Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews




















 





 




 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia Interview:
Gauke Andriesse

Door Eric Herni | Ezzulia.nl


2 september 2008 | De 49-jarige Gauke Andriesse werkte tien jaar als ontwikkelingseconoom in het Andesgebergte van Ecuador. De afgelopen jaren reist hij in opdracht van een ontwikkelingsorganisatie naar Afrika om daar instellingen te ondersteunen die beperkte leningen (microkredieten) verstrekken aan kleine ondernemers.

Nadat hij in zijn vrije tijd een aantal korte verhalen had geschreven, begon Andriesse een paar jaar geleden met het schrijven van thrillers. Bij uitgeverij Atlas verschenen inmiddels drie uitstekende boeken met privé-detective Jager Havix in de hoofdrol. Tijd voor een openhartig gesprek met Gauke Andriesse over zijn werk en zijn boeken.
 


"Alleen met hard werken bereik ik iets"


Wie is Gauke Andriesse?

Een moeilijke vraag en het onderstaande zal dan ook wel wat als een samenraapsel overkomen. Ik ben 49 jaar, getrouwd en vader van drie dochters. Ik werk voor CORDAID, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie, en houd me daar bezig met microkrediet. We hebben ongeveer 10 jaar in Ecuador gewoond, hoog in de bergen en soms erg afgelegen. Ik lees graag en ben geïnteresseerd in boeddhisme. Ik vind het zalig om zo nu en dan helemaal alleen te zijn. Ik houd erg van de natuur. Ik heb een afkeer van politiek, maar besef dat we in een democratie leven. Ik houd niet van gesol met mensen. De mooiste winkels zijn boekhandels. Sommige mensen gaan fluitend door het leven, maar ik moet er moeite voor doen. Met mij zijn er heel veel mensen voor wie de spreuk geldt: ‘We staan in onze eigen schaduw en vragen ons af waarom het donker is’. Alleen met hardwerken bereik ik iets. Dat is met het schrijven van mijn boeken ook zo. Ik denk zeker dat ik talent heb, maar dat moet wel worden gecombineerd met discipline en hard werken. Ik leg moeilijk contact met andere mensen. Ik sta niet graag in de schijnwerpers. Ik probeer een goed mens te zijn. En heb geleerd dat de betekenis daarvan eigenlijk is: van andere mensen houden of iets voor ze betekenen. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
 

Waarom begint een ontwikkelingseconoom met het schrijven van thrillers?

Heel lang geleden heb ik eens wat korte verhalen geschreven. Mensen uit mijn omgeving reageerden daar positief op, maar ik deed er op dat moment niets mee. Ongeveer zeven jaar geleden heb ik bij Buitenkunst (festival waar mensen allerlei creatieve activiteiten kunnen doen: schilderen, zingen, dans, toneel, schrijven) een soort schrijversworkshop gedaan. Ook daar kreeg ik het idee dat ik er wel een zekere aanleg voor had. Als gevolg daarvan schreef ik opnieuw een aantal korte verhalen. Vervolgens ‘kwam het in me op’ (geen idee waar dat vandaan kwam) om er een spannend verhaal van te maken en zo werd het een boek. Zelf denk ik dat het idee om eens een boek te schrijven ergens in me rondzwierf en uiteindelijk door iets in gang is gezet. Een belangrijk aspect bij deze eerste drie boeken is dat het begint met iets uit de echte wereld dat me aangrijpt; onrecht, leed van mensen. Daar wil ik dan over vertellen; als dat er niet zou zijn, zou ik waarschijnlijk ook niet kunnen schrijven. Daar lees ik vervolgens van alles en nog wat over en op het moment dat ik het gevoel heb er voldoende vanaf te weten, begin ik te schrijven. Overigens wil ik niet te belerend overkomen. Ik schrijf een spannend verhaal, geef informatie over iets dat werkelijk is gebeurd en probeer dat te doen met een aansprekende hoofdpersoon. Dat zijn voor mij de drie dingen die ik in elk boek verwerk.
Heb je lang moeten zoeken naar een uitgever?

Eigenlijk viel dat wel mee. Eerst stuurde ik het manuscript op naar een vijftal uitgeverijen die Nederlandstalige detectives uitgeven, de logische weg. Na een periode van ongeveer een half tot een heel jaar (!) kreeg ik reacties dat men het niet wilde uitgeven. Toen heb ik het op een andere manier aangepakt. Omdat uitgeverij Atlas al een aantal boeken over de Congo had gepubliceerd benaderde ik ze met de boodschap dat ik een detective had geschreven waarin dat land een rol speelde. Dat wilde men wel eens lezen en vervolgens reageerde men enthousiast, zo is het van start gegaan. In een later stadium gaf men aan er wel een serie van te willen maken, rondom de hoofdpersoon: Jager Havix.
 

Wie is Jager Havix?

Jager Havix is een gewoon mens (en dus geen type James Bond), net zoals de meeste van ons. Hij is goed in zijn werk en kan op die manier ruim in zijn levensonderhoud voorzien. Hij interesseert zich voor boeddhisme en wat hij daarover leest spreekt hem erg aan, maar daarmee wil het nog niet zeggen dat hij al die wijsheid kan toepassen op zijn eigen leven, laat staan dat hij ‘verlicht’ is. Verder: ik ben zelf 49 jaar en dan kan ik wel zeggen, als ik om me heen kijk, dat er vrijwel niemand is die niet door het leven is beschadigd. Een broer of echtgenoot die is overleden, een scheiding, een kind dat kanker heeft, slechte banden met de rest van de familie, overspel, een vriend die zelfmoord pleegt, lichamelijke gebreken, teleurstellingen in de omgang met andere mensen, depressiviteit, ruzie op het werk. De lijst is onuitputtelijk, maar daarmee is nog niet gezegd dat het leven niet waard is om te worden geleefd. In zijn geval heeft Havix zijn vrouw verloren en ook hij vraagt zich op bepaalde momenten af wat de zin van het leven is, om op een ander moment weer plotseling even gelukkig te zijn, zonder dat te kunnen verklaren.

Ik heb in Havix een persoon gekozen die mij aanspreekt en omdat bovenstaande punten ook op mij van toepassing zijn, voel ik affiniteit met hem en kan ik dat in boeken ook stapje voor stapje verder uitwerken (hoewel het wellicht op een bepaald moment over is). Dat Havix het niet gemakkelijk heeft met het leven is iets waarvan ik hoop dat het ook andere mensen aanspreekt. En dat ze er wellicht zelfs iets van troost in kunnen vinden. Zo van: ik ben niet de enige die het moeilijk heeft. Overigens maakt dat Havix in mijn ogen helemaal geen zielige persoon. Ik heb er ook voor gekozen om hem vooral te leren kennen door de manier waarop hij denkt en handelt. Ik heb niet beschreven hoe hij eruit ziet, hooguit dat hij eind veertig is, een goede conditie heeft en indien nodig, maar liever niet, een klap uit kan delen. Ik zou niet elke keer een andere hoofdpersoon kunnen invullen (wel allerlei figuranten), want ik geloof dat je, ik in ieder geval, pas een persoon echt tot leven kunt wekken als je met hem of haar affiniteit hebt.

Ik hoef verder niet op Havix te lijken. Het is goed zoals ik ben, dat is ook alles dat er is. Het heeft in mijn ogen niet veel zin om te wensen iemand anders te zijn.
 

Ben je tevreden over uitgeverij Atlas? En hoe gaat de verkoop van je boeken?

In eerste instantie dacht ik nog dat een manuscript zo kon worden uitgegeven, maar inmiddels heb ik geleerd dat er in samenwerking met mensen van de uitgeverij nog heel wat kwaliteit kan worden gewonnen. Die ondersteuning van uitgeverij Atlas, die stap voor stap gaat (elke keer herschrijf ik het boek dan weer), is uitstekend. Verder heeft men de nodige promotie gedaan en is het tweede boek aan een Spaanse uitgever verkocht. Voor de eerste twee boeken is er bijvoorbeeld een mooie folder gemaakt, er worden leesexemplaren verstuurd, advertenties geplaatst, contacten gelegd voor radio-interviews e.d.

Van de eerste twee boeken zijn samen ongeveer 4.000 boeken verkocht. Dat is een redelijk aantal, maar ver verwijderd van wat sommige Nederlandse thrillerschrijfsters aan aantallen verkopen. Ik kan dus zeker niet leven van het schrijven.
 

Heb je een voorbeeld als schrijver? Van wie heb je het meest geleerd?

Ik kan niet zeggen dat ik één voorbeeld heb in de zin van: zo zou ik willen schrijven. Ik heb wel auteurs wier boeken ik graag lees en waarvan ik al lezende leer, op een indirecte manier dus. Wat ik wel doe is dat ik zo nu en dan een boek over schrijven lees, bijvoorbeeld De wil en de weg van Jan Brokken of Over leven en schrijven van Stephen King. Ik denk dat in mijn geval het belangrijkste is om veel te lezen. Wat me dan aanspreekt in de stijl blijft dan ergens in mijn onbewuste hangen en gebruik ik vervolgens als ik zelf schrijf. Ik analyseer dus niet echt hoe anderen schrijven.
 

Hoe kom je aan je achtergrondinformatie?

Ik ben zelf geen onderzoeksjournalist (dat zeg ik er altijd uitdrukkelijk bij), maar maak gebruik van onderzoekswerk van anderen. Ruth Hopkins heeft bijvoorbeeld een informatief boek geschreven over vrouwenhandel. Adam Hochschild het prachtige King Leopold’s Ghost. En over de schilderkunst van Vermeer is ook heel veel geschreven (bijvoorbeeld ook over de mogelijke verklaring van de gaatjes die in een groot aantal van zijn doeken zijn aangetroffen). Verder haal ik veel informatie van internet. Voor elk onderwerp lees ik eerst ongeveer een jaar lang van alles en nog wat. Als ik dan het idee heb dat ik voldoende weet van het onderwerp begin ik te schrijven. Ik ben overigens een dankbare gebruiker van de bibliotheek: een prachtige overheidsvoorziening.
 

Heb jij iets met het boeddhisme?

Jazeker, hoewel ik al enige tijd niet meer mediteer, vanwege een hernia. Het boeddhisme is voor mij geen religie, maar een filosofie met heel veel wijsheid. Mededogen is bijvoorbeeld zo’n mooi begrip, maar ook dat alles aan verandering onderhevig is en dat veel lijden juist wordt veroorzaakt door het krampachtig vasthouden aan dingen die niet blijvend zijn. Ik weet niet of er echt zoiets als reïncarnatie bestaat maar de vergelijking met de golven en de zee vind ik mooi. We zijn allemaal golven, maar tegelijkertijd ook deel van iets groters, de zee, waar we wellicht na onze dood weer in opgaan, om vervolgens ‘een nieuwe golf te worden’. Wie zal het zeggen?
 

Verval hoort bij het leven?

Jazeker, we gaan allemaal dood. Het lichaam valt langzaam uiteen en de geest is op een bepaald moment ook op. We verslijten letterlijk. Daar is niets mis mee; dat is gewoon zo. In heel veel verval zie ik ook schoonheid (niet altijd, want het aftakelingsproces van mensen kan ook vreselijk zijn). En mensen van middelbare leeftijd die zo nodig aan hun lichaam moeten rommelen; facelifts e.d., om dat proces een (tijdelijk) halt toe te roepen: vind ik weerzinwekkend en een uiting van leegte. 
Waar komt jouw interesse voor (en kennis van) de schilderkunst vandaan?

Ik ben absoluut geen kunstkenner, maar in bijvoorbeeld de vervalser Han van Meegeren, heb ik me zeer goed verdiept. Los van het feit dat er prachtige schilderijen zijn, bijvoorbeeld die van Vermeer of Edgar Fernhout, vertelt een schilderij ook vaak een verhaal over de ontstaansgeschiedenis. Is het echt, is het vals, wat is de provenance, wat zit er achter het zichtbare (bloot te leggen met moderne technologieën)? Verder heb ik interesse voor de kunstwereld, waarvan ik overigens geen hoge dunk heb. Er wordt volop gerommeld, allemaal om zoveel mogelijk geld te verdienen, wie genept wordt met een vervalsing probeert die vervolgens zelf weer door te schuiven, zelfingenomenheid, grote ego’s, de air van beschaving en cultuur. Het enige zuivere is eigenlijk het kunstobject zelf, daarna begint het gerotzooi. Daar zijn tal van boeken over geschreven.
 

Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?

Bij mij komt het onderwerp als eerste: wat is het dat me aangrijpt, waarover ik informatie kwijt wil? In grote lijnen werk ik dan een verhaallijn uit, het plot, maar zeker niet in detail. Als ik alles al zou hebben uitgedacht van tevoren zou ik geen plezier meer hebben in het schrijven. Want met het schrijven komt de echte magie: de invallen, dingen die plotseling op hun plaats vallen, een mooie dialoog. Dat is eigenlijk het creatieve scheppingsproces en waar dat vandaan komt: ik heb geen idee. Als ik eenmaal begin te schrijven zorg ik wel dat met een zekere regelmaat te doen. Ik laat het wel eens een dag of wat liggen, maar dan pak ik het weer op. Als ik dan een eerste versie af heb, leg ik het manuscript enige tijd weg. Daarna herschrijf ik het, wat vooral betekent dat ik er meer details in breng. Bijvoorbeeld in de beschrijving van een omgeving of een karakter of uiterlijk van iemand. Ik ben een ‘zuinige’ schrijver dus schrap ik ook, maar wellicht niet zoveel als anderen (de uitgever geeft op dat gebied ook goede input). Ik werk overdag en moet het dus van de avonduren en het weekend hebben om te schrijven. Maar omdat ik ook een gezin heb, is het zeker niet zo dat ik het hele weekend aan het schrijven ben. Meestal komt het neer op 1-2 uur per dag, maar dan wel zoveel mogelijk dagen van de week. Ik heb geen bepaald ritueel, het belangrijkste is dat het rustig moet zijn om me heen als ik ga zitten om te schrijven. Eén ding doe ik wel: als ik het even niet meer weet, voornamelijk met het plot, dan laat ik het even helemaal los. Ze zeggen wel eens dat als je dingen durft los te laten, ze vanzelf weer bij je terugkomen. Voor mij geldt dat zeker.

Er is niet een van bovengenoemde zaken die ik moeilijker vind dan de ander. Maar alles vraagt wel denkwerk en aandacht: het beschrijven van een interieur of een persoon, een dialoog. Zelf schrijf ik graag dialogen en zorg ervoor dat beschrijvende stukken tekst en dialogen elkaar goed afwisselen. Een goede dialoog is als een duel tussen twee personen. 

Met het beschrijven van personen ben ik overigens lang bezig. Ook daar gaat het er bij mij niet om precies hun uiterlijk te beschrijven, maar meer over hoe ze denken en handelen.
 

Je debuteerde in 2006 en bracht dat jaar meteen twee boeken uit. Waarom was dat?

Daar was geen bijzondere reden voor: die twee manuscripten waren allebei klaar en zijn toen in ongeveer dezelfde tijd bewerkt.
 

Waarom is het in Nederland zo moeilijk om als auteur van spannende boeken door te breken?

Dat weet ik eerlijk gezegd niet. De concurrentie op gebied van thrillers is natuurlijk enorm, met een overweldigend aanbod uit het buitenland. Zowel mannen en vrouwen zullen wel overwegend die buitenlandse auteurs lezen, maar de bekendere Nederlandse thrillerschrijfsters zijn er toch in geslaagd een stuk van die markt te veroveren. Dat zal wel deels aan hun schrijfstijl en thematiek liggen, die blijkbaar vrouwen aanspreekt. Mannen blijven dan toch gaan voor de grote buitenlandse namen: Grisham, Mankell, King e.d. Die worden natuurlijk ook groot in de markt gezet, met veel publiciteit, ruimte in de boekhandels etc.
 

Uitgeverij Atlas omschrijft jouw boeken als literaire thrillers. Waarom is dat en waaruit bestaat dat literaire deel?

Die benaming ‘literaire thriller’ gebruikt tegenwoordig bijna iedereen, maar mij zegt het niets. De uitgeverij zet dat er graag op, maar ik vind mijn boeken meer ‘detectives’: een detective moet een bepaald probleem oplossen. Of het literatuur is weet ik niet (wat is dat eigenlijk?) en thrillers vind ik het ook niet: ze zijn wel spannend, maar thrillers associeer ik meer met nagelbijtende spanning. Als literair staat voor een zekere kwaliteit dan vind ik dat overigens wel van toepassing op mijn boeken; het zijn zeker geen niemendalletje en ze gaan echt ergens over.
 

Ben je tevreden over de kritieken die jouw boeken krijgen?

Over het algemeen krijg ik positieve kritieken. Het Parool, de Esta, de VPRO-gids, regionale kranten, leesclubs op het internet. De enige die me vrij negatief recenseert is VN in hun jaarlijkse thrillerbijlage. Men vindt mijn boeken te belerend. Voor Stilzwijgen ben ik twee keer op de radio geweest, maar verder heb ik nauwelijks nog recensies gezien. Het boek is nog niet zo lang uit, dus ik hoop dat het toch nog wat publiciteit zal krijgen. Ik hoop maar niet dat er op de naam een vloek rust!

Ik ben wel gevoelig voor kritiek, maar laat me er toch niet erg door beïnvloeden. Het is ook moeilijk om er iets mee te doen. In de ene recensie vindt men bijvoorbeeld de informatie die ik in mijn boeken verwerk te veel, in de andere vindt men dat juist weer een sterk punt. Dat is dan toch in ieder geval deels terug te voeren op de voorkeur van de recensent. Ik lees de recensies ook op een manier van: kan ik er mijn voordeel mee doen?
Wat voor soort boeken lees je zelf graag?

Mag ik meteen een suggestie doen? Haruki Murakami: Norwegian Wood en vooral Kafka op het strand vond ik overweldigend. Op dit moment ben ik de Opwindvogelkronieken aan het lezen, ook van Murakami. Verder moet ik nog lezen: De macht van meneer Miller van Charles den Tex, Eens beloofd van Harlan Coben, Het zijn net mensen van Joris Luyendijk en Jagtlust (over een kunstenaarskolonie) van Annejet van der Zijl. Verder heb ik Into thin air (over een mislukte beklimming van de Mount Everest) van John Krakauer in een adem uitgelezen. De laatste boeken gaan over werkelijk gebeurde zaken en bestaande mensen en daar heb ik wel een bepaalde interesse voor. Verder heb ik alles gelezen over de criminele circuits in Nederland (Bruinsma, Endstra e.d.), maar daar ben ik nu mee gestopt. Ik lees niet alleen detectives, maar ook andere boeken. Eigenlijk elk boek waarvan ik denk dat leuk en interessant is en het op de een of andere manier ‘input’ is voor mij als schrijver. Ik denk bijvoorbeeld dat ik op dit moment uit de boeken van Murakami inspiratie kan halen voor een volgend boek (de schrijfstijl, de absurde voorvallen, de manier waarop mensen worden beschreven).

Ik lees natuurlijk ook thrillers. Ik ben een fan van de eerste boeken van Sjöwall en Wahlöö (de latere zijn minder) en van de boeken van Arnaldur Indridason (geweldige hoofdpersoon). Opnieuw zijn dat eigenlijk meer detectives. Vroeger las ik John Steinbeck, John Fante, Charles Bukowski, Ernest Hemingway. Alles in het Engels, maar nu ik zelf schrijf, lees ik het liefst in het Nederlands. Heel goede herinneringen heb ik aan Nescio. Verder Louis Ferdinand Céline (Reis naar het einde van de nacht). De lijst is vrijwel eindeloos. Ik moet altijd iets te lezen hebben in huis anders word ik onrustig. Wat overigens niet wil zeggen dat ik heel veel boeken lees; werk, gezin, eigen schrijverij. Ik lees gestaag door en sla geen dag over.
 

Heb je al plannen voor een vierde boek?

Havix zal ik zeker nog in ieder geval één keer gebruiken. Op wat voor manier laat ik graag nog even in het midden. Een onderwerp heb ik nog niet. Het moet opnieuw iets zijn dat werkelijk heeft plaatsgevonden of nog steeds plaatsvindt en dat mij aangrijpt. Zo’n zaak, die mij dus emotioneel raakt, heb ik nog niet gevonden (ik houd me aanbevolen voor suggesties!) Wat mij verder opvalt bij al die schrijvers die een serie boeken schrijven (Sjöwall en Wahlöö, Henning Mankell, John Grisham etc.) is dat na een aantal boeken de kwaliteit toch minder wordt. Alsof er teveel een soort automatisme insluipt, daar wil ik voor oppassen. Verder beleeft Havix tot nog toe de avonturen deels op dezelfde manier. In een volgend boek moet de opzet dan ook anders worden.

 


Bibliografie van Gauke Andriesse:

2006: De Dode Opdrachtgever
2006: De Verdwenen Schilderijen
2008: Stilzwijgen
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Stilzwijgen

Auteur: Gauke Andriesse
Uitgeverij Atlas
ISBN 978 90 450 0582 9
Paperback
Prijs: 18,95

De jonge Nadine Husak is uit Slowakije naar Nederland gekomen in de hoop op een betere toekomst. Haar oom en tante maken zich zorgen als ze kort na aankomst spoorloos verdwijnt. Privédetective Havix wordt gevraagd Nadine op te sporen en al snel vindt hij haar terug op de Wallen in Amsterdam. Als hij probeert haar daar weg te halen, stuit Havix op een keiharde onderwereld waar in vrouwen wordt gehandeld en die haar belangen met niets ontziend geweld beschermt.


Kijk voor meer over Gauke Andriesse op de Boekenplank

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van Gauke Andriesse.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


 

 

 

 

Terug naar boven