Skip to: site menu | section menu | main content

 

Currently viewing: www.ezzulia.nl » Grote Interviews



































 

 

 


 


 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ezzulia interview
Carsten Jensen

Door Natasza Tardio | Ezzulia.nl


18 december 2008 | Wij, de verdronkenen is een magistraal epos over mannen en vrouwen, vaders en zonen en over de zee die geeft en neemt. Een verhaal waarin Carsten Jensen ons meeneemt op een honderdjarige reis, waarbij het reilen en zeilen van de dorpelingen van Marstal op de voorgrond staat. Het boek beschrijft honderd jaar en loopt van 1848 tot 1948. Meerdere oorlogen komen voorbij en langzaam zie je hoe de omstandigheden, de gedachtewereld, het erfgoed, maar ook de positie van mannen en vrouwen veranderen. Een boek dat je eigenlijk niet gemist kunt hebben. De roman is gepubliceerd door uitgeverij Mouria en is slow reading only.
 


"Normale mensen in uitzonderlijke omstandigheden"


Carsten, je hebt al veel boeken geschreven, maar voor het Nederlandse publiek ben je nog tamelijk onbekend. Kun je iets meer over jezelf vertellen?

Ik ben geboren en opgegroeid in Marstal, het dorp dat ik in mijn roman beschrijf. Daar heb ik gewoond tot mijn negende en toen zijn mijn ouders verhuisd naar een industriestad. Ik haatte dit. Tegenwoordig woon ik in Kopenhagen, samen met mijn vriendin die ook auteur is. Ook heb ik een dochter van 12 jaar uit een vorig huwelijk. Mijn ex-vrouw en ik hebben gedeelde voogdij, dus dat is gelukkig goed geregeld.
 

Hoe is jouw schrijfcarrière verlopen?

Ik heb literatuurwetenschappen gestudeerd, maar kwam er al snel achter dat ik helemaal niet uit het juiste hout gesneden was voor academisch werken. Vervolgens ben ik toen, in de jaren ’80, aan de slag gegaan als journalist. Hierin was ik een soort van ‘enfant terrible’.  Rond die tijd ben ik ook begonnen met het publiceren van reisboeken en essays. In de jaren ’90 ben ik als correspondent afgereisd naar de Balkan. Dit heeft mij ontzettend veranderd. Daar heb ik pas echt geleerd wat ‘slecht’ is. Er gebeurden de vreselijkste dingen. In 2000 ben ik teruggekomen als columnist. Momenteel ben ik alleen nog maar werkzaam als fulltime schrijver.
 

Wij, de verdronkenen is een epos van ruim 680 pagina’s. Hoe lang heb je aan deze roman gewerkt en moet je een planmatige schrijver zijn om zo’n enorm werk met historische feiten af te leveren?

Ik heb vijf jaar aan dit verhaal gewerkt.  Het grappige is dat ik zeker geen planmatige schrijver ben. Ik werk meer vanuit mijn intuïtie. Voor mij werkt dat het beste. Het maken van schema’s is niet echt mijn ding. Wij, de verdronkenen is een boek dat ik altijd al heb willen schrijven, maar het was zeker geen gemakkelijke klus. De eerste drie jaar gingen erg moeizaam, ik schreef verhaallijnen die totaal de verkeerde kant op gingen. De opening van de roman heb ik pas drie jaar na dat ik was begonnen met schrijven, opgeschreven. Ik heb geprobeerd om het leven van normale mensen in uitzonderlijke omstandigheden te beschrijven. Hierbij heb ik de geschiedenis van het dorp gevolgd.
 

Heb je dan ook wel plezier gehad aan het schrijven?

Jazeker. Het leukste was toch wel het creatieve gedeelte van deze roman. Ook de verhalen van de inwoners van Marstal waren ontzetten leuk en interessant om te horen.
 

Hoe hebben de inwoners van Marstal gereageerd op jouw boek?

Heel enthousiast eigenlijk. Tegenwoordig kun je zelfs een wandeltocht onder begeleiding van een gids doen in Marstal. Deze wandeltocht is helemaal geënt op mijn roman. Ik heb deze zelf ook een keer gedaan en het viel mij op dat de gids meer over mijn boek wist dan ikzelf hahaha. Wat wel interessant was is dat de inwoners van Marstal sommige verhalen in mijn boek herkenden. Wat bijna onmogelijk is, aangezien ik alle verhaallijnen grotendeels heb verzonnen. Natuurlijk heb ik sommige gebeurtenissen gebruikt, maar ik heb er altijd een andere verhaallijn omheen verzonnen.  Wel heb ik getracht om de inwoners van Marstal zoveel mogelijk bij dit boek te betrekken.
 

Hoe heb je dat dan gedaan?

Vanaf het begin heb ik lezingen gehouden in de bibliotheek van Marstal. Hier nodigde ik dan de inwoners voor uit. Tijdens deze lezingen las ik voor wat ik al had geschreven en daarna vroeg ik de inwoners om input. Ik werd uitgenodigd bij mensen thuis en daar lieten zij mij dan bijvoorbeeld briefcorrespondentie zien van familieleden die leefden tussen 1848 en 1948. Wat ik ook erg leuk vond was dat iemand mij de kanonskogel  bracht die in Wij, de verdronkenen door het dak van een van de woningen in Marstal was gegaan. Waar ik ook veel aan heb gehad was de research die door het museum in Marstal was gedaan. Zij waren begonnen om verhalen van mensen op te nemen voor ze zouden overlijden en die tapes heb ik ook allemaal mogen beluisteren.
 

Hebben die tapes je ook geholpen bij het non-fictie gedeelte van jouw boek?

Mijn roman is natuurlijk fictie, gespekt met waargebeurde elementen. Het grappige is dat hoe onwaarschijnlijker het verhaal in mijn roman, hoe waarschijnlijker dat dit echt zo gebeurd is. Terwijl de hele normale gebeurtenissen meestal gewoon fictie zijn. Dit komt grotendeels omdat de gebeurtenissen die zijn vastgelegd, juist die bijzondere gebeurtenissen waren. Het leven van alledag werd niet zo snel op die tapes vastgelegd. Ik heb wel heel veel research gedaan en daarbij heb ik geprobeerd om respectvol om te gaan met de historie van Marstal. De personages in mijn boek zijn fictie. Natuurlijk probeerden de inwoners van Marstal om zichzelf terug te vinden in Wij, de verdronkenen. Er was bijvoorbeeld een oude man die naar mij toekwam en ervan overtuigd was dat hij zichzelf in het boek had gevonden. Ik wilde hem niet teleurstellen, dus ik heb dat maar zo gelaten. Wat wel mooi was en volgens mij ook waar, is dat de oude man ook nog zei: ‘Uiteindelijk maakt het niet uit wie er in het boek staat. We komen er allemaal in voor.’ Dat vond ik wel een hele bijzondere opmerking.
 

Herman is één van de personages in jouw roman die meerdere malen terugkeert in het verhaal. Opvallend hierbij is dat hij elke keer andere delen van zijn karakter laat zien. Kun je iets meer over Herman vertellen?

De voornaamste reden dat Herman steeds terugkeert in het verhaal en dus ook in Marstal is dat hij zoekt naar de erkenning van het dorp. Ik wilde met hem een slechterik creëren, maar ergens tijdens het schrijven begon ik Herman te mogen. Ik denk zelf dat dit komt omdat hij een multidimensionaal karakter heeft. Hij heeft extreem slechte kanten, bijvoorbeeld wanneer hij Alberts relatie met Klara probeert te dwarsbomen, maar tijdens een andere gelegenheid laat hij dan weer zijn menselijke kant zien, wanneer hij Klara probeert te beschermen tegen oplichters. Het menselijke, maar ook het complexe aan zijn karakter spreken mij aan.
Nu we het toch hebben over Klara. Zij is één van de vrouwen die een belangrijke rol speelt in jouw roman. Hoe zie jij de rol van vrouwen in die tijd, maar ook in jouw boek?

Klara is inderdaad een vrouw die zich in de loop van het verhaal meer en meer profileert als een vrouw die weet wat ze wil en die weet waar ze voor staat. Ze wil onafhankelijk zijn en heeft een missie, namelijk Marstal afhelpen van de scheepsvaart. In het begin van het verhaal zijn de vrouwen in het dorp meer onzichtbaar. Ze zorgen voor de kinderen en dat thuis alles draait, maar het is een mannenwereld. Later worden ze meer zichtbaar en vooral ook zichtbaar sterker. Door de oorlog veranderde de rol van vrouwen. Zij moesten het werk doen, ook het werk dat normaal door mannen werd gedaan, die waren immers aan het vechten. Hierdoor werden vrouwen zelfstandiger en zich meer bewust van hun eigen mogelijkheden en kracht. Dit heb ik in de roman proberen duidelijk te maken.
 

Wie zijn je tijdens het schrijven echt tot steun geweest?

Ik denk dat ik dan als eerste mijn vriendin en collega auteur Liz Jensen moet noemen. Zij heeft mij echt enorm geholpen bij het schrijven van Wij, de verdronkenen. We hebben veel discussies gehad over het boek, iets wat erg goed was. Zij stelde mij vragen bij dingen de ik schreef over hoe het moest voelen voor de karakter(s) en wat zij dan voelden. Het was goed om hier over na te denken. Het maakt het boek namelijk veel directer en persoonlijker. Ook het feit dat zij zelf een succesvol schrijver is, helpt natuurlijk. Wie ook wel een stok achter de deur is geweest is mijn moeder. Zij wilde echt het eindresultaat zien. Gelukkig is dit nog gelukt. Drie maanden na de publicatie is zij overleden. Soms denk ik wel eens dat ze speciaal hierop gewacht heeft.
 

Inmiddels heb je alweer een nieuw boek uitgegeven. Waar gaat dit boek over en is het wederom een roman met veel pagina’s?

Klopt, ik heb inderdaad alweer een roman uitgegeven. Deze heet: Last Journey. Het is het verhaal van de schilder die ook in Wij, de verdronkenen speelt. Hierin komt hij nogal mysterieus te overlijden. Hij valt overboord terwijl het windstil is. Men denkt dus ook dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Uiteindelijk blijkt er iets heel anders aan de hand te zijn. Waar Wij, de verdronkenen het verhaal is van insiders, is Last Journey juist het verhaal van de outsider. En nee, het zijn dit keer geen 684 pagina’s geworden, maar ‘slechts’ 300.
 

Wat kunnen we in de toekomst van Carsten Jensen verwachten?

Ik ben momenteel bezig met research voor mijn volgende roman. Het is een eigentijds verhaal dat gaat over Deense soldaten in Afghanistan. Voor dit boek ga ik in januari embedded naar Afghanistan.

  


Wij, de Verdronkenen
Auteur: Carsten Jensen
Oorspronkelijke titel: Vi, de druknede
Uitgeverij Mouria
ISBN: 978 90
Gebonden
Prijs: 25,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Magistraal epos over vaders en zonen en over de zee die geeft en neemt Marstal is een klein stadje op het kleine eiland Aero¸ in de Deense archipel. Maar in 1848 is het het thuisland van een nieuwe generatie mannen die vast van plan zijn de hoge zeeën te overwinnen en zo ver mogelijk van Denemarken weg te zeilen als de wind wil brengen. Mannen die in een eeuwigdurende oorlog worden gedwongen: met andere staten, met de zee, met elkaar, met de vrouwen van wie ze houden en vooral met hun eigen verlangens en gevoelens. Hun verhaal is er een van moed, meedogenloosheid, geweld, hartstocht en verlies. Want de zee vraagt altijd zijn tol van de mannen, zoals van het buitenbeentje Laurids Madsen - die naar de hemel gaat en terugkeert. En van zijn zoon Albert, de ontdekker van een mysterieus gekrompen hoofd. En van Knud-Erik, van wie de Tweede Wereldoorlog het moreel onmogelijke verlangt.

De zee eist ook zijn tol van de vrouwen: de weduwen van de verdronkenen, en van Klara, Marstals Engel der Wrake. Van de kale rotsen van Newfoundland tot de weelderige plantages van Samoa, van louche kroegen op Tasmanië tot de bevroren kusten van Noord-Rusland, Wij, de verdronkenen is een roman over zonen en hun (afwezige) vaders, over mannen die wegvaren en over vrouwen die achterblijven; een groots epos dat bijna een eeuw bestrijkt en waarin op magisch-realistische wijze een familie en het vissersdorp waar ze vandaan komt worden beschreven.
 


Wil je reageren op dit interview?

Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt voor de discussie over de boeken van Casten Jensen.

Kijk hiervoor op ons boekenforum.
 


Interviews

Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.

 


 

 

Terug naar boven