Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


 Foto: Charles Glover

David Peace (Ossett, 1967) woont sinds 1994 met zijn vrouw en kinderen in Tokio. In 2003 werd hij door het tijdschrift Granta verkozen tot een van de twintig beste jonge schrijvers van Groot-Brittannië. Met zijn roman GB84 won hij de James Tait Black Memorial Prize For Fiction en in 2006 was hij de winnaar van Der Deutsche Krimi Preis met Nineteen Seventy Four.


 





 




 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.


Ezzulia Interview:
David Peace

Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl


"Ik ben gefascineerd door de veerkracht van Tokyo"


28 januari 2008 | I hope I get stamppot tonight, i just love your stamppot!'  Schrijver David Peace is op tournee door Europa ter promotie van zijn nieuwe boek Tokyo Zero. Vandaag is hij maar liefst een hele dag in Amsterdam, morgen vliegt hij naar Parijs.  Vlak voor het etentje met zijn uitgever, spreekt hij met Ezzulia.

De nieuwe roman van Peace is een beklemmende thriller die zich afspeelt in het naoorlogse Japan. De bom op Nagasaki is gevallen, de brandbommen op Tokyo smeulen nog na. En ondertussen probeert de politie een seriemoordenaar te pakken te krijgen, die jonge vrouwen verkracht en vermoordt.


Een moordonderzoek in gebombardeerd Tokyo met meer dan 100.000 doden lijkt om de een of andere reden niet zo, eh… relevant?

Juist wel! Je kunt je inderdaad afvragen of het zin heeft om deze moorden te onderzoeken, in een stad met zoveel doden. Je kunt denken: “why bother”. Maar inspecteur Minami denkt dat niet. Je zou het niet zeggen, maar eigenlijk is Tokyo Zero een boek over hoop. Ondanks zijn eigen verdriet heeft Minami het vermogen tot empathie niet verloren. Dat is hoopgevend.


Tokyo Zero is het eerste deel van een trilogie. Is sfeer in de volgende roman net zo beklemmend?

Tokyo Zero gaat over verlies, over nederlaag. Het volgende boek heet Tokyo Occupated City en gaat over de bezetting. Inderdaad ook geen geen vrolijk thema. Ik ben nu op de helft met schrijven. Het laatste deel heet Tokyo Regained. Dat zal gaan over genezing en herovering.
 

Waar komt uw fascinatie voor Tokyo vandaan?

Ik ging veertien jaar geleden naar Tokyo om Engelse les te geven. Ik werd verliefd op een Japanse, maar ook op de stad. Tokyo werd in 1923  getroffen door een aardbeving, in 1945 door de brandbommen van de Amerikanen. Toch slaagden de overlevenden erin de stad op te bouwen. Tot twee keer toe. Die veerkracht vind ik zo bewonderenswaardig. Toch is de herinnering aan de dood nog steeds overal. Ik woon zelf in een oude wijk van Tokyo, waar je wandelt over de as van de doden. Tokyo is nog steeds een haunted city.
 

Je laat een van de vrouwelijke karakters zeggen: ‘Ik ben een vrouw, ik ben van tranen gemaakt’. Is Tokyo Zero ook een hommage aan de vrouwen?

Ik ben blij dat je dit zegt. Een paar Engelstalige recensenten vonden dit boek zeer vrouw-onvriendelijk. Terwijl het juist heel erg anti-man is. Er zitten inderdaad vreselijke verkrachtingsscènes in. Maar lees alsjeblieft het hele boek, niet alleen die fragmenten. Het leed van deze vrouwen wordt veroorzaakt door de oorlog, door de mannen. In elke oorlog zijn het de vrouwen en de kinderen die het meest lijden. Ik heb de vrouwen van deze oorlog een stem willen geven.
 

De moordenaar uit Tokyo Zero heeft echt bestaan. Waarom heb je gekozen voor een bestaande moordzaak?

Als schrijver moet je een morele rechtvaardiging hebben om misdaadromans te schrijven. In mijn eerste romans (1974, 1977, 1980 & 1983 red.) heb ik de Yorkshire Rippermoorden als uitgangspunt genomen. Toen wilde ik onderzoeken welk effect het moordonderzoek had op de politie en de journalisten.

De seriemoordenaar uit Tokyo Zero is een geval apart. Hij heeft in het Japanse leger in China gediend. Daar verkrachtte en vermoordde hij talloze Chinezen. Omdat het oorlog was, kreeg hij daar een medaille voor. Eenmaal terug in Japan ging hij door met verkrachten en vermoorden, zijn gedrag was dus niet veranderd. Alleen dit keer kreeg hij geen medaille, maar de strop. Ook vond ik de manier opmerkelijk waarop hij zijn slachtoffers meelokte. Hij vertelde zijn slachtoffers dat hij goedkope rijst kon regelen. Of hij trakteerde op rijstballetjes. Met zulke trucs kun je tegenwoordig echt niet aankomen. Het zegt veel over de armoede en de eenzaamheid net na de oorlog.  

Waarom vind jij dat een thrillerschrijver een morele reden moet hebben om misdaadverhalen te schrijven?

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben zelf een grote fan van ‘crime’. Toen ik net in Tokyo woonde, liep ik de deur plat bij de plaatselijke boekhandel voor misdaadromans. Op een gegeven moment had ik ze allemaal gelezen. Toen ben ik zelf gaan schrijven. Maar hoe leuk ik het genre ook vind, ik heb me altijd ongemakkelijk gevoeld bij het idee dat je een lezer vermaakt met een misdaad. Met andermans leed. Ik ben ook totaal niet geïnteresseerde in het creëren van een glamoureuze Hannibal Lecter-achtige moordenaar. Ik schep geen genoegen in het verzinnen van gruwelheden, alleen maar om mensen te entertainen.
 

Welke moordzaak uit het verleden staat in het tweede deel centraal?

Ik heb voor de Teigin-vergiftiging gekozen. Een zeer fascinerende zaak. In 1948 liep een man een bank in Tokyo binnen. Hij zei dat hij arts was en overtuigde de bankmedewerkers een bepaald drankje in te nemen tegen dysenterie. Het bleek een dodelijk gif te zijn en twaalf bankmedewerkers stierven. Twee maanden later arresteerde de politie Sadamichi Hirasawa. Hij werd ter dood veroordeeld, ook al twijfelde men aan zijn schuld.  In 1987 stierf hij aan ouderdom, hij was de langstzittende persoon ‘on death row’.

 

Wanneer kunnen we het lezen?

Half juni moet het af zijn. Dat is al mijn derde deadline. (lachend) Mijn uitgever vermoordt me als ik weer om uitstel vraag.
 

Last van writer’s block?

Nee, was het maar waar. Ik schrijf maar door, dat is eerder het probleem.


In je boek zijn een aantal foto’s opgenomen. Wat zijn dat voor foto’s?

Ik hang in mijn werkkamer altijd overal foto's en afbeeldingen op.  Dat helpt mij om de juiste woorden te vinden. De eerste foto van het knielende jongetje is gemaakt tijdens de toespraak van de keizer waarin hij aankondigt dat Japan zich heeft overgegeven. De Japanners boden toen massaal hun verontschuldigingen aan de keizer aan. Zo zijn de Japanners, ze bedanken je voor alles en zeggen heel vaak sorry.

De vrouw op de tweede foto is een prostituee. Die foto is overigens gemaakt door een Overwinnaar, een Amerikaan. Ik weet niet wie zij is. De derde foto is gemaakt op een brug.  De foto past goed bij de titel van het hoofdstuk: ‘Een brug van tranen’. De vierde foto is voor mij de mooiste. Die had ik eigenlijk op de cover van mijn boek willen hebben. Maar ik denk dat mijn uitgevers bang waren dat het boek dan minder goed zou verkopen. Het is een foto van een meisje in de trein, op haar weg terug uit Mantsjoerije. Haar hoofd is gebogen, we zien haar gezicht niet. In haar handen houdt ze een doosje met de as van haar overleden moeder. Op het doosje ligt een foto van haar moeder. De enige herinnering die ze nog van haar heeft. Deze foto zegt veel over mijn boek. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een omslag die meer suspense uitstraalt. Daar kan ik me overigens prima in vinden. Maar ik ben wel blij dat de foto van het meisje ook in het boek staat.
 

Heeft inspecteur Minami echt bestaan?

Nee. Maar bepaalde scènes heb ik uit het oude politie-rapport. De echte inspecteur heeft bijvoorbeeld met een rugzak vol menselijke botten in de trein gezeten. Dat heb ik Minami in het boek ook laten doen.
 

Keert Minami in het volgende boek terug?

Ik denk het niet. Ik was het eerst wel van plan. Maar ik kwam er niet uit. In het tweede boek speelt agent Nishi de hoofdrol. Hij is geobsedeerd door Minami. Misschien ontmoeten ze elkaar wel, daar ben ik nog niet uit.
 

In Tokyo Zero maak je de lezer voortdurend deelgenoot van de gedachtes van Minami. Hij haalt koffie, maar ondertussen lezen wij –in cursief-  over zijn angsten en zijn dwanggedachtes. Dit doe je zo goed, dat ik me afvraag: of je bent enorm empatisch, of je hebt dit soort gedachtes ook wel eens zelf gehad.

Ik heb geen idee waarom ik het zo realistisch heb kunnen opschrijven. Ik ben in Groot-Brittannië opgegroeid, in een tijd van vrede. Maar ik weet wel wat het is om verdriet te hebben, ik ken de liefde, dus ik ken ook de angst om te verliezen. In mijn persoonlijk leven heb ik, net als ieder ander, ook nederlagen gekend.
 

Heeft agent Nishi ook last van dwanggedachtes?

Nee, nee. Daar wil ik vanaf. De cursiefjes komen niet terug in het volgende boek. Dat was iets van Minami. Dat waren Minami’s trauma’s.

 

Je hebt het boek opgedragen aan je kinderen? Waarom?

Omdat ik vind dat mijn kinderen op school een gekuiste geschiedenis leren. Japanners staan, net als alle andere volkeren overigens, niet graag stil bij de donkere kanten van hun geschiedenis. Ik hoop dat deze trilogie mijn kinderen een completer beeld geeft van Tokyo, hun stad. Voor later, als ze groter zijn.
 

Zijn de Japanners blij met u?

Ik mag niet klagen over de belangstelling voor Tokyo Zero. Het kwam in de Japanse top-3 terecht van meest populaire boeken. Ik denk dat ze – al met al - best wel blij met me zijn.
 

Foto: Charles Glover


Tokyo Zero
Auteur: David Peace
Oorspronkelijke titel: Tokyo Year Zero
Uitgeverij Cargo/De Bezige Bij 
ISBN 978 90 234 2630 1
Paperback
Prijs 19,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie van David Peace:
Niet vertaald:
1999: Nineteen Seventy-Four
2000: Nineteen Seventy-Seven
2001: Nineteen Eighty
2002: Nineteen Eighty-Three
2005: GB84
2006: The Damned Utd

Wel vertaald:
2007: Tokyo Zero

Kijk hier voor de recensies.


Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van David Peace. Hier kan je ook je vragen kwijt aan de auteur zelf.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


 

 

Terug naar boven