Ezzulia Interview:
Kees van Beijnum
Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl
16 april 2008 | Het liefst is Kees van Beijnum in de buitenlucht, in het licht. Elke ochtend begint de schrijver met een wandeling. ‘Die zorgt voor zuurstof, beweging en cadans. Het is mijn ritmische warming-up.’ En kennelijk een hele goede. Van Beijnum’s boeken vliegen over de toonbank. De Oesters van Nam Kee viel herhaaldelijk in de prijzen en de verfilming van Dichter op de Zeedijk kreeg een Gouden Kalf. En nu is daar Paradiso, een roman over de zoektocht naar geluk.
Het vrolijke veinzen van Kees van Beijnum
Wanneer was u voor het laatst gelukkig?
Toen ik de laatste regels van
Paradiso had neergeschreven, voelde ik me gelukkig. Opgelucht ook, omdat ik
de eindstreep had bereikt. Met die angst leef je toch in de laatste fase, dat
het noodlot onbarmhartig toeslaat en het boek waaraan je zo lang en hard hebt
gewerkt onvoltooid blijft.
In Paradiso is de hoofdpersoon een geluksdeskundige. Wrang genoeg worstelt hij enorm met zijn eigen geluk. Dat voelt een beetje als de dokter die zelf ziek is, de chef-kok die thuis alleen maar frikandellen eet.
De roman is in meer dan in een
opzicht een onderzoek naar geluk. De verstandelijke, wetenschappelijke
benadering wordt geplaatst naast de dagelijkse ervaring. De hoofdpersoon Mart
beschikt over een indrukwekkende kennis: duizenden feiten, talloze statistieken
en onderzoeken, hij kent ze allemaal. Maar als zijn vrouw Dana vermist raakt,
biedt die kennis hem geen enkele houvast en ontspoort zijn leven. Zoals de
filosoof Emmanuel Kant schreef: iedereen die ernaar op zoek is, maar niemand die
precies kan omschrijven wat het is, geluk.
Zou u een poging willen doen?
Geluk zit in kleine dingen, in kleine momenten. Afgelopen zomer maakte ik ’s ochtends vroeg een wandeling over de rotsen, en onder me kolkte en schuimde en schitterde het water van de Egeïsche Zee. Ik ging zitten met mijn gezicht naar de laagstaande zon en tuurde naar het water. En toen gebeurde het, zo maar, ineens, raakte ik bevangen door een onmetelijk geluksgevoel. Een gevoel van vrede en volkomenheid. Waarom was ik daar op dat moment zo ontvankelijk voor? Geen idee. Dat is nou het mysterie dat wij geluk noemen.
Ik geloof veel meer in het geluk
van de kleine dingen, iedere dag opnieuw en dichtbij, dan in het grote
uitgestelde geluk dat aan de horizon op ons wacht en waar we ons naartoe zouden
moeten werken. Voor je het weet bestaat je leven uit een lange mars door de
distels in de valse verwachting dat het bereiken van het Grote Doel alles goed
zal maken. Niet het doel alleen, maar ook, juist, de weg erheen zou genoegen
moeten schenken.
Zijn mensen dan volgens u teveel bezig met dat Grote Doel?
Wanneer je naar een willekeurig mensenleven kijkt, zie je dat we heel erg ons best doen om de regie over ons leven te voeren, maar dat ons lot voortdurend wordt gestuurd door gebeurtenissen die wij niet kunnen voorzien noch beheersen, en dat we altijd, altijd weer zo vreselijk kwetsbaar zijn voor de volgende gebeurtenis, voor het onverwachte.
De vraag is: hoe ga je daarmee om?
Negeer je het en maak je jezelf wijs dat je je eigen geluk in de hand hebt?
Maakt het je gelaten en voel je jezelf bij voorbaat al verslagen? Of is er een
andere weg: die van het vrolijke veinzen, waarbij je erkent dat je de regie over
je leven niet kunt voeren, maar je er niet van laat weerhouden plannen te maken
en doelen na te streven?
Ik vond het bijzonder hoe u de relatie tussen vader en zoon hebt uitgewerkt. Vooral wanneer de vader de zoon tot de orde roept.
De vader is mij heel dierbaar. Hij
vertegenwoordigt een zekere gelatenheid, waartegen de ambitieuze zoon zich zijn
leven lang heeft afgezet, maar nu begint hij te ontdekken dat zijn vader hem
veel meer te bieden heeft dan hij besefte. De zoon wordt verplicht het beeld dat
hij van zijn vader had bij te stellen.
Is de vader dan eigenlijk niet de echte geluksdeskundige?
De gemoedsrust van de vader, ook
al heeft hij weinig in zijn leven bereikt, is iets om te benijden.
Ik heb u gezien bij Pauw en Witteman, waarin u zelf welhaast als geluksdeskundige werd ondervraagd. Is dat terecht? Bent u door het schrijven van dit boek achter het geheim van ‘geluk’ gekomen?
Voor ieder boek doe ik research.
In het geval van Paradiso lag het voor de hand dat ik me zou verdiepen in
het vakgebied van de hoofdpersoon. En ja, daardoor ben ik net als hij heel veel
feiten en feitjes rijker geworden. Maar het schrijven van de roman op zich is
natuurlijk de echte verkenning van het onderwerp. Ik heb het verhaal geschreven
en de lezer voltooit het door zijn eigen bevindingen en interpretaties. Ook de
lezer doet, als het goed is, ontdekkingen. Ieder boek dat ik schreef veranderde
me een beetje. Ik kwam er als een ander mens uit dan dat ik er instapte. In
hoeverre en op welke manier Paradiso me heeft veranderd zal nog moeten
blijken.
Bent u inmiddels met een nieuw boek bezig?
Ik ga het filmscenario voor
Over het IJ, mijn eerste boek, dat al een poosje op de plank ligt te
verstoffen, reanimeren. Ik ben zojuist begonnen met herschrijven.
Maarten ’t Hart schrijft het liefst in alle vroegte, Roald Dahl ging elke morgen naar zijn tuinhuisje om te schrijven. Wat is uw werkwijze?
Ik begin iedere ochtend met een
wandeling. Tijdens het lopen roep ik het ritme van de zinnen op. Want als ik me
eenmaal in het tuinhuisje opsluit, werk ik in een ruk door tot het ‘licht
dooft’, en dan komt het niet meer van buitenlucht en tintelende frisse wind op
de wangen.
In Paradiso schrijft u: ‘Bezoek iemand die je te lang hebt verwaarloosd, je ouders of een vriend(in). Neem het je niet alleen voor, doe het dit keer. Ervaar de loutering die je ervoor terugkrijgt.’ Dit advies ter harte nemend, wie zou u dan nu graag bezoeken?
Ik ben, vrees ik, iemand die niet
al te veel aandacht schenkt aan vrienden, kennissen en familieleden. De aard van
het beestje. Gesteld dat ik het beroepsmatige advies van mijn hoofdpersoon ter
harte zou nemen, dan kom ik tijd te kort. Zoveel mensen die ik heb verwaarloosd.
Ofschoon ik het zelf niet als zodanig ervaar. Mijn echte vrienden vergeven mij
mijn levenshouding. Ze klagen niet. Kennelijk voelen ze zich niet tekort gedaan.
En uw gezin?
Ik doe mijn best. Ik ben getrouwd
en heb twee kinderen, een zoon van elf en een dochter van zes. Thuis hebben we
een hond, een schildpad en twee konijnen, de cavia ligt begraven onder de oude
beuk.
Waar droomt u nog over, waar droomt u nog van?
Mijn droom is steeds opnieuw het
volgende boek, en dat erna. Ik droom van alles wat nog geschreven moet worden.
Waarom heeft u gekozen voor een zwaan op de cover van Paradiso?
De zwaan is een mythisch dier
waarvoor Mart een beetje bang is als hij oog in oog met hem komt te staan. Een
enorme, ontzagwekkende witte vogel die in de nacht over hem heen scheert, op
zoek naar zijn soortgenoten op het donkere water van de plas. Op het omslag
staat echter een zwarte zwaan, een witte zwaan zou misschien wat TE passend
zijn. Daarbij geeft deze zwaan, zowel in houding als in kleur, de dreigende
atmosfeer van het boek heel goed weer.
Toch verdwijnt die dreiging langzaam aan het einde van het boek.
Op de laatste pagina’s zien we een man die een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. En ja, het boek eindigt hoopvol. Maar of het echt feelgood is, weet ik niet. Het verhaal gaat in elk geval door en je kunt vermoeden hoe het verloopt, maar zekerheid hierover is er niet. Net het echte leven, nietwaar?
Bibliografie van Kees van Beijnum:
1991 : Over het IJ
1994 : Hier zijn leeuwen
1995 : Dichter op de Zeedijk
1998 : De ordening
2000 : De oesters van Nam Kee
2002 : De vrouw die alles had
2004 : Het verboden pad
2008: Paradiso
Paradiso
Auteur: Kees van Beijnum
Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN 978 90 234 2758 2
Paperback
Prijs: 18,90

Op een warme zomerochtend is 'geluksdeskundige' Mart Hitz onderweg naar zijn
vrouw om haar te vertellen dat hij haar voor een ander gaat verlaten. Aan de
rand van zijn woonplaats stuit hij op een wegversperring. De dijk langs de
ringvaart blijkt doorgebroken en de bewoners zijn overgebracht naar een
sporthal. Als hij zijn vrouw daar niet kan vinden, begint een even duistere als
zenuwslopende zoektocht die hem door het onbekende leven van zijn vrouw voert.
Het beeld dat hij van haar en van zijn huwelijk had, blijkt voornamelijk een
bedenksel. Wanneer zijn veertienjarige dochter, ingefluisterd door zijn
schoonouders, hem de verdwijning begint te verwijten, staat hij helemaal alleen
voor zijn opdracht: het vinden van de vrouw die hij wil verlaten.
In Paradiso peilt Kees van Beijnum trefzeker en subtiel de
verborgen verlangens van de personages, de ongewisheid van hun leven.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Kees van Beijnum.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.












