo veel goede bundels uitgekomen! Ellen Deckwitz met Hoi feest, het knaldebuut van Kira Wuck, Rawie, Komrij en nog tig meer. Recensenten moeten een keuze maken en hebben een heel beperkte plek in de krant. Ik hoop dat het internet het nog op gaat oppakken, is ook heel belangrijk. Verder heb ik een aantal leuke boekingen, projecten en optredens. Dat is erg fijn.

 

Wie zijn binnen de poŽzie jouw helden en waarom? En wat is de beste bundel (of mooiste stukje poŽzie) die je ooit heb gelezen?

Tjonge, ik heb nog zoveel niet gelezen. Maar ik kan wel wat dichters noemen die van invloed zijn op mijn werk en/of die ik graag lees. Zo lees ik graag Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Nachoem Wijnberg, Sirkka Turkka, H.H. Ter Balkt, Remco Campert, Alfred Schaffer, Moustafa Stitou, Erik Jan Harmens, Ellen Deckwitz, Wouter Godijn, John Schoorl, Helene Gelens, Maurice Buehler. Ik vergeet er vast een aantal. Ik ontdek ook telkens weer hele mooie bundels, dichters en gedichten. Het houdt nooit op als het aan mij ligt.

 

Hoe belangrijk was Gerrit Komrij voor de Nederlandse poŽzie?

Dat vind ik moeilijk te bepalen. Ik denk dat Komrij geniaal over poŽzie en literatuur kon schrijven. Het was een uiterst precieze lezer en kon dat vlijmscherp in woorden vatten. Als bloemlezer is en was Komrij ook heel belangrijk. Andere bloemlezers gebruiken Komrij vaak als basis voor eigen bloemlezingen. Van zijn werk als dichter ken ik weinig, het spreekt me niet aan, dat het goed is, is duidelijk. Ik denk dat we na Simon Vinkenoog weer een grote persoonlijkheid en trekker van de poŽzie moeten missen. Er staat vast wel weer iemand op om het stokje over te nemen.

 

Wat is het verschil tussen Nederlandse en vertaalde poŽzie? Is er een stroming die typisch Nederlands is?

Ik heb de laatste jaren veel in de VS opgetreden en ook wat gepubliceerd. Mijn gedichten zijn goed vertaald door Willem Groenewegen, maar, als je het voordraagt in het Engels, lijkt het toch alsof er iets mist. Een New Yorkse dichter betitelde het als, het missen van een beat, een hart, en ik denk dat dat wel waar is. Er is een foto van een foto gemaakt, het lijkt hetzelfde beeld, maar is het net niet. Dat het wel overkomt heeft te maken met de kwaliteit van het gedicht denk ik.

En een stroming in Nederland? Ik denk juist van niet, de laatste 10 a 15 jaar hebben we een “laat een duizend bloemen bloeien” en “laissez-faire” trend gehad en gevolgd. Alles kon en mocht en was goed. Ik denk dat we onderhand zijn weggezakt in het moeras dat deze bloemenweide is geworden. Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens hebben al eerder geroepen dat het tijd is om weer eens verantwoordelijkheid op te eisen voor wat je als dichter maakt. Is het noodzakelijke poŽzie die je schrijft, schurkt en schuurt het? Is het ongemakkelijk en doet het pijn? Mag engagement wel of niet? Ga je tot het gaatje en dan verder om alles op papier te krijgen? Ik kan me erg vinden in deze opvatting over poŽzie en ik denk dat Dolhuis het resultaat is. Mijn eerste twee zijn ook zo geschreven. 

Lees je zelf alleen poŽzie of ook andere genres? Zo ja: wie zijn buiten de poŽzie je favoriete auteurs en boeken?

Ik lees alles wat los en vast zit waar mijn interesse op dat moment op valt. Al lezend ontdek je constant nieuwe schrijvers en auteurs. Of het nou fictie is of non fictie, pulp, cult of strips, het maakt mij niet zoveel uit. Ik heb wel een voorliefde voor Amerikaanse romanciers en vooral uit de periode ’40 – ’90, uitzonderingen daargelaten. Ik lees graag Hunter Thompson, Jack Kerouac, Tom Wolfe, Nelson Algren, Brat Easton Ellis, maar ook historische boeken als Day of Empire van Amy Chua, Area 51. Verder lees ik graag biografieŽn over filosofen en lees daarna de werken. Zo ben ik verslaafd geraakt aan Baruch Spinoza.

Ik lees niet graag Nederlandse romans, wel volg ik bijvoorbeeld Tommy Wieringa als hij een nieuw boek publiceert. Zijn nieuwe boek ligt op het nachtkastje, Tommy Wieringa is een uitzondering omdat hij bijna on-Nederlandse romans weet te schrijven, erg boeiend en leerzaam!

 

Wat is het laatste boek dat je hebt gelezen?

Ik lees vaak verschillende boeken door elkaar. Ik lees nu Alberto Moravia’s De Onverschilligen, The Rolling Stone Book of The Beats, The Spinoza Problem van Irvin D. Yalom, Een leven op scherp over Vladimir Majakovski en de dichtbundels Hoi Feest van Ellen Deckwitz (It Girl van de Nederlandse poŽzie), Boven water van Miguel Declercq en Finse Meisjes van Kira Wuck.

Wat ik ervan vond laat ik nog weten.

 

 

Foto's: Alexander Nijholt | website
Eindredactie: Gerd Boeren

 

        

 

 


Interesse in Dolhuis van Lucas Hirsch? 

Dolhuis van Lucas Hirsch staat binnenkort centraal als discussieboek in de Ezzulia Leesclub. In samenwerking met zowel De Arbeiderspers als de auteur verloten wij tien exemplaren. De discussie begint in de laatste week van oktober en zal doorlopen tot in de maand november.

Belangstelling voor een gratis exemplaar? | kijk hier 

 


Dolhuis
Auteur: Lucas Hirsch
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 978 90 295 8613 9
Paperback
Prijs: € 18,95
Verschenen: september 2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze derde bundel van Lucas Hirsch belanden we met de poten in de modder. Dolhuis handelt over een land en een geestelijk klimaat in crisis. Een bundel als een vuistslag, maar dan met een fluwelen handschoen. De gedichten zijn beurtelings grof, teder, hard, sensueel, genuanceerd, lomp, geŽngageerd en nog veel meer. Waar Hirsch’ tweede bundel Tastzin handelde over een persoonlijke en innerlijke identiteitscrisis, gaat Dolhuis over een identiteitscrisis van de mens in zijn omgeving. De bundel is als een spiegel van de huidige maatschappij.

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - en dit interview met - Lucas Hirsch.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven