Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews






































 





















































































































 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia interview
Kim Moelands

Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl
 


18 februari 2010 | Kim Moelands debuteerde in 2008 met de ontroerende autobiografische roman Ademloos over het verlies van haar geliefde Ron. Vanaf vandaag ligt haar tweede boek Weerloos in de winkels. Ook al zijn de titels verwant aan elkaar, een groter contrast tussen twee boeken is nauwelijks denkbaar. Bracht Moelands met Ademloos een ode aan het leven en een tedere liefde, in Weerloos duikt ze in een duistere wereld vol machtspelletjes die de lezer, en ook de hoofdpersoon, bijna de adem benemen.

 


Het 'schrijfei' van Kim Moelands


Wanneer voelde jij je voor het laatst weerloos?

Vorige week nog toen ik het vragenuurtje in de Tweede Kamer volgde over het grote tekort aan donororganen. Ik sta op de wachtlijst voor een longtransplantatie en door het falende overheidsbeleid zijn de wachttijden zo opgelopen dat ik het waarschijnlijk niet ga halen. Met de invoering van het ADR-systeem (Actieve Donor Registratiesysteem) zou het grote tekort aan organen verholpen kunnen worden. In België en Spanje werkt dit systeem heel goed. De meerderheid van de Nederlandse bevolking is voor, maar minister Klink weigert en ook de christelijke partijen en de VVD liggen dwars. Dit kost zo’n 200 mensen per jaar onnodig het leven. Zoals het er nu naar uitziet heb ik nog iets langer dan een half jaar te leven en zal ik ook één van die 200 doden worden.
 

Dat is verschrikkelijk.

Het is ontzettend frustrerend als mensen die totaal niet weten waar ze het over hebben, politici, beslissingen nemen over je leven en je dood zonder dat je daar zelf iets over te zeggen hebt. Het gevoel dat het oproept is beyond weerloos. Maar goed, optimist als ik ben probeer ik maar zo veel mogelijk te genieten en wil ik proberen om er in mijn laatste half jaar nog een boek uit te persen.
 

Je eerste roman Ademloos was een persoonlijk verhaal over het verlies van je geliefde Ron, die net als jij taaislijmziekte had. Weerloos is een thriller. Waarom ben je overgestapt naar dit genre?

Ik ben zelf altijd een groot fan geweest van spannende boeken. Na het schrijven van Ademloos was ik wel klaar met mezelf om het zo maar even te zeggen. Ik heb in dat boek alles gegeven, mezelf uiterst kwetsbaar opgesteld en mensen echt laten meekijken in mijn leven. Toen dat boek af was en ik een storm van publiciteit over me heen kreeg, wilde ik op een gegeven moment mijn leven weer terug. Poppetje gezien, kastje dicht. Ik had toen heel veel behoefte aan privacy als een soort tegenreactie. Een vervolg schrijven op Ademloos zag ik niet zitten omdat ik niet wilde verzanden in een openbaar dagboek zonder dat ik echt iets te melden had. Voor mij was het toen helder dat als ik ooit weer iets zou schrijven, het fictie moest zijn.
 

Hoe bevalt dat?

Ik was er van overtuigd dat ik niet genoeg fantasie had om fictie te schrijven. Maar dat viel gelukkig mee. Ik heb er echt van genoten. Het mooie van fictie is dat je er alle kanten mee op kunt. Als je jezelf vastschrijft dan gooi je het gewoon over een andere boeg. Je kunt wat dat betreft helemaal losgaan. Dat voelt enerzijds heel vrij, maar anderzijds is het ook doodeng omdat je geen enkele houvast hebt. In Ademloos kon ik me laten leiden door de werkelijkheid, het is gebeurd zoals ik het heb opgeschreven. Bij Weerloos was dat totaal anders. Voor dat boek heb ik heel hard gezogen op mijn twee duimen. De dingen die in het verhaal gebeuren staan mijlenver van mijn eigen persoonlijkheid en leven af.
 

Na jarenlang als boekenrecensent te hebben gewerkt en na vele interviews met auteurs, ben je nu zelf ook een succesvol schrijver. Een droom die is uitgekomen?

Ik ben onlangs verhuisd en bij het leegmaken van mijn oude huis kwam ik een briefje tegen waar ik, toen ik een jaar of 19 was, een aantal levensdoelen had opgeschreven. Eén daarvan was het schrijven van een boek. Lezen en schrijven zijn altijd mijn grootste hobby’s geweest. Ik heb altijd gedichtjes gemaakt en verhaaltjes geschreven. Het probleem met mijn verhalen was dat ik ze nooit afmaakte omdat ik na een paar pagina’s mijn interesse al verloor. ‘De hond met de gouden staart’ heeft het nooit tot een afgerond plot geschopt, haha. Ik was drukker met het tekenen en inkleuren van het coverplaatje dan met het schrijven van het verhaal.
 

Hoe stap jij 18 februari uit bed, wetende dat Weerloos dan overal verkrijgbaar is?

Met buikpijn waarschijnlijk! Ik ben er ontzettend nerveus over. Ik ben van nature een onzeker mens en ook nog eens perfectionist. Een vrij onhandige combinatie. Weerloos is mijn eerste fictiepoging dus er valt nog heel wat te winnen in mijn ogen. Schrijven is echt een vak en ik ben nog een groentje op dat gebied. Ook had ik buikpijn van de zenuwen toen ik het verhaal aan mijn ouders liet lezen. Weerloos is een totaal ander boek dan Ademloos en er zitten een aantal ‘functionele’ seksscènes in. Ik vond het nogal gênant om mijn ouders daarmee te confronteren. Gelukkig ben ik niet onterfd!
 

Het is bepaald geen knuffelseks die je beschrijft.

Het verhaal had deze scènes nodig omdat macht en manipulatie centraal staan en in seks komt dat onder andere goed tot uiting. In die zin heb ik ook geen greintje spijt en sta ik er volledig achter maar ik hoop niet dat mensen denken: ‘Nou, nou, die Kim. Dat had ik toch niet achter haar gezocht...’
 

De hoofdpersoon, Naomi van Heest, raakt in Weerloos volledig in de ban van een onweerstaanbare man. Heb je zelf ooit zoiets mee gemaakt?

Ik ben iemand die alles met hart en ziel doet, dus ook verliefd worden. Ik word niet snel verliefd, maar als ik het word...berg je dan maar. Ik heb wel eens een vriendje gehad dat heel erg jaloers was. Dat ging zo ver dat ik in de zomer niet in te luchtige kleren mocht rondlopen. Jammer dat het 30°C was, maar die dikke spijkerjas moest aanblijven en dat deed ik ook nog. De relatie was geen lang leven beschoren omdat ik uiteindelijk toch voor mezelf koos. Op die manier wilde ik niet leven. Een partner moet in mijn ogen een aanvulling zijn op - en niet leiden tot een afbreuk van - je persoonlijkheid. Liever gelukkig alleen, dan ongelukkig met zijn tweeën is mijn motto. Ik ben nu heel gelukkig met zijn tweeën, eh, eigenlijk met z’n drieën want hond Balou hoort er helemaal bij.
 

Zelf wilde ik Naomi af en toe toeschreeuwen: “Word wakker, houd op met verliefd zijn, die man deugt niet!’ Werd je daar zelf ook niet af en toe kriebelig van?

Jazeker, ik wilde Naomi af en toe eens een flinke schop onder haar kont geven. Ik had Stefaan al lang bij kop en kont gepakt en hem mijn huis uit geflikkerd. Maar Naomi is een naïeve en zachtaardige persoon en Stefaan heeft overal een verklaring voor of een antwoord op. Daardoor duurt het lang voordat voor Naomi de maat vol is.
 

Wie is jouw favoriete romanfiguur uit Weerloos en lijk je zelf op hem/haar?

Qua personages lijkt Sonja denk ik nog het meeste op me. Ze is een pittige tante die geen blad voor de mond neemt en kan heel droog uit de hoek komen. Maar laat ik vooral stellen dat alle personages uit Weerloos ontsproten zijn uit mijn fantasie met een likje werkelijkheid om ze af te lakken en te laten glanzen. Dus mochten mensen uit mijn omgeving hun naam herkennen, dan wil dat niet zeggen dat ik op die manier naar die persoon kijk, integendeel zelfs!

Heb je een schrijfritueel?

Ik schrijf eigenlijk altijd ’s middags. Ik ben niet zo’n ochtendmens. Schema’s tijdens het schrijven gebruik ik niet, daar ben ik veel te chaotisch voor. Ik ga elke dag blanco achter mijn computer zitten en begin dan te typen. Ik was altijd van mening dat je voor het schrijven van een fictieverhaal van a tot z moest weten waar het verhaal naartoe ging, voordat je er überhaupt aan kon beginnen. Met kreten als ‘het verhaal vertelde zichzelf’ kon ik niet zoveel. Totdat het me zelf overkwam. Ik had tot vlak voor het einde van het schrijfproces werkelijk geen flauw idee hoe Weerloos zou aflopen. Als ik achter de computer kroop, wist ik niet eens wat ik zou gaan schrijven. De witte pagina’s op mijn scherm schreeuwden alleen maar ‘beschrijf ons!’ En dan begon er een film in mijn hoofd te draaien die me weer een nieuw hoofdstuk liet zien van het verhaal. Als dat hoofdstuk op papier stond, stopte de film weer en had ik wederom geen flauw idee hoe het verhaal de dag erna verder zou gaan.

Dat maakte me enerzijds heel onzeker - wat nou als de film halverwege stopt en ik geen inspiratie meer heb? - maar anderzijds was het ook een enorme uitdaging om me over te geven aan het proces en af te wachten wat er wel of niet zou gebeuren. Het verhaal bleef daardoor voor mezelf ook verrassend en dat maakte de zin om te schrijven alleen maar groter. Ik wilde weten hoe het af zou lopen en de enige manier om daar achter te komen was achter de pc gaan zitten en de mouwen op te stropen.
 

Schrijf je thuis op de bank of heb je net als Roald Dahl een tuinhuisje?

Ik heb Weerloos op vier plekken geschreven. De koffiecorner van een ziekenhuis, een dakterras, onder de palmbomen in Zuid Frankrijk en op de bank. De koffiecorner van het ziekenhuis was mijn minst favoriete plek, dat spreekt voor zich. Als het lekker weer is (maar niet bloedheet!) schrijf ik het liefste buiten. Het ruisen van de bomen en een zonnetje werken heel inspirerend. Palmbomen en een zwembad in Zuid-Frankrijk ook trouwens. Nu het te koud is om buiten te werken zit ik heerlijk op mijn loungebank met de laptop op schoot.
 

Hoeveel schrijf je op een dag?

Ik probeer zo’n 1000 tot 1500 woorden te halen. Dat lukt ook meestal wel en soms zijn het er veel meer als ik helemaal in een scène zit die ik af wil schrijven. En ik schrijf ook graag met muziek. Het brengt me in de juiste stemming en zorgt dat ik in mijn ‘schrijfei’ terecht kom.
 

Schrijfei?

Dat is een plekje in mijn hoofd waarin ik heerlijk kan verdwijnen. Waar ik grasduin op zoek naar verhalen en de juiste sferen om een scène in te gieten. Als ik daar vertoef ben ik ook heel afwezig en gaat de helft van de dingen aan me voorbij. Het is een soort dromerige toestand die aanvoelt als een heerlijke roes. Mijn schrijfdrugs zou je kunnen zeggen.
 

‘Bridget Jones meets Fatal Attraction’. Zo wordt Weerloos inmiddels omschreven. Blij mee?

Wie zou er niet blij zijn met zo’n prachtige quote (met dank aan Elvin Post!). Ik denk dat ‘ie de lading heel goed dekt. Er is absoluut sprake van fatal attraction tussen Naomi en Stefaan en de hoofdstukken over Naomi neigen qua schrijfstijl soms wel naar Bridget Jones.
 

Ging het schrijven vanuit het perspectief van Stefaan, de onweerstaanbare gevaarlijke liefde van Naomi, je gemakkelijk af?

Het schrijven van Stefaan was het moeilijkst, maar ook het leukst om te doen. In die stukken heb ik veel gespeeld met taal en metaforen en dat was een enorme uitdaging. Stefaan is een afgeleide van een foute man waar ik nog een appeltje mee te schillen heb, maar die persoon is niet zo geschift als het personage in mijn boek. Het is mijn zoete wraak om met zo’n vervelend persoon in mijn achterhoofd een personage te creëren. In een fictieverhaal kun je wat dat betreft helemaal losgaan en dingen voor je gevoel toch nog een beetje recht zetten.
 

Kortzichtigheid. Mensen moeten voldoen aan een ideaalplaatje. Staan je tanden scheef, geen probleem, zetten we ze toch recht. Tieten te klein? Nou en, beetje siliconen en probleem opgelost. Lippen te smal, rimpeltje te veel, spuit erin en klaar. Wat is er mis met jezelf zijn, blij zijn met wie je bent? Waar en wanneer hebben we onszelf verloren? (pagina 76)
Dit zijn de gedachten van Stefaan. Maar ook die van Kim Moelands?

In de stukken van Stefaan heb ik soms wel wat maatschappijkritiek verwerkt. Als ik om me heen kijk gebeuren er te veel dingen waar ik geen bal van snap. In die zin zijn we de weg wel een beetje kwijt. De aanpak van criminaliteit, de graaicultuur, de verharding in de maatschappij. Ik heb wel eens het gevoel in ‘de omgekeerde wereld’ te leven.
 

Heb je nog een bepaald doel gehad met je roman? Ik kan me voorstellen dat lezers met jouw verhaal vers in het hoofd het lekkere hapje in de disco gewoon laten staan en de onenightstand maar laten zitten. Want stel je voor…!

Het doel van dit verhaal was in eerste instantie om het af te schrijven. Dat is gelukt. Nu hoop ik dat mensen ervan zullen genieten.
 

Weerloos heeft een bijzondere omslag. Heb je daar zelf invloed op gehad of is dat een keus van de marketingafdeling van de uitgeverij?

De foto op de omslag is de eerste inspiratiebron geweest voor Weerloos. Het is een onderdeel van een hele fotoserie met de naam Wad naakt van Mijke Bos die levensgroot buiten langs het wad heeft gestaan. De foto riep bij mij de vraag op ‘Wat is er met die vrouw aan de hand? Welk verhaal heeft ze te vertellen?’ Ik besloot haar een stem te geven en te kijken waartoe dat zou leiden. Schrijven is om je heen kijken en verder fantaseren over dingen die je raken. Toen ik het boek bij de foto daadwerkelijk geschreven had, moest die foto dan ook op de cover. Ik heb zelfs een scène om de coverfoto heen geschreven. Ik vind het heel erg bijzonder dat het ook gelukt is en dat er goed op wordt gereageerd. Wat ik mooi vind, hoeft de rest van de wereld natuurlijk niet mooi te vinden.

Ben je een schrijver die zwijgend in zelfgekozen isolement tikt tot ‘het’ af is of bespreek je je werk geregeld met anderen?

Mijn aanstaande man Jan heeft van begin tot het eind meegelezen en me tips gegeven. Dat werkte heel inspirerend en stimulerend. Simon de Waal was tijdens het schrijfproces mijn sparmaatje. Ik noem hem altijd mijn Godfather. Toen ik halverwege was heb ik nog twee vriendinnen laten meelezen tot het eind. Een aantal mensen heeft een paar pagina’s mogen lezen en hun enthousiaste reacties waren voor mij dan weer een stok achter de deur om verder te schrijven. Credit ben ik ook verschuldigd aan thrillerfenomeen René Appel, voor zijn waardevolle opmerkingen op de eerste versie van Weerloos. En dan mijn uitgeefster Heleen Buth, zij weet dat ik op mijn best ben als ik de vrijheid krijg. De grote brij moet er eerst uit en pas daarna wordt er bijgestuurd, gediscussieerd en geschrapt.
 

Heb je veel geschrapt en herschreven?

Schrappen heb ik bij Weerloos veel meer gedaan dan bij Ademloos. Ik kan nogal eens doordraven met metaforen en beschouwingen. Herschrijven doe ik niet veel (ik schrap of ik schrijf bij) en herlezen alleen als het echt moet. Ik vind het vreselijk om mijn eigen werk te lezen. Voor de correctieronde moet ik me dan ook echt opladen. Pas toen het geheel in zetproef was, heb ik het voor het eerst helemaal achter elkaar gelezen. Tijdens het schrijven lees ik alleen het stukje terug van de dag ervoor om weer in de stemming te komen.
 

Welke schrijvers heb je zelf prominent in de kast staan?

Ik ben een groot fan van Nicci French, Jeffery Deaver, David Baldacci, Harlan Coben, Joseph Finder en Dan Brown en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Toch houd ik ook erg van een mooie roman of een grappige chicklit. Witte Oleander van Janet Fitch ontroerde me enorm evenals het prachtige Omhelsd door angst van Marina Nemat. Marley & me van John Grogan was een geweldige combi van lachen en huilen en om De liefdespolitie van Martina Paura heb ik me helemaal slap gelachen, wat kan dat mens leuk schrijven!
 

Wie zijn verder jouw inspirators?

Mijn grootste inspiratiebron is het leven en alles wat daarin gebeurt en de mensen die ik om me heen zie. Ik kijk elke dag weer gefascineerd rond. Waarom maken mensen bepaalde keuzes, door welke emoties worden ze gedreven?
 

Ben je al bezig met een derde boek?

Ik heb een thema, een hoofdpersoon en een klein beginnetje van een paar pagina’s. Ik ben nu bezig om me wat in te lezen over het onderwerp. Over de inhoud wil ik nog niks kwijt, maar het wordt in ieder geval weer een psychologische thriller. Ook de onzekerheid slaat weer toe op het moment. Ik heb twee boeken geschreven, lukt het ook een derde keer? Of een vierde? Ik denk dat ik dat nooit helemaal kwijtraak. Vorige week kreeg ik ook een beginnend idee voor een roman en het schrijven van een chicklit lijkt me ook ontzettend leuk. Er ligt nog een wereld voor me open en ik zie wel waar het schip strandt. Maar eerst een nieuwe thriller proberen en hopen dat die nieuwe longen op tijd komen!


Foto's: Mijke Bos
 


Weerloos
Auteur: Kim Moelands
Uitgeverij The House Of Books
ISBN: 978 90 443 2654 3
Paperback
Prijs: € 18,90
Verschenen: februari 2010
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naomi van Heest heeft het helemaal gehad met mannen. Ze laat zich dan ook slechts met moeite overhalen door haar beste vriendin Sonja om weer eens een avond flink te gaan stappen. Zodra ze de discotheek binnenstapt ziet ze hem; een onweerstaanbaar aantrekkelijke man met ijsblauwe ogen en donkere krullen. Zijn ogen houden haar gevangen en ontsnappen is onmogelijk. Geheel tegen haar principes in gaat ze met hem mee. De intense chemie tussen hen vertaalt zich in een meer dan bevredigende vrijpartij en vanaf dat moment zijn Naomi en Stefaan onafscheidelijk.

Maar wie is Stefaan en wat wil hij van haar? Hij trekt aan en stoot af, gaat grenzen over die hij zou moeten respecteren en lijkt letterlijk haar gedachten te kunnen lezen. Toch blijft Naomi doof voor de waarschuwingen van Sonja en ze laat zelfs toe dat Stefaan een wig drijft tussen haar en haar beste vriendin. Wanneer eindelijk de schellen van Naomi's ogen vallen, lijkt het te laat om zich nog te kunnen ontworstelen uit Stefaans ijzeren greep ...

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Kim Moelands.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven