Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
Ezzulia Interview:
Lieneke
Dijkzeul
Door: Jürgen Joosten
15 december 2007 | Toen Lieneke Dijkzeul in 2006 de overstap maakte van kinderboeken naar thrillers, werd ze met het verschijnen van haar debuutroman De Stille Zonde meteen overladen met complimenten en laaiend enthousiaste recensies. Inmiddels is ook haar tweede thriller verschenen, Koude Lente. Het succesverhaal van Lieneke Dijkzeul zet zich onverminderd voort en de auteur lijkt klaar voor een glanzende carrière als auteur van psychologische thrillers.
Jürgen Joosten sprak namens Ezzulia met Lieneke Dijkzeul en vroeg haar het spreekwoordelijke hemd van het lijf.
"Een auteur moet niet de pretentie hebben de lezer wakker te schudden"
Kort geleden verscheen uw tweede misdaadroman Koude Lente, kunt u in een paar zinnen vertellen waar het boek over gaat?
In een paar zinnen… Joh, het boek telt 286 pagina’s! Waar het over gaat is dat mensen die naamloos, gezichtsloos zijn, het zicht verliezen op de werkelijkheid. Die mensen zijn ten diepste eenzaam en hebben geen grip meer. Zijn, juist omdat ze niemand hebben, volledig afhankelijk van anderen. Het wrange is dat die anderen zich niet om hen bekommeren. Dat leidt in Koude Lente tot een hoop ellende.
Koude Lente
is vooral een boek met veel maatschappelijke misstanden. Wat waren uw
inspiratiebronnen? Hoe komt u tot het opnemen van zoveel verschillende
misstanden?
Het beschrijven van maatschappelijke
misstanden is niet mijn doel, ik ben geen sociaal werker. Maar het is nu eenmaal
zo dat misstanden boeiender zijn voor een schrijver dan de dingen die goed gaan.
Iets dat goed gaat, roept geen spanning op. Behalve dat: spanning zit voor mij
niet zozeer in wilde achtervolgingen en bloederige scènes als wel in de
achtergronden van, bijvoorbeeld, een moord. Niet de moord zelf, maar waarom die
gepleegd is, is fascinerend.
Wat me bijzonder intrigeert is dat wij, met al onze moderne
communicatiemiddelen, steeds meer moeite lijken te hebben met werkelijk
onderling contact. We sms’en ons suf, maar zien elkaar niet echt. Het is alsof
we steeds egocentrischer worden.
Vindt u dat er veel mis is in Nederland en zo ja, wat? Hebt u met uw boek de lezer willen wakker schudden? Of is het boek alleen maar ter vermaak?
Ik denk niet dat er in Nederland meer mis is
dan in de ons omringende landen. Wat me wel opvalt is dat we onze
spreekwoordelijke nuchterheid hebben verloren. Elk onderwerp, hoe klein ook,
wordt opgeblazen. De televisie staat bol van de leedprogramma’s; elke kwaal, en
zelfs de dood, moet in beeld worden gebracht, niets is meer privé. Het
tegenstrijdige is dat al die aandacht heel vluchtig is – morgen is er nieuw
leed, nog schokkender, nog realistischer vertoond. We kunnen het niet meer
behappen. We zijn betrokken, maar het enorme aanbod stompt ons af.
Ik geloof dus ook niet dat een auteur de pretentie moet hebben de lezer wakker
te schudden. De lezer ís wakker, maar hij krijgt zoveel aangeboden dat het niet
meer te verwerken is. En inmiddels vinden we dat normaal. In Koude Lente
probeer ik daar iets van te laten zien. Groter is de taak van een schrijver
niet.
Uw boek is in zekere zin een politieroman, een psychologische thriller en/of een literaire thriller. Met welke genre/subgroep zou u zich zelf het beste kunnen identificeren en waarom?
Koude Lente is, denk ik, zowel een politieroman als een psychologische thriller. Het begrip ‘literaire thriller’ is uitgehold. Ik laat het graag aan de lezer over om te beoordelen of het boek die kwalificatie verdient.
Foto:
Merlijn Doomernik
U gaf al eens aan dat Paul Vegter en enkele andere personages zijn gebaseerd op mensen uit uw omgeving. Zitten er nu ook weer personages in het boek die een beetje biografisch zijn?
Nee, in Koude Lente zitten geen
personages uit mijn persoonlijke levenssfeer. Ik zou bijna zeggen: gelukkig
niet. Dat neemt niet weg dat je je ogen en oren openhoudt, kranten en andere
media goed volgt. Sommige dingen beklijven, en daar geef je dan je eigen draai
aan. Daarin ben ik bepaald niet uniek, ik denk dat de meeste
(thriller)schrijvers dat doen.
Uw eerste misdaadroman is zeer goed ontvangen. Had u dat verwacht? Geeft dat u meer stress omdat de verwachtingen voor Koude Lente hoog liggen door de goede waarderingen van uw vorige boek?
Ik had zeker niet zulke positieve reacties
verwacht. Vergeet niet dat ik vanuit de kinderboeken een heel nieuwe wereld
binnenstapte. Spannend, maar toch een gok. Ik was op veel voorbereid, maar niet
op zo’n enthousiaste ontvangst. Dat was als een warm bad. Maar ook warme baden
koelen af, en het is aan de schrijver er weer heet water aan toe te voegen. Min
of meer tot mijn verbazing heeft het succes van De Stille Zonde niet het
schrijven van Koude lente bemoeilijkt. Pas nu ook dit tweede boek zo goed
wordt ontvangen, realiseer ik me dat de lat niet hoger moet worden gelegd dan
reëel is. Maar uit ervaring weet ik dat die druk, gelukkig, afneemt zodra een
nieuw boek je opslokt.
U werd onlangs door een recensent de Nederlandse Mankell genoemd, ziet u dat als een compliment? Vindt u de vergelijking kloppen?
Natuurlijk is de vergelijking met Mankell
vleiend, wat dacht je? Of het klopt, vind ik zelf moeilijk te beoordelen.
Wallander en Vegter hebben dingen gemeen, al was het maar hun leeftijd en
persoonlijke omstandigheden, maar toch zijn het totaal verschillende karakters.
Vegter heeft, bijvoorbeeld, een zeer Nederlands gevoel voor humor.
Wat stijl en uitwerking betreft denk ik dat er meer verschillen dan
overeenkomsten zijn met Mankell. Hij is veel wijdlopiger, waar ik probeer
zo sober mogelijk te schrijven. Wat ik in hem bewonder is de complexiteit van
het beeld dat hij schetst, al had dat van mij dus beknopter gemogen, de
sfeertekening en het uitzetten van de diverse lijnen, die hij altijd feilloos
bij elkaar weet te brengen.
U zei onlangs in een
interview dat het u opvalt dat er in zo’n snel tempo door de lezer wordt
geconsumeerd. “Een auteur denkt na over elke zin, wikt en weegt eindeloos. Soms
bekruipt me de gedachte dat veel lezers vooral haastig onderweg zijn naar het
volgende boek, te weinig tijd nemen om te herkauwen.” Waaruit vindt u dat
blijken?
In datzelfde interview zei ik dat de haast
van de lezer mij nooit het genoegen van het wikken en wegen zou ontnemen.
Schrijven is een egoïstische bezigheid: in eerste instantie schrijf je altijd
voor jezelf. Dat betekent dat jij waarschijnlijk ook degene bent die het meest
geniet van een mooie zin of een geslaagd hoofdstuk. Dat is kortstondig geluk,
het besef dat dit is waar schrijven om draait. Van hoofdstuk 24 van
Koude Lente lag ik een nacht lang wakker van pure blijdschap, waarna ik
prompt vier dagen vastliep.
Dit klinkt alsof de lezer er niet toe doet, terwijl dat natuurlijk wel zo is.
Maar altijd in tweede instantie. Voor mij is die tweetrapsraket noodzakelijk,
omdat ik anders mezelf zou verliezen, een broodschrijver zou worden.
De haast van de lezer valt me juist op, akelig genoeg, op de boekensites. Heel
veel berichten daarop bevatten niet meer dan de mededeling dat een boek is
uitgelezen, lekker weglas, en men inmiddels is begonnen aan een nieuw. Zelf heb
ik altijd even tijd nodig om een boek te laten bezinken. Sinds ik schrijf, ben
ik me er veel meer van bewust geworden hoeveel energie en tijd een auteur steekt
in zijn boek, en, als het goed is, integriteit. Het klinkt walgelijk braaf, ik
weet het, maar het heeft gemaakt dat ik aandachtiger lees.
U hebt grote bewondering voor de Zweedse auteur Inger Frimansson, het is geen publiek geheim dat u ook veel met haar correspondeert. Waarom spreken haar boeken u zo aan?
Ik heb altijd gehouden van Scandinavische
thrillers; de eenzelvigheid van de personages, het onvermogen om contact te
leggen, de onderkoelde humor, de landschapsbeschrijvingen, het besef van de
eindigheid en het absurde van het bestaan. Al die elementen verweeft Inger
Frimansson in haar boeken, en daarnaast ziet ze kans een onderhuidse
spanning op te bouwen die je bij de strot grijpt. Uiteraard probeer ik haar niet
te imiteren, maar haar ingrediënten zijn, hopelijk, ook de mijne.
Heeft Inger Frimansson ook boeken van u gelezen? En zo ja wat vond ze ervan?
Helaas kan zij geen Nederlands lezen. Wel heb
ik wat pagina’s van De Stille Zonde laten vertalen, en ze kent de plot
van beide boeken, die ze gelukkig zeer waardeert. En, wie weet, verschijnt er
ooit een Zweedse vertaling. Vanwege die intensieve correspondentie probeer ik
me het Zweeds eigen te maken, en na wat kinderboeken lees ik nu, met enige
moeite, haar nieuwste boek. Het zou heerlijk zijn als het omgekeerde ook het
geval zou kunnen zijn.
Komen er nog meer boeken met Paul Vegter in de hoofdrol?
Ik hoop zeker meer boeken met Paul Vegter in
de hoofdrol te schrijven, en natuurlijk heb ik daar tijdens het schrijven van
De Stille Zonde en Koude Lente rekening mee gehouden. Na de dood van
zijn vrouw bevindt hij zich in een soort vacuüm, wat mij talloze mogelijkheden
biedt. Niets ligt nog vast.
Kunnen we ook nog een jeugdboek verwachten binnenkort?
Op dit moment probeer ik een jeugdboek te
schrijven. “Probeer” omdat het autobiografisch is, wat het moeilijkste blijkt te
zijn dat ik ooit heb gedaan. Ik hoop dat het lukt, het is een zware bevalling.
Welk boek ligt er nu op uw nachtkastje?
Daar liggen nu End in Tears, de nieuwste van Ruth Rendell, What Came Before He Shot Her van Elizabeth George en Ligga som ett O van Inger Frimansson.



Koude Lente
Auteur: Lieneke Dijkzeul
Uitgever: Anthos
ISBN: 978 90 414 1253 9
Prijs: 19,95
Koude Lente: In een park wordt het levenloze lichaam van een klein meisje
aangetroffen. Een buurman van het meisje wordt in zijn flat ernstig mishandeld
door een jeugdbende. En wat beweegt deze bende een kansloze, beperkte jongen
voor wie ze alleen maar minachting koesteren, op te nemen in hun groep? Eenmaal
aan hun willekeur overgeleverd, verliest de jongen langzaam maar zeker de greep
op de realiteit.
Paul Vegter, die we kennen als de sympathieke inspecteur uit De stille zonde, is
belast met het onderzoek naar de moord. Hij ontvangt anonieme brieven die meer
vragen opwerpen dan beantwoorden. Dan blijkt dat de chauffeur van de schoolbus
regelmatig in het park is gezien... Een maalstroom van gebeurtenissen sleurt de
lezer mee naar een verbijsterende ontknoping.

Bibliografie Lieneke Dijkzeul:
2006: De Stille Zonde
2007: Koude Lente
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor reacties op dit interview. Of voor een discussie over de boeken
van Lieneke Dijkzeul.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.

