Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

Paul van Loon:
Dolfje Weerwolfje





De boeken van deze auteur zijn doorgaans van een klasse apart



Pieter van Olmen:
De kleine Odessa

Het is onmogelijk om niet te vallen voor het originele en spannende verhaal


Gabrielle Lord:
Complot 365 December

 

Een goedgeschreven en fantastisch uitgewerkt concept


Rafael Ábalos:
Grimpow - Het geheim der wijzen

 

 

Het boek zit vol met mysteries en blijft boeien tot op het eind


Siebe Huizinga:
Relikwie van het kwaad

 

Een uitstekend boek waar zowel jong als oud volop van kan genieten 


Michael Grant:
Gone - Verlaten

 

Een spannend en zeer intrigerend boek 


Suzanne Collins:
De hongerspelen

 

Dit is één van die zeldzame boeken die je gewoon gelezen moet hebben en zal zowel liefhebbers van thrillers als fantasy bijzonder aanspreken


Suzanne Collins:
Vlammen

 

Het boeit van begin tot eind en laat je ook daarna niet meer los


John Flanagan:
De ruïnes van Gorlan
 

 

Met een zeer prettige schrijfstijl, uitstekende personages, veel vaart, actie en humor is het meteen al duidelijk waarom De Grijze Jager tot één van de beste jeugdseries van de laatste jaren wordt gerekend.




Matt Whyman:
Bloedbroeders
 

 

Schrijver Melvin Burgess noemt het boek ‘rauw, ijzingwekkend en prachtig geschreven’ en dat is geen woord teveel




Christoph Marzi:
Het schip der schaduwen
 

 

Magie bestaat en het stroomt met grote golven uit de pen van Christoph Marzi




Maggie Stiefvater:
Huiver
 

 

Een verfrissend en modern verhaal over weerwolfliefde



































































 



















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Inge de Bie

Door Carien Touwen | Ezzulia.nl
(Twitter: @CarienTouwen)
 


12 juli 2011 |  Inge de Bie (1966) heeft een heel druk leven. Naast een gezin met vijf kinderen en een baan als lerares op een basisschool, schrijft ze ook kinderboeken. In april verscheen alweer haar derde kinderboek. De boot en de engerd is het eerste deel van de avontuurlijke, maar ook grappige serie Jess. Het is een spannend boek voor kinderen vanaf acht jaar. Hoofdpersonen Smartie en Job komen mysteries op het spoor die ze natuurlijk moeten ontrafelen. En daarbij werken ze zichzelf soms flink in de nesten. De hoogste tijd om Inge de Bie eens te ondervragen over haar drukke leven als schrijfster, moeder en juf.

 


"Ik gebruik vaak situatie en uitdrukkingen uit ons dagelijks leven"


Je hebt een heel druk leven; een gezin met vijf kinderen, lesgeven op een basisschool en daarnaast kinderboeken schrijven. Hoe ziet jouw werkweek eruit?

Druk, tja, dat is relatief natuurlijk, je kunt het jezelf zo druk maken als je wilt. Ik ken mensen met minder kinderen en zonder baan buitenshuis die het veel drukker lijken te hebben. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Erg cliché natuurlijk, maar daarom niet minder waar.
De momenten die ik voor het schrijven heb, zie ik als werktijd en ik maak dan geen andere afspraken. Dat lukt niet altijd natuurlijk, maar ik ben wel erg zuinig op die tijd.
Ik ben veel minder op school gaan werken om me meer op het schrijven te kunnen richten. Ik sta nog maar anderhalve dag per week voor de klas. Groep 5/6. Die werkdagen zie ik als een cadeautje. De omgang met de kinderen, het lesgeven, de collega’s... Ik zou het niet willen missen, maar meer werken op school zie ik ook niet zitten. Dan houd ik te weinig tijd over om te schrijven, en dat is voor mij toch het belangrijkste.
De overige schooltijden zijn dus schrijftijd. Op woensdag en vrijdag zijn de kinderen ‘s middags vrij, maar ook dan probeer ik vaak wat schrijfkarweitjes te doen. ‘s Avonds beantwoord ik mail, werk mijn website bij, bezoek diverse schrijfforums et cetera. Ook kijk ik dan de lessen na die ik binnenkrijg van de NHA. Ik ben daar docent Kinderverhalen schrijven.
Als ik het zo opsom, is het inderdaad best druk. Maar dat zou het met full time werken in een andere baan ook zijn. Het grote verschil is dat schrijven nooit klaar is, er is altijd wel iets te doen. Want schrijven is niet altijd concreet boeken typen, maar ook veel brainstormen en nadenken, drukproeven corrigeren, overleg met uitgeverij, contact met illustrator, het bezoeken van scholen, herschrijven, lezen voor andere auteurs, netwerken, scholing et cetera.

 

Is het niet moeilijk om te schrijven in een huis waar het altijd druk is? Heb je misschien een eigen plek om dat te doen?

Het is niet altijd druk, gelukkig, anders kon je me opvegen. Overdag werkt mijn man en de oudste twee kinderen hebben wisselende roosters. De jongste meneertjes zijn tot drie uur naar school dus tot die tijd zijn alleen de hond en ik thuis, heel knus.
Sinds heel kort heb ik een soort kamertje, hokje meer, waar al mijn schrijfspullen bij elkaar staan. Er staat ook een bank, maar ik schrijf er tot nu toe zelden. Te geïsoleerd, ik heb graag wat beweging om me heen. En het hangt af van de fase van het schrijven, als ik aan het redigeren ben of tegen een deadline opboks, heb ik meer stilte om me heen nodig dan anders. Peinzen, puzzelen en lekker wegschrijven kan ik prima terwijl bijvoorbeeld de kinderen om me heen spelen of als er televisie gekeken wordt.

 

Op je website staat dat je familie het meestal niet erg vindt als het huis een ravage is of als je vergeet eten voor ze te koken… Hoe gebeurt zoiets?

Een van mijn zonen zei eens tegen een vriendje dat kwam spelen: ‘Het is zo handig als mama schrijft. Ik kan dan wel vijf keer vragen of ik een snoepje mag en elke keer zegt ze gewoon dat het goed is.’ Nu is dat hopelijk wel iets overdreven, maar de bekende kern van waarheid zit er zeker in. Als ik in mijn verhaal zit, dan zit ik ook daadwerkelijk in mijn verhaal. Ik hoor en zie wat er om me heen gebeurt, maar het dringt niet tot me door. Mijn schrijfschil. Vaak handig, want ik heb dus weinig nodig om me te kunnen concentreren. Maar ik voel me ook wel eens schuldig, hoor. Laatst nog, toen de jongste kwam dat hij zo’n honger had. Was het toch al bijna zeven uur en ik had nog geen klap aan het avondeten gedaan. Dat vond ik heel, heel erg vervelend.

 

Lezen jouw eigen kinderen je boeken ook en wat vinden ze er van? En de kinderen in je klas?

De oudste is twintig jaar, hij heeft het eerste boek wel gelezen, maar de rest volgens mij niet meer. Maar de andere kinderen wel, en ze vinden het geweldig. Mijn dochter van zeventien is ook proeflezer, erg waardevol commentaar krijg ik van haar. En het is niet zo dat ze niets durft te zeggen omdat ik haar moeder ben, integendeel! Ze zijn alle vijf ontzettend trots, dat is heel vertederend. En op school hetzelfde, ik ben daar reuzeberoemd!
Ik gebruik vaak situatie en uitdrukkingen uit ons dagelijks leven en de kinderen vinden dat erg grappig. Hotseflots met kippekots: intimi herkennen dat direct. Ook de hond bijvoorbeeld in Jess, die is gebaseerd op onze Mikkie. En toen Broodje Koosburger net was uitgekomen, verbaasde een van mijn kinderen zich erover dat daarin de poes Pippi doodging. Hoe weet die schrijver dat? Het duurde wel even voordat hij zich realiseerde dat zijn moeder die schrijver was.

 

Jess, de boot en de engerd is alweer je derde kinderboek. Hoe voelt dat? Had je dit succes drie jaar geleden verwacht/ gehoopt?

Verwacht niet, maar gehoopt natuurlijk wel. Anders is het nog veel lastiger om stug door te blijven gaan met schrijven. Als je je realiseert hoe moeilijk het is om bij een uitgeverij ‘binnen te komen’ moet je ergens de motivatie vandaan blijven halen om keer op keer je manuscript te slijpen en te herschrijven tot je er zo tevreden over bent dat je het naar een uitgever op durft te sturen. Bij mij is en was die motivatie dat ik ontzettend graag kinderen wil bereiken met mijn verhalen. Dus bleef ik, voordat mijn eerste boek werd uitgegeven, dapper hopen en schrijven.
En het voelt nog steeds onwerkelijk en fantastisch. Met name de momenten dat ik een winkel binnenloop en daar zomaar mijn boeken zie liggen. Of mailtjes krijg van kinderen dat ze mijn boeken zo leuk vinden. Dat is en blijft een geweldig gevoel!

Schrijf jij een kinderboek vooral met de bedoeling om kinderen te vermaken of hoop je ook dat ze iets leren? Je bent tenslotte lerares…

Ik maak daar geen onderscheid in, zie het nut niet. Waarom zou het ‘t één of het ander moeten zijn? Vermaken is natuurlijk een belangrijk aspect, want als kinderen een boek saai vinden, kiepen ze het meteen in de hoek en bereik je niets. Maar zonder wat diepgang, krijg je oppervlakkige boeken en dat is ook mijn keuze niet. Bovendien sluip ik als persoon ook mijn verhalen in. Thema’s die me niet boeien of intrigeren, zal ik niet snel gebruiken. Maar zaken als respect hebben voor elkaar, niet te snel oordelen, jezelf waarderen, niet aan alles zo zwaar tillen, elkaar de ruimte geven zijn belangrijk in mijn leven en dus ook in mijn verhalen.

 

Je hebt ook twee verhalen voor volwassenen geschreven die beide in de prijzen vielen bij schrijfwedstrijden. Schrijf je vaker voor volwassenen? Heb je ook de ambitie een roman te schrijven?

Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Toen ik begon met schrijven, had ik niet van tevoren uitgedacht: Kom, ik ga een verhaal schrijven voor kinderen van een jaar of negen. Ik begon gewoon en daar rolde iets uit. De juiste toon voor kinderen heb ik blijkbaar op een vrij natuurlijke manier te pakken. Maar toen ik tussendoor meedeed aan die schrijfwedstrijden, bleek mijn schrijven ook bij volwassenen aan te slaan. Luxe natuurlijk!
Vooralsnog haal ik voldoende bevrediging uit het schrijven voor kinderen. Ik vind het een hele kunst om niet op mijn knieën te gaan, maar toch verhalen te schrijven die voor hen geschikt zijn. Ik geloof ook niet dat ik bewust makkelijk schrijf of zo, maar ik heb wel een klik met kinderen en ook met kinderboeken. Ik lees ze zelf nog steeds erg graag.
Het is voor mij ook niet zo dat schrijven voor volwassenen een trede hoger op de ladder is, het zijn twee verschillende vakgebieden. Momenteel ben ik bezig met een verhaal voor kinderen vanaf twaalf jaar, dus als ik nog tig jaar doorschrijf, kom ik misschien automatisch bij de volwassenen terecht.

 

Als je aan een verhaal of boek schrijft, heb je dan zelf al een beeld in je hoofd van hoe de hoofdpersonen eruit zien? Baseer je de karakters op kinderen die je kent?

De personages vind ik een van de meest wonderbaarlijke aspecten van het schrijven. Voor mijn gevoel knal ik altijd maar wat karaktereigenschappen en (uiterlijke) kenmerken op papier. Beetje sudderen, af en toe roeren en klaar is Kees. Maar als de illustraties dan bij het verhaal gemaakt worden, zie ik meteen of ze ja/nee passen. Dat viel met name op bij Broodje Koosburger. De verbazing toen ik de eerste tekeningen zag van Wilbert van der Steen... Ik kon er niet over uit dat hij ze precies had geschetst hoe ik ze in mijn hoofd had. En dan zijn nuchtere constatering dat ik ze toch echt zelf zo had beschreven. Dat was een eye-opener.
Het is niet zo dat ik bewust kinderen kopieer en er personages van maak, maar ik ontkom er niet aan dat ik karaktereigenschappen, handelingen, kenmerken en dergelijke meeneem van kinderen uit mijn gezin of van school. Zo uniek is ook niemand natuurlijk.
Waar ik altijd mee oppas, is het gebruik van namen van kinderen die ik goed ken. Ik zal nooit een vervelend personage de naam van een bekende geven. Maar het is overmacht natuurlijk als er net een geboren wordt of als ik er een in de klas krijg.

 

De illustraties in Jess zijn gemaakt door Natascha Stenvert. Heb je iets te zeggen gehad over hoe ze eruit kwamen te zien?

Jazeker, Natascha en ik hebben uitgebreid overlegd. En pas toen wij tevreden waren, gingen de illustraties naar de uitgeverij. Ik houd zelf erg van de gevarieerde technieken die Natascha gebruikt: speels, kunstig, veel te zien. Dus ja, ik ben erg blij met het resultaat.

 

Hoofdpersoon Smartie krijgt een eigen boot waarmee ze spannende avonturen beleeft: een droom die menig kind graag in vervulling zou zien gaan. Zou je het aandurven om jouw kinderen op pad te laten gaan met een eigen boot?

Hahaha, een gewetensvraag! Nu moet ik natuurlijk antwoorden: ‘Ach, ze hebben hun zwemdiploma’s.’
Ik ben een vrij makkelijke moeder, dat word je waarschijnlijk vanzelf met vijf kinderen. En ik vertrouw mijn kinderen volkomen. Natuurlijk halen ze kattenkwaad uit, maar dat moet ook, vind ik. Dus ja, áls áls áls dan zouden ze best met een bootje op pad mogen. Maar stiekem hoop ik dan wel dat ze een tikje minder ondernemend zijn dan de kinderen in mijn verhalen.

 

Jess, de boot en de engerd is het eerste deel van een serie. Hoeveel delen gaan er nog komen en kun je al iets vertellen over het volgende deel?

Hoeveel delen er uitgebracht worden, hangt van de verkoop af. Het is zonde energie in iets te steken als er geen vraag naar is. Maar het tweede deel komt zeker en is zelfs al klaar. Het verhaal althans, we zijn nu in de fase van illustraties en drukproeven. Het komt begin oktober uit, net voor de Kinderboekenweek en de titel is: Jess - de haven en de helden. Niet helemaal toevallig natuurlijk, want het thema van de Kinderboekenweek is dit jaar Superhelden. In het verhaal spelen dezelfde hoofdpersonages. Ze krijgen wat meer body, dat vond ik heerlijk om te bedenken en te schrijven. Ze maken weer een spannend avontuur mee, ontmoeten diverse mensen, werken zichzelf in de nesten en er komen exotische dieren in voor. Anderen zeggen dat het een nog beter verhaal is dan het eerste deel, maar het is allemaal nog zo vers, dat ik daar zelf niet over kan oordelen.



Website Inge de Bie: www.ingedebie.nl

Ontmoet Inge de Bie ook op het forum van Ezzulia, waar zij in haar eigen topic met haar lezers in contact blijft.
Zie: hier

 

Foto's: Henriët van Gaalen
Met dank aan: Inge de Bie en The House of Books

Eindredactie: Gerd Boeren 
Website Carien Touwen: www.carientouwen.com


De boot en de engerd
Auteur: Inge de Bie
Uitgeverij The House Of Books
Serie: Jess
Eerste deel
ISBN: 978 90 443 3039 7
Gebonden
Leeftijd: 8+
Prijs: € 12,95
Verschenen: april 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Job woont met zijn ouders, de pikzwarte hond Sint en zijn eigenwijze nicht Smartie op een woonboot midden in de stad. Het is een gezellige bende. Smartie krijgt voor haar tiende verjaardag een wel heel bijzonder cadeau, een oude zeilboot: de JESS. Helemaal geweldig natuurlijk, maar waarom doet de oud-eigenaar zo vreemd? Hij sluipt rond in het holst van de nacht en breekt zelfs in. Job en Smartie proberen uit te vissen wat er aan de hand is en komen achter een groot geheim. Ze krijgen hulp van Engel, een nieuwe jongen uit hun klas, en dat is maar goed ook, want ze raken behoorlijk in de problemen! De boot en de engerd is het eerste deel van de avontuurlijke, maar ook grappige serie JESS. Job, Engel, Smartie en Sint komen mysteries op het spoor die ze natuurlijk moeten ontrafelen. En daarbij werken ze zich soms flink in de nesten...

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - of dit interview met - Inge de Bie.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven