Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews


Nieuwe recensies op de Ezzulia website:

Michelle Paver:
Torak en Wolf





Een uitstekend jeugdboek dat zeer goed in elkaar zit en veel details bevat


Jo Nesbø:
Dr. Proktors Teletijdtobbe





Een aanrader, een super leuk verhaal, een zeer komisch avontuur en een geweldige reis door de geschiedenis


Jo Nesbø:
Dr. Proktors Schetenpoeder





Dr. Proktors schetenpoeder is een wel heel erg geslaagd jeugdboek geworden. Het zit tot de rand vol met zeer leuke humor, prachtige zinnen en dolkomische avonturen


Mireille Geus:
De ogen van Sitting Bull





Een mooi boek over het overwinnen van angst en het ontstaan van echte vriendschap



Pieter van Olmen:
De kleine Odessa

Het is onmogelijk om niet te vallen voor het originele en spannende verhaal


Rafael Ábalos:
Grimpow - Het geheim der wijzen

 

 

Het boek zit vol met mysteries en blijft boeien tot op het eind


Siebe Huizinga:
Relikwie van het kwaad

 

Een uitstekend boek waar zowel jong als oud volop van kan genieten 


Michael Grant:
Gone - Verlaten

 

Een spannend en zeer intrigerend boek 


Suzanne Collins:
De hongerspelen

 

Dit is één van die zeldzame boeken die je gewoon gelezen moet hebben en zal zowel liefhebbers van thrillers als fantasy bijzonder aanspreken


Suzanne Collins:
Vlammen

 

Het boeit van begin tot eind en laat je ook daarna niet meer los


John Flanagan:
De ruïnes van Gorlan
 

 

Met een zeer prettige schrijfstijl, uitstekende personages, veel vaart, actie en humor is het meteen al duidelijk waarom De Grijze Jager tot één van de beste jeugdseries van de laatste jaren wordt gerekend.




Christoph Marzi:
Het schip der schaduwen
 

 

Magie bestaat en het stroomt met grote golven uit de pen van Christoph Marzi




Anne West:
De Koningskronieken

 

Anne West heeft zo op het oog alles in huis om uit te groeien tot een fenomeen binnen de wereld van het fantasyverhaal




Rick Riordan:
De bliksemdief

 

Er zijn weinig tot geen minpunten te vinden in dit verhaal





Anthony Horowitz:
Snakehead

 

Alex en Ash gaan undercover, in Alex’ spannendste avontuur ooit...





Joseph Delaney:
De laatste leerling

 

Het eerste boek is een prima start en is met veel spanning en humor geschreven




Cassandra Clare:
Stad van beenderen
 

 

Een sterk en veelbelovend debuut en een aanrader voor iedereen die graag fantasy leest




Cornelia Funke:
Hart van inkt
 

 

Tot de laatste pagina is Hart van Inkt een verslavend boek vol met emotionele momenten.




































































 




















































 

 

 


 

Ezzulia interview
Christien Boomsma

Door Eric Herni | Ezzulia.nl
(Twitter: @Ezzulia)

 


9 oktober 2011 |  Christien Boomsma woont met haar gezin in een klein dorpje op de grens van Friesland en Groningen. Ze heeft geschiedenis gestudeerd en werkt als journalist voor de Groningse universiteitskrant. In 2004 en 2006 won ze de Paul Harland Prijs, de jaarlijkse wedstrijd voor korte science fiction-, fantasy- en horrorverhalen. Eerder publiceerde ze enkele historische artikelen en fantasyverhalen voor volwassenen.

In het voorjaar van 2009 verscheen haar jeugdboek Zus voor één nacht bij uitgeverij De Vier Windstreken. De Noordwijkse Kinderjury verkoos het meteen tot beste kinderboek van dat jaar. Een jaar later verscheen met De heks van de bibliotheek haar tweede fantasyboek voor kinderen van elf jaar en ouder.

Inmiddels ligt ook het derde boek van Christien Boomsma in de winkels: Watergeheimen.  Reden genoeg om haar voor Ezzulia te interviewen... 

 


"Fantasy maakt het mogelijk om de gedroomde werkelijkheid waar te maken"


Wie is Christien Boomsma?

“Een verhalendromer en een lettertjesmens. Het blijft me fascineren hoe 26 eenvoudige letters me in staat stellen om mensen op een bijna magische manier mee te nemen in de verhalen die zich in mijn hoofd hebben gevormd.

Mijn grootste passie is het schrijven van spannende, magische jeugdboeken, werk daarnaast bij de universiteitskrant waar ik de kans heb om me ook nog eens te verdiepen in een andere liefde: wetenschap. En dan zijn er niet te vergeten mijn man en twee dochters die zowel zorgen voor inspiratie als een kritische blik op mijn werk.”

 

Watergeheimen is je derde boek dat bij uitgeverij De Vier Windstreken is verschenen. Hoe ben je bij deze uitgever terechtgekomen?

“Nou… de uitgever heeft mij eigenlijk gevonden. Behalve voor de jeugd, schrijf ik ook fantasy voor volwassenen. Daarmee heb ik tweemaal de Paul Harlandprijs gewonnen. Na de tweede keer publiceerde Elf Fantasy Magazine een interview met mij en dat zag Bob Markus, van de Vier Windstreken. Hij veronderstelde dat ik – omdat ik twee keer die prijs had gewonnen – blijkbaar wel iets in mijn mars had. En of ik wel eens iets voor kinderen had geschreven? Ja dus!

Ik heb hem toen De heks van de bibliotheek en Zus voor een nacht opgestuurd en hij was meteen enthousiast!”

 

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

“Meestal word ik getriggerd door iets wat ik zie, meemaak of lees. Iets waarmee mijn fantasie op de loop gaat volgens het ‘wat als’ principe. Bij ‘De heks van de bibliotheek’ was dat die enorme spookzolder van de middeleeuwse kerk in ons dorp. Het is er koud, tochtig, vol spinnen. En continu is er het tikken van de klok. En ineens dacht ik: hier wóónt iemand. Ik weet het zeker! Maar wie? En waarom? Tja… dan ga je denken en ontstaat er een verhaal over een tovenares die gevangen wordt gehouden door een oude bibliothecaresse die ook niet is wie ze lijkt…

Watergeheimen begon toen ik in de volksverhalendatabank van het Meertensinstituut las over meerminnen ‘sightings’ in de kanalen en meren van Noord-Nederland. Toen dacht ik: goh… ze hoeven dus niet per se in zee te zitten. En ze kunnen dus ook zo maar in het water bij mijn huis zitten, waar zomers de kinderen zwemmen…

Als zo’n beginnetje zich eenmaal in mijn hoofd heeft genesteld, laat het me niet meer los. Ik begin te denken, te dromen. Vooral als ik met mijn honden wandel, is mijn hoofd continu bezig met het uitdenken van het verhaal. Pas als ik het geheel duidelijk heb begin ik met schrijven, maar dat wil niet zeggen dat alles al vast ligt. Personages hebben de neiging om ineens andere dingen te gaan doen dan je voor ze bedacht had, of houden er plotsklaps een dubbele agenda op na. Dan heb ik me dus maar aan te passen. Soms zeg ik dat je het verhaal moet ontdékken, niet bedenken.”

 

Voorin je boek staat ‘Voor heit’?

“Mijn vader is overleden, een half jaar voor Watergeheimen verscheen. Hij was zo trots op me! Een eenpersoons fanclub voor me. Hij las mijn boeken steeds weer en bewaarde ze zelfs op zijn nachtkastje. Hij moet ze bijna uit zijn hoofd gekend hebben. Iedereen in zijn kennissenkring moest mijn boeken lezen – of ze wilden of niet. En vervolgens rapporteerde hij trouw wat ze ervan vonden. Ik denk beslist dat de boekwinkels in Leeuwarden het gemerkt hebben in de verkoop, toen hij er niet meer was (lacht).

Hij heeft Watergeheimen niet meer kunnen lezen en dat vind ik heel jammer. Natuurlijk, er zou altijd een ander boek zijn geweest, waar hij op wachtte. Maar toch… Deze was dus voor hem.”

 

Hoe kwam je op het idee voor het verhaal van Watergeheimen?

Watergeheimen begon toen ik in de verhalendatabank van het Meertensinstituut vermeldingen vond van zeemeerminnensightings in het Noorden van Nederland. Ik had altijd gedacht dat zeemeerminnen in zee thuishoorden, maar je kunt ze dus ook vinden in meren en kanalen. Die vermeldingen zijn kort, vaak niet meer dan een ‘Bij Bergumerdam zat een meerin. Soms floot ze.’ Of: ‘Twee vissers zagen een meermin zwemmen bij Zoutkamp. Ze had een baby op haar rug.’ Maar niettemin fascinerend. Met dat idee ben ik verder gegaan: wat als er een meermin in de Lauwers zit, achter mijn huis. Wat als…

Uiteindelijk kostte het ongeveer een jaar om het boek te schrijven. Soms zijn er onderbrekingen – ik wilde delen herschrijven van De Heks van de Bibliotheek voor dat uitkwam, dus toen lag Watergeheimen even stil. En ik heb altijd minder tijd dan ik zou willen. Ik schrijf in de weekeinden en de vakanties.”

 

Heb je iets speciaals met zeemeerminnen?

“Ik heb niet iets speciaals met zeemeerminnen. Wel met magie, magische wezens en oude verhalen. Die liefdes komen wel samen bij meerminnen. Toen ik eenmaal op die oude verhalen ben gestuit, ben ik natuurlijk wel verder gaan zoeken naar verhalen. Zo is er natuurlijk de zeemeermin van Edam, die in de late Middeleeuwen zou zijn aangespoeld. Ook mooi is het verhaal van de waternimf Ondine die haar onsterfelijkheid opgaf voor de liefde. Toen ze echter een kind had gebaard, ontdekte ze dat haar geliefde vreemdging. Ze vervloekte hem: hij had beloofd haar lief te hebben met elke ademteug. Zolang hij wakker bleef, zou hij ademen, maar hij zou sterven zodra hij in slaap viel.’ Zeemeerminnen hebben altijd iets dubbels. Ze zijn mooi, maar ook gevaarlijk. Alijah – het meerminnetje uit mijn boek – heeft dat ook een beetje. Ze is een kind, maar tegelijk behoorlijk egoïstisch en eigenwijs. En ze brengt andere mensen in gevaar, zonder dat het haar veel kan schelen.”

 

Bo en Rafael, de twee hoofdpersonen, ontdekken de zeemeermin en houden dat geheim voor familie en vrienden. Heb jij dat op die leeftijd ook wel eens gedaan?

“Haha… Nee, ik heb nooit een zeemeermin verborgen gehouden voor mijn familie! Zou ik zoiets hebben kunnen doen? Misschien… Als je iets of iemand vindt die jouw hulp nodig heeft en je weet dat je omgeving het niet zou begrijpen… Dan heb je uiteindelijk weinig keus. Natuurlijk heb ik wel dingen achtergehouden, als kind. Dingen die mijn ouders niet zouden begrijpen (lacht).” 

Een heel leuk personage is mevrouw Toxopeus. In feite verbindt zij bepaalde delen van het verhaal met elkaar. Zo maar een personage uit je boek, of heb je haar met een bepaalde bedoeling verzonnen?

“Ieder personage heeft een bedoeling. Als verbindend element, als slechterik. Maar ik hou wel van oma Greetje. Iemand die minder kwetsbaar is dan haar omgeving denkt. Het contact met de kinderen trekt haar uit het isolement waarin ze is geraakt en waarin niemand haar serieus neemt. Ze krijgt weer een doel.”

 

De omslag is van Mario van Brakel.

“Ik vind dat Mario prachtige omslagen heeft gemaakt voor al mijn boeken. Ze zijn heel suggestief en spannend. Maar ik heb er zelf echt níets mee te maken. Mijn uitgever vraagt hem voor de klus en hij gaat ermee aan het werk. Maar hij weet wel telkens precies díe scène eruit te pikken die heel geschikt is. Dus ik ben superblij met hem! Boeiend vind ik hoe hij de beelden die ik bedenk, uit mijn boek vist, ze omvormt, maar hoe ze toch nog altijd heel herkenbaar zijn. Het kerkje uit De heks van de bibliotheek is voor mij een vertrouwde plek. Zijn weergave ervan had de feel van die plek, terwijl het er natuurlijk toch anders uit zag. Dat vind ik bijzonder.”

 

Watergeheimen is een jeugdboek voor 11 jaar en ouder. Is dat jouw favoriete leeftijd om voor te schrijven?

“Het kan best zijn dat ik ooit eens opschuif richting YA-boeken. Mijn dochters worden ook ouder en omdat ik ook veel van hen gebruik – de dilemma’s waar ze mee worstelen, de manier waarop kinderen met elkaar omgaan – kan ook dat veranderen. Mijn volgende boek gaat zich bijvoorbeeld op een middelbare school afspelen.

Maar 11+ is wel heel leuk. Je kunt behoorlijk complexe verhalen bedenken, maar kinderen zijn nog helemaal bereid om mee te gaan in mijn magisch denken. Dat merk je ook als ik scholen bezoek en met kinderen praat. Ze geloven graag dat het mogelijk is wat ik schrijf. Eigenlijk net als ikzelf… Dat is fantastisch!

De belangrijkste uitdaging is om te blijven voelen waar de kinderen mee bezig zijn, hoe hun wereld in elkaar steekt. Als je daar de fout ingaat, door taalgebruik, of doordat je het gewoon niet hebt gesnápt, dan ga je ook goed onderuit. Je verliest je geloofwaardigheid volkomen. Dus dat moet goed! En als dat goed gaat, dan kun je mensen meenemen op jouw reis, in jouw hoofd.”

 

Heb je altijd al verhalen willen vertellen?

“Oh ja. Vertellen misschien niet, maar schrijven wel. Vanaf het moment dat ik kón schrijven, kliederde ik van die schriftjes vol met heel korte verhalen. ‘Ik ben Max. Ik ben een hond. Ik ben een hele mooie hond…’

Ik vertelde mezelf wel altijd verhalen. Ikzelf – of een alter ego van mij – speelde dan de hoofdrol. Die verhalen had ik altijd bij me: voor het slapen gaan, onderweg naar school. Ik dacht altijd dat dat wel zou overgaan als ik ouder werd, maar dat was dus niet zo…”

 

Schrijf je graag verhalen met een vleugje fantasy?

“De wereld kan vaak best saai zijn. Elke dag weer opstaan en honden uitlaten en kinderen wekken en naar school brengen, in de auto, naar mijn werk… Verhalen brengen de spanning terug. Stel dat… Stel dat die kraai op die tak niet gewoon een kraai is maar een boodschapper uit een andere wereld? Wat als… In mijn verhalen worden die dromen echt. Wat ook meespeelt: het gáát ergens om in die verhalen. Niet alleen maar om geld verdienen, of je diploma halen of zo, maar om échte dingen. De zoektocht naar een moeder, het verbreken van een vloek, het bittere verdriet van een vrouw die ooit alles heeft verloren…

Fantasy maakt het mogelijk om die gedroomde werkelijkheid waar te maken. Al is het maar voor even.”

 

Het gaat de laatste jaren vrij slecht met de verkoop van boeken. Met uitzondering van boeken voor de jeugd, dat verkoopcijfer blijft maar stijgen. Heb je daar een verklaring voor?

“Als kinderen lezen, dan lezen ze veel. Ze kunnen helemaal verslingerd raken aan een bepaalde schrijver, een bepaalde serie. En ouders gaan daar wel in mee, denk ik. Ze zien hun kinderen graag lezen, weten ook hoe belangrijk lezen is voor de ontwikkeling van een kind. Misschien dat dat het verklaart?”

 

In 2004 en 2006 won je de Paul Harland prijs. Hoe belangrijk was dat voor jou?

“Het was vooral een egoboost. Zo van: blijkbaar kun je toch wel iets, Boomsma! Toen ik begon te schrijven, was ik me vooral bewust van hoeveel ik nog moest leren. Ik deed mee aan de PHP voor het jurycommentaar. Dat is vaak snoeihard, maar daardoor ontzéttend waardevol. Het is heel moeilijk om commentaar te krijgen van mensen die én verstand hebben van schrijven, én de moeite nemen jouw werk te lezen én de waarheid durven zeggen. De PHP levert dat allemaal.

Toen ik de eerste keer meedeed eindigde ik in de top 10. Als ‘prijs’ mocht ik een workshop volgen bij Paul Harland. Helaas werd hij vermoord nog voor de workshop afgelopen was, maar ik heb waanzinnig veel van hem geleerd. Toen dacht ik nog: ‘Stel dat ik óóit eens win!’ Twee jaar later was het al zo ver.” 

Heb je naast jeugdboeken ook de ambitie om fantasy voor volwassenen te gaan schrijven?

“Ha! Ja, stiekem wel. Er ligt een halve fantasyroman in mijn computer verscholen en soms kloppen mijn personages op mijn schouder, zo van: hé, wij zijn er ook nog. Maar het is lastig, want mijn tijd is beperkt en twee boeken tegelijk schrijven lukt gewoon niet. Bovendien heb ik nu een publiek voor mijn jeugdboeken. Kinderen mailen me: wanneer komt er weer een boek? Tja.. die wil ik ook niet teleurstellen. Maar wie weet… als ik ooit de tijd vindt… Het komt er vast een keer van.”

 

Je stond op goede voet met de dit jaar overleden W.J. Maryson. Oorspronkelijk zou Wim dit interview ook hebben gedaan. In hoeverre was hij belangrijk voor jou?

“Wim! Ja… Ik heb hem leren kennen via de Paul Harland Prijs die hij ook een paar keer organiseerde. Hij was ook altijd aanwezig bij de prijsuitreiking. Verder was Wim ook een mentor voor aankomend talent. Toen Paul Harland stierf, wilde hij ook verder met een ander groepje getalenteerde, beginnende schrijvers, waaronder ikzelf, Sophie Lucas en Natalie Koch. Uiteindelijk ging het niet door, ikzelf ben een tijd uit de running geweest, wegens ziekte. Natalie ging haar eigen weg. Maar Wim bleef altijd in beeld. We ontmoetten elkaar vaak op fairs en presentaties. Een geweldige schrijver en een warme man, die me altijd enorm aanmoedigde om door te gaan en geloofde in mijn talent.”

 

Wie zijn jouw favoriete fantasyauteurs?

“Bij volwassen fantasy zijn dat vooral Ursula LeGuin, Guy Gavriel Kay, Juliet Marillier en Roger Zelazny. Bij LeGuin zijn de fantasywerelden prachtig, maar het spannendst vind ik het grijze gebied tussen goed en kwaad. Dat zie je trouwens ook terug in de complexe wereld van Kay. En Juliet Marillier.. vooral de boeken waarin ze oude verhalen nieuw leven inblaast, zoals Zeven Wateren. Geweldig!

Kijk je naar jeugdboeken, dan ligt mijn liefde bij Tonke Dragt – boeken als Torenhoog en Mijlenbreed en Torens van Februari. Zeker dat laatste boek: er gebeurt heel weinig en toch is het razend spannend. Paul Biegel vind ik ook geweldig door de pure eenvoud van zijn taal, die toch zo magisch is. Thea Beckman, voor de keren dat ze me meenam op een tijdreis in de geschiedenis.”

 

Welk boek ben jij op dit moment aan het lezen?

“Ik heb net het eerste deel gelezen van De oorlogen van de herrezen wereld: Het Moordenaarsgilde. Mijn dochter van 14 was er helemaal stuk van. Ik minder. Ik vond het een beetje standaard en de karakters weinig overtuigend. Dat vind ik heel belangrijk: karakters moeten echte mensen zijn. Je moet als lezer in ze kunnen geloven!

Verder ben ik net begonnen in Hartenbloed van Juliet Marillier. Veel kan ik er niet over zeggen nog. Ze schrijft soms fantastisch, zoals in het eerste deel van de Zeven Wateren serie en Wildewoud. Maar soms maakt ze zich er ook een beetje makkelijk vanaf. Ik kan nooit voorspellen welke kant ze opgaat.”

 

Ben je op dit moment weer bezig met een nieuw boek?

“Ik werk hard aan een boek dat Schaduwloper gaat heten. En als mijn karakters niet al te veel tegenwerken, hoop ik dat het dit voorjaar uit kan komen. In dat boek vindt de 14-jarige Luca een telefoon die zomaar afgaat. Een jongen smeekt haar om hulp en natuurlijk kan ze de verleiding niet weerstaan om die hulp ook te gaan bieden. Al snel raakt ze verstrikt in een strijd tussen de clans van een magisch volk.

Enerzijds speelt de magie en de strijd een grote rol. Maar minstens zo belangrijk is dat Luca’s verlangen naar iets dat écht telt. Iets dat meer is dan jongens, verliefdheden, proefwerken en je voorbereiden op je toekomst. En dat komt dan zomaar op haar pad. Maar waar Luca zich vol overgave in het avontuur stort, verklaart haar beste vriendin haar voor gek. Het wordt spannend, denk ik. Misschien wel mijn spannendste boek tot nu toe.”


Foto: Uitgeverij De Vier Windstreken

Eindredactie: Gerd Boeren 

 

 

 


Watergeheimen
Auteur: Christien Boomsma
Uitgeverij De Vier Windstreken
ISBN: 978 90 5116 175 5
Gebonden
Leeftijd: 11+
Prijs: € 14,95
Verschenen: april 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle kinderen uit Molenvelt weten het. Er leeft iets in het zwarte water van de rivier. Maar wat?

De 12-jarige Bo trekt zich er weinig van aan. Tot er nieuwe bewoners komen in een huis dat al jaren leegstond. Samen met haar nieuwe buurjongen Rafael onderzoekt Bo het botenhuis in de verwilderde tuin. Waarom is het afgesloten met een zware, ijzeren ketting? En wat betekenen die vreemde geluiden daarbinnen?

Als ze de deuren eindelijk open krijgen, stuiten ze op een geheim waarvan ze nooit hadden kunnen dromen. Ze raken verstrikt in een avontuur dat hun vriendschap tot het uiterste op de proef stelt en zelfs hun leven in gevaar brengt.  

 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van - of dit interview met - Christien Boomsma.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.

 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven