Erkenning
Door Simone Kortsmit
Het begon tijdens mijn studententijd. Als iemand hoorde dat ik journalistiek
studeerde, was de reactie steevast: ‘O, wat leuk!’ Toen ik eenmaal als
journalist werkte, reageerden mensen negen van de tien keer met: ’Journalist?
Dat lijkt me nou ook zo leuk! Vertel.’
En toen kreeg ik mijn eerste dochter. Ik had alleen nog oog voor dat mooie
wezentje dat in mijn armen lag. Dat niets zei, maar me de mooiste glimlachjes
schonk die ik ooit had gezien. Ik liep als trotse moeder achter de kinderwagen,
helemaal verliefd op mijn meisje. Nog steeds vroegen mensen me wat ik deed. En
ik antwoordde: ‘Ik ben mama.’
Naarmate de maanden vorderden en mijn kleine spruit langzaam maar zeker
transformeerde van een baby in een dreumes, werd het me duidelijk dat ik als
‘alleen mama’ door sommige mensen niet voor vol werd aangezien. Van
‘interessant’ was ik met een rotvaart beland in de categorie ‘saai’. Dus voegde
ik er regelmatig haast verontschuldigend aan toe, dat ik ook een eigen bedrijf
had: een persbureau. Dat ik op dat moment bijna al het werk overliet aan mijn
vennoot en werknemers zei ik er gemakshalve maar niet bij.
Niet lang daarna kreeg ik een tweede dochter. Ik voelde me dolgelukkig met een
baby en een peuter. Ik ging de wereld bekijken door hun ogen. Ik lachte om de
wonderlijke uitspraken van mijn oudste, en schreef ze op. Ik verzon verhaaltjes
voor mijn kinderen, en schreef ze op. Ze openden mijn ogen: Ik wist dat ik geen
non-fictie, maar fictie wilde schrijven.
Ik stuurde een kindertoneelstuk naar een uitgeverij, en dat werd uitgegeven,
evenals de stukken die daarop volgden. Kort daarna maakte ik een verhaal voor
peuters. Uitgeverij Kimio reageerde, zocht er een illustratrice bij, en dat
resulteerde in mijn eerste prentenboek Kusjes voor oma, cakejes voor Cas.
Vervolgens schreef ik samen met Emile – eigenlijk voor de grap, om te kijken of
we dat konden!- de thriller Zusters in het kwaad, en die werd óók door een
uitgever (Lebowski) uit een stapel manuscripten gevist. Plots was ik
‘schrijver’.
Als mensen me nu vragen wat ik doe, krijg ik welgeteld drie reacties. Ten
eerste: ‘Ik zou ook wel eens een boek willen schrijven.’ Gevolgd door een
monoloog over een idee. Het is goed bedoeld, ik weet het. Maar ik ben niet de
juiste persoon hiervoor. Werk je idee uit, stuur het op naar een uitgever zoals
ik heb gedaan, en probeer je droom waar te maken.
Ten tweede hoor ik vaak: ‘Dat vind ik nou zo knap. Hoe doe je dat?’ Dat laatste
verbaast me soms wel, en ik heb er niet echt een antwoord op. Er zit nu eenmaal
een idee in mijn hoofd, of een scène, en dat werk ik uit, samen met Emile. Dat
is misschien knap, maar ja, ik kan nog niet eens een fietsband verwisselen. Ik
vind het bewonderenswaardig als je het geduld hebt om voor de klas te staan, of
werkt in een ziekenhuis of verzorgingstehuis. Ik zou dat niet kunnen.
Het derde antwoord ‘Ik wist niet dat je schreef!’ krijg ik steeds vaker, vooral
nu mijn nieuwe thriller ‘Ik vind jou’ in de winkel ligt. De afgelopen weken heb
ik ‘m alweer een aantal malen voorbij horen komen. Het is vleiend, maar
tegelijkertijd ook kwetsend. Ik kan er niks aan doen, maar bij zo’n reactie denk
ik automatisch: ‘Je hebt het me ook nooit gevraagd.’
Dankzij mijn nieuwe boek ben ik in korte tijd gestegen op de maatschappelijke
ladder, van ‘saai’ naar ‘interessant’.
Terwijl ik verder precies dezelfde persoon ben gebleven.
Het streelt mijn ego, maar het blijft me verwonderen.
Donderdag 22 juli 2010.
Simone Kortsmit vormt samen
met Emile Lotz het schrijversduo Kortsmit & Lotz. Bij Dutch
Media verschenen hun literaire thrillers Zusters in het kwaad en -
recentelijk - Ik vind jou.
Heb je een mening over deze column?
Op het forum van Ezzulia is een topic over deze column van Simone Kortsmit. Geef daar je mening of discussieer met andere bezoekers van Ezzulia.
Kijk hier voor het speciale topic.
Meer columns? Kijk dan hier.

