Ezzulia interview
Lieneke
Dijkzeul
Door Kim Moelands | Ezzulia.nl
26 februari 2011 | Lieneke Dijkzeul werd op 7 maart 1950 geboren in Sneek. Vanaf het moment dat ze in aanraking kwam met boeken, wist ze dat dat was wat ze wilde, schrijver worden, al hoopte ze dat het mogelijk was een schrijvende slagwerker te zijn, of een slagwerkende schrijver. Van die toekomstplannen kwam aanvankelijk niet veel terecht: na haar middelbare schooltijd ging ze werken en Frans studeren. Wel bleef ze, zoals ze dat van kind af aan had gedaan, schrijven - verhalen, sprookjes en gedichten. Na de geboorte van haar dochter werd het schrijven ernst. Vanaf 1987 schreef ze verhalen voor jeugdbladen als Okki, Taptoe, Donald Duck en Bobo. Haar eerste boek, Hou je taai! verscheen in 1990 bij Uitgeverij Lemniscaat.
De eerste jeugdboeken waren een combinatie van spanning en realisme. Daarna verdween het spanningselement en schreef ze boeken als Een bezem in het fietsenrek (over een heks die niet langer een heks wil zijn, maar ernaar verlangt een mens te worden en daartoe verhuist naar de mensenwereld), de historische roman Bevroren tijd (over de beroemde ontdekkingsreis van Willem Barents) en het bekende voetbalboek Aan de bal (over de Afrikaanse jongen Rahmane die droomt van een voetbalcarrière om te kunnen ontsnappen aan de armoede). Wat bleef was het thema dat in de meeste van haar boeken een rol speelt; mensen die hun eigen vertrouwde omgeving moeten missen, en zich ontheemd voelen.
In 2006 verscheen haar eerste psychologische thriller voor volwassenen, De stille zonde, bij Uitgeverij Ambo|Anthos. Koude lente, de tweede thriller met de sympathieke inspecteur Paul Vegter verscheen in november 2007 en werd bijna twee jaar later gevolgd door De geur van regen. Deze maand verscheen het vierde deel in de Vegter-serie, Verloren zoon.
Namens Ezzulia sprak Kim Moelands met Lieneke Dijkzeul.
"Taal is mijn muziek, compleet met ritme en klanksoorten"

Verloren zoon is het vierde boek in de serie met inspecteur Paul Vegter. Ben je van je hoofdpersonage gaan houden?
Ik hou veel van Vegter, en ik zou best een avond met hem in de kroeg willen zitten. Of beter nog: in zijn woonkamer, als die eindelijk af is. Met een goed glas wijn bij de houtkachel, en met Bach op de achtergrond. Al ben ik bang dat ik voornamelijk het woord zou moeten voeren, want een prater is hij niet. Toch denk ik dat we een mooi gesprek zouden kunnen hebben over muziek en literatuur, en het leven in het algemeen. Maar eigenlijk praat ik al vier boeken lang met hem.
Wat vind je de leukste en minst leuke eigenschappen van Vegter?
Wat ik in hem waardeer is zijn gevoel voor rechtvaardigheid. Dat breekt hem op als hij een beslissing moet nemen die daar tegenin druist. Het gebeurt hem ook weer in Verloren zoon. Af en toe denkt hij dat hij het verkeerde beroep heeft gekozen. Het aardige is dat hij zich daarin vergist. Juist zijn kwetsbaarheid maakt hem tot een goed politieman.
Die eerlijkheid kan hij minder goed toepassen waar het zijn persoonlijk leven betreft. In zijn relatie met zijn dochter en Renée gaat hij ervan uit dat ze hem wel begrijpen zonder dat hij zich uitspreekt. Die gemakzuchtigheid bevalt me niet. Maar het begint nu tot hem door te dringen dat hij te egocentrisch bezig is.
Wanneer is het idee voor de Vegter-serie ontstaan en wat was de aanleiding?
Het was geen vooropgezet plan om een reeks te schrijven, maar toen ik eenmaal bezig was met het eerste boek, De stille zonde, ontstonden er als vanzelf lijnen die daarvoor ruimte boden. Vegter, Talsma en Renée kregen vorm, en een achtergrond die me nieuwsgierig maakte naar een vervolg.
Je boeken hebben geen zogenaamde vrouwenthrilleruitstraling, ze zijn een stuk ‘harder’. Bewuste keuze?
Of mijn boeken harder zijn weet ik niet. Wel zijn ze een stuk nuchterder. Alleen al daarom zijn het geen typische vrouwenthrillers, ook niet qua thematiek trouwens. En ja, dat is een bewuste keuze. Ik kan weinig met heldinnen die shoppen en piekerend voor hun klerenkast staan. Vandaar ook een mannelijke hoofdpersoon. Ik wilde graag een gemengd lezerspubliek, en inmiddels heb ik dat ook.
Wat ik beslist niet wilde, was boeken schrijven die onmiddellijk herkenbaar zouden zijn als geschreven door een vrouw. Ik droom weleens van een experiment met een lezer die niet weet door wie mijn boeken geschreven zijn. Het zou me genoegen doen als hij in verwarring zou raken omtrent het geslacht van de auteur.
Doe je veel research naar de technische details van het politieonderzoek (bijvoorbeeld het ontbreken van dauw op een stoffelijk overschot). Heb je een vast aanspreekpunt bij de politie waar je je vragen aan voorlegt?
Die dauw etc. is gewoon een kwestie van nadenken; wat ziet een politieman als hij naar een slachtoffer kijkt? Hij zal zich zo snel mogelijk een beeld willen vormen, en inzicht in een tijdpad is belangrijk.
Ik heb gesprekken gevoerd met rechercheurs, en voor Verloren zoon intensief e-mailcontact gehad met een inspecteur. Hem mag ik opnieuw lastigvallen als ik met vragen zit, heeft hij beloofd. Overigens gebruik ik maar een klein deel van alle informatie, want al te minutieuze beschrijvingen van onderzoek- en opsporingsmethoden wil ik vermijden. Het zou de balans verstoren.
Voor dit boek moest ik weten wat een schot hagel doet met het menselijk lichaam, en dan vanaf diverse afstanden. Dat heb ik met behulp van meloenen proefondervindelijk vastgesteld. Een meloen is een heel aardig substituut voor het menselijk hoofd, en het was verbijsterend te zien wat een hagelpatroon vanaf korte afstand aanricht. Daarnaast heb ik me verdiept in de verscheidenheid aan bajonetten, wat weer een wereld apart is.
Het uiteindelijke manuscript laat ik niet meer checken, want met de verkregen informatie spring ik zorgvuldig om.
Hoe moeilijk is het voor jou als vrouw om over een man te schrijven?
Ik observeer al zolang ik me kan herinneren, ik heb het bijna tot kunst
verheven. Het is deel van mijn karakter, en een heel nuttige eigenschap
voor een schrijver. Schrijvers zijn bijna per definitie buitenstaanders.
Voor mij bestaat Vegter echt. Ik zie hem voor me, ik hoor zijn stem, ik
weet hoe hij loopt en beweegt. Met zo’n duidelijk beeld is het inleven
niet moeilijk meer. Dat hij een man is, maakt het voor mij als vrouw
alleen maar boeiender.
Inspecteurs zijn meestal ongelukkige mannen die roken, drinken, een slecht huwelijk hebben en/of weduwnaar zijn. Vegter is daarop geen uitzondering. Waarom geen inspecteur die gezond leeft en gelukkig is in de liefde en met zijn leven?
Geluk is vreselijk saai, althans in een boek. Het maakt dat je stilstaat. In boeken moeten de personages groeien – een ontwikkeling doormaken – om ze interessant te houden. Vegter zou een gezapige huisvader zijn als ik hem een gelukkig leven had toebedeeld. Ik zou al snel genoeg van hem hebben, en de lezer waarschijnlijk ook.
In je thrillers spelen probleemjongeren met een schrijnende thuissituatie een rol. Spreekt dit onderwerp je erg aan? En hoe belangrijk is het voor je dat je boeken een realistische afspiegeling/weergave zijn van de maatschappij en de problemen die daarin spelen?
Ik heb in twee boeken een probleemjongere opgevoerd, of liever: een jongere met problemen. In die boeken vroeg het verhaal erom. Vergeet niet: elk boek begint met een schimmig idee. Naarmate dat idee groeit, dienen zich de personages aan. Maar als die jongeren dan noodzakelijk zijn, moeten ze wel duidelijk gestalte krijgen en goed in de thematiek worden ingebed.
Daaruit volgt als vanzelf een maatschappijbeeld dat door de lezer kennelijk als realistisch wordt ervaren. Ook in Verloren zoon zullen mensen zeker dingen herkennen, zoals de machteloosheid die je voelt als je tegen een muur van bureaucratie en onwil loopt. Ik wil geen boeken schrijven die je het idee geven dat je over de buurvrouw leest, maar een herkenbare samenleving is in een thriller, in elk geval voor mij, onontbeerlijk.
Vegter is een groot liefhebber van klassieke muziek, deel je die passie met hem?
Jazeker. Klassieke muziek is me met de paplepel ingegoten. Als kind van zes ging ik al mee naar concerten, niet omdat het moest, maar omdat ik het wilde. Mijn oudere broer werd violist, en je struikelde thuis over muziekbladen, vioolkist, standaard enzovoort. Ik prijs me gelukkig met die achtergrond, want ik ervaar het als rijkdom.
Vegter doet op een gegeven moment de uitspraak dat muziek directer is dan taal qua overbrengen van gevoelens, omdat muziek je direct in het hart raakt. Ben je dat met hem eens of heb jij meer met taal dan met muziek?
Taal is mijn muziek, compleet met ritme en klanksoorten. Al zou ik graag een goede slagwerker zijn geworden. Dat zat er niet in, want meer dan één dure muziekstudent in het gezin was onmogelijk. Overigens heb ik beslist geen spijt van mijn keuze, integendeel. Maar ik ben het met Vegter eens. Muziek kan me onmiddellijk tot tranen toe ontroeren. Muziek kent geen omwegen. Het beïnvloedt je stemming, en eigenlijk doet het er daarbij niet toe of je luistert naar een draaiorgel of naar een symfonie van Mozart.
Wanneer is voor jou het moment om een punt te zetten achter de Vegter-serie en hem met pensioen te sturen?
Daar heb ik geen idee van. Ik heb geen vast aantal boeken in mijn hoofd. Ik hoop dat ik tijdig zal aanvoelen wanneer Vegters houdbaarheidsdatum is verstreken. Of hij met pensioen gaat en/of gelukkig wordt? Ik zou het echt nog niet weten. Het hangt ook af van de inhoud en de sfeer van de komende boeken. Zijn belevenissen moeten daarin passen, ermee in evenwicht zijn.
Je schrijft ook kinderboeken. Zijn er veel verschillen in het schrijven van thrillers en kinderboeken?
Er zijn zeker verschillen, al kun je ook voor kinderen bijna elk onderwerp aansnijden. Alleen doe je dat op een andere manier. Kinderen zijn nog niet af, hun denkwijze is dus anders, daar moet je rekening mee houden. Behalve dat moet je het taalgebruik aanpassen; hun woordenschat is nog kleiner.
Een keuze tussen kinderboeken en thrillers zou ik niet graag maken.
Kinderen zijn een geweldig publiek; zuiver en zonder verborgen agenda.
Maar op dit moment voeren de thrillers de boventoon. Er is maar beperkt
ruimte in het hoofd.
Foto: Tessa
Posthuma de Boer |
kijk hier
Met dank aan uitgeverij Anthos
Eindredactie: Gerd Boeren
Kijk hier
voor de website van Lieneke Dijkzeul
Eerdere interviews op Ezzulia met Lieneke Dijkzeul:
December 2007 n.a.v. Koude Lente | kijk hier
Mei 2009 n.a.v. Gouden Strop nominatie | kijk hier
Kijk hier voor een column
van Lieneke Dijkzeul voor Ezzulia
Verloren zoon
Auteur: Lieneke Dijkzeul
Uitgeverij Anthos
ISBN: 978 90 414 1764 0
Paperback
Prijs: € 19,95
Verschijnt: februari 2011

Inspecteur Paul Vegter wordt geconfronteerd met twee raadselachtige, gewelddadige moorden. De wreedheid ervan schokt hem en vooral zijn jonge rechercheur Renée, die eerder slachtoffer was van een aanslag en sindsdien worstelt met haar angst voor geweld.
Is er een verband tussen de slachtoffers, of een verklaring voor de bizarre manier waarop zij zijn gedood? Vegters theorie dat dikwijls op verkeerde personen wraak wordt genomen, wordt aan het wankelen gebracht.
Intussen tracht een jonge man na een afschuwelijke verkrachting het criminele circuit waarin hij is beland, te ontvluchten. Maar niet voordat hij heeft rechtgezet wat hem is aangedaan.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Lieneke
Dijkzeul.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
















