Ezzulia Interview
Jacqueline Zirkzee
Door Carien Touwen | Ezzulia.nl
24 februari 2009 | Jacqueline Zirkzee (1960) schreef met Het Heksenhuis alweer haar derde historische roman. Voor haar nieuwe boek baseerde zij zich op een bestaande brief van een verdachte van hekserij, die hij in 1628 aan zijn dochter Veronica Junius schreef. De hoofdpersoon Eva Babel vindt deze brief en dat blijkt de aanleiding te zijn voor de vorming van een bijzonder reisgezelschap dat op zoek gaat naar vrijheid en verlossing.
Jacqueline Zirkzee heeft Engels en
geschiedenis gestudeerd. Dat laatste heeft er zeker aan bijgedragen dat ze met
Het Heksenhuis niet alleen een prachtige roman heeft geschreven, maar ook
een geschiedkundig correct verhaal dat je als lezer laat realiseren dat
gruwelijke vervolgingen van alle tijden zijn. Een boek om bij stil te staan.
"Ik vind het heerlijk om een onderwerp helemaal uit te pluizen"

Waarom en wanneer ben je gaan schrijven?
Ik was vroeger echt een lezer en geen
schrijver. Het kwam in mijn familie ook helemaal niet voor, iemand die boeken
schrijft, dus dat ik zelf zou kunnen schrijven kwam niet in me op. Ik ben op
gegeven moment artikelen gaan schrijven voor mijn werk en raakte er zodoende
meer in geïnteresseerd. Ik schreef vooral veel reisartikelen en reisde ongeveer
vijf maanden per jaar rond. Samen met mijn toenmalige partner zocht ik landen
uit en bedacht interessante reportages, die we dan na onze reis konden verkopen.
Hij was fotograaf en ik schreef daar artikelen bij. Ik vond het heerlijk om me
helemaal in een land en de geschiedenis daarvan te verdiepen voor ik op mijn
bestemming was. Op een vakantie in Griekenland kreeg ik inspiratie om die oude
verhalen opnieuw op papier te zetten. Puur voor mezelf ben ik toen gaan
schrijven, als een soort vingeroefening en vooral omdat het me leuk leek . Ik
had helemaal niet het idee dat het ooit een roman zou worden en niemand wist ook
dat ik hier mee bezig was. Hieruit is mijn eerste roman Mykene ontstaan,
een dikke pil waar ik echt vele jaren over heb gedaan. Na mijn scheiding hield
het reizen op, maar ik had inmiddels een goede reputatie opgebouwd in de
journalistiek. Ik ben toen een eigen tekstbureau gestart en heb sindsdien vele
achtergrondartikelen en interviews geschreven. Ik heb het werk echt in de
praktijk geleerd. Naar aanleiding van mijn eerste boek Mykene heb ik een
beurs gekregen van het Fonds voor de Letteren, waardoor automatisch de druk
ontstond om aan een nieuwe roman te werken. Het journalistieke werk dat ik doe
vormt een welkome afwisseling. Als ik net lekker aan het schrijven ben, vind ik
het soms wel jammer dat ik alles uit mijn handen moet laten vallen voor een
opdracht, maar het zijn meestal kortlopende projecten met een harde deadline, en
dat gaat dan voor. En zo af en toe afstand nemen kan ook heel goed zijn.
Wat zou je nu doen als je niet had kunnen schrijven?
Ik wilde voor de klas staan, maar in de jaren
tachtig was er totaal geen werk in het onderwijs te vinden. Dat is nu
onvoorstelbaar. Juist doordat er geen werk was, ben ik in de
journalistiek gerold en dat ben ik blijven doen. Als mijn eerste boek
niet was uitgegeven, was ik op dezelfde voet verder gegaan. Ik denk dat ik wel
gewoon boeken was blijven schrijven, maar dan zoals bij mijn eerste boek, puur
voor mezelf. Ik vind het heerlijk om een onderwerp helemaal uit te pluizen en
daar dan een lang verhaal van te maken.
Je hebt geschiedenis gestudeerd en schrijft hoofdzakelijk historische romans. Hoe is jouw liefde voor geschiedenis ontstaan?
Als kind las ik al bij voorkeur historische
jeugdromans. Ik vind het echt heel leuk om helemaal in een heel andere sfeer en
tijd te zijn. Het is een soort ontsnapping.
Hoe is het idee ontstaan om Het Heksenhuis te schrijven?
Dat was best lastig. Mijn eerste boek ging over de Griekse oudheid en mijn tweede boek over de vroege middeleeuwen. Ik heb sociale geschiedenis gestudeerd dus ik zit niet echt vast aan een bepaalde periode, waardoor de keuze heel erg breed is. Ik wist niet precies wat ik wilde gaan doen, ik had weer een beursje gekregen en ben toen in het huis gaan zitten van dichter Roland Holst in Bergen. Dat huis wordt exclusief verhuurd aan schrijvers om inspiratie op te doen en te schrijven. Ik heb een hele stapel geschiedenisboeken meegenomen en kwam toen terecht in een boek over heksenprocessen. Ik vond dat ik als historicus er al weinig vanaf wist en ben me hier direct in gaan verdiepen. Want als ik het al niet weet, dan zijn er genoeg mensen die hier ook weinig vanaf weten en is het een perfect onderwerp voor een roman. Het was alleen wel heel moeilijk om hier een goed verhaal van te maken en om het niet één groot tranendal te laten zijn. Het was behoorlijk worstelen om door dit materiaal heen te komen; zoveel gruwelijkheden. Als proces is het heel goed geweest om dit te doen, ook voor mij persoonlijk. Je moet echt tot de bodem gaan. Het kostte echt bloed, zweet en tranen om een boek met dit onderwerp hoopvol te laten eindigen, iets wat ik per se wilde. Ik ben trots en opgelucht dat ik daar doorheen ben. En misschien draagt mijn boek ergens toe bij. Er zit meer passie van mezelf in dit boek en dat is iets wat ik echt wil uitbouwen in mijn volgende boeken. Want zelfs nu heb ik alweer het gevoel bij Het Heksenhuis dat het nog beter kan. Ik zou er nog meer authenticiteit in willen aanbrengen. Ik wilde dat het een hoopgevend boek zou zijn en heb daarom misschien toch wat kunstgrepen toegepast. Maar ik vind het echt het beste boek wat ik ooit geschreven heb en ben er zeker trots op. Maar als schrijver moet je doorgaan en nog beter worden. Ik ben nog lang niet uitgeleerd.

Hoe heb je de research hiervoor gedaan en hoe verwerk je zoveel informatie tot een boek?
Het begon met die brief aan Veronica Junius, dat was mijn eerste echte aanknopingspunt. Er is zoveel geschreven over de hekserij en het kwam natuurlijk overal op de wereld voor. Ik moest dus echt een plek en een tijd vaststellen waarin mijn boek zich zou afspelen. Met die brief had ik in elk geval de plaats en tijd bepaald. Daarmee ben ik gerichter gaan zoeken en ben ik op het verhaal rond de dochter gekomen. Ik begon gewoon met schrijven en als ik vast kwam te zitten, dook ik weer de boeken in. Ik wilde dat het boek zou eindigen met het einde van de heksenjacht in Bamberg. De praktische uitvoering daarvan is natuurlijk moeilijk, want je moet steeds in de gaten hoe oud je hoofdpersonen zijn en waar ze zijn en wat daar op dat moment afspeelde. Het moet natuurlijk wel kloppen met de tijdgeest. Je moet ook goed opletten met het research doen, dat je niet verdwaald in de geschiedenis er omheen. Het blijft een roman en het verhaal hoeft niet voor honderd procent te kloppen, sommige dingen zijn ook helemaal niet te achterhalen en moet je als auteur dus wel invullen.
Maar als de eerste versie van het verhaal op
papier staat, is het nog helemaal niet af. Dan begint pas het grote checken.
Alle feiten controleer ik dan nogmaals en vaak weet ik niet meer waar ze precies
vandaan kwamen. Dus het grote werk begint pas als de eerste versie af is. Ik
vind dat gepuzzel met historische feitjes leuk, maar soms is het ook wel heel
vervelend omdat iets niet blijkt te kunnen. Ik heb meegemaakt dat een historisch
persoon op het moment dat ik hem in mijn verhaal wilde, ergens anders was op dat
tijdstip. Dan ga ik de waarheid dus geen geweld aan doen, want iets dat ik zeker
weet door onderzoek, ga ik niet aanpassen omdat het beter uitkomt in mijn boek.
Als ik dat zou toestaan worden het een soort sprookjes en dat vind ik te
vrijblijvend.
Hoe is de verdeling in het boek tussen feit en fictie?
Bijna alle personen die in Het Heksenhuis
voorkomen hebben geleefd, maar of ze gezegd hebben wat ze in dit boek hebben
gezegd, dat weet ik natuurlijk niet. Förner bijvoorbeeld vond ik echt een
intrigerend persoon, er is niets bekend over zijn persoonlijk leven, alleen over
zijn daden. En hij moest in mijn boek toch een bepaald karakter krijgen. Ik vind
het echt leuk om daar een eigen draai aan te geven.
Kon je veel van jezelf kwijt in het boek?
In 2005 was ik in Londen tijdens de
bomaanslagen. Ik was daar helemaal alleen in deze bedreigende situatie. Ik had
nog nooit meegemaakt dat gevaar zo dichtbij was. Ik zou ’s avonds vliegen en kon
natuurlijk de metro niet meer in. De hele stad lag plat en ik ben dus maar gaan
lopen. En dan loop je daar en zie je in een zijstraat die verwrongen
dubbeldekker liggen. Vreselijk! Maar dit soort gevoelens heb ik goed kunnen
gebruiken om te beschrijven wat de slachtoffers van de heksenvervolgingen
voelden. De willekeur, de angst, het niet weten wanneer het noodlot kan
toeslaan, het feit dat niemand je kan helpen; dingen die allemaal terugkomen in
Het Heksenhuis. Ondanks het feit dat je aan geschiedenis niets kan
veranderen, is er dus genoeg ruimte om zelf karakters en situaties in te vullen.
Waar haal je je inspiratie uit?
Mijn inspiratie komt uit thema’s die mij
persoonlijk aanspreken en bezig houden. Die probeer ik te verwerken in mijn
boeken, maar ik ben daarom vaak wel heel lang aan het zoeken naar een onderwerp.
Hoe ziet jouw werkdag eruit?
Heel rommelig. Ik werk vanuit huis en moet heel erg oppassen dat ik niet eerst allerlei klusjes ga doen, zoals de was. Als ik niet oplet is het drie uur ’s middags voor ik eens achter de pc ga zitten. Ik merk wel dat het ook vermijdingsgedrag is. ‘Dan ga ik eerst boodschappen doen en daarna kan ik me vast goed concentreren.’
Ik kan niet heel lang stil zitten, ik loop veel heen en weer, ga regelmatig even een kopje thee zetten. Eigenlijk is het verbazingwekkend dat er ook nog wel eens een boek uit rolt. (lacht) Maar dit alles geldt voornamelijk voor de eerste versie. Als ik eenmaal een eerste uitdraai heb liggen, kan ik veel gestructureerder aan de slag en ben ik een stuk geconcentreerder. Vanaf daar wordt het boek alleen maar beter en vaak ook veel dikker, dan ga ik dingen toevoegen. Het herschrijven zie ik meer als echt schrijven dan het schrijven van de eerste versie. Dan ben ik blij dat ik iets heb en dat werkt veel lekkerder, dan weet ik waar ik naar toe ga en ben ik niet maar aan het zoeken.
Maar ook hier geldt weer, als ik opdrachten voor mijn tekstbureau krijg, dan ga ik daar mee aan de slag. Die opdrachten hebben een deadline, dus ga ik dat eerst doen. Ik doe veel interviews en artikelen voor bijvoorbeeld het tijdschrift Healthy.

Ik las in een interview dat je van plan bent een vervolg te schrijven op het Heksenhuis. Vertel!
Ja, dat was een idee. Het boek heeft een open
einde en Eva is nog jong, dus zij zou nog een heel leven kunnen hebben. Maar
goed, dat zou een heel ander verhaal worden, want het kan niets meer met de
heksenjacht te maken hebben, want die is voorbij. Maar ik weet het nog niet
zeker, het is altijd moeilijk om hoofdpersonen los te laten en voorlopig heb ik
dat idee laten vallen. Ik ga nu eerst aan de slag met een boek over de VOC tijd
in het begin van de zeventiende eeuw. Ik ben daar nu onderzoek voor aan het doen
en hoop in de kerstvakantie ruimte te hebben om hier flink mee op te schieten.
Heb je een opdracht gekregen vanuit uitgeverij Conserve voor deze roman?
Nee, we hebben het er wel over gehad en
natuurlijk is de uitgever geïnteresseerd, maar het is toch altijd onder
voorbehoud van de kwaliteit van het manuscript. Als schrijver moet je het iedere
keer opnieuw waarmaken.
Blijf je historische romans schrijven of ga je ook weer verder met andere genres? Je hebt tenslotte ook non-fictie geschreven en met het boek Iris & Valentine ook een chicklit titel op je naam staan.
Ja, dat klopt, maar dat is begonnen als een geintje. Ik heb dit samen met Barbara M. Veenman gedaan en het was haar idee. Het was onwijs leuk om te doen en dit boek schreef zichzelf, het was heel anders, ik hoefde niets te onderzoeken. Als ik het niet meer wist, kwam mijn medeauteur wel weer met een aanknopingspunt. Het heeft me echt verbaasd dat hier zoiets leuks uitgekomen is, want we hadden niets afgesproken. Maar het schrijven van historische romans is meer mijn missie, ik sluit niets uit qua andere genres, maar ik wil in ieder geval een oeuvre aan historische romans opbouwen.
De foto's van Jacqueline Zirkzee zijn gemaakt door fotograaf Ruurd Dankloff.
Het Heksenhuis
Auteur: Jacqueline Zirkzee
Uitgeverij Conserve
ISBN: 978 90 542 9258 6
Paperback
Prijs: 19,95

De jonge Eva raakt verstrikt in het web van de fanatieke 'heksenbisschop' van Bamberg. Wanneer zij een brief vindt die geschreven is door één van zijn slachtoffers komt haar leven in gevaar. Het reisgezelschap waarmee Eva het bisdom ontvlucht, neemt een geheime missie op zich. Hun avontuurlijke zoektocht naar verlossing en vrijheid voert de reisgenoten dwars door oorlogvoerend Duitsland naar de rebelse Republiek aan de Noordzee. Kunnen zij hun opdracht uitvoeren? Wat zal de toekomst bieden voor de overlevenden van het Heksenhuis?Want ook de vrijheid kent zijn prijs...
In het bisdom Bamberg werden verdachten van hekserij vastgehouden in een speciaal voor dat doel gebouwde gevangenis, het Heksenhuis. Een van de gevangenen schreef kort voordat hij ter dood werd gebracht op de brandstapel een brief aan zijn dochter. Dit document uit 1628 vormde de inspiratiebron voor Het Heksenhuis, waarin Jacqueline Zirkzee op oorspronkelijke en overtuigende wijze een beeld schetst van de onvoorstelbare gebeurtenissen uit deze tijd. Kale historische feiten komen tot leven in deze kleurrijke roman, die handelt over foltering en dood, maar ook over vriendschap en hoop. Het Heksenhuis is méér dan een roman over een vreemd en voorbij verschijnsel. Vervolgingen zijn immers van alle tijden: er zullen altijd daders en slachtoffers, helden en toeschouwers zijn.
Kijk voor meer over Jacqueline Zirkzee op de Boekenplank
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Jacqueline Zirkzee.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.



