Ezzulia interview
Jacqueline Zirkzee
Door Aefke ten Hagen | Ezzulia.nl
(Twitter:
@aefke)
20 april 2012 | Jacqueline Zirkzee (1960) heeft een vijfde fictietitel op haar naam staan. Eva’s dochter is een verhalenbundel met een novelle en zeven korte verhalen. Het zijn verhalen die de motieven van de hoofdpersonen genadeloos blootleggen. Al eerder verschenen van Zirkzee de romans Het Heksenhuis, Het boek van Tristan en Isolde, Mykene en de jeugdroman Spinkind.
Eva’s dochter is haar eerste verhalenbundel.
"Verhalen met een boodschap zijn saai!"

Je bent romanschrijver, historicus en freelance journalist. Je hebt modellenwerk gedaan en visagie. Een alleskunner! Waar ligt jouw hart en je uitdaging?
Dat werk als fotomodel en visagiste deed ik tijdens mijn studie, als bijverdienste. Het klinkt enorm interessant maar het was voornamelijk heel erg saai… Heel lang wachten, verstijfd staan in onnatuurlijke houdingen, enorme ego’s om je heen. Schrijven vond ik altijd al heel veel en veel leuker, maar dat was iets dat ik privé deed. Schrijvers van boeken waren in mijn ogen zulke grootheden, daar kon ik me toch nooit mee meten. Nog steeds ben ik verbaasd als ik lof ontvang voor mijn romans, terwijl ik er onderhand toch een beetje aan gewend zou moeten zijn: ik heb wel eens een mindere recensie ontvangen maar dat was echt een uitzondering. Toch heeft het heel lang geduurd voor ik me auteur durfde te noemen.
En toch is dat waar mijn hart ligt en wat voor mij de grootste uitdaging vormt: ik ga nog eens de ultieme roman schrijven, let maar op! Elke keer, bij elke publicatie, heb ik het gevoel dat ik een stukje verder kom. Schrijven is een ontdekkingsreis naar binnen toe, naar wat je raakt en wat je hoopt dat jouw lezers ook zal raken.
Hoe is het schrijven van korte verhalen bij jou begonnen?
Na mijn studie geschiedenis ben ik samen met een fotograaf een stockbureau voor beeld en tekst begonnen. Ik schreef reisartikelen voor diverse tijdschriften en persbureaus in binnen- en buitenland. Ook dat klinkt een stuk interessanter dan het vaak was. In het begin was alles een uitdaging en was ik alleen maar superblij als er een artikel werd geaccepteerd. Alleen, op den duur werd het toch een soort formuleschrijven: een impressie van de sfeer van een stad of landschap, een snufje cultuur, vooral niet te veel, wat culinaire observaties, toeristische tips – hartstikke leuk, maar ik werkte onafhankelijk en ik maakte soms zulke bizarre dingen mee die ik nergens kwijt kon. Dus daar verzon ik dan verhalen over. Ik deed daar verder niets mee, tot Uitgeverij Parelz mij vroeg of ik naast mijn romans ooit korte verhalen had geschreven of er zin in had om dat te doen. Toen heb ik die oude map met ideeën, heel en half afgeschreven verhalen geopend – ik was ze bijna vergeten – en ik ontdekte dat er heel wat verrassend bruikbaar materiaal bij zat. Het resultaat is te vinden in de verhalenbundel Eva’s dochter.
Wat is voor jou het grootste verschil met het schrijven van een kort verhaal en een roman?
Je moet bij een roman veel verder vooruit denken, anders kom je hopeloos in de knoop. Een verhaal van 5000 woorden kun je zo omgooien als iets je niet aanstaat, bij een roman van 300 pagina’s is dat een megaklus.
Het publiek voor het korte verhaal is select. Hoe komt dat volgens jou?
Geen idee. Ik snap het ook niet. Het publiek voor het korte verhaal zou veel groter moeten zijn dan dat voor romans. Een kort verhaal is ten slotte toch ‘gemakkelijker’ lezen, in de zin dat ook iemand die niet de concentratie kan opbrengen een vuistdikke roman uit te lezen, ermee uit de voeten kan. Voor een kort verhaal zijn ook veel meer leestijdstippen geschikt: even een verhaaltje voor het slapen gaan bijvoorbeeld, zonder dat je bang hoeft te zijn dat je zo wordt opgeslokt dat het je je nachtrust kost zoals bij een thriller die per se uit moet.
In Eva’s dochter worstelen alle hoofdpersonages op hun manier met een dilemma en gaan er ook op verschillende manieren mee om. Hoe verplaats jij je in een personage?
Dat gaat eigenlijk vanzelf. Op een of andere manier kan ik me in de meest kwaadaardige personen inleven, terwijl ik zelf echt een watje ben. Volgens mij dragen we toch allemaal aspecten van onszelf mee die in het dagelijks leven niet tot uitdrukking komen. Bij mij kan ik die gelukkig toepassen in mijn karakters, want wie weet wat er anders zou gebeuren.
Ik heb Eva’s dochter niet in één ruk uitgelezen, alleen maar omdat ik elk verhaal wilde laten bezinken. Hoe was dat voor jou met het schrijven van de verhalen?
Deze verhaalideeën zijn over meerdere jaren ontstaan, maar ik kan zeker
niet nadat ik klaar ben met een verhaal direct aan iets nieuws beginnen.
Daarvoor zit je dan toch te veel in een bepaalde sfeer. Die moet je
eerst van je af schudden, denk ik. Grappig dat jij dat ook zo ervoer met
het lezen ervan.
De verhalen in Eva’s dochter zijn heel verschillend. Niet qua stijl, maar wel qua vorm en inhoud. Hoe passen de verhalen voor jouw gevoel bij elkaar in deze bundel?
Ik vind de korte verhalen bij elkaar passen. Ze gaan over sterke persoonlijkheden in karakteristieke settings, die uitgedaagd worden door een gebeurtenis en daar hun eigen draai aan geven. De historische novelle is letterlijk ‘een ander verhaal’: het dagboek van een jong meisje uit de zeventiende eeuw, dat, hoewel zelfstandig leesbaar, voortborduurt op de gebeurtenissen in Het Heksenhuis. Ik was bang dat de liefhebbers van het ene genre het andere niet leuk zouden vinden, of dat de bundel als onevenwichtig aangemerkt zou worden, maar de reacties zijn toch vrijwel unaniem dat men deze combinatie verrassend en verfrissend vindt. Al heeft iedereen zo zijn voorkeuren, natuurlijk.
De lezer wordt op de flap een vleugje Roald Dahl of Somerset Maugham beloofd. Wat vind je ervan om met zulke grote namen vergeleken te worden?
Kicken! Bij de bespreking van mijn debuut Mykene, een roman over de vrouwen uit de Trojaanse Oorlog, werd ik meerdere malen een ‘vrouwelijke Homerus’ genoemd. Geweldig toch? Daar doe je het voor als schrijver.
Wat is jouw signatuur?
Wat een moeilijke vraag! Ik denk dat dat is, dat ik alles altijd van verschillende kanten probeer te bekijken. Niemand heeft ooit honderd procent gelijk. Is er een mannelijke versie, dan zoek ik het vrouwelijke gezichtspunt op. Als er een slachtoffer is, verdiep ik me in de dader. De maatschappelijke consensus zal je in mijn boeken niet vinden, ik kijk liever naar het minderheidsstandpunt.
Wat wil je met jouw verhalen? Wil je de lezer amuseren of wil je dat mensen meer uit jouw verhalen halen?
Verhalen met een boodschap zijn saaaaaai… Ik wil de lezer prikkelen, amuseren, aan het denken zetten, die andere kant laten zien – en ik ben me er heel goed van bewust dat, wat ik ook in die verhalen stop, de lezer degene is die eruit selecteert wat hem of haar aanstaat. Dat is ook goed. Als je daar niet tegen kunt, moet je geen schrijver worden maar op een zeepkist gaan staan.
Welk verhaal ligt jou het meest aan het hart en waarom?
De weduwe en de gigolo, omdat ik zelf een aantal jaren met een zeilschip de wereld over ben gevaren en dat eindigde nogal akelig. Meer vertel ik niet, want anders is de lol van het lezen eraf.
In een eerder interview vertel je dat je dol bent op historische romans. Welke schrijvers staan er in jouw boekenkast en wie bewonder je?
Als kind was ik dol op de boeken van Tonke Dragt, Thea Beckman en Rosemary Sutcliff, ik wil ooit nog eens een historische jeugdroman van dat niveau schrijven. Ik bewonder Umberto Eco. Hoewel ik niet al zijn werk om door te komen vindt, is De slinger van Foucault gewoonweg meesterlijk. Veel meer hap-slik-weg maar erg lekker zijn de romans van Ken Follett, zoals The Pillars of the Earth. Ik was ook erg onder de indruk van Lelieblank, scharlakenrood van Michael Faber.
Wat is jouw ultieme droom als schrijfster?
Die bestseller natuurlijk! Wereldwijde vertalingen en filmcontracten, en
je dan druk maken over of jouw creatieve integriteit niet wordt
aangetast, haha. Eigenlijk is mijn ultieme droom toch vooral om een
betere schrijver te worden. Ik ben nog steeds aan het groeien en leren.
Ik hoop vooral dat dat nooit ophoudt.
Foto:
Spiley Powershoot
Met dank aan: Jacqueline Zirkzee
Eva’s dochter en andere verhalen
Auteur: Jacqueline Zirkzee
Uitgeverij Parelz
ISBN: 978 94 9107 407 3
Paperback
Prijs: € 16,95
Verschenen: november 2011

De novelle Eva’s dochter is een op zichzelf staand vervolg op de historische roman Het Heksenhuis over de heksenwaan in de zeventiende eeuw. Het verhaal speelt zich af in geboortestad van de auteur, Leiden.
Met historische precisie werkt Jacqueline Zirkzee
onderwerpen uit. Ze laat de lezer door haar aandacht voor
detail alles mee beleven. In Eva’s dochter lezen we het
dagboek van de jonge Hélène, dochter van een heks. Hélène
laat ons delen in haar ontdekkingsreis naar het verleden van
haar ouders. Naast deze novelle bevat dit boek zeven kortere
verhalen die zich in onze tijd afspelen. Het zijn stuk voor
stuk verhalen die de motieven van de hoofdpersonen
geleidelijk maar genadeloos blootleggen.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - of dit interview met - Jacqueline Zirkzee.
Kijk hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.












