Ezzulia
interview
Domnica Rădulescu
Door Natasza Tardio | Ezzulia.nl
2 oktober 2008 | De debuutroman van Domnica Rădulescu, afkomstig en gevlucht uit Roemenië en inmiddels woonachtig en werkzaam in Amerika, is een indrukwekkend verhaal over het leven tijdens de overheersing van Ceauşescu. In prachtige beelden, waarbij de geur van de aarde, de angst van de onderdrukking en de passie van een onmogelijke liefde tot in het diepst van je poriën doordringt, vertelt Rădulescu het verhaal over de jonge Roemeense Mona. Uiteindelijk wordt Mona, door de onmogelijkheid om te kunnen leven in een land waar mensen worden vermoord voor niets minder dan het bezit van een typemachine of het verspreiden van ‘opruiende’ pamfletten, gedwongen te vluchten. De Trein naar Triëst staat symbool voor deze vlucht en vanaf het moment dat Mona deze trein neemt, zal haar leven worden versluierd door het gevoel van gemis dat zij in de jaren daarna zal meedragen.
In een interview met
Domnica Rădulescu stel ik haar een aantal vragen over deze opmerkelijke
roman, een verhaal dat een diep verlangen naar liefde en vrijheid in zich
meedraagt. Of, zoals het in Roemenië wordt genoemd: een verhaal waarin Dor,
een gevoel van melancholie, zich laat vermengen met het leven van alledag. Hoe
uitzonderlijk dat leven dan soms ook kan zijn.
"Een taal is wie je bent"
Je bent nog vrij onbekend als fictieschrijfster, Trein naar Triëst is jouw eerste roman. Zou je ons wat meer over jezelf kunnen vertellen?
Ik ben in Roemenië geboren en
opgegroeid onder het bewind van Ceauşescu. Uiteindelijk ben ik gevlucht in 1983.
Toen ik in Amerika aankwam kreeg ik, net als Mona, een sponsor. Alleen was dat
in mijn geval een hele lieve Cubaanse vrouw en niet een ideologisch Christelijk
gezin waarin mijn hoofdpersonage terechtkomt. Vanaf het moment dat ik als
vluchteling in Amerika ging wonen heb ik mij als een gek op mijn academische
studie en carrière gestort. Ik wilde schrijver worden, dat wilde ik al toen ik
in Roemenië woonde. Ik heb op mijn 17de de Roemeense literatuurprijs
voor korte verhalen gewonnen en tijdens mijn vlucht had ik een manuscript met
korte verhalen met mij meegenomen. Deze droom om schrijfster te worden nam ik
mee, echter bij aankomst in Amerika realiseerde ik mij al snel dat dit niet zo
makkelijk zou zijn als buitenlandse. Ik denk achteraf dat ik waarschijnlijk veel
eerder fictieschrijfster was geworden wanneer ik in Roemenië was gebleven, aan
de andere kant zou ik dan waarschijnlijk over hele andere dingen hebben
geschreven. Het leven, maar vooral de ervaringen uit je leven, bepalen wie je
bent en in mijn geval dus ook waar ik over schrijf. Ik begreep al snel dat ik
keuzes moest maken. Het slimste wat ik op dat moment kon doen was mij volledig
integreren in Amerika. Ik moest mij de taal en de cultuur volledig eigen maken.
Een taal is wie je bent. Ik heb altijd een enorme drive gehad en ik wilde geen
berooide auteur worden, dus besloot ik Franse en Italiaanse literatuur te gaan
studeren. Mijn scriptie heb ik in zes maanden geschreven, terwijl ik een kind
had en moest werken. Achteraf besef je pas hoe snel dit was, de meeste mensen
doen er toch gauw zo’n twee jaar over, maar op dat moment stond ik daar helemaal
niet bij stil. Voor mijn 40ste was ik professor in Romaanse talen en
ging ik lesgeven op de universiteit. Trein naar Triëst is mijn
debuutroman, maar daarvoor heb ik al zeven andere non-fictie boeken geschreven
over literatuur en cultuur. Verder heb ik twee zonen.
Hoe
kwam je op het idee om dit specifieke boek te schrijven?
Toen ik vluchtte uit Roemenië was
het noodzakelijk voor mij zo snel mogelijk de taal, het Engels, goed onder de
knie te krijgen. Na mijn academische studie merkte ik dat academisch schrijven
veel makkelijker was in een vreemde taal, dan fictioneel schrijven. Na het
schrijven van dit boek vond ik een map met korte verhalen uit de jaren ’70 en
’80. Tot mijn verbazing waren daar enkele verhalen in terug te vinden waarin
mijn hoofdpersonage Mona al een rol speelde. De roman zoals hij nu in de winkel
ligt is geschreven in vele fases en was sterk afhankelijk van mijn eigen
ontwikkeling als mens. Ik moest mijzelf laten groeien om dit verhaal te kunnen
schrijven. Mijn reis naar Roemenië in 1998 is uiteindelijk cruciaal geweest voor
Trein naar Triëst. Het was zeer indrukwekkend en emotioneel om na 15 jaar
weer terug te komen in mijn moederland en de geuren en beelden uit mijn jeugd
als kind, maar ook als jongvolwassene weer te ervaren. Ik kwam mezelf tegen, de
persoon die ik ooit was geweest. Vanaf dat moment ben ik elke zomer naar
Roemenië gegaan.
Wat vond jouw Roemeense familie en vrienden van Trein naar Triëst?
Ze waren allemaal heel erg
enthousiast en vonden in het verhaal herkenning. Ook konden ze zichzelf
identificeren met de personages en gebeurtenissen die ik in het boek beschrijf.
Christina, die in het verhaal de vriendin van Mona is, heb ik op basis van mijn
eigen vriendin gecreëerd. Haar reactie vond ik heel erg leuk. In het boek
overlijdt Christina echter. Mijn vriendin had het boek in één adem uitgelezen en
was heel enthousiast. Toen ik haar vroeg of ze zichzelf had herkend in Christina
vroeg ze lachend of ik geen betere dag dan 27 augustus had kunnen kiezen om te
sterven.
Heb je buiten je eigen ervaringen, ook nog additionele research gedaan voor dit boek en waar bestond deze uit?
Natuurlijk heb ik geput uit eigen
ervaringen. De ervaringen van Mona ten aanzien van omgeving, cultuur, omgang in
familie en met vrienden, die heb ik natuurlijk zelf ook doorleefd. Er werden
mensen overreden op de stoep, zonder aanwijsbare redenen. Misdaad was heel
reëel. Toen ik daar nog woonde overreed de zoon van de president twee meisjes
die op de stoep liepen. Ik ben met al die ervaringen opgegroeid en heb getracht
om deze beelden en gevoelens zo authentiek mogelijk in het boek weer te geven.
Desondanks heb ik ook nog additionele research gedaan voor het boek en deze kwam
uit een flink aantal reizen naar Roemenië, waar ik onder andere heb gesproken
met mensen die eveneens hebben geleefd onder Ceauşescu, maar ook nog in Roemenië
waren toen de revolutie kwam. Ik was op dat moment in Amerika en er kwam niet
veel nieuws over die periode vlak voor Ceauşescu vrij gewelddadig werd afgezet.
Op het moment dat dit gebeurde was het natuurlijk allemaal te zien op CNN.
Wat vond je het meest uitdagende aan het schrijven van Trein naar Triëst?
Dat is een moeilijke vraag, maar
wat ik een flinke uitdaging vond was het integreren van de politieke elementen
met het liefdesverhaal, de intriges, de romances. Het einde vond ik ook
uitdagend om te schrijven. Ik heb dat bewust open gehouden, hoewel het einde in
een eerste versie compleet anders was. Ik had er eerst voor gekozen om het
verhaal te laten eindigen met een toneelstuk geschreven door Mona, de
hoofdpersoon in mijn roman. In dat einde komt Mihai, haar grote liefde, alleen
tot leven in het toneelstuk, maar niet in de roman. Het verhaal besloot met Mona
die opkomt aan het einde van het toneelstuk en zegt: ‘Lichten aan, lichten uit.’
Dit einde werd mij echter afgeraden en uiteindelijk kwam ik tijdens mijn
vakantie naar Roemenië vrij plotseling op het idee om Trein naar Triëst
op de huidige manier af te sluiten. Dit gebeurde toen ik aan het rijden was door
Roemenië en de oude, stenen huizen met het omliggende landschap zag. De
emotionele impact hiervan, gecombineerd met mijn herinneringen waren de aanjager
van het uiteindelijke plot. Het was belangrijk dat Mona een soort van afsluiting
kreeg van haar verleden en haar grote liefde Mihai. Het was zeer uitdagend om
Mona’s leven in Roemenië en de liefde die ze daar heeft ervaren, te laten
versmelten met haar nieuwe leven in Amerika, maar uiteindelijk, na een paar
herschrijvingen is dat toch eigenlijk heel goed gelukt.
Je hebt jouw roman in de eerste persoon t.t. geschreven, behalve het hoofdstuk ‘De weg terug naar huis’. Dit is in de eerste persoon v.t. geschreven. Waarom heb je hiervoor gekozen?
Wat goed dat je dat hebt gemerkt,
veel mensen lezen daar overheen. Ik heb er inderdaad voor gekozen om in dat ene
hoofdstuk over te stappen op de verleden tijd. Ik vond het belangrijk om afstand
te scheppen voor Mona. Het concept van de trein naar Triëst, was
eigenlijk een trucje. Het moest het zwarte gat waar Mona zich in bevond
aanduiden. Als ze dan uiteindelijk echt de trein naar Triëst neemt, kan ze
eigenlijk niets anders dan deze ervaring en de ervaringen in haar leven van een
afstand bekijken. Ik heb dat geprobeerd uit te drukken door dat hoofdstuk in de
verleden tijd te schrijven.
In
hoeverre is Trein naar Triëst autobiografisch?
Zoals veel romans is De trein
naar Triëst voortgekomen uit eigen ervaringen, uit grote gebeurtenissen en
reizen. Ik heb in Roemenië gewoond ten tijde van Ceauşescu, ben gevlucht naar
Italië, kwam ten slotte in Chicago terecht en ben na lange tijd teruggekeerd
naar mijn land; ik heb carrière gemaakt in de kunst en letteren; ik heb zoons
gekregen. Toch verzet ik mij tegen pogingen parallellen te trekken tussen mijn
eigen leven en dat van de hoofdpersoon. Ik zal waarschijnlijk altijd schrijven
over ballingschap, over leven in twee culturen, over hartstocht die verscheurd
wordt door obstakels, maar zelfs wanneer ik mij laat inspireren door facetten
van mijn eigen leven, dan nog schrijf ik fictie.
Wat zijn je activiteiten met betrekking tot Vrouwenstudies?
Ik ben medeoprichter en directeur
van het programma Vrouwenstudies aan mijn universiteit en erop gebrand het
programma tot bloei te laten komen. Het paradoxale is echter dat het
uiteindelijke succes van Vrouwenstudies ertoe leidt dat het programma overbodig
wordt en verdwijnt. Het leidt ertoe dat de onderwerpen, de kennis en de methoden
geaccepteerd en opgenomen zullen zijn in het algemene universitair onderwijs en
onderzoek. Ja, ik ben feminist. En daar ben ik trots op. Maar ik heb een eigen
soort feminisme ontwikkeld: ik ben niet dogmatisch en zal altijd kritisch en
helder blijven denken.
Je hebt onlangs een halfjaar in Roemenië gewerkt. Hoe kijk je nu tegen het leven daar aan?
In economisch opzicht hebben veel
Roemenen het moeilijk. Er is corruptie en chaos, de landbouw is kwijnende, er
komen zoveel buitenlandse firma’s. Maar het culturele en intellectuele leven is
verbazingwekkend rijk. Er is meer theater, muziek, film dan je kunt bijhouden –
na tientallen jaren gebrek aan vrijheid van meningsuiting komt nu alles naar
buiten. Wat een creativiteit! Voor mij was het een tumultueus halfjaar. Het was
heerlijk om daar te mogen leven, werken, ademen. Toch heb ik nooit spijt gehad
van mijn emigratie. Ik heb vrijheid gekregen, ik heb me kunnen ontwikkelen
precies zoals ik wilde.
Werk je momenteel weer aan een nieuwe roman?
Jazeker. Ik heb inmiddels twee hoofdstukken geschreven van een nieuwe roman. Als werktitel heb ik gekozen voor Black Sea Twilight. Ik hoop dat ik deze titel kan aanhouden, hoewel er wel veel boeken met de titel Twilight zijn uitgegeven. Desondanks zijn deze drie woorden een uitdrukking van een compleet gevoel en kunnen ze dan ook niet los van elkaar worden gelezen. Het zal worden uitgegeven door dezelfde uitgever in Amerika. Ik had bij De trein naar Triëst de keuze uit twee uitgeverijen, uiteindelijk heb ik gekozen voor mijn huidige uitgever, omdat deze ook publicatie van het tweede boek in het contract meenam. Dat leek mij zakelijk ook wel zo verstandig, vooral omdat een tweede roman ook wel eens wat moeizamer kan verlopen. Gelukkig is dat tot nu toe bij dit verhaal absoluut niet het geval. Ik heb zoveel ideeën. Mijn nieuwe roman is een liefdesverhaal dat zich afspeelt bij de Zwarte Zee. De hoofdpersoon in dit verhaal is een schilderes, dus er komen veel visuele beelden in voor, omdat zij de wereld ervaart en ziet in kleuren en vormen. Ik zal vast nog wel een aantal verhalen schrijven over ballingschap. Dit onderwerp zit zo diep in mij dat ik niet anders kan dan erover te schrijven. Het achtervolgt mij als het ware.
Foto: Jerry Bauer (gebruikt met toestemming)
De Trein naar Triëst
Auteur: Domnica Rădulescu
Oorspronkelijke titel:
Uitgeverij Sijthoff
ISBN: 978 90 218 0099 8
Paperback
Prijs: 18,95

Roemenië 1977: Nicolae Ceauşescu is aan de macht. De jonge Mona Manoliu is verliefd op Mihai, een geheimzinnige jongen uit een dorp verderop. Ze brengt veel tijd met hem door, genietend van de liefde. Iedereen drukt haar op het hart voorzichtig te zijn, want er wordt gefluisterd dat hij bij de geheime politie zit. Wanneer het dagelijks leven steeds meer onder politieke druk komt te staan, bedenken Mona en haar ouders een ontsnappingsplan voor haar. Zonder afscheid te nemen, zelfs niet van Mihai, verlaat ze haar land. Uiteindelijk komt ze in Amerika terecht. Vele jaren later keert Mona terug naar Roemenië, waar ze erachter komt wat er van haar eerste grote liefde geworden is.
Domnica Rădulescu won op zeventienjarige leeftijd de Roemeense nationale prijs voor korte verhalen en ontvluchtte kort daarop, in de tijd van Ceauşescu, het land. Ze vestigde zich uiteindelijk in de VS, is professor Romaanse talen en medeoprichter en directeur van het departement Vrouwenstudies aan de Washington en Lee universiteit. Met een Fulbright beurs is ze afgelopen winter tijdelijk teruggekeerd naar Roemenië om theaterwetenschappen te doceren. De trein naar Triëst is haar debuutroman. De roman bevat autobiografische elementen en verschijnt bij gerenommeerde uitgeverijen in acht landen.
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van
Domnica Rădulescu.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
