Lancelot – Giles Kristian

Fantasy, SF, Literatuur en thrillers. Iedere vrijdag een nieuwe leestip.



Lancelot – Giles Kristian

Berichtdoor Rob/Beldaran » vr okt 11, 2019 06:09

Afbeelding

‘Lancelot’ is een frisse en boeiende her vertelling van de Arthur legende. Deze versie is, en ik heb er meerdere gelezen, een absolute topper, meer Historie dan Fantasy.

‘Lancelot’ – Giles Kristian – 2019

Afbeelding

Koning Uther Pendragon is stervende, en zijn vijanden naderen de Engelse grens met rasse schreden. In dit land vol onzekerheid vlucht de jonge Lancelot weg van alle vuur, moord en verraad. Met als gezelschap enkel een norse sperwer en zijn herinneringen, begint hij aan een lange reis. Onderweg ontmoet hij de wilde, trotse en betoverend mooie Guinevere, en Arthur, krijger, leider en een baken van hoop voor de bevolking. Het zijn duistere tijden. Tijden van strijd en bloed, waarin zelfs vriendschap en liefde gedoemd lijken te falen. Tijden waarin verraad en jaloezie de harten van de mensen beheersen, en het lot van Engeland op het spel staat. Maar de jongen die zijn huis verliet met niets dan een vogel en een verlangen naar wraak, wordt met de dag krachtiger…

Proloog excerpt

‘Ik zet de achtervolging in. Meedogenloos. Door alle kronkels en bochten, door de bittere rook die uit talloze hofsteden opstijgt. Over grafheuvels en glinsterende stroompjes. Tussen korenhalmen, eeuwenoude eiken en staande stenen door, waarbij de boomleeuwerik op een klauwlengte afstand een golvende bruine streep vormt. Nu de witte flits van zijn nek. Dan het zwart-wit op de voorkant van zijn vleugels. Zijn lied is vergeten, zijn doodsangst een smaak op de wind. Ik kan hem niet vangen. Een buiteling. Een draai. Stijgend naar de goden en duikend naar het land. Aarde en hemel gaan in elkaar op. Ik schep genoegen in de jacht, maar meer nog in het schouwspel. Alle overvloed van de wereld is in mijn felle blik gepropt. Ik zwenk, maak me los van de vlucht van de leeuwerik. Word getrokken naar het gedruis dat niet uit de nabijgelegen oceaan opstijgt, maar uit mensen. Ik strijk neer op de boom zonder takken. De versierde boom met een ijzeren kettingriem om zijn stam. Ik ruik de mist van de adem die uit de mensenmassa optrekt. Hij warmt mijn verenkleed tegen de dunne ochtendlucht en ik kijk. Ook voel ik. Meer dan een vogel zou moeten voelen. Het verdriet dat als een dekmantel over de samenkomst ligt. De angst. De onzekerheid en het berouw. Het gedruis zwelt aan, rolt als een golf over de verzamelde massa en bedaart weer. Speerdragers komen; uit angst en plichtsbesef wijkt de gemeenschap onhandig uiteen. Onder hen een vrouw. Haar rug is recht als hun speren, maar veel nobeler. Haar haren zijn zwart als de vleugels van een kraai. Blauw als het schild van een kever. Glanzend koperbruin van beukenbladeren in de herfst. En ze bezit nog altijd een schoonheid waardoor de lucht van de dag door driehonderd lichamen tegelijk wordt opgezogen, als rook en vonken door de schouw van de smederij. Armen strekken zich uit, handen graaien en grijpen naar haar roodbruine gewaad. Mannen en vrouwen voegen zich samen, hongerig om haar in het voorbij gaan aan te raken. Ze hunkeren naar een portie van haar tragedie. Dorsten naar een sprankje van haar macht. Vrezen haar kunst. Mijn honger vervaagt met de herinnering aan de boomleeuwerik. Een gemeen jongetje ziet mij en werpt een steen. Ik stijg op van de brandpaal, waarbij mijn brede, gepunte vleugels sneller slaan dan elke gedachte, en ik zweef in de aan kracht winnende wind en houd intussen de vrouw in de gaten terwijl ze verder wordt geleid en zo nu en dan als een onwillige merrie naar de dekhengst wordt getrokken. De man met de geschoren kruin praat nu, maar mijn oren zijn niet mijn ogen en zijn woorden zijn als het gakken van een gans. Lomp trekken ze haar omhoog, op de stapel takken en wilgentwijgjes, en brengen de koude ketting om haar middel, verenigen haar met de brandpaal. Ze vecht nu alleen met haar ogen en haar lichaamshouding. Trots en schaamte zijn haar enige toverij, ongeacht wat de geschoren man zegt, met zijn omhooggestoken armen, handen graaiend naar de lucht. Hangend boven de mensenmassa ben ik een trillende bol van energie, met de opgekropte spanning van een gespannen boog. Ik hoop dat ik niet een andere leeuwerik of een roodborsttapuit, een vink of een pieper in het oog krijg, want mijn overhand op het instinct van dit schepsel is dun als rook; misschien dat ik afsnijd naar het westen en de een of andere prooi naar het einde van de aarde bejaag. Vuur nu. Zo fel dat het pijn doet aan mijn ogen. Opvlammend van een stok met de stank van pek. De man met de toorts in zijn hand komt naar voren, de ogen neergeslagen, alsof hij bang is om de vrouw aan te kijken. En goed dat hij haar starende blik zou vrezen. Die blauwgroene ogen die de ziel van menig man hebben gezien, zoals de haviksogen de wereld zien: oneindig, onberispelijk gedetailleerd. Hij staat als bevroren, deze vuur dragende man. Stokstijf en stil als de brandpaal die hij niet durft te naderen. Misschien is hij bang voor de vrouw. Misschien vreest hij de menigte, die zich gedraagt als een gestokte adem. Ze verlangen naar het vuur en tegelijkertijd ook niet.’


Zie ook https://www.gileskristian.com/
De wereld gaat aan vlijt ten onder... daarom ben ik als het even kan inactief met een goed boek of leuke film.
Avatar gebruiker
Rob/Beldaran
De Ziener
{ PROGRESS_TO_NEXT_RANK }
 
Berichten: 7088
Geregistreerd: do aug 28, 2014 19:02
Woonplaats: Rijswijk

Keer terug naar De Leestip van Beldaran

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast