Ezzulia interview
Franca Treur
Door Marije Onderwaater | Ezzulia.nl
29 januari 2010 | Franca Treur groeide op in het streng gereformeerde Meliskerke in Zeeland. Maar ondanks haar religieuze jeugd heeft ze het geloof inmiddels vaarwel gezegd. Vanwege haar achtergrond en het thema van haar debuutroman Dorsvloer vol confetti wordt Franca Treur vergeleken met schrijvers als Jan Siebelink en Maarten 't Hart.
Aan Ezzulia vertelt ze over de reacties op haar boek, haar eigen jeugd en wat ze vindt van de vergelijking met bovengenoemde auteurs.
"Gelovigen schrijven mij dat ze waardering hebben voor het boek"

Dorsvloer vol confetti heb je geschreven nadat uitgeverij Prometheus je een boekencontract had aangeboden. Dit gebeurde na het winnen van een essayprijs. Hoe was het om 'verplicht' een boek te schrijven?
Voor mij werkte dat heel goed.
Mijn contract kreeg ik omdat Prometheus mijn essay goed vond, maar fictie is
natuurlijk heel andere koek. Ik moest dat nog uitproberen en het duurde lang
voordat er iets vanonder mijn handen kwam dat acceptabel was. Door het contract
zette ik door, ook in tijden waarin in het heel druk had met werk.
Wist je al snel waar het boek over moest gaan?
Ja, maar het werd uiteindelijk
toch iets heel anders. Het boek dat ik eerst wilde schrijven, moet nog steeds
komen. Dorsvloer vol confetti ging even voor.
Wanneer had je voor het eerst door dat Dorsvloer vol confetti een succes was?
Nog voordat het verschenen was,
kwam er al een herdruk. Dat leek me wel bijzonder, maar tegelijkertijd had ik
ook geen idee. En van de derde naar de vierde druk heeft bijvoorbeeld best weer
een tijdje geduurd. Dat maakt je ook voorzichtig met je enthousiasme.
In het tv-programma Netwerk vertelde je dat er veel reacties uit Meliskerke zijn gekomen. Wat heb je precies voor reacties gehad?
Ik krijg nog steeds veel reacties.
Niet alleen uit Meliskerke, maar wel veel uit de gelovige hoek. Het is niet zo
dat mensen puur negatief op mijn boek reageren, al zijn er wel die het uit
principe niet willen lezen. Mijn boek gaat niet over iemand die afvallig wordt.
Helemaal niet. Het eindigt met een gezellig familiefeest op de dorsvloer. En
mijn hoofdpersonage, Katelijne, draagt daar haar steentje aan bij. Ze is niet
boos of verbitterd of zo. Over het algemeen schrijven gelovigen mij dan ook dat
ze wel waardering hebben voor het boek, maar dat ze het heel erg vinden dat ik
het geloof vaarwel heb gezegd. Dat hebben ze dan meestal in de krant gelezen. De
meeste interviews gaan namelijk niet over mijn boek, maar over mij.
Had je de reacties verwacht?
Ja, voor een deel had ik wel dat
soort reacties verwacht. Wanneer je in een hiernamaals gelooft, met twee
afdelingen, een hemel en een hel, dan wens je iedereen de hemel toe. Ik denk dat
ik mensen heb geschokt door zo openlijk in de media te zeggen dat ik niet meer
in een hemel en een hel geloof. Het is voor gelovigen duidelijk in welke
afdeling ik zal terechtkomen, als ik niet tot inkeer kom. Misschien had ik er
mijn mond over moeten houden, maar ja, of ik nog geloof, dat is in elk interview
zo’n beetje vraag twee.
Kom je nog veel in Meliskerke?
Veel? Regelmatig, ja. In ieder
geval minstens evenveel als voor het uitkomen van mijn boek.
In hoeverre lijkt de hoofdpersoon Katelijne op de 12-jarige Franca?
Ha! Katelijne is veel slimmer. Zij
stelt vragen die ik op die leeftijd nog helemaal niet stelde. Bovendien durft ze
veel meer. Ik zou het op mijn twaalfde nooit in mijn hoofd hebben gehaald om in
zo’n draaiding te klimmen op de kermis. Tussen al die zondige muziek! Ik leefde
erg afgeschermd. Ik kijk daar nog wel eens met heimwee naar terug, al zou ik van
zijn levensdagen niet meer in zo’n wereld willen leven. Overigens had ik net als
Katelijne erg de behoefte aan een ‘eigen geurspoor’, een eigen project. De
boerderij was ook bij ons een mannenwereld.
Het boek is niet autobiografisch, maar je bent zelf ook opgegroeid in een gereformeerd gezin. Zit er veel van jouw eigen jeugd in het verhaal?
Er zit zeker veel van mijn eigen
jeugd in, maar ook heel veel niet. Ieder gezin heeft zijn eigen gewoontes,
regels, verhalen en manieren van praten. Ik heb minstens zoveel van andere
gezinnen geleend of uit verhalen die over andere gezinnen bekend zijn. Of uit
mijn fantasie. Het is echt niet onmogelijk om dingen te verzinnen. Mensen hebben
het gevoel dat ik met een taperecorder heb rondgelopen vroeger en dat ik het
bandje heb uitgetikt. Maar sjonge, ik wil ook wel eens de credits voor het feit
dat het geloofwaardige fictie is geworden.

Wat vind je de mooiste scène/passage uit het boek?
Als schrijver ben ik van al mijn personages gaan houden. Van het hele gezin Minderhoud. En ik krijg nog steeds een warm gevoel als ik teruglees hoe de drie jongste broertjes spelen dat er een koe moet kalven. En dat het kalf dan weigert om voor vaarskalf uitgemaakt te worden. Een boerderij is zo’n machowereld. Geloof maar niet dat die jongens ooit met poppen hebben gespeeld.
Ook mooi vind ik het hoofdstuk
waarin opeens een vreemd element het gezin binnenkomt. Dat is wanneer de oudste
broer van Katelijne een vriendin krijgt die van een nog zwaardere kerk is dan
zij zijn. Onmiddellijk zit het Katelijne dwars dat dit meisje veel vromer is:
langer haar, langere rokken, nooit blote benen, etcetera. En dan moet ze ook nog
bij haar in bed slapen! Wanneer er dan in de Bijbel staat dat op de oordeelsdag
er twee in één bed zullen zijn, en dat de een zal aangenomen en de ander zal
verlaten worden, dan weet Katelijne hoe het ervoor staat. Ze zal nooit aan haar
toekomstige schoonzusje kunnen tippen. En dan krijgt ze onverwacht de kans om
zich te ‘revancheren’.
Ik moest lachen bij sommige stukken. Heb jij tijdens het schrijven ook gelachen om bepaalde passages die je schreef?
Zeker! Bijvoorbeeld wanneer het
gezin huisbezoek krijgt en er ernstig wordt gesproken over ‘een nieuw hart
krijgen’ en iedereen opeens buiten de meester ziet langsfietsen over wie wordt
geroddeld dat hij met bleke Ria van de buren gaat. Dan zijn zelfs de ouderlingen
afgeleid. Daar heb ik breed bij zitten glimlachen.
Je wordt wel vergeleken met Jan Siebelink en Maarten 't Hart. Wat vind je van die vergelijking?
Tja, die ligt voor de hand, omdat
we alle drie over het protestantisme schrijven. Maar alle drie doen we het
totaal anders. Maarten ’t Hart heeft het over ‘gewoon gereformeerden’.
Hij kent de bevindelijk-gereformeerde wereld, die Jan Siebelink en ik
beschrijven, niet. En met Siebelink verschil ik erg van toon. Zijn boek
is heel somber, dat van mij is juist heel licht en vrolijk.
Hoe is je liefde voor het schrijven ontstaan?
Voor iemand die zich in zijn
eentje moet vermaken, is schrijven een prima bezigheid. En het is geen dure
hobby. Net zoiets als hardlopen. Je hebt er weinig voor nodig en niemand hoeft
er vanaf te weten. Daarbij komt dat ik als kind al alles las wat los en vast
zit: het havermoutpak, de zijkanten van de spelletjesdozen die ik vanuit mijn
bed kon zien, en natuurlijk boeken. Veel boeken. Ik ben echt een leesmaniak
geweest. Wij hadden thuis geen tv, dus ik ben echt met het woord opgegroeid.
Heb je plannen voor een nieuwe roman?
Zeker heb ik plannen, maar ik
geloof niet dat ik daar nu al over moet gaan uitweiden.
Wie zijn jouw favoriete auteurs?
Milan Kundera, ik ken geen
roman van hem die niet geslaagd is. Kundera laat op een heel originele
manier zijn personages onderzoeken wat de mogelijkheden zijn in een wereld
zonder ideologische zekerheden. Jeanette Winterson bewonder ik om
haar vroege werk, vooral om haar originele taal en Hugo Claus ben ik
vreselijk dankbaar om zijn Verdriet van België.
Welk boek zou je de bezoekers van Ezzulia willen aanraden?
De Roofbruid van Margaret Atwood. Een heel originele roman waarin de fatale vrouw Zenia het leven van drie vrouwen ontregelt. Atwood maakt heel knap aannemelijk dat de drie Zenia telkens zelf weer hun leven binnenlaten, omdat ze intrigeert en inspeelt op hun eigen duistere verlangens. Niemand anders kan zo schrijven over vrouwen, leugens en bedrog.
Website Franca Treur |
kijk hier
Foto: Bob Bronshoff
Dorsvloer
vol confetti
Auteur: Franca Treur
Uitgeverij Prometheus
ISBN: 978 90 446 1023 9
Paperback
Prijs: € 17,95
Verschenen: oktober 2009

Eindjaren tachtig, beginjaren negentig. De jonge Katelijne groeit op in een strenggelovige Zeeuwse boerengemeenschap. Het leven op de boerderij is voor haar als meisje veel minder vanzelfsprekend dan voor haar zes broers. Voortdurend is ze in gevecht om haar plaats in het gezin te veroveren. Wanneer dat niet lukt, vlucht ze in een wereld van verhalen. Dat doet ze stiekem, want het zijn leugens die haar maar afhouden van de Waarheid. Onbedoeld leert ze de kracht van woorden kennen. De gevolgen zijn niet te overzien.
Dorsvloer vol confetti
is een roman die met pakkende zinnen de lof van het plattelandsleven
zingt, maar ook op schrijnende wijze de strijd van ieder mens om een
eigen leven beschrijft.
Franca Treur (1979) groeide op als boerendochter op het Zeeuwse
eiland Walcheren. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de
Universiteit Leiden. In 2006 won ze een essaywedstrijd van Contrasten
nrc.next. Ze schrijft voor NRC Handelsblad en nrc.next.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - Franca Treur.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


