Ezzulia
verslag:
Lezing Arnon Grunberg in Napels
Door Natasza Tardio | Ezzulia.nl
17 mei 2008 | Natasza Tardio was op vakantie
in Italië en kreeg de kans om aanwezig te zijn bij een lezing van Arnon
Grunberg in Napels, georganiseerd door Nederlandse en Vlaamse professoren
die les geven op verschillende universiteiten in Italië. Grunberg had een
aantal interessante dingen te vertellen over zijn visie op schrijven, leven en
zijn pseudoniem Marek van der Jagt. Natasza Tardio zat in de zaal en
schreef voor Ezzulia het volgende verslag.
"Ik denk wel dat ik aardig op weg ben om mijn identiteit kwijt te raken of in elk geval onherstelbaar te beschadigen"
Napels 6 mei 2008 - Zoals altijd is het druk
in Napels. Een bruisende, maar wel wat vieze stad vol met toeterende scooters en
gevaarlijk rijdende auto’s. Ik ben gestrest, het is 18.15 uur, en ik had om
18.00 uur op de Piazzetta Mondragone 18 moeten zijn, waar Arnon Grunberg, één
van Nederlands grootste auteurs een lezing zal gaan geven. Na bijna dertig
minuten rondjes rijden heb ik nog steeds geen parkeerplek of niet volle
parkeergarage kunnen vinden. Ik zit inmiddels al 3,5 uur in de auto en ben de
wanhoop bijna nabij, maar dan zie ik in een verborgen straatje toch nog een
bordje met een blauwe P. En jawel, hier kan ik mijn auto achterlaten. Het kan me
allemaal niet meer schelen, dus ik gooi mijn sleutels in de hand van de
ongeschoren parkeerwachter, gris het bonnetje uit zijn handen en ren de straat
weer op. Het is nog zeker tien minuten lopen, maar dan ben ik er eindelijk en
wanneer ik de zaal binnenloop zie ik Arnon Grunberg al staan. Ik ben te
laat, maar volgens Italiaanse begrippen ruim op tijd. De zaal loopt langzaam vol
met studenten, leraren, professoren en andere belangstellenden. In Italië geniet
Arnon Grunberg een meer dan gemiddelde bekendheid en populariteit en met
name de jongere generatie schijnt deze schrijver naar waarde te kunnen schatten.
Na enkele woorden met Arnon Grunberg en Marleen Mertens die deze lezing
heeft georganiseerd, wordt er uiteindelijk 45 minuten later gestart met een
typisch Italiaanse introductie die bestaat uit een wat langdurige inleiding,
waarbij de één na de ander elkaar introduceert en complimenteert. Grappig detail
hierbij is dat het merendeel van de organisatie niet eens van Italiaanse komaf
is, maar blijkbaar is een langdurig verblijf in Italië voldoende om deze
culturele gewoonte over te nemen. Uiteindelijk introduceert Ton Anbeek Arnon
Grunberg en start het interview dat afgenomen wordt door Franco Paris en
deze lezing als rode draad bij elkaar zal houden.

Franco Paris:
In jouw boeken komt altijd een vorm van kwaad
voor. Hoe verklaar je dit?
Arnon Grunberg:
In een verhaal moet iets misgaan, dat hoort nu eenmaal in een roman. Ik kan me
niet voorstellen hoe een roman te schrijven zonder kwaad. Hanna Arendt*, een
Joods-Duits-Amerikaanse filosofe, heeft in haar studies al ontdekt dat het kwaad
iets banaals en raadselachtigs heeft. Een detective of thriller is niet voor
niets zo populair. Mensen zijn gefascineerd door wat ze vrezen.
Franco Paris:
Er wordt vaak gezegd dat in jouw boeken geen
normaal mens voorkomt. Wat vind je hier zelf van?
Arnon Grunberg:
Hier ben ik het helemaal niet mee
eens. Er komen zeer zeker normale mensen voor in mijn boeken. De reden om een
roman te schrijven is om de lezer mee te nemen in het wereldbeeld van de
schrijver. Ik probeer door middel van mijn boeken het wereldbeeld van de ander
te corrigeren . Het wereldbeeld dat ik schep in mijn boeken is juist, dat van de
ander is onjuist.
Franco Paris:
Je hebt twee keer de Anton Wachterprijs gekregen voor het beste debuut. Eén keer
als Arnon Grunberg met Blauwe Maandagen en één keer als Marek van der Jagt met
De geschiedenis van mijn kaalheid. Kun je wat meer vertellen over hoe het was om
tegelijkertijd twee persoonlijkheden te zijn?
Arnon Grunberg:
Ik ben gaan schrijven onder een
pseudoniem om praktische redenen. Het geeft een gevoel van vrijheid wanneer men
niet weet dat ‘jij het bent’. Je krijgt namelijk op een gegeven moment een soort
van imago als schrijver en dit beïnvloedt de lezer in zijn manier van lezen. Ik
hoopte dat met behulp van een pseudoniem de lezer dit boek anders zou gaan
lezen. Voor mij was Marek van der Jagt heel levendig en ik viel in deze
hoedanigheid ook andere schrijvers aan. Ik was op een bepaald moment ook
werkelijk twee personen. Kortom, ik werd echt een beetje Marek wanneer ik
schreef. Ik heb zelfs eens een openbare discussie met Marek gevoerd. Dit kan,
omdat er meerdere meningen in mensen leven. Mensen zijn minder consequent dan
wordt aangenomen. Toen het boek uitkwam werden er door recensenten verbanden
gelegd met andere Oostenrijkse auteurs. Marek was Oostenrijker, echter ik had
zelf nooit iets van deze Oostenrijkse auteurs gelezen. In dit opzicht klopte het
dus dat het werk nu anders werd gelezen en geïnterpreteerd. Het probleem begon
echter toen hij een prijs won en men Marek persoonlijk wilde interviewen. Het
postadres dat ik voor Marek had gebruikt was het adres van een bevriende
operazangeres en op een ochtend stond er dus een Nederlandse journalist op de
stoep. De bevriende operazangeres in kwestie schrok hier zo van dat ze riep dat
hij was weggelopen. Dit was natuurlijk niet zo goed. Verder had ik nog een fout
gemaakt. Ik had op de achterflap van het boek geschreven dat Marek eerder twee
toneelstukken voor de Wiener Kammerspiele had geschreven, mij niet realiserend
dat deze dus echt bestond. De journalist nam contact op met de organisatie en
toen bleken ze dus nog nooit van Marek van der Jagt te hebben gehoord. Verder
had ik mij niet gerealiseerd dat e-mail correspondentie kan worden getraceerd en
bij nader onderzoek bleken alle e-mails van Marek grotendeels uit Noord-Amerika
te komen en niet uit Oostenrijk. Hierdoor werd de link naar mijzelf steeds
sterker en vervolgens plaatste het NRC het stuk waarin werd gesuggereerd dat
Marek van der Jagt eigenlijk Arnon Grunberg was. Ondanks dit alles heb ik het
verhaal nog twee jaar volgehouden, tot het moment dat wetenschappelijk
onderzoeker Professor Benedetto uit Rome de resultaten van één van zijn
onderzoeken publiceerde. Hij vergeleek in dit onderzoek, door middel van een
computerprogramma, verschillende schrijvers met elkaar: woordkeuze, aantal
komma’s, punten, herhaling van zinsstructuren etc. Uit dit onderzoek bleek dat
Marek van der Jagt en Arnon Grunberg dezelfde persoon moest zijn. Hierop besloot
ik dat ik de waarheid niet langer voor me kon houden en in februari 2006
‘overleed’ Marek .
Franco Paris:
Er is wel eens gezegd dat
je niet kunt leven zonder je bewust te zijn dat je leeft. Zou je ons wat willen
vertellen over identiteit?
Arnon Grunberg:
Een romanschrijver is zich meer
dan een ander bewust van zichzelf. Je bent in een situatie, maar tegelijkertijd
ben je er ook buiten. Het is vaak moeilijk om je dus helemaal over te geven aan
een situatie. Ook mensen die niet auteur zijn hebben last van bewustzijn,
vandaar dat velen naar drugs, alcohol of misschien zelfs joggen uitwijken,
hoewel ik dit laatste nooit zelf heb gedaan. Wat betreft identiteit. Ik vroeg
gisteren op de universiteit van Napels aan een aantal studenten of ze zich
Italiaans of Napolitaans voelden. Hun reactie verraste mij. Ze voelden zich
namelijk geen van beide, ze voelden zich Europeaan. Dit is natuurlijk een
paradox. Identiteit is niet zozeer wat je zelf denkt wat je bent, maar wat of
wie anderen denken dat je bent. Vandaar dat ik op mijn 16e acteur
wilde worden. Maar ondanks dat ik uiteindelijk geen acteur ben geworden denk ik
wel dat ik aardig op weg ben om mijn identiteit kwijt te raken of in elk geval
onherstelbaar te beschadigen.
Het ergste wat je als schrijver te horen kunt krijgen over je boek is: ‘Het is
wel aardig.’ Het is dan nog beter wanneer iemand zegt: ‘Ik haat het.’ Ik kan me
wel voorstellen dat mensen die in een kleine gave wereld willen leven
geïrriteerd raken door mijn boeken. Dat vind ik ook wel prettig. Ik ben het er
echter niet mee eens dat ‘De joodse messias’ een breuk is met mijn hebreeuwse
achtergrond.
Vraag publiek:
Kun je wat meer vertellen over ‘De universiteit
van de liefde’ en bestaat deze nog?
Arnon Grunberg:
De universiteit van de liefde is
ontstaan in 1997 en was een idee van een toenmalige vriendin. Zij bood aan om
via het internet liefdesbrieven voor anderen te schrijven. Ik dacht vervolgens
dat er ook mensen hulp nodig konden hebben bij het schrijven van een haatbrief,
bij het verkrijgen van een alibi bij vreemdgaan, maar ook bij vele andere
situaties. De universiteit is momenteel slapende, maar ik hoop dat deze volgend
jaar weer tot leven zal komen. Ik ben er namelijk nog steeds van overtuigd dat
hier behoefte aan is.
Vraag publiek:
Is dit dan eigenlijk geen leugen?
Arnon Grunberg:
Een Israëlische schrijfster die ik
kortgeleden heb geïnterviewd zegt dat flirten altijd een leugen is. Als dat zo
is dan maakt het niet uit wie de brief schrijft. Laten we een weddenschap
afsluiten. Ik schrijf een liefdesbrief voor uw geliefde. Als uw geliefde de
brief leuk vindt, dan neemt u mij mee uit eten, zo niet dan neem ik u mee uit
eten.
Vraag publiek:
Kun je wat meer vertellen over de invloed van de
media?
Arnon Grunberg:
Ik woon al sinds 1995 in New York en schrijf sinds 1994 voor een Nederlandse
krant. In 2001, na 9/11, werd mij gevraagd om een extra column te schrijven.
Hierop kwamen veel boze brieven, omdat ik schreef over het leven van alledag, de
normale zaken die zich zo dicht bij Ground Zero afspeelden. Ik woon zelf
ook vrij dicht bij deze locatie. De media draagt bij aan hysterie en paranoia is
ook een vorm van hysterie. In Tirza speelt paranoia een rol en tevens
klassenverschil. Met dit onderwerp begeef je jezelf in Nederland op glad ijs en
is het vaak aanleiding tot grote discussie. Maar misschien kan Ton hier iets
meer over zeggen?
Ton Anbeek:
Dit is waar. Er zijn bijvoorbeeld
in Nederland bepaalde advocatenkantoren die alleen maar nieuwe jonge advocaten
aannemen die uit een bepaald corps komen.
Vraag publiek:
Hoe vrij ben je?
Arnon Grunberg:
Ik weet niet hoe vrij ik ben.
Tijdens het schrijven ben ik schaamteloos vrij, maar ik ben voorzichtiger
geworden omdat ik hierdoor vrienden heb verloren en mensen boos heb gemaakt. Ik
heb eigenlijk weinig last van schaamte, ik vind wel dat ik eerlijk moet zijn,
maar minder ‘rücksichtslos’.
Vraag publiek:
Ben je altijd zo vrij geweest?
Arnon Grunberg:
Ik ben eigenlijk heel onvrij.
Alleen als ik achter mijn computer zit voel ik mij vrij. Schrijven gebeurt op
afstand, de ander is er niet bij aanwezig. Vroeger had ik zelfs last van
telefoonangst. Ik heb sowieso het gevoel dat ik mij aan de periferieën van de
maatschappij beweeg en zal daar ook wel altijd blijven. Je kunt alleen maar een
boek schrijven dat je zelf zou willen lezen en zodra je allerlei andere functies
buiten het auteurschap vervult, ga je je zorgen maken over wat anderen zullen
zeggen.
Pessimisme en realisme zijn in mijn ogen hetzelfde. Puur realisme vind ik vaak niet realistisch genoeg. De botsing tussen realisme en surrealisme vind ik interessant en deze probeer ik in mijn boeken te beschrijven, maar ik denk, hoop, dat mijn boeken toch nog steeds wel wat over de wereld zeggen.
En met dit antwoord wordt de lezing
afgesloten. Waar andere auteurs vaak bij de verschillende lezingen in herhaling
vallen, het ‘Marco Borsato’ effect, lijken de lezingen, voordrachten en
interviews van deze schrijver elke keer weer anders uit te pakken. Het was een
interessante kennismaking met een zo al niet nog interessantere en zeer
geëngageerde schrijver. Een auteur die net zo intrigerend en intellectueel
stimulerend is als zijn boeken.
Aanwezigen:
-
Arnon Grunberg (auteur)
-
Marleen Mertens (lector universiteit Padua, organisatie)
-
Franco Paris (vertaler ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ en ‘Gstaad 95-98’, interviewer)
-
Ton Anbeek (emeritus hoogleraar in de moderne Letterkunde te Leiden, auteur)
Note:
*Hanna Arendt – Joods-Duitse-Amerikaanse filosofe. Geboren in 1906.
Bekende werken: The Origins
of Totalitarianism (1951), The human condition (1958), Between Past and Future
(1961), Eichmann in Jerusalem (1963)
Voor meer informatie over Arnon Grunberg: www.arnongrunberg.com
Bibliografie Arnon Grunberg:
1994: Blauwe Maandagen
1997: Figuranten
1998: De heilige Antonio
2000: Fantoompijn
2001: De Mensheid zij geprezen
2003: De asielzoeker
2004: Het aapje dat gelukt pakt
2004: De joodse messias
2006: Tirza
2007: Omdat ik U begeer |
recensie

Geschreven onder pseudoniem Marek van der Jagt:
2000: De geschiedenis van mijn kaalheid
2002: Monogaam
2002: Gstaad 95-98
2005: Otto Weiniger of Bestaat de jood
2008: Ik ging van hand tot hand - Verzameld werk
Wil je reageren op dit
interview?
Dat kan op het forum van Ezzulia, waar een apart topic is aangemaakt
voor de discussie over de boeken van Arnon Grunberg.
Kijk
hiervoor op ons boekenforum.
Interviews
Op Ezzulia staan veel interviews en iedere week komen daar weer nieuwe bij. Kijk hier voor het overzicht van Kort & Krachtig en hier voor de grotere interviews.




