Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

Jeffery Deaver:
Carte Blanche




Carte blanche is een modern James Bond-boek waarvan Ian Fleming, al lummelend op het privéstrandje van zijn Jamaicaanse buitenverblijf Goldeneye, enorm zou hebben genoten


Yrsa Sigurdardottir:
Neem mijn ziel




Een niet onaardige misdaadroman echter zonder de duistere diepgang en ijzige huivering van haar landgenoot Indriðason


Fred Vargas:
Vervloekt




Vargas levert opnieuw een heerlijk spannend en meeslepend verhaal af


Jussi Adler-Olsen:
Dossier 64




Goed opgebouwde spanning, gedoseerde humor, actuele thema’s, aansprekende personages en een verrassende ontknoping


Michael Koryta:
Koude rivier




Vrijwel geen enkel personage komt fijn uit de verf


Karin Brynard:
Moord op Huilwater




Een zinderend boek, een brok actuele politieke geschiedenis in een spannend verhaal


Michael Connelly:
De herziening




Het einde is zelfs voor de ervaren thrillerlezer een echte surprise


Johan Theorin:
Steenbloed




Eén ding staat als een paal boven water: Theorin is een meesterlijke verhalenverteller


Robert Goddard:
In het niets




Het hele boek is feitelijk een grote en zeer intrigerende puzzel met een geweldige en gewelddadige ontknoping


Arnaldur Indridason:
Doodskap




Arnaldur Indriðason levert met Doodskap een fraaie ingetogen misdaadroman af die we inmiddels zo goed van hem kennen


Robert Goddard:
Onaangenaam bezoek




Het verhaal zit vol met interessante en goedgevonden vertakkingen en op het eind komt alles op uitmuntende wijze bij elkaar in een verrassend plot


Ben Pastor:
Luna Mendax




Een ongelooflijk mooi en schitterend boek dat een groot publiek en vijf sterren absoluut verdient. Hierbij de sterren, nu nog het publiek!


Lupko Ellen:
Herenboer




Een uitmuntende thriller, geschreven in een heerlijk tempo, met mooie zinnen en prachtige beschrijvingen van het landschap


Wulf Dorn:
Trigger


Als debuut ontstijgt zijn thriller ruimschoots de middelmaat





































































 




















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Jeffery Deaver

Door Remko Meddeler | Ezzulia.nl
(Twitter: rmeddeler)
 


20 juni 2011 |  James Bond is al bijna zestig jaar een fenomeen. Aan de langstlopende filmserie wordt in november 2012 deel 23 toegevoegd, maar ook de literaire Bond is meer dan veertig jaar na het overlijden van zijn geestelijk vader Ian Fleming nog springlevend. De Amerikaanse bestsellerauteur én Bond-fan van het eerste uur Jeffery Deaver (61) schreef het nieuwe Bond-avontuur Carte blanche en weet precies waarom 007 nog steeds zo geliefd is. “Bond is bij voortduring hedendaags. Hij is een held met gebreken, een onaangepaste solist met een geweldig uithoudingsvermogen. Wereldwijs en sociaal. Hij is wat mannen willen zijn.”

Remko Meddeler sprak met Deaver over het schrijven van een verhaal dat al vele malen geschreven is. Over de druk van de fans en de samenwerking met Flemings strenge erfgenamen. Maar ook over wat er zo vreselijk is aan zeemeeuwen en zo geweldig aan Californische chardonnay.

 


"Ik kreeg grotendeels carte blanche"


Vanaf het midden van de jaren 90 verschijnt er minimaal één keer per jaar een nieuw boek van Jeffery Deaver. Het zijn stuk voor stuk bestsellers dankzij de Deaver-formule: een snel verhaal dat zich in een kort tijdsbestek van deadline naar deadline beweegt, vol “twists and turns” en met een verrassende finale. “Over mijn allereerste boeken was ik niet erg tevreden”, vertelt Deaver. “Te veel gebazel, te veel uitweidingen, te bedacht. Dus ging ik mijn favoriete thrillerschrijvers bestuderen: Thomas Harris, Frederick Forsyth, John Le Carré en Ian Fleming. Van hen leerde ik onder meer dat er in een meeslepend verhaal voortdurend een bepaalde dreiging moet zijn. Sindsdien maak ik eerst een uitgebreide schets, zodat ik weet waar ik naartoe schrijf.” Toen Deaver in 2004 de door Ian Fleming Publications gesponsorde Steel Dagger Award won, verzuimde hij niet om in zijn dankwoord te melden dat Fleming een van zijn literaire inspiratiebronnen was. Wellicht mede daarom was de keuze snel gemaakt toen de literaire erfgenamen van Fleming na het in 2008 nogal lauw ontvangen Devil May Care van Sebastian Faulks een andere auteur zochten voor het nieuwe avontuur van James Bond. “Ik twijfelde geen moment. Ik had nog nooit gewerkt met een personage dat door een ander is bedacht, maar dit soort uitdagingen ga ik tegenwoordig graag aan. Bovendien spreekt James Bond me al meer dan vijftig jaar zeer tot de verbeelding.”

Het resultaat is Carte blanche, waarin een jonge, moderne James Bond - nog maar net in dienst van een geheime afdeling van de Britse veiligheidsdienst - de taak heeft om het rijk te beschermen tegen de gevaren van de boze buitenwereld… met álle noodzakelijke middelen. Als een bericht over een op handen zijnde aanslag “met duizenden doden en de beschadiging van Britse belangen” wordt onderschept, volgt 007 een spoor via de Balkan en Dubai naar Zuid-Afrika en trekt hij ten strijde tegen slechterik Severan Huydt, een ietwat necrofiele grootheid in de lucratieve afvalverwerkingsindustrie. Bond ontdekt onder meer, zoals het hoort in een goede Deaver, dat bij voortduring niets is wat het lijkt.

 


Laten we eerst de lucht even klaren: moest de schurk Severan Huydt per se Nederlandse roots hebben?

“Ha, ha. Ja, dat moest. Elke keer dat ik in Amsterdam ben, zie ik hoe schoon en fris deze stad is. Ook het toenemende aantal elektrische en hybride auto’s valt me op. Nederland staat bekend als voorloper op het gebied van milieubescherming. De ironie van een duistere, afschuwelijke schurk die zich druk maakt om afvalscheiding en de plastic soep in onze oceanen zou niet werken als hij een Amerikaan, Italiaan of Chinees was. Niemand zou geloven in die tegenstelling. Bij een Nederlander werkt dat wel. Sterker nog, het maakt Huydt extra interessant.”

 

En een geloofwaardig verhaal neerzetten, dat is wat u wilde met Carte blanche?

“Ik had twee doelen. Ik wilde mijn miljoenen fans wereldwijd tevreden houden door het op mijn manier - ik heb er geen enkel probleem mee om het een formule te noemen - schrijven van een spannend en interessant verhaal over de wereld van de afvalverwerking. Daarnaast mocht ik de Bond-fans van het eerste uur, die heel toegewijd zijn en hoge verwachtingen hebben, niet teleurstellen. Hoe fantasierijk de boeken van Ian Fleming ook zijn, zijn verhalen staan als een huis. En het personage dat hij creëerde is fascinerend. James Bond is een held met gebreken. Iemand die elke dag zijn leven op het spel zet om de wereld te redden. Maar ook iemand die rookt, drinkt, gokt en vele affaires heeft. Dat was het gevolg van de overtuiging dat hij niet ouder dan 45 jaar zou worden. (Inderdaad ja, ik geloof dat hier wat parallellen met Fleming te trekken zijn.) Hij is een onaangepaste solist met een geweldig uithoudingsvermogen. Wereldwijs en sociaal. Levensecht op een bepaalde manier. Hij houdt van kwaliteit, maar hoeft niet per se in luxe te leven. Hij draagt een Rolex, niet om ermee te pronken maar omdat het een goed horloge is. Hij is wat mannen graag willen zijn. Hij is bij voortduring hedendaags.”

Foto: © Silas Manhood


Jeffery Deaver las alle Fleming-boeken en veel kritische studies van het werk van Fleming en het fenomeen James Bond. Dit maakte dat hij zich per se wilde baseren op het originele materiaal en niet op alle zeer uiteenlopende interpretaties in de vervolgboeken - onder meer van John Gardner en Raymond Benson - en de films. “Die staan soms ver af van Flemings verhalen. Het leek me dus het beste geen ‘universele’ Bond te creëren samengesteld uit stukjes Connery, Moore, Brosnan en Craig, en zo weinig mogelijk te refereren aan wat er in de films gebeurt. Dus rijdt Bond geen Aston Martin en is M geen vrouw. De zin ‘mijn naam is Bond, James Bond’ zit er wel in. Zelfs dat wilde ik eerst niet… Kijk, ik kreeg grotendeels carte blanche voor Carte blanche en schreef in een maand of zes een zeer uitgebreide outline van het verhaal. Dat is de basis, het vertelt veel over de personages en waar het verhaal naartoe werkt. Ook vrijwel alle research zit hier al in. Dat betekent dat Ian Fleming Publications geen inzicht in het verhaal heeft gekregen tot het op de definitieve uitwerking na af was. Gelukkig stelden ze slechts enkele kleine wijzigingen voor. Een daarvan was de toevoeging van de zin ‘mijn naam is Bond, James Bond’, die moest er gewoon in. En dat heb ik met liefde gedaan. Het is immers hun personage, niet het mijne. Onderdeel van de afspraak was dat ze te allen tijde het project konden stilzetten als ze er niet tevreden mee waren. Maar gelukkig waren ze er verrukt over! Ze wisten dat ik ze niet ging teleurstellen, omdat ik zowel Fleming als Bond bewonder.”

 


Uw bewondering voor Fleming is zelfs zo groot dat u zijn beschrijving van Bond letterlijk heeft overgenomen.

“Inderdaad. En ook ik laat hem een wees zijn. Dat zijn ouders zijn omgekomen tijdens het bergbeklimmen staat in slechts enkele zinnen in You only live twice. Daar wilde ik heel lang geleden al meer over weten; in hoeverre heeft dat zijn leven beïnvloed, is dat de reden geweest om bij de geheime dienst te gaan? Dus heb ik dit als subplot in het boek opgenomen. Gelukkig waren de Flemings hier heel gelukkig mee, want ik was bereid te vechten voor deze verhaallijn.”

 

Wat heeft u veranderd aan het karakter van 007?

“Hij rookt niet meer. En belangrijker nog, in de originele verhalen is hij veel meer een vrouwenverslinder. In een van de korte verhalen wordt zelfs verwezen naar een bordeel dat Bond zou hebben bezocht. Dat zal mijn Bond nooit overkomen! Hij is romantischer, menselijker. Hij is geen meedogenloze moordenaar. De moderne lezer houdt niet van een held met machogedrag. En ook niet van over-de-top seks en geweld. Wel van iemand die slim is, die zijn gezonde verstand gebruikt. Daarom laat ik Bond heel vaak heel slimme dingen doen. Overigens zonder dat de lezer dat van tevoren weet. Dat zie je bijvoorbeeld in de scène dat Bond spulletjes in de tas van Jessica, de vriendin-op-leeftijd van Severan Huydt, verstopt door haar te laten huilen. Daar komt trouwens ook de hardvochtige kant van Bond naar boven, hoewel hij een stuk subtieler is en blijft dan bijvoorbeeld Jack Bauer in 24.”

 

Even over de vele details in het boek. Hoe komt u aan die wijsheden? Hoe weet u bijvoorbeeld dat steaks uit een oven van 950 graden zonder sausjes gegeten moeten worden en dat “unoaked chardonnay is the best”?

“Kaapstad heeft een restaurant met zo’n oven dat bekendstaat om z’n geweldige steaks. Heel lekker en heel duur! En wat de wijn betreft, ik ben een wijnverzamelaar en heb dus nogal wat parate kennis. Ik verklaar de Amerikanen voor gek die hun chardonnaydruiven, die van zichzelf een geweldige smaak hebben, per se in de eikenhouten vaten willen stoppen die er een zeer overheersende smaak aan geven. Zonde! Hoe dan ook, het was een zware taak, maar ik moest inderdaad veel wijnen drinken om ze in het boek goed te kunnen beschrijven.”

En dan hebben we nog die splinternieuwe cocktail, de Carte blanche…

“Ja, helemaal zelf bedacht. Ook vervelend werk trouwens, om de juiste ingrediënten te bepalen. Hij smaakt echt goed. Het is een mix van onder meer Canadese whisky - Schotse whisky smaakt zo goed van zichzelf dat je ‘m puur moet drinken - en het zoete triple-sec. De American Bar van het Savoy hotel in Londen heeft deze cocktail onlangs op de kaart gezet. Daar ben ik best trots op.”

 

… en we lezen eindelijk eens de reden waarom die wodka-martini’s “are shaken, not stirred”.

“Ja, dat klopt. Fleming heeft dit nooit uitgelegd. Ik ben zelf geen martinidrinker maar ik ben er samen met een barman achter gekomen dat het werkelijk een flink verschil maakt, al gaat het dan vooral om het uiterlijk. Als je schudt komt er veel meer lucht in het drankje waardoor het melkachtig wordt. En omdat het daarnaast beter wordt gekoeld, is het ook van lichte invloed op de smaak. Dit zijn trouwens details die in het boek móésten, dat verwachten de Bond-fans.”

 

Hoe verliep de research voor de grotere onderwerpen in het boek?

“Ik heb zo’n vijfduizend pagina’s aan papieren informatie doorgenomen, waarvan natuurlijk maar een klein deel in het boek is opgenomen. Je kunt alleen dat wat het verhaal op gang houdt gebruiken. Het meeste ervan downloadde ik van het internet. Daar is, zoals elke journalist weet, enorm veel te vinden. Maar natuurlijk sprak ik ook veel met mensen. En maakte ik gebruik van eigen herinneringen, bijvoorbeeld die aan het angstaanjagende gekrijs van hongerige zeemeeuwen tijdens een bezoek dat ik ooit bracht aan een lokale vuilnisbelt. Ook heb ik alle landen en steden die in het boek voorkomen bezocht. Als Amerikaan die schrijft over een Britse geheim agent ben je natuurlijk verplicht om alle ins en outs te weten van de Britse taal en cultuur. Over Percy Osborne-Smith, een bijzonder onaangename collega van Bond, zou een Amerikaanse secretaresse roepen: ‘What a dick!’ Bonds secretaresse Mary Goodnight zegt in feite precies hetzelfde, maar veel voorzichtiger, met die typisch Britse gereserveerdheid.”

 

Tot slot, kunnen we gezien het enthousiasme alom, maar vooral dat van de Flemings, een tweede Bond-boek van Jeffery Deaver verwachten?

“Dat weet ik werkelijk niet. We hebben een overeenkomst gesloten voor één boek. Maar als Carte blanche het goed doet… Ik heb er een positief gevoel over. Bovendien heb ik veel plezier in het schrijven gehad en vind ik James Bond een geweldig personage om meer avonturen mee te beleven. Ideeën genoeg! Mocht het zover komen is tijd eigenlijk het enige probleem. Ik schrijf alleen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een James Patterson die dankzij co-auteurs wel tien boeken per jaar kan schrijven. Niets mis mee, maar ik moet gewoon de volledige controle houden. En ik wil de Kathryn Dance- en Lincoln Rhyme-boeken blijven schrijven. Dat is geen keuze. Ik kan hen niet verwaarlozen.”

 

 

Eindredactie: Gerd Boeren 

 


Carte blanche
Auteur: Jeffery Deaver
Oorspronkelijke titel: Carte blanche
Uitgeverij Van Holkema & Warendorf
Vertaling: Hugo Kuipers
ISBN: 978 90 475 1716 0
Paperback
Prijs: € 19,99
Verschenen: mei 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oorlogvoering heeft een heel ander karakter gekregen. De vijand trekt zich niet veel meer van de regels aan. In sommige kringen wordt gedacht dat ook wij andere regels moeten gaan volgen.

Na zijn diensttijd in Afghanistan wordt James Bond in Londen gerekruteerd door een nieuwe geheime dienst, die past bij de wereld van na 11 september: volledig onafhankelijk en opererend buiten alle overheidsdiensten om. Het doel: het rijk beschermen " op welke manier dan ook.

Een noodoproep dwingt Bond een etentje met een prachtige vrouw voortijdig af te breken. Er is een elektronisch bericht ontcijferd dat er later die week een aanslag zal volgen. Het aantal doden zal in de duizenden lopen. Agent 007 krijgt carte blanche om alles te doen wat nodig is om deze aanslag te verijdelen en het rijk te beschermen....

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - of dit interview met - Jeffery Deaver.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven