auteur: Doris Pilkington
Een ontroerend verhaal dat - helaas - echt gebeurd is. De gebeurtenis speelt zich af in de jaren dertig van de 20e eeuw in Australië, een periode waarin veel Aboriginal kinderen met geweld ontrukt werden aan hun families om te worden ondergebracht bij blanken die hen moesten opvoeden volgens de regels van de blanke samenleving. De manier waarop deze aboriginal kinderen werden behandeld was ontstellend en behoort tot een van de duisterste geheimen van de geschiedenis van Australië.
NBD|Biblion recensie
Waargebeurd verhaal van drie aboriginalzusjes die na hun ontsnapping uit een opvoedingskamp ruim 2000 kilometer te voet door het Australische binnenland trekken, terug naar huis. Dit ongelooflijke verhaal is opgetekend door de dochter van een van deze, inmiddels bejaarde, vrouwen. Voorafgaand aan dit avontuur beschrijft ze hoe aboriginals steeds meer land en cultuur moesten afstaan aan de blanke kolonialisten, tot aan hun kinderen toe. In 1931 besloot de regering namelijk om kinderen van gemengd bloed bij hun ouders weg te halen en in opvoedingskampen te plaatsen. Intrigerende stof, maar het boek is wat vlak. Zwart en blank worden tegenover elkaar gezet als goed en slecht, vooral waar het emoties betreft is het taalgebruik clichematig en de tocht is fragmentarisch en anekdotisch beschreven. Sfeerbeschrijving of enig inzicht in de psyche van de kinderen wordt niet gegeven. Waarschijnlijk wilde Pilkington zo dicht mogelijk bij de herinneringen van haar moeder en tante blijven (het derde meisje is overleden). Een goed boek vraagt echter meer. Paperback; normale druk. Op het omslag een scene uit de verfilming door Phillip Noyce in 2002. De titel slaat op het anti-konijnenhek dat Australie van noord tot zuid doorsnijdt.
(Biblion recensie, Karin van Hoof)
