Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews



Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

Preston & Child:
De vloek van het oerwoud




Een thriller van een bijzonder hoog niveau


Lupko Ellen:
Herenboer




Een uitmuntende thriller, geschreven in een heerlijk tempo, met mooie zinnen en prachtige beschrijvingen van het landschap


Wulf Dorn:
Trigger


Als debuut ontstijgt zijn thriller ruimschoots de middelmaat


Hjorth Rosenfeldt:
Wat verborgen is




Degelijk geconstrueerd, vaardig geschreven maar niet echt verrassend of vernieuwend


Lieneke Dijkzeul:
Verloren zoon




De mooist geschreven thriller is die ik in tijden las


Jussi Adler-Olsen:
Noodkreet in de fles

 

Geen doorsnee personages, humorvolle dialogen en voldoende spanning maken van De noodkreet in de fles een zeer geslaagde misdaadroman


Jussi Adler-Olsen:
De fazanten-moordenaars

Een verhaal dat goed was voor de Glazen sleutel, de prijs voor beste Scandinavische misdaadroman 2010


Jussi Adler-Olsen:
De vrouw in de kooi

Het duo met de tegendraadse brigadier Mørck en zijn gedreven assistent Assad zijn een aanwinst voor het genre


Lars Kepler:
Contract

Lars Kepler is leuk en aardig om lezen – dat verklaart dan toch nog de drie uitgedeelde sterren - maar absoluut geen hoogvlieger


Lotte en Søren Hammer:
Misbruik

Een veelbelovend begin van een nieuwe serie


Thomas Kanger:
De zondagsman

Goed geschreven en spannend door de race tegen de klok misdaadroman









De Imker van Jacob Vis is het derde deel van de zogenaamde Morren trilogie, die verder bestaat uit de delen De Erfgename (2009) en Morren(2001).





































































 




















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Jacob Vis

Door Carien Touwen | Ezzulia.nl
 


27 maart 2011 |  Met De Imker schreef Jacob Vis (1940) alweer een uitstekende kandidaat voor De Gouden Strop. Dit solide opgebouwde verhaal wordt primair verteld vanuit het gezichtspunt van Gonda van Walsum (De Erfgename) die na het verlies van haar geliefde in Zuid-Afrika orde op zaken probeert te stellen in de familiebank. Het lichaam van Gonda’s halfbroer verdwijnt uit de gevangenis, een Oekraïense bende aast op haar erfgoed en een imker is uit op wraak. Commissaris Ben van Arkel staat Gonda bij waar hij kan. Al deze verhaallijnen houden de spanning er goed in en zorgen voor een steengoed boek dat moeilijk weg te leggen is. Zou het Jacob Vis na vier eerdere nominaties lukken om dit jaar met De Gouden Strop aan de haal te gaan?

Carien Touwen stelde hem namens Ezzulia een flink aantal vragen.

 


"Ik denk lang na over een nieuw verhaal, maar het ontstaat tijdens het schrijven"


Met De Imker heb je weer een boek geschreven dat - terecht - geweldige recensies krijgt, maar toch staan jouw titels niet in de bestseller top 60. Hoe komt dat, denk jij?

Als ik dat wist was ik wereldberoemd. Maar ik weet het niet, dus moet ik gokken. Publiciteit is de hoofdoorzaak en dat is niet het sterkste punt van mijn uitgeverij (van de meeste uitgeverijen niet, overigens). Ik moet het hebben van recensies, van nominaties (inmiddels vijf), van mond-tot-mondreclame, van de gestaag groeiende schare liefhebbers die mijn boeken kopen en van de bibliotheek, veruit mijn grootste klant. Onlangs noemde een recensent mij het best bewaarde geheim in de Nederlandse thrillerwereld. Dat is natuurlijk vleiend en ik ben er blij mee, maar ik dring er helaas niet mee door tot die bestsellerlijst.

 

Hoe pak je het schrijven van een roman aan?

Ik denk lang na over een nieuw verhaal, maar het ontstaat tijdens het schrijven. De personages zijn voor mij levende mensen, wier denken en doen ik waarneem in mijn geest. Soms gebeuren er dingen die ook voor mij volkomen onverwacht zijn. Ik laat dat onbelemmerd zijn gang gaan - schrappen kan altijd - en kijk nieuwsgierig wat eruit komt. Niettemin heb ik de contouren van het verhaal vast in mijn kop, want bij een thriller waarin meerdere verhaallijnen naast en door elkaar lopen moet ik zorgen dat ze aan het eind feilloos in elkaar passen. Ik weet dus vooraf hoe het eindigt en dat verandert tijdens het schrijven maar zelden.

 

Kun je veel van jezelf kwijt in je boeken?

Ik kan inderdaad veel kwijt in mijn boeken. Soms sta ik ervan te kijken wat ik mezelf via mijn personages wil verklaren. Ik identificeer me sterk met mijn hoofdpersonen. En ik houd van ronde karakters - personages die in het boek een ontwikkeling doormaken - en ik kijk nieuwsgierig toe hoe zo’n karakter groeit. In de IJsselmonde-romans, waarin Ben van Arkel het bindende personage is lijkt hij soms (zelfs vaker dan me lief is) mijn alter ego, maar dat is slechts ten dele waar. Ik identificeer me met evenveel inzet met een vrouwelijke hoofdpersoon.

 

Dit is het tiende boek met politiecommissaris Ben van Arkel in een van de hoofdrollen. Ga je nog meer over hem schrijven of ben je nu klaar met dit personage?

Zoals uit het antwoord uit de vorige vraag blijkt is Ben Van Arkel niet het leidende, maar het bindende element in die tien boeken. Hij is de constante factor die met zijn specifieke karakter reageert op andere personages in het verhaal. Zolang die belangrijker zijn dan Van Arkel kan ik met hem verder, maar zodra hij de boventoon gaat voeren en zelf geen verrassing meer voor mij heeft moet ik stoppen met de serie.

 

Hoofdpersoon Gonda van Walsum komt in je eerdere boeken vooral over als verwend nest. In De Imker krijgen lezers een hele andere kant van haar te zien. Ze schaamt zich zelfs voor haar eerdere gedrag. Was het moeilijk om je in haar in te leven en haar een persoonlijkheid te geven?

Nee, ik heb Gonda met intens genoegen ontwikkeld van een absolute bitch tot een vrouw waarop je verliefd kunt worden. Ik houd van een sterk mens dat de moed heeft door dik en dun voor haar geliefden en haar overtuiging te staan. Ik loods de lezer aan haar hand door het verhaal en teken haar onverbloemd in alle momenten van kracht en zwakte.

 

Zuid-Afrika speelt een belangrijke rol in dit boek. Hoe heb je hier research voor gedaan? Ben je zelf in Zuid-Afrika geweest?

Ik ben er nooit geweest, maar heb veel onderzoek gedaan. Dat begon al toen ik Pieter Maritz, het prachtboek van August Neumann als kind met een lampje onder de dekens las. In mijn latere leven is die belangstelling voor Zuid-Afrika gebleven. Ik heb zelfs overwogen te emigreren maar dat is me door kenners van het land afgeraden omdat ik met mijn deels Indische achtergrond geen faire kans zou krijgen in een land dat toen (jaren zestig) nog vast in de greep was van de apartheid. Niettemin: de fascinatie voor Zuid-Afrika met zijn grootse natuur bleef en dus was het een oude wens om erover te schrijven.

 

Je bent een man van de natuur en hebt het grootste deel van je leven bij Staatsbosbeheer gewerkt. Hoe ben je op het idee gekomen om bijen in te zetten als wapen? Heb je zelf ook ervaring opgedaan als imker?

Dat heb ik, maar ik zeg er niet veel over, want het is een deel van de plot. Alleen dit: een van de personages noemt de bijen van de imker ’vliegende piranha’s‘.

In de jaren negentig won je een schrijfwedstrijd van Vrij Nederland en dit zette je schrijfcarrière (weer) in gang. Wanneer en waarom ben je begonnen met schrijven?

Mijn debuut was in 1987 met Prins Desi, een thriller over het Suriname van Desi Bouterse. Dat boek kwam uit bij Het Spectrum, net als Het Herenakkoord, dat ging over de ABP-affaire: gesjoemel met de miljarden van het pensioenfonds. Beide boeken verschenen in de vijf sterrenreeks van Tomas Ross & Maj Sjöwall.

Het derde boek, De Infiltrant, over vrouwenhandel, vond geen genade in de ogen van mijn toenmalige redactrice. Ze vond het spijkerhard en vrouwonvriendelijk en dreigde ontslag te nemen als de uitgever het zou publiceren. Die uitgever koos eieren voor zijn geld en dat was het einde van mijn publicaties bij Het Spectrum. Na die schrijfwedstrijd bij VN kreeg ik een briefje van Larry Iburg, mijn huidige uitgever: of ik nog meer werk had liggen. Ik had inmiddels twee nieuwe boeken geschreven - Het Hoofd en De Bidsprinkhaan. Larry gaf ze uit in zijn uitgeverij Ellessy en beide boeken werden, resp. in 1994 en 1995, genomineerd voor de Gouden Strop. Toen wilde Het Spectrum me graag weer terughebben, maar ik wou het niet meer. Sindsdien verschijnen mijn boeken bij uitgeverij Ellessy, tot wederzijds genoegen. Goed, de publiciteit laat te wensen over, maar de verhoudingen zijn uitstekend en mijn vrijheid als auteur is maximaal en dat wil ik. Later verscheen De Infiltrant bij Ellessy en de kritiek van de redactrice van Het Spectrum is nimmer bevestigd.

 

Kun je jouw schrijfstijl in 1 woord beschrijven?

Pakkend.

 

Hoe ziet jouw week eruit? Schrijf je elke dag? Je bent tenslotte officieel met pensioen…

Ik schrijf elke dag. Soms lang, soms kort, in elk geval dagelijks. Niet altijd aan een roman, want de schrijverij brengt nevenactiviteiten en zelfs verplichtingen mee waaraan ik wil voldoen, maar schrijven van fictie is veruit het liefste wat ik doe.

 

Wat zou je nu doen als je geen schrijver was?

Schrijver worden.

 

Welk boek ligt er nu op jouw nachtkastje?

Koelies, planters en koloniale politiek van Jan Breman. Geen aangenaam leesboek, verre van dat, maar onmisbare research voor de roman waaraan ik nu begonnen ben.

 

Recent kwam je in het nieuws door je betrokkenheid bij de zaak rond de veroordeling van Henk H. Je bent overtuigd van zijn onschuld, maar je inspanningen (o.a. True Crime story Het rijk van de bok) in deze zaak zorgden niet voor een hoger beroep. Wat heeft het met je gedaan dat al je inspanningen voor niets zijn geweest en wat ga je nu doen?

Het was verpletterend nieuws. Ik moest me echt weer bij elkaar grabbelen om mijn weerwoord te schrijven. Of dat nog iets uithaalt weet ik niet, maar ik doe het omdat ik het fundamenteel oneens ben met de gevolgtrekkingen van de commissie. Dit is een schoolvoorbeeld van tunnelvisie en het leidde tot een rechterlijke dwaling die op één lijn staat met de strafprocessen in de Schiedammer Parkmoord en de zaak Lucia de Berk.

 

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Ik schrijf een historische roman over tabaksplanters in voormalig Nederlands-Indië. Mijn grootvader was tabaksplanter op Sumatra. Mijn moeder is daar geboren. Ze kwam als heel jong meisje naar Nederland en is haar Indische wortels volledig kwijtgeraakt. Haar moeder, mijn Soendanese grootmoeder, die ik helaas nooit gekend heb is daar gebleven en jong gestorven. Wat zich op de plantages aan Sumatra’s oostkust in het begin van de vorige eeuw heeft afgespeeld is een inktzwarte bladzijde in de koloniale geschiedenis, maar mijn beide grootouders maakten daar deel van uit en ik wil weten hoe het echt was. Daarvoor is de roman het perfecte middel: een mengeling van werkelijkheid en fantasie. Bovenal biedt het me de kans in de geest naar die tijd en die plek terug te reizen: een reis naar mijn wortels. Ik ben dit al vijftien jaar van plan en nu gaat het eindelijk gebeuren. Het eerste hoofdstuk is af en het schrijven was een apert genoegen. Boven mijn bureau hangt een grote foto van het huis waar ze woonden. Ik hoef maar op te kijken en zie het allemaal gebeuren. Wonderlijk…


  

Foto: O.J. Deelstra
Met dank aan Jacob Vis

Eindredactie: Gerd Boeren



 
Eerdere interviews op Ezzulia met Jacob Vis:

November 2009, nominatie Diamanten Kogel | kijk hier

Kort & Krachtig interview, 2007 | kijk hier


Kijk hier voor de columns van Jacob Vis voor Ezzulia

Kijk hier voor de website van Jacob Vis



De imker
Auteur: Jacob Vis
Uitgeverij Ellessy
ISBN: 978 90 8660 124 0
Paperback
Prijs: € 19,95
Verschenen: januari 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mans Petersen, bijgenaamd de Imker, maakt naam als fokker van bijenrassen. Hij woont in een boerderij bij het landgoed Morren waar hij een kalm, onopvallend bestaan leidt. Toch gaan er vreemde geruchten over zijn verleden, waarvan niemand het fijne weet.

Jonkvrouw Gonda van Walsum keert na de dood van haar geliefde uit Zuid-Afrika terug naar IJsselmonde. Haar erfgoed verkeert in deplorabele staat. De familiebank staat op de rand van faillissement en haar landgoed Morren dreigt onder de hamer te vallen. In een ultieme poging het bankroet af te wenden gaat Gonda terug naar Zuid-Afrika om goud te kopen als onderpand.

Haar halfbroer John van Langen sterft in zijn cel waar hij als huurmoordenaar een lange gevangenisstraf uitzit. In zijn hals zitten twee bijensteken, maar voor justitie de doodsoorzaak kan onderzoeken wordt het lijk uit de gevangenis gestolen.

Commissaris Ben van Arkel en zijn medewerkers proberen de raadselachtige verdwijning op te lossen. Ze ontdekken dat de halfbroer van Gonda deel uitmaakte van een uitstekend georganiseerde Oekraïense bende die op haar landgoed aast, maar ze worden ingehaald door een gebeurtenis met dramatische gevolgen.
 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Jacob Vis.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven