Ezzulia Interview:
Julie O'Yang
Door Gerd Boeren | Ezzulia.nl
7 juni
2008 | Vorige maand
verscheen China Noir, het Nederlandse debuut van de Chinese Julie
O’Yang. De actuele politieke thriller dompelt je onder in het oude en nieuwe
China en vervlecht actuele feiten met eeuwenoude geschiedenis. Julie O’Yang
woont in Nederland, maar bracht haar jeugd door in China, waar ze het aanbod om
opgeleid te worden tot geheim agent afsloeg. In een gesprek met Ezzulia vertelt
O’Yang honderduit over China, zichzelf, en vooral: haar boek.
"Geen land zo vrij, zo weinig aan regels en wetten gebonden en zo kapitalistisch als China"
Julie, je groeide op in China, daarna vertrok je naar Londen, nog later naar Leiden. Je woont momenteel in Nederland. Mis je China?
Ik ben een geboren nomade. Ik
kan niet anders dan steeds vertrekken naar een nieuwe horizon. In die zin mis ik
China niet. Ik woonde tot mijn 22ste in China en vertrok toen naar
Londen en daarna naar Leiden om te studeren. Ik heb in China, in Londen, in
Leiden en in Japan gestudeerd.
Je
volgde opleidingen archeologie en japanologie. Werk je ook als archeologe of
japanologe?
Als ik mijn collega-archeologen
spreek, praten we urenlang over een steen die er erg lullig uitziet. Ik lees
boeken van Murakami en Sōseiki in het Japans en
doe leuke
boodschappen bij de Japanse toko. Mijn opleiding is me dus bijna dagelijks van
nut.
Op je boek staat vermeld dat je uitverkoren was voor een bijzondere universiteit in Beijing. Je stond op het punt opgeleid te worden tot diplomaat of geheim agent. Waarom ging je die opleiding niet volgen? Was het een eer om uitverkoren te zijn?
Uitverkoren zijn is vleiend, het
betekent dat men iets in je ziet. Maar die studie was me niet leuk genoeg. Ik
voelde me altijd al aangetrokken door het mysterieuze, en als kind was ik
behoorlijk geobsedeerd door het Atlantis van Plato. Het was mijn droom om
ooit een Griekse stad op te graven, en dat zag ik me als geheim agent niet
onmiddellijk doen.
China Noir is in het Nederlands geschreven. Hoe lang spreek je die taal al en waarom koos je voor het Nederlands?
Ik spreek ruim tien jaar
Nederlands. Qua markt had ik misschien beter in het Engels kunnen schrijven, of
in het Chinees. Als een verhaal in me borrelt, hoor ik zinnen in mijn hoofd. De
eerste zin die ik hoorde was in het Nederlands. Dus ik dacht: het moet in het
Nederlands.
Wil je zelf eens kort omschrijven waar je boek over gaat en waarom mensen het zouden moeten lezen?
China Noir gaat over de
prijs van een oude cultuur; haar hoop ligt besloten in haar wanhoop. China
Noir gaat over de schoonheid en de schaduwzijde van de opkomende supermacht
China. Nationalisme is de nieuwe, gevaarlijke Chinese religie. ‘Waar komen we
vandaan? Waar gaan we heen?’ Mensen die in deze vragen geïnteresseerd zijn,
zouden het boek moeten lezen.
Geschiedenis speelt een belangrijke rol in je boek. China heeft in vergelijking met grote delen van Europa een immense geschiedenis. De eerste Chinese dynastieën situeren zich rond 1500 vC, een tijd waarin Europa nog sliep. Toch heeft het Westen zijn achterstand ingehaald. Leeft dit feit in het bewustzijn van China?
China is de enige oude
beschaving die voortleeft tot op heden, zonder onderbreking. Dit gegeven speelt
een belangrijke rol in het collectieve geheugen van China. Chinezen voelen zich
superieur, de vernedering door het Westen in de negentiende eeuw versterkt
alleen nog maar de haatgevoelens van Chinezen ten opzichte van de rest van de
wereld. Ze voelen zich gekrenkt. Juist nu fungeert die verontwaardiging, die
behoefte om zich te wreken, als drijvende kracht achter het ‘Made-in-China-imperialisme’.
Dat China diep in zijn hart een “Westen-hater” is, komt ook tot uiting in je boek. Is de kloof tussen Oost en West te groot om te overbruggen?
Een citaat uit mijn boek is misschien veelzeggend: “Wij worden grootgebracht met de mythen van onze voorvaderen. De meest schadelijke daarvan is de mythe over naties en landen.” Zolang een mens zich bezig houdt om Chinees te zijn, of Hollands of Amerikaans, én dat belangrijker acht dan om een mens en zichzelf te zijn, zal de wereld blijven zoals die altijd is geweest. Ik vind ‘roots’ en ‘culturele identiteit’ een dubieus verschijnsel.
Aan de andere kant, misschien is
het maar beter dat Oost en West onverzoenbaar zijn. Verzoenen betekent een
compromis. In de praktijk draait het er bijna altijd op uit dat de ene partij
dominanter wordt, ten koste van de andere. Dat is slecht nieuws voor
diversiteit. Ik moet er niet aan denken dat de hele aardbol één uniform krijgt,
dezelfde winkelketens, dezelfde boeken, dezelfde Ikea-meubels… Een nachtmerrie!
Over ‘culturele identiteit’ gesproken, er speelt ook een Nederlander mee in je boek, professor Dick van Gulik. Je schrijft over hem: “Dick hield de kameleontrekken van zijn landgenoten in ere. Hollanders konden zich aanpassen aan elke omgeving. Ze ontkenden moeiteloos alles wat ze waren zodra ze wisten dat ze daarmee konden bereiken wat ze voor ogen hadden.” Dat is nogal een dubieuze karaktertrek van de Nederlanders.
Dick is een karikatuur.
Karikaturen zijn niet altijd waar, maar bevatten vaak een kern van waarheid. Ik
kom Dick van Gulik dagelijks tegen.
Een heel mooi stuk in je boek vond ik een verhaal uit “Het Boek van Thee”, over een dame die verschillende thees schenkt aan een arme man. Hij moet in de geur van de thee een vrouw herkennen. Hoe belangrijk is het theeritueel in China en voor jou? Heb je ook een lievelingsthee?
Het theeritueel is reinigend, zuiverend, het gaat over concentratie. Voor mij is het net zo vanzelfsprekend als tandenpoetsen.
Mijn voorkeur gaat uit naar
goede thee. Ook Japanse thee behoort tot mijn favorieten. Elke streek heeft
trouwens haar eigen thee… Ik zou eigenlijk een toer moeten organiseren, om
mensen te laten zien waar thee groeit. Vergeet die gelikte plantages, denk aan
in nevelen gehulde bergen en rotsen waar je plotseling een eenzame struik voor
je ziet staan, om daarna te ontdekken dat je aan de rand van een onmetelijk
diepe kloof staat... De thrill die dat geeft, vermengd met de stilte en de
schoonheid is adembenemend.
In je boek worden feiten vermengd met fictie. Voor niet-Chinakenners is het moeilijk om die te scheiden. Heeft Keizerin Oleander echt bestaan en zo ja: was ze inderdaad zo beroemd en berucht als in jouw boek?
Het is niet belangrijk om fictie
en feiten te onderscheiden, een literair werk vormt zijn eigen universum en is
daarom altijd ‘waar’. Beeldde Shakespeare een waarheidsgetrouwe King
Henry uit? Deze vraag is niet relevant... De mens is een universeel
verschijnsel, een dier met zijn primitieve behoeftes. Dáár ga ik, als schrijver,
over. Toch heeft Keizerin Oleander echt wel bestaan, en in werkelijkheid was ze
vele malen wreder. Een verdorven kreng, als je de officiële -mannelijke- lezing
moet geloven. Ik gaf haar een menselijk gelaat.
China is nog geen “open en vrij” land. Internet wordt streng gecensureerd, protesten worden onderdrukt. In hoeverre beperkte jou dat in je vrijheid? Kan je je inbeelden dat je boek in China zou uitgegeven worden?
China is vrij, zolang je
bepaalde onderwerpen niet aanroert. Geen land zo vrij, zo weinig aan regels en
wetten gevonden en zo kapitalistisch als China. Over politiek praten is de
laatste tweeduizend jaar taboe, dat is niets nieuws. Mijn boek kán in China
uitgegeven worden als iemand denkt: wel, hier kan ik centen aan verdienen. En
ja, er is daar markt voor mijn boek. Maar of het ook verkocht kan worden, zonder
bemoeienis van hogerhand? Dat is een ander verhaal.
Zijn er plannen voor een volgend boek? Zo ja, wil je al een tipje van de sluier oplichten?
Ik ben bezig met mijn volgende
boek. Het gaat over een Geheugenpaleis. Het is een labyrint middenin de Verboden
Stad, het vertoont monsterlijke trekken en krijgt langzaamaan de bovenhand over
de menselijke toekomst. Net als China Noir wordt mijn nieuwe boek een
spionagethriller met een mysterieus, filosofisch vleugje.
Foto Julie O'Yang:
Dionyssos
Bibliografie van Julie O'Yang:
2008: China Noir

China Noir
Auteur: Julie O’Yang
Houtekiet
978 90 5240 974 0
Paperback
Prijs €19,95
China Noir begint waar een
oude wereld eindigt. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vindt een moord
plaats op de keizerlijke graftomben in Noord-China. Zeventig jaar later bezoekt
Tessa, een studente uit Amsterdam, de plek van de onopgeloste moord. Zij komt er
oog in oog te staan met een volslagen onbekende. Hun ontmoeting blijkt
allesbehalve toeval. Een aangrijpende onthulling van een stuk ongeschreven
(familie)geschiedenis volgt.
Terwijl de hoofdpersonen op zoek gaan naar een antwoord op vragen uit het
verleden, raken ze steeds dieper verwikkeld in een spinnenweb van intriges.
China Noir brengt het innerlijke landschap van de opkomende wereldmacht
China in kaart. Met deze politieke thriller werpt Julie O'Yang een blik op de
geschiedenis die ze laat samensmelten met actuele thema's.
De auteur confronteert ons met haar verontrustende visie: het Oosten en het
Westen zijn onverzoenbaar. De globalisering zal de wereld slechts leiden naar
een volgende, gevaarlijke patstelling.
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Julie O'Yang.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
