Ezzulia interview
Kristien Hemmerechts
Door Gerd Boeren | Ezzulia.nl
19 maart 2010 | In De dood heeft mij een aanzoek gedaan schreef Kristien Hemmerechts negen maanden lang haar gedachten op rondom de thema’s liefde, leven en dood. In dit dagboek is ze zo open en eerlijk dat je het gevoel krijgt haar een beetje te kennen. Dat ze amper een meter drieënzestig is, dat de haag netjes het voetpad vrijlaat en dat ze het grote huis aan de statige Cogels Osylei alleen bewoont, waren dus geen verrassingen.
Ik ben te vroeg voor onze interviewafspraak, maar het regent pijpenstelen en het
stormt. Na enige twijfel bel ik toch maar aan. Een beetje verstrooid opent ze de
deur en heet me van harte welkom. Zou ik toch heel even kunnen wachten? Een zin
in haar hoofd snakt ernaar opgeschreven te worden. Geen punt, het geeft mij de
kans me rustig te installeren en stiekem naar de tot aan het plafond reikende
boekenkasten te kijken. Even later zitten we samen in de zithoek en kan het
gesprek beginnen.
"Het boek lijkt mensen te raken"

Kristien, de eerste zin van je boek luidt: “Ik ben een blanke vrouw van drieënvijftig jaar en ik overweeg mijn leven af te ronden.” Je staat als dochter, zus, moeder, oma, geliefde, ex-vrouw en weduwe volop in het leven. Je schreef meer dan twintig romans, verhalenbundels en essays, allemaal literair werk dat meermaals bekroond werd. Je bent docente Engelse literatuur en creatief schrijven en je duikt regelmatig op in de media met scherpe, intelligente antwoorden. Waarom speelt een vrouw als jij met de gedachte je leven af te ronden?
In het boek maak ik een
duidelijk onderscheid tussen zelfmoord en levensafronding. Voor mij is
er een groot verschil tussen de wanhoopsdaad à la Yasmine waarbij iemand
in een storm van wanhoop zijn leven beëindigt en het afronden van het
leven. Dat laatste zie ik als een zeer rationele beslissing waarbij je
denkt ‘ik heb het allemaal al wel eens bekeken en gehad en voor mij
hoeft het niet per se langer’. Ik vind het leven niet zo gemakkelijk. Ik
ervaar dat veel mensen het leven niet zo gemakkelijk vinden. En toch
lijkt het alsof we allemaal moeten vasthouden aan een collectieve mythe
dat het leven fantastisch is. Ik merk dat het zeer bevrijdend is om het
tegendeel te kunnen beweren. Niet dat ik dat gevoel aan anderen wil
opdringen. Maar het is wel mijn gevoel en nee, ik ben niet depressief,
integendeel.
Je schrijft dat het voor jou een hele geruststelling zou zijn als je zou kunnen beschikken over een middel om pijnloos een einde aan je leven te maken. Is je boek een pleidooi voor het recht op levensafronding?
Mijn boek is zeker een
pleidooi voor de verandering van de euthanasiewetgeving. Zoals de wet nu
is, kan je niet zomaar aan je arts vragen om jou een prik te geven.
Sommige mensen denken dat het zo wel werkt, maar dat is behoorlijk
naïef. In Nederland pleit een aantal oudere Nederlanders met naam en
faam - zoals Paul van Vliet, Heddy D’Ancona, Mies Bouwman, Jan Terlouw,
Frits Bolkestein – ervoor dat je vanaf je zeventigste zou kunnen kiezen
voor levensafronding. Het gaat om het zelf in handen houden van je
levenseinde en je kunt hun beweegredenen er op na slaan op de website
www.uitvrijewil.com.
Ik hoop heel hard – in dat opzicht ben ik blij dat ik nog maar 54 ben –
dat de wetgeving zal evolueren. Er is nu een heel grote groep mensen
onderweg naar de zeventig die uit een zeer zelfbewuste generatie stamt.
Het is de generatie die de eigen voortplanting heeft willen controleren,
die niet in huwelijken is blijven zitten waar ze niet in wilde blijven
zitten, die in een aantal zaken zelfbeschikkingsrecht heeft opgeëist. Ik
maak mij sterk dat ze ook het recht op sterven zullen opeisen, al ben ik
me ervan bewust dat het geen eenvoudige materie is.
Boeken zijn voor jou erg belangrijk. Ook andere schrijvers zijn bezig met vragen over leven en dood. In dat verband deelt de Engelse schrijver Julian Barnes mensen op in twee groepen. Zij die de dood als toestand vrezen, en zij die de dood als proces vrezen. Hij zelf beweert bij de eerste groep te horen. Bij welke groep hoor jij?
Absoluut bij groep twee,
de groep die de dood als proces vreest. Ik mag er niet aan denken. Kijk
naar die aardbevingen onlangs in Chili of Haïti. Mensen die daar dagen
met een balk op hun borst liggen wachten… dat is verschrikkelijk. Of
kijk naar 9/11, dat je daar in die torens zit en weet dat het afgelopen
is, dat je gaat opbranden, dat er geen redding mogelijk is. Of zelfs, en
ik zeg het heel voorzichtig, als ik over sommige kankertherapieën hoor.
Sommige zijn zo extreem, eisen zoveel van een lichaam, breken een
lichaam compleet af… Ik hoop dat die beker aan mij voorbijgaat. En dan
is daar nog het vreselijke schrikbeeld van de mentale aftakeling, van
dementie.
Je vader, Karel, stierf in oktober 2007, na een proces van aftakeling en angst voor het rusthuis. Je bent in het boek nogal boos op een geriater die bij hem de diagnose ‘Alzheimer’ stelt.
Dat was een van de
moeilijkste passages om te schrijven. Het gaat niet alleen om mijn
vader, maar ook om mijn moeder en haar houding ten opzichte van mijn
vader. Haar houding week af van de mijne. Misschien is ook dat
herkenbaar voor veel mensen. Mijn moeder stelde alles in het werk om het
leven van mijn vader te verlengen, maar haar maatregelen maakten zijn
leven alleen maar kleiner en leger. De geriater waarvan sprake in het
boek heeft mijn moeder heel bang gemaakt. Ik vond het ook zeer vreemd
dat als iemand ‘tien voor elf’ niet kan aantonen op een klok, dat dan
‘hup’ Alzheimer vastgesteld wordt, en dat dan ‘hup’ naar het rusthuis
verwezen wordt. Ik vond dat die geriater het helemaal verkeerd aanpakte,
dat hij vooruitliep op de feiten. Ik zie dat papier nog voor me, met al
die fasen van Alzheimer. Ik vond het geen zinvolle, constructieve aanpak
– laat ik het zo stellen. Maar het zal ook wel een element van
ontkenning zijn geweest, bij mij. Ik zeg altijd: de geriater beweerde
dat mijn vader Alzheimer had, ik zeg nooit: mijn vader had Alzheimer,
want in mijn ogen had hij dat niet. Mijn vader was geen hoopje ellende,
zoals sommige mensen in rusthuizen. Je kon met hem perfect een gesprek
voeren ook al was zijn kortetermijngeheugen niet meer in orde.
Het boek is opgedragen aan je vader, de titel van je boek komt uit een gedicht van Herman De Coninck, jouw man die in 1997 overleed. In je allereerste dagboekfragment komt Bart langszij, je nieuwe man met wie je wel getrouwd bent maar niet samenwoont. Zijn zij de belangrijkste mensen in je leven?
Het is veel man, ja. Dit
boek is wel echt een nadenken over mijn vader. Ik ben geen beeldhouwer,
ik kan geen monumentje beeldhouwen, maar het in memoriam dat ik schreef
voor zijn begrafenis ‘staat’ er wel, en dat is opgenomen in het boek. Ik
vind dat wel mooi. Iemand die dood is, verdwijnt snel. Dit boek is mijn
manier om mijn vader nog even in de herinnering te bewaren. En ja,
Herman heeft nu eenmaal van die regels die ik zeer sterk vind. Een
aantal regels zijn mijn lievelingsregels en de titel van het boek is
daar absoluut zeker eentje van. Het is ook een soort hommage aan Herman.
Moet ik nu ook nog iets zeggen over Bart? Bart is iemand met veel
zelfvertrouwen. Dat is ook wel nodig. Hij zal nooit zeggen: je schrijft
te veel over Herman of te veel over mij… Godzijdank. Hij weet wat er
tussen ons is en dat volstaat. Deze drie mensen zijn belangrijk in mijn
leven. Of zij dé belangrijkste zijn… dat is niet relevant, denk ik.
Je behandelt erg zware thema’s in je boek, maar het is een genot om lezen. Het is zeker geen klaagboek. Ik bewonder de afstand waarmee je jezelf beschrijft. Je twijfel over welke zak – een neutrale grijze of eentje van Fnac - je als laatste daad over je hoofd zou trekken, is in al zijn ernst toch ook wel erg hilarisch.
Tot nu – even afkloppen -
krijgt het boek enkel erg goede reacties. Het lijkt mensen nogal te
raken. Daar ben ik blij om, want je weet op voorhand niet hoe je boek
ontvangen gaat worden. Natuurlijk hoop ik bij elk boek dat mensen het
sterk en overtuigend zullen vinden, dat ze aangegrepen worden. Iets in
de openbaarheid brengen geeft een dubbel gevoel. Ik denk dat bij mensen
zoals ik de drang om iets te publiceren groter is dan de angst voor het
publieke oordeel. Ik besef wel dat dit boek zeer kwetsbaar is. Ik had
vooraf al nachtmerries over de meeste vreselijke krantenkoppen zoals
“Doe het dan gewoon, Kristien, dan zijn we van je af”.
Ik ben blij dat je vindt dat het geen klaagboek is. Dat wilde ik
nadrukkelijk niet. Ik wilde niet zeuren. Mensen die alleen maar zagen:
dat is niet menselijk. Ik vind het belangrijk dingen vanuit het
standpunt van iemand anders te zien. Dat is wat je doet als schrijver,
je in andere standpunten verplaatsen. Misschien daarom dat ik nogal goed
ben om met de ogen van anderen naar mezelf te kijken.
Ik wissel in het boek persoonlijke verhalen af met krantenknipsels. Je
weet niet op voorhand of die combinatie zal werken, daar kom je alleen
maar proefondervindelijk achter.
Door die actuele krantenknipsels in je boek is het onthutsend te zien hoeveel kindermoorden er op amper negen maanden in ons eigen kleine landje gebeurden. De vijf kinderen van Généviève Lhermitte, de moordgang van Kim De Gelder, diverse tienermoeders die hun zwangerschap verborgen kunnen houden tot aan de bevalling, ouders die hun mentaal gehandicapte zoon mishandelen en verwaarlozen tot de dood… Het staat in schril contrast met ouders die hun kind verliezen door ongeval of ziekte. Jij verloor twee zoontjes aan wiegendood. Maakt dat gegeven dit soort nieuwsberichten voor jou nog schokkender?
Weet je dat ik van iemand
zelfs het verwijt kreeg dat ik er nogal een jaar had uitgekozen? Maar
inderdaad, als je gaat inzoomen op al die vreselijke krantenberichten,
dat moet je die mythe van de ouderliefde toch wel bijstellen. Ook hier
zijn er grote tegenstellingen. Zo heb je daar die man die zijn sperma
gedoneerd heeft aan een draagmoeder. De draagmoeder geeft het kind aan
andere ouders. Je ziet de biologische vader eraan kapot gaan dat hij
zijn kind niet mag zien, terwijl andere mensen hun kinderen in bossen
achterlaten. In het boek staat ook dat verhaal van die ouders van wie
het kindje sterft. De ene ouder stopt het lijkje in een rugzak, de
andere neemt speelgoed mee en samen springen ze in een ravijn. Dat zijn
ouders die alles voor hun kinderen doen. Al die verschillen: dat is de
mensheid. Los daarvan heb ik een hoge gevoeligheid voor het gezeul met
baby’s en kinderen. Ik vind dat er deftig moet gezorgd worden voor
kinderen die geboren worden. Het kan mij zo kwaad maken dat er nog wordt
gezeurd over abortus en anticonceptie, maar dat er toch nog kinderen
geboren worden in verschrikkelijke omstandigheden.
Bracht je negenmaandenlange schrijfproces inzicht in hoe je verder wil met je verlangen naar levensafronding?
Ik heb een aantal dingen
uit elkaar kunnen halen. Wat mezelf betreft, kan ik intussen een slechte
dag herkennen en heb ik trucjes om daar mee om te gaan. Het is moeilijk
erover te praten met mensen die dat gevoel niet hebben. Verder behoor ik
zeker tot de groep mensen van wie de levenskwaliteit zou verhogen als er
legale, pijnloze middelen tot levensafronding zouden zijn. Ik heb
duidelijk voor mezelf het idee dat er moet geijverd worden om de wet te
veranderen. Het is zo dubbelzinnig. Er is nu veel aandacht voor het boek
van Tom Lanoye, Sprakeloos, over de verschrikkelijke
aftakeling van zijn mooie, aanbeden moeder. En toch blijft men zeer
weigerachtig ten opzichte van levensafronding. Maar als je niet het
geluk hebt om die hartaanval te krijgen of dat je nieren blokkeren, dan
ga je onvermijdelijk richting aftakeling. Er is daar niks aan te doen.
Ik snap ook wel dat je geen maatschappij kan hebben die vindt dat we
iedereen die zwak en kaduuk is moeten afmaken, zoals in Auschwitz. Maar
als mensen daar als zo’n hoopje ellende liggen, vol met buizen en
katheters, is dat dan een menswaardig alternatief?
Foto: Liesbeth Kuipers
Kijk hier voor een
Kort & Krachtig interview uit 2007 met Kristien Hemmerechts.
De dood heeft mij een aanzoek gedaan
Auteur: Kristien Hemmerechts
Uitgeverij De Geus
ISBN: 978 90 445 1568 8
Gebonden
Prijs: € 19,90
Verschenen: februari 2010

In een dagboek noteerde Kristien Hemmerechts negen maanden lang openhartig gebeurtenissen, anekdotes, bespiegelingen, nieuwsfeiten en uitspraken over de thema’s dood, leven en liefde. Het dagboek roept vragen op, maar geeft geen antwoorden. Soms biedt het houvast, dan weer zaait het twijfel. Het is een voortdurende poging woorden te geven aan wat ongrijpbaar en toch realiteit is.
In De dood heeft mij een aanzoek gedaan wisselen verlangen naar de dood en levenslust elkaar af. Hemmerechts’ toon is kwetsbaar, zoekend, stellend, relativerend, scherp, ingetogen en soms hilarisch. Ze schrijft: ‘De hele waarheid kun je nooit vertellen. De gitzwarte put kun je niet laten zien.’ Toch slaagt ze erin de lezer een deel van die put te tonen. Daarvoor hoef je niet te weten wat er op de bodem ligt.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Kristien
Hemmerechts.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

