Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.
Ezzulia Interview:
David Peace
Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl
"Ik ben gefascineerd door de veerkracht van Tokyo"
28 januari 2008 | I hope I get stamppot tonight, i just love your stamppot!' Schrijver David Peace is op tournee door Europa ter promotie van zijn nieuwe boek Tokyo Zero. Vandaag is hij maar liefst een hele dag in Amsterdam, morgen vliegt hij naar Parijs. Vlak voor het etentje met zijn uitgever, spreekt hij met Ezzulia.
De nieuwe roman van Peace is een beklemmende thriller die zich afspeelt in het naoorlogse Japan. De bom op Nagasaki is gevallen, de brandbommen op Tokyo smeulen nog na. En ondertussen probeert de politie een seriemoordenaar te pakken te krijgen, die jonge vrouwen verkracht en vermoordt.
Een moordonderzoek in gebombardeerd Tokyo met meer dan 100.000 doden lijkt om de een of andere reden niet zo, eh… relevant?
Juist wel! Je kunt je inderdaad afvragen of het zin heeft om deze moorden te onderzoeken, in een stad met zoveel doden. Je kunt denken: “why bother”. Maar inspecteur Minami denkt dat niet. Je zou het niet zeggen, maar eigenlijk is Tokyo Zero een boek over hoop. Ondanks zijn eigen verdriet heeft Minami het vermogen tot empathie niet verloren. Dat is hoopgevend.

Tokyo Zero is
het eerste deel van een trilogie. Is sfeer in de volgende roman net zo
beklemmend?
Tokyo Zero gaat over verlies, over
nederlaag. Het volgende boek heet Tokyo Occupated City en gaat over de
bezetting. Inderdaad ook geen geen vrolijk thema. Ik ben nu op de helft met
schrijven. Het laatste deel heet Tokyo Regained. Dat zal gaan over
genezing en herovering.
Waar komt uw fascinatie voor Tokyo vandaan?
Ik ging veertien jaar geleden naar Tokyo om
Engelse les te geven. Ik werd verliefd op een Japanse, maar ook op de stad.
Tokyo werd in 1923 getroffen door een aardbeving, in 1945 door de brandbommen
van de Amerikanen. Toch slaagden de overlevenden erin de stad op te bouwen. Tot
twee keer toe. Die veerkracht vind ik zo bewonderenswaardig. Toch is de
herinnering aan de dood nog steeds overal. Ik woon zelf in een oude wijk van
Tokyo, waar je wandelt over de as van de doden. Tokyo is nog steeds een haunted
city.
Je laat een van de vrouwelijke karakters zeggen: ‘Ik ben een vrouw, ik ben van tranen gemaakt’. Is Tokyo Zero ook een hommage aan de vrouwen?
Ik ben blij dat je dit zegt. Een paar
Engelstalige recensenten vonden dit boek zeer vrouw-onvriendelijk. Terwijl het
juist heel erg anti-man is. Er zitten inderdaad vreselijke
verkrachtingsscènes in. Maar lees alsjeblieft het hele boek, niet alleen die
fragmenten. Het leed van deze vrouwen wordt veroorzaakt door de oorlog, door de
mannen. In elke oorlog zijn het de vrouwen en de kinderen die het meest lijden.
Ik heb de vrouwen van deze oorlog een stem willen geven.
De moordenaar uit Tokyo Zero heeft echt bestaan. Waarom heb je gekozen voor een bestaande moordzaak?
Als schrijver moet je een morele rechtvaardiging hebben om misdaadromans te schrijven. In mijn eerste romans (1974, 1977, 1980 & 1983 red.) heb ik de Yorkshire Rippermoorden als uitgangspunt genomen. Toen wilde ik onderzoeken welk effect het moordonderzoek had op de politie en de journalisten.
De seriemoordenaar uit Tokyo Zero is
een geval apart. Hij heeft in het Japanse leger in China gediend. Daar
verkrachtte en vermoordde hij talloze Chinezen. Omdat het oorlog was, kreeg hij
daar een medaille voor. Eenmaal terug in Japan ging hij door met verkrachten en
vermoorden, zijn gedrag was dus niet veranderd. Alleen dit keer kreeg hij geen
medaille, maar de strop. Ook vond ik de manier opmerkelijk waarop hij zijn
slachtoffers meelokte. Hij vertelde zijn slachtoffers dat hij goedkope rijst kon
regelen. Of hij trakteerde op rijstballetjes. Met zulke trucs kun je
tegenwoordig echt niet aankomen. Het zegt veel over de armoede en de eenzaamheid
net na de oorlog. 
Waarom vind jij dat een thrillerschrijver een morele reden moet hebben om misdaadverhalen te schrijven?
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben zelf een
grote fan van ‘crime’. Toen ik net in Tokyo woonde, liep ik de deur plat bij de
plaatselijke boekhandel voor misdaadromans. Op een gegeven moment had ik ze
allemaal gelezen. Toen ben ik zelf gaan schrijven. Maar hoe leuk ik het genre
ook vind, ik heb me altijd ongemakkelijk gevoeld bij het idee dat je een lezer
vermaakt met een misdaad. Met andermans leed. Ik ben ook totaal niet
geïnteresseerde in het creëren van een glamoureuze Hannibal Lecter-achtige
moordenaar. Ik schep geen genoegen in het verzinnen van gruwelheden, alleen maar
om mensen te entertainen.
Welke moordzaak uit het verleden staat in het tweede deel centraal?
Ik heb voor de Teigin-vergiftiging gekozen. Een zeer fascinerende zaak. In 1948 liep een man een bank in Tokyo binnen. Hij zei dat hij arts was en overtuigde de bankmedewerkers een bepaald drankje in te nemen tegen dysenterie. Het bleek een dodelijk gif te zijn en twaalf bankmedewerkers stierven. Twee maanden later arresteerde de politie Sadamichi Hirasawa. Hij werd ter dood veroordeeld, ook al twijfelde men aan zijn schuld. In 1987 stierf hij aan ouderdom, hij was de langstzittende persoon ‘on death row’.
Wanneer kunnen we het lezen?
Half juni moet het af zijn. Dat is al mijn
derde deadline. (lachend) Mijn uitgever vermoordt me als ik weer om uitstel
vraag.
Last van writer’s block?
Nee, was het maar waar. Ik schrijf maar door, dat is eerder het probleem.
In je boek
zijn een aantal foto’s opgenomen. Wat zijn dat voor foto’s?
Ik hang in mijn werkkamer altijd overal foto's en afbeeldingen op. Dat helpt mij om de juiste woorden te vinden. De eerste foto van het knielende jongetje is gemaakt tijdens de toespraak van de keizer waarin hij aankondigt dat Japan zich heeft overgegeven. De Japanners boden toen massaal hun verontschuldigingen aan de keizer aan. Zo zijn de Japanners, ze bedanken je voor alles en zeggen heel vaak sorry.
De vrouw op de tweede foto is een prostituee.
Die foto is overigens gemaakt door een Overwinnaar, een Amerikaan. Ik weet niet
wie zij is. De derde foto is gemaakt op een brug. De foto past goed bij de
titel van het hoofdstuk: ‘Een brug van tranen’. De vierde foto is voor mij de
mooiste. Die had ik eigenlijk op de cover van mijn boek willen hebben. Maar ik
denk dat mijn uitgevers bang waren dat het boek dan minder goed zou verkopen.
Het is een foto van een meisje in de trein, op haar weg terug uit Mantsjoerije.
Haar hoofd is gebogen, we zien haar gezicht niet. In haar handen houdt ze een
doosje met de as van haar overleden moeder. Op het doosje ligt een foto van haar
moeder. De enige herinnering die ze nog van haar heeft. Deze foto zegt veel over
mijn boek. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een omslag die meer suspense
uitstraalt. Daar kan ik me overigens prima in vinden. Maar ik ben wel blij dat
de foto van het meisje ook in het boek staat.
Heeft inspecteur Minami echt bestaan?
Nee. Maar bepaalde scènes heb ik uit het oude
politie-rapport. De echte inspecteur heeft bijvoorbeeld met een rugzak vol
menselijke botten in de trein gezeten. Dat heb ik Minami in het boek ook laten
doen.
Keert Minami in het volgende boek terug?
Ik denk het niet. Ik was het eerst wel van
plan. Maar ik kwam er niet uit. In het tweede boek speelt agent Nishi de
hoofdrol. Hij is geobsedeerd door Minami. Misschien ontmoeten ze elkaar wel,
daar ben ik nog niet uit.
In Tokyo Zero maak je de lezer voortdurend deelgenoot van de gedachtes van Minami. Hij haalt koffie, maar ondertussen lezen wij –in cursief- over zijn angsten en zijn dwanggedachtes. Dit doe je zo goed, dat ik me afvraag: of je bent enorm empatisch, of je hebt dit soort gedachtes ook wel eens zelf gehad.
Ik heb geen idee waarom ik het zo realistisch
heb kunnen opschrijven. Ik ben in Groot-Brittannië opgegroeid, in een tijd van
vrede. Maar ik weet wel wat het is om verdriet te hebben, ik ken de liefde, dus
ik ken ook de angst om te verliezen. In mijn persoonlijk leven heb ik, net als
ieder ander, ook nederlagen gekend.
Heeft agent Nishi ook last van dwanggedachtes?
Nee, nee. Daar wil ik vanaf. De cursiefjes komen niet terug in het volgende boek. Dat was iets van Minami. Dat waren Minami’s trauma’s.

Je hebt het boek opgedragen aan je kinderen? Waarom?
Omdat ik vind dat mijn kinderen op school een
gekuiste geschiedenis leren. Japanners staan, net als alle andere volkeren
overigens, niet graag stil bij de donkere kanten van hun geschiedenis. Ik hoop
dat deze trilogie mijn kinderen een completer beeld geeft van Tokyo, hun stad.
Voor later, als ze groter zijn.
Zijn de Japanners blij met u?
Ik mag niet klagen over de belangstelling
voor Tokyo Zero. Het kwam in de Japanse top-3 terecht van meest populaire
boeken. Ik denk dat ze – al met al - best wel blij met me zijn.
Foto: Charles Glover
Tokyo Zero
Auteur: David Peace
Oorspronkelijke titel: Tokyo Year Zero
Uitgeverij Cargo/De Bezige Bij
ISBN 978 90 234 2630 1
Paperback
Prijs 19,90

Bibliografie van David Peace:
Niet vertaald:
1999: Nineteen Seventy-Four
2000: Nineteen Seventy-Seven
2001: Nineteen Eighty
2002: Nineteen Eighty-Three
2005: GB84
2006: The Damned Utd
Wel vertaald:
2007: Tokyo Zero
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van David Peace. Hier kan je ook je
vragen kwijt aan de auteur zelf.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.

