Ezzulia interview
David Benedictus
Door Josefin Hoenders | Ezzulia.nl
5 oktober 2009 | Vandaag verschijnt wereldwijd de nieuwe Winnie de Poeh: Terug naar het Honderd-Bunders-Bos. Het gaat hier niet om een nieuwe Disney-interpretatie, maar om het officiële vervolg op Het Huis in het Poeh-hoekje uit 1928 van schrijver A.A. Milne en tekenaar E.H. Shepard. In Terug naar het Honderd-Bunders-Bos hebben de gerenommeerde Britse schrijver David Benedictus en tekenaar Mark Burgess geprobeerd de oude, originele Winnie-wereld weer tot leven te wekken. Maar dat bleek lang niet zo eenvoudig.
Ezzulia spreekt telefonisch met David
Benedictus over Winnie en het Grote Wie, Wat, Waar en Waarom.
"De motor achter dit alles is mijn liefde voor taal"

Waarom een terugkeer naar het Honderd-Bunders-Bos?
Het is allemaal begonnen toen ik
de originele boeken tot luisterboeken bewerkte. Ik raakte geïnspireerd en vond
het leuk om ook een paar Poeh-verhalen te schrijven. De erven van Poeh vonden
het aardige verhalen, maar vertelden me dat ze er op dat moment niets mee
konden, omdat de rechten nog bij Disney lagen. Als freelancer ben ik dit soort
reacties wel gewend, dus ik heb er verder niet meer over nagedacht: “You win
some, you lose some”. Maar acht jaar later namen de erven weer contact met me
op, omdat ze de rechten terug hadden en ze met een vervolg op de Poeh-boeken
wilden komen. Van alle mensen die in de afgelopen jaren een poging hadden
gedaan, vonden ze dat ik de stijl van Milne het beste had weten te benaderen.
Sommige mensen zullen zeggen: afblijven van de klassiekers. Geen vervolg op Pride & Prejudice en laat ook Winnie de Poeh met rust.
Ik ben niet bang voor kritiek. Een
nieuwe interpretatie van een symfonie van Beethoven betekent niet dat het
origineel weg is. Het is niet alsof de originele symfonie dan beschadigd is,
toch? Disney heeft ook een eigen interpretatie gegeven aan Poeh en ik geloof ook
niet dat de originelen daardoor beschadigd zijn.
Vond het u het moeilijk om Milne’s schrijfstijl eigen te maken?
Het viel me mee. Mijn broer Simon,
die in Frankrijk woont, had nog een stapel Punch-magazines liggen, het
tijdschrift waarvan Milne jarenlang hoofdredacteur was. Ik heb al zijn
artikelen en zijn biografie gelezen en ik kreeg het gevoel dat ik Milne
echt leerde kennen. En dat is het geheim, het is net als met acteren, als je het
karakter goed leert kennen, dan komt de rest vanzelf.
Maar u heeft geen Christopher Robin met zijn kinderlogica om u heen gehad. En Winnie de Poeh woont al tijden in de New York City Library.
Ha, nee, ik had niet mijn eigen
Christopher Robin, maar ik heb wel zelf vier kinderen en drie kleinkinderen. Die
zijn pas twee en één jaar oud, maar ik hoop dat ik ze over een paar jaar mijn
eigen verhalen kan voorlezen.
Is kinderlogica moeilijk na te bootsen?
Dat vind ik niet. Bovendien had ik
de boeken van Milne als voorbeeld. En ik ben zelf natuurlijk ook jong
geweest. Als kleine jongen liep ik vaak met de hond door de bossen en dan keek
ik naar de bomen en dan bedacht ik me dat het leek alsof ze een wedstrijdje aan
het doen waren wie er het groenst was. Zo’n gedachte verwerk ik dan in het boek.
Maar om eerlijk te zijn weet ik niet of Milne de belevingswereld van
kinderen nu wel echt begreep. Zoveel tijd bracht hij niet door met Christopher
Robin, hij liet zich vaak bijpraten door zijn vrouw. Milne’s verhalen
gaan wel over een kinderwereld, maar ze zijn geschreven vanuit het perspectief
van een volwassene en dat is tegelijkertijd ook de kracht van de verhalen.
Heeft u een favoriete quote van Milne?
Nee, van Milne kan ik niet
zo 1-2-3 iets oprakelen, maar uit mijn eigen boek vind ik Uil die het
kruiswoordraadsel probeert op te lossen wel heel grappig. En ik vind Uil ook een
heel leuk karakter. Hij is heel pretentieus, en denkt dat hij alles weet terwijl
dat niet zo is. De figuren zijn zo herkenbaar. We zijn allemaal wel eens bang
net als Knorretje. We hebben allemaal wel eens medelijden met onszelf zoals
Iejoor.
Was het makkelijk om nieuwe avonturen voor de dieren te bedenken?
Het probleem was vooral om
variaties te bedenken op het thema, om niet in stereotypen te vervallen.
Verhalen over Konijn en Kanga waren voor mij makkelijker te schrijven, omdat
Milne niet veel met hen heeft gedaan in de boeken. Terwijl Poeh en Iejoor
uitgebreid zijn beschreven, dus dat was lastiger. Ik wilde Iejoor niet weer vol
zelfmedelijden laten rondlopen, dus ik heb hem in een van de verhalen
schoolhoofd laten worden, zodat hij wat status krijgt.
U introduceert ook een nieuw dier in uw boek: Lottie de Otter.
Ik vond het een prettig idee om
een nieuw karakter te introduceren, omdat je dan wat meer dynamiek krijgt. Ik
wilde een vrouwelijk figuur, omdat er eigenlijk geen vrouwen in het bos wonen,
behalve Kanga. En mijn voorkeur ging uit naar een slang, Selina de Slang, maar
dat vonden de erven geen goed idee. Dus uiteindelijk is het een otter geworden.
U laat Konijn een Volkstelling houden. En u bouwt een heel verhaal om een thesaurus heen. Ook laat u de dieren een uitgebreide cricketwedstrijd spelen. Waarom heeft u voor deze onderwerpen gekozen?
Om te beginnen vind ik ‘Thesaurus’ een prachtig woord. Het klinkt als een dinosaurus, het klinkt eng. Ik zag Knorretje al bang worden. Dus het leek me geen slecht idee om Christopher Robin met een thesaurus van school te laten komen.
Twee van mijn favoriete verhalen hebben het boek niet gehaald, omdat de uitgever en de erven van Poeh ze niet leuk vonden. In een van die verhalen laat ik Konijn, die eigenlijk een heel gestructureerd karakter heeft, een beetje gek worden. Hij denkt dat hij een piraat is en de andere dieren moeten hem tot bedaren brengen. Maar de erven vonden dat niet leuk en hebben het verhaal vervangen door het verhaal van Konijn die een Volkstelling in het bos organiseert.

En de cricketwedstrijd?
Voor de cricketwedstrijd heb ik gekozen omdat Milne een grote cricketfan was en hij een verhaal over cricket vast en zeker zou hebben goedgekeurd. Milne had hoge verwachtingen van zijn zoon Christopher Robin, ook op het gebied van cricket. Maar helaas was die arme jongen geen groot crickettalent.
Toen ik het verhaal over de
cricketwedstrijd eenmaal had geschreven, begon de Poolse uitgever te klagen. Of
ik het cricket niet kon vervangen door voetbal, aangezien vrijwel niemand in
Polen cricket speelt. Maar dat wilde ik niet, want Milne vond voetbal
totaal niet interessant. Het is immers geen gentlemen’s game. En het heeft ook
niet de juiste ‘twenties’-sfeer. Toen stelde ik voor om er een golfwedstrijd van
te maken, maar dat vond de Amerikaanse uitgever niet goed. Golf vinden de
Amerikanen een kindonvriendelijk spelletje. Dus het werd moeilijk om iedereen
tevreden te krijgen. Uiteindelijk heb ik mijn poot stijf gehouden maar wel als
geste voor de Polen, en misschien ook wel de Nederlanders, een passage
toegevoegd met de spelregels van het cricket.
Is dat niet frustrerend voor een schrijver, om zoveel rekening te moeten houden met de wensen van uitgevers en erven, en de marketing van een boek?
De meeste van mijn boeken zijn
verdwenen zonder een spoor achter te laten (Benedictus heeft vanaf de
jaren ’60 met enige regelmaat een boek geschreven, waaronder het succesvolle
The fourth of june, You’re a big boy now en Local Hero -red).
Vaak werd er niet veel aandacht besteed aan het in de markt zetten van een nieuw
boek. Maar dat is wel zo belangrijk. Bij dit boek wordt de marketing groots
aangepakt, een wereldwijde lancering waarvoor ik zelfs een mediatraining heb
gekregen. Sinds 1962 (The Fourth of June- red) heb ik niet een boek gehad
dat zoveel aandacht genereert.
U hebt nog niet eerder een kinderboek geschreven. Maar als ik kijk naar uw bibliografie zie ik wel ongeveer alle andere genres voorbij komen. U bent een veelzijdig man.
Mijn boeken reflecteren de manier
waarop ik mijn leven tot nu toe heb geleefd. Ik heb voor televisie en radio
gewerkt en in het theater gestaan. Maar ik ben ook reisleider, postzegelverkoper
en muziekproducer geweest. Ik heb zo’n beetje alles gedaan. Deels omdat ik snel
ontslagen werd, en deels omdat ik maar een beperkte aandachtsspanne heb. Ik
verveel me snel. Toen ik met Winnie de Poeh aan de slag ging, deed ik ook mee
aan een Peter Pan-schrijfwedstrijd. De motor achter dit alles is mijn liefde
voor taal. Mijn hele leven staat in het teken van die liefde. Ik vind het
fascinerend om schrijfstijlen te ontleden. Daarom was het zo leuk om de nieuwe
Poeh te schrijven. Er bestaan van die taalcomputers die van ingevoerde teksten
kunnen zeggen wie de schrijver is. Het zou leuk zijn om de teksten van Milne
en die van mij door zo’n taalcomputer te laten analyseren. Ik ben benieuwd of de
computer verschil zou zien.
Waarom verder gegaan met bestaande kinderhelden? Waarom niet een eigen figuur bedacht?
Ik heb ooit een versjesboek voor
mijn kinderen geschreven, maar toen ik dat aanbood aan een uitgever, werd het
afgewezen omdat ze het niet in een bepaalde leeftijdsgroep konden plaatsen. Ze
kwamen er niet uit of het nu een boek voor kinderen van 6 tot 9 was of voor
kleinere kinderen. De kracht van Winnie de Poeh is dat het boek voor iedereen
interessant is, ook voor volwassenen. Maar misschien dat ik het na deze
exercitie zelf nog eens ga proberen.
Wanneer kwam Winnie de Poeh voor het eerst in uw leven?
Ik heb geen idee. Ik denk dat we
de boeken wel thuis hadden, misschien dat mijn moeder ze aan me voorlas. Ik weet
het niet zeker meer. Maar ik herinner me dat de versjes meer indruk op me hebben
gemaakt dan de verhalen.
Was uw jeugd te vergelijken met die van Christopher Robin?
Net als Christopher Robin ben ik
naar kostschool gestuurd. Maar mijn vader was niet zo dominant als die van
Christopher Robin. A.A. Milne was een hele charmante man, maar ik denk
niet dat ik hem heel erg aardig had gevonden. Mijn vader was een hele lieve man,
een zakenman die de oorlog werd ingestuurd toen ik klein was. Dus ik heb hem pas
op latere leeftijd beter leren kennen.
Waarom vindt u A.A. Milne niet zo aardig?
Tijdens mijn voorbereidingen las
ik iets over Milne wat me totaal niet aanstond. Ik dacht: kan ik dit boek
nog wel schrijven nu ik dit van hem weet? Wil ik me nog wel in deze man
verplaatsen? Ik kwam echt in een kleine crisis terecht. Maar ik wil je niet
vertellen wat het is, het is niet goed dat het in de pers komt.
Dan zoek ik het wel op in de biografie.
Daar zult u het niet vinden. Maar
ik kan u geruststellen: het heeft niets met Christopher Robin te maken, het is
een bepaald gedachtegoed van A.A. Milne dat ik afkeur en waardoor ik
moeite heb met de man.
Wat verwacht u van het boek?
Fame and Fortune ofcourse! Nee, zonder gekheid, het zou fijn zijn om weer deel uit te maken van de literaire wereld. Ik vind het leuk om over schrijven te praten. En het zou heerlijk zijn om met het verdiende geld een aantal projecten te kunnen financieren. Ik heb nog een musical liggen, die ik al in 1955 heb geschreven. Ik adoreer het verhaal en ik zou het fantastisch vinden om die musical op de planken te brengen. En ik zou graag een muziekprogramma voor de radio maken. Ik heb vroeger veel radio voor de BBC gemaakt, dat zou ik graag weer doen.
U heeft veel plannen.
Als je geld verdient, ik heb natuurlijk geen idee of ik veel met Poeh ga verdienen, maar vast wel iets, dan is het belangrijk om dat geld ook weer uit te geven.
De beste manier is je geld
investeren in opwindende en vernieuwende projecten. Maar dat doen de meeste
mensen niet, die kopen een snelle auto. Maar dat bedoel ik niet met een
opwindend project. Een snelle auto interesseert me niet meer. Een langzame is
net zo fijn als een snelle. Maar wat me wel interesseert is theatershows maken,
of films. Als je een leuke tijd wilt hebben, moet je je verdiende geld
investeren in nieuw werk.
U klinkt niet als iemand van zeventig.
Mijn moeder heeft 25 jaar met
alzheimer geleefd en ik zag haar langzaam aftakelen. Het kan erfelijk zijn, dus
daarom wil ik bezig blijven. Zo speel ik elke dag schaak op de computer. Als je
zeventig bent, dan ben je oud in de ogen van jongeren. Het begint rond je
vijftigste, vanaf dat moment doe je steeds minder mee, omdat mensen je
plannetjes steeds minder serieus nemen. Maar je moet actief blijven, je moet die
geest jong houden.
U voelt zich vast heel jong van geest na het schrijven van Poeh.
Ja, ik heb de smaak te pakken! En
zou nog wel een tweede Poeh willen schrijven. Het Honderd-Bunders-Bos is een
heerlijke plek waar ik graag naar terugkeer.
Kijk hier voor een column van Josefin
Hoenders over haar interview met David Benedictus.
En kijk hier voor de recensie van Josefin Hoenders.
Foto's: met dank aan uitgeverij
Unieboek
Terug naar het Honderd-Bunders-Bos
Auteur: David Benedictus
Illustraties: Mark Burgess
Oorspronkelijke titel: Return To The Hundred Acre Wood
Uitgeverij Unieboek
ISBN 978 90 475 0991 2
Paperback
Prijs: 18,50

Milne's verhalen over Poeh en zijn vrienden uit het Honderd-Bunders-Bos zijn al sinds het verschijnen van Winnie de Poeh in 1926 geliefd bij jong en oud. In 1928 volgde Het huis in het Poeh-hoekje en nu, meer dan tachtig jaar later en drieënvijftig jaar na het overlijden van auteur A.A. Milne, pakt David Benedictus de pen van Milne op en verschijnt een derde deel: Terug naar het Honderd-Bunders-Bos.
Met dit boek vol nieuwe avonturen van Poeh en zijn vrienden, hebben de erfgenamen van Milne en Shepard, geheel in de stijl van de originele makers, deze onvergetelijke en tijdloze beer weer tot leven gebracht. Mark Burgess treedt als illustrator met verve in de voetsporen van E.H. Shepard.
Wil je reageren op dit interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over dit interview met - en de boeken van - David
Benedictus.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

