Skip to: site menu | section menu | main content

 

 
Currently viewing: www.ezzulia.nl » Columns














 

 


 

 

 

 

 

 


 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

Het Melchers-syndroom

Door Ton Theunis


Laat mij dan maar de mosterd zijn. De mosterd na de maaltijd...

Helaas werd ik pas laat op het door Tomas Ross aangestoken vuur gewezen. De oorzaak ligt in het feit dat ik bezig ben aan... jawel, een boek. Dat moet tussen alle andere beslommeringen door, daarnaast ben ik ergens op de digitale snelweg drie hoofdstukken kwijtgeraakt en heb ik zes kinderen waarvan zojuist een geslaagd voor de middelbare school, dus vergeef me alstublieft mijn late en wellicht wat te lange bijdrage maar ook Theunis heeft een mening.

Het vuur van Tomas Ross is in haar verschijnen gelijk een veenbrand; het smeulde al lang en het is niet anders dan te begrijpen en ook zeker te waarderen dat juist hij het bovengronds heeft gehaald.
Had Ross het recht de rode haan te kraaien over een Gouden Strop?
Zeker wel; mijn zeer gewaardeerde collega heeft ooit, toen ik nog in de literaire of non-literaire luiers -u zoekt het maar uit- lag, een manmoedige poging gedaan om aan de minachting voor, zelfs het ontkennen van het werk van de Nederlandse misdaadauteur een eind te maken.
Mag een mens vragen om waardering voor zijn of haar product en zorgen uiten over de behandeling van zijn geesteskind? Nou en of! De bakker hoort ook graag dat zijn brood lekker is, hetgeen niet direct betekent dat hij zulks dan ook maar zelve van de daken moet gaan schreeuwen gelijk ‘meneer Bolletje’.
Tomas Ross’ verontwaardiging over de teloorgang van de intenties van De Strop siert hem, dus hulde aan Ross en de mensen van het eerste uur die De Gouden Strop, het Genootschap en aanverwante zaken in het leven riepen.

Maar dan... Om in ons eigen metier te blijven, waarde collegae, duikt vanuit die vaderlandse veengrond, laat ik hem er maar aan de baardharen bijslepen, het Melchers-syndroom op.
Wat dat is? Iemand begint uit oprechte verontwaardiging of onvrede met een loffelijk initiatief dat vervolgens ook bij anderen in goede aarde valt. Die anderen werken dat initiatief verder uit; het slaat aan. Na ampele bestuurswisselingen ontwikkelt de organisatie zich verder maar in een richting die naar het oordeel van de geestelijke vader volstrekt ongewenst is en de plank volkomen misslaat. Het resultaat is echter niet dat de dolende zielen op hun schreden terugkeren; nee, zij smijten de pater familias uit de club of honen zijn opgeheven vinger om hun ingeslagen koers halsstarrig te vervolgen, of die nu hellewaarts voert of niet.
Dat is in dit geval niet anders dan elders. Een goed idee valt doorgaans ten prooi aan mensen die er brood in zien en het vervolgens compleet veranderen, soms tot verkrachting aan toe.

De commercie werd eigenaar van het idee en besloot om De Gouden Strop en De Maand van het Spannende Boek te benutten om haar hele echelon spannend proza extra onder de aandacht te brengen. Het Nederlandstalige vereiste moest wijken, maar wie kan dat wat schelen in onze jacht naar geld en glorie? Kwantiteit ís kwaliteit in de ogen van de verkoper. En zoals dat met commercie altijd gaat: de colonne, eenmaal in beweging, kan niet meer worden gestopt. Ze heeft uiteindelijk het onschuldige maar oprechte kind van Tomas Ross onder de voet gelopen.
Het belang van de Nederlandstalige auteur moest onvermijdelijk wijken voor het buitenlandse geweld en gewin, want wat het grootste profijt oplevert, krijgt de meeste aandacht. Vanuit het oogpunt van de boekverdieners een logische stap en dus helaas, naast Nicci, Noort, French, Verhoef, Mankell, Ross en Brown valt een Theunis in het absolute niets als het om de cijfers gaat.
Dat zou wrevel op kunnen roepen, ook bij mij want niets menselijks is me vreemd. Maar wie zich niet aan de ijzeren wetten der commerciële selectie kan confirmeren, ondergaat als kunstenaar een grimmig bestaan dat zelfs meer kan kosten dan slechts een oor. Met andere woorden: als je niet tegen je verlies kunt, moet je nooit aan een wedstrijd deelnemen.
Het resultaat is er dan ook naar. Ik heb tien boeken geschreven; nimmer haalde ik zelfs maar een nominatie. Maakt dat mijn boeken tot wanproducten? Volgens mijn lezers niet en, ik weet niet hoe dat bij u zit, daar doe ik het eigenlijk voor. Voor de wetenschap dat ik iemand een paar spannende uren in mijn wereld kan laten ronddwalen.
Bekruipt me de wanhoop wanneer ik de verkoopcijfers van Appie, Saskia of Simone op schreeuwende posters voorbij zie komen? Drijft hun succes mij tot razernij? Leg ik de pen terzijde en het hoofd in de schoot? Nou, nee. Zij wel, ik dus niet, maar dat heeft nog nooit het gevoel opgeroepen dat ik het schrijven er maar beter aan kan geven.

En al zijn de resultaten niet vet, mijn uitgever blijft achter me staan. Uit gewinzucht kan dat dus niet zijn. Posters, leaflets, persconferenties, ik heb mijn baard afgeschoren en noem het allemaal maar op; het gewenste effect bleef tot nu toe uit. Het moge raar klinken, maar als ik teleurstelling voel, is dat voor al die mensen die blijven proberen om me te verkopen, al stoten ze steeds de neus. Hun geloof in mij is hartverwarmend; daar kan zo’n verguld stuk touw echt niet tegenop.
Wie ben ik dan om ze het recht te misgunnen met wel goed verkopende auteurs de bühne te veroveren? Zolang dat speciale karakter en die bijzondere plek voor Nederlandstalige schrijvers maar blijft bestaan.

Die Strop was immers bedacht om de vaderlandse misdaadschrijver dan in elk geval op één moment in het jaar dat beetje aandacht te gunnen dat hem of haar tijdens de rest der dagen niet gegeven is.
Het was in aanvang nog een bijeenkomst voor ons allen, resulterend in voorzichtige, wankele schreden naar de bar om zowaar een onbekende lotgenoot beter te leren kennen, je door een andere uitgever uitgebreid te laten fêteren om vervolgens bij de oude te blijven, het glas te heffen met een lezer die de naam van al je hoofdpersonen uit zijn kop wist; jij allang niet meer.
Het was het moment van vreugde voor de zo kapot gerecenseerde schrijver die na jaren eindelijk het boek gebaard had dat hem of haar de lof van een vakjury en zelfs van medeschrijvers opleverde, waarna de feestelijkheden tot in de late uurtjes over de grachten weerklonken.
Nu flitsen en snorren de camera’s, gaat de winnaar met de voorzitter schuil achter de ruggen van een batterij fotografen, schalt de muziek onnodig hard uit de speakers en duwt de floormanager, ieder z’n vak, de andere genomineerden met ferme hand achterwaarts van het podium tussen de coulissen. Afgang voor een kwartet, in D-mineur.
Maar roem is en blijft vergankelijk, Tomas Ross. Ze wordt niet gevolgd door de grote doorbraak want die vindt plaats op de beurzen van London en Hamburg. Daar borrelen de beslissers onderling, waarna ze besluiten hun geld ‘duurzaam’ te investeren, bijna altijd ten faveur van cashplanten, zelden voor dat mooie maar achteloos platgetrapte madeliefje in het gras.

Inderdaad, Tomas, het is mij overkomen: een uitgever heeft mij zelfs een keer vergeten op de longlist voor De Strop te plaatsen. Echt waar; erewoord. Zij vond het erger dan ik maar ook dat boek zou geen winnaar geworden zijn. Het zat er niet in en dat hoeft ook niet. Zo’n strop mag nooit de reden worden om te schrijven.
Mijn naam heeft dus nooit op posters geprijkt, de uitnodigingen niet gesierd.
Ik ben in mijn leven wel honderd keer op de buis geweest, maar nooit omdat ik kans maakte op zo’n prestigieuze prijs. Maar wees eerlijk: het is de militaire Willemsorde nou ook weer niet.
De strop gaat verloren op de snijtafel van het journaal wanneer er een Boeing op de Bijlmer flikkert, maar ook als de Prins der Nederlanden in de sloot rijdt. We zijn gewoon geen wereldnieuws, we zijn bladvulling. We zijn leuk zolang er niets anders gebeurt, maar als de lampjes van het pak van Gerard Joling het niet doen of Jan Smit vreemd gaat, moeten we tegenwoordig al wijken.
Het is de harde realiteit van wat het televisiepubliek boeit, Tomas. Wij moeten het hebben van mensen die boeken lezen, niet van gluurders.
Ik geniet gewoon van het gebeuren, media-aandacht of niet, en van de ontmoetingen met lezers. Voor die echte thrillerlezers is de Dag van het Spannende Boek een uitgesproken mogelijkheid om allerlei schrijvers te ontmoeten van wie ze het werk lezen. Alleen al daarom moet De Strop, moet die dag blijven. Wat kan het dan schelen dat de KRO, die pretendeert dé misdaadomroep te zijn, er maar een minuut aan besteedt?
Je kunt het je lezers gewoonweg niet kwalijk nemen dat zij wel naar het dagje Melkweg uitkijken; je zou ze er om moeten waarderen.

Ik vond het geweldig om vorig jaar jouw aanzet van een verhaal in een plotbattle af te maken en me te meten met twee collega’s. Niet om de strijd, maar om de eer. De champagne was toch niet te zuipen. En áls er sprake was van voorkennis, áls een jurylid vooringenomen was, het zij zo. Jij was het niet en alleen dat gegeven telt voor mij. Eikels ontmoet ik genoeg, kanjers nooit genoeg. De jaarlijkse ontmoeting met vakbroeders en -zusters maakt zo’n dag daarom voor mij meer dan goed. Dan maar geen strop; wie mist het ding na twee borrels?

Dat er overal dubbele agenda’s en voorgekookte zaken zijn, dat de wereld vol kongsi's zit, dat investeerders heel andere belangen hebben dan mij heb ik mijn hele leven al ervaren dus: wat is er nieuw? We schrijven er zelfs bijna allemaal steeds weer over.
Wat vorig jaar overigens wel stak, was iemand van de organisatie die mij na afloop van de plotstrijd uitdrukkelijk vroeg om dit jaar een onderdeel van de dag te willen vullen, tot drie keer toe. Omdat ik zo leuk kon vertellen; zo fantastisch kon praten. En zo. Ik heb er nooit meer van gehoord. Dat irriteert.
Wat steekt, is dat een jury een prominent -wat dat dan ook moge zijn- moet hebben om geloofwaardig over te komen. Een ‘celeb’ zoals dat tegenwoordig moet heten, die steevast weeklaagt dat het niveau der boeken alweer is gedaald en vervolgens de naam van de prijswinnaar niet eens weet te onthouden tijdens de uitreiking. Dan vraag ik me af wat het mens wél bijgebleven is.

Wat mij echter het meest raakt, is het feit dat smaken verschillen en men toch een boek van Ross met dat van Noort gaat vergelijken en een Theunis met een De Waal; appels en peren moet je niet naast elkaar leggen. Rembrandt verliest niet van Van Gogh.
Het ‘beste‘ boek bestaat dus niet en de enige graadmeter zouden, zeer ten onrechte, dan nog verkoopcijfers kunnen zijn.
Want ook dat snijdt geen hout. Wat goed is van mij, wordt bepaald door mijn lezer. Slechts hij of zij die van mijn ‘genre‘ houdt, kan echt oordelen of ik een goed boek ter wereld heb gebracht of een prul. Een vrouw die mijn stijl niet kan bekoren, doet er beter aan een lekkere vent en een fles wijn mee naar bed te nemen dan mij en een zaklantaarn.
Is daarom het hele idee van de verkiezing van ‘het’ beste boek verkeerd, was De Gouden Strop per definitie een misser? Welnee! Gewoon mee doorgaan, vreselijk leuk, waarbij de jury wat vakkundiger moet zijn.
Maar het past niet dat wij als schrijvers ons na zo’n verkiezing luidkeels een mening aanmatigen over het werk van een collega. Wel als lezer misschien, maar spuug daarbij dan niet in de fruitmand. Wat smaakt, is goed. Heb het daar dan over. Laat de rest gewoon liggen voor een ander. De kritiek op een collega doet afbreuk aan de oprechtheid van iemands verontwaardiging in dit verband.

Maar hoe het ook zij, De Strop is uit handen genomen van haar bedenker. Ze is veranderd in een marketingtool en dat brengt met zich mee dat ze haar onafhankelijkheid kwijt is. Dat ze benut kan worden om een adept van een sponsor voor het voetlicht te brengen, die daar anders wellicht nooit gekomen zou zijn. Dat ze al te zeer wordt gebruikt om de boeken van de sponsoren uit te lichten.
Ik ben ondernemer, nota bene met een marketingbedrijf. Ik weet als geen ander dat niemand iets sponsort zonder daar zelf op enigerlei wijze voordeel van te hebben. Hoe groter het bedrag, hoe groter het voordeel. Maar zonder sponsoren geen evenement, dat is de keerzijde van de harde medaille. Het feestje kan niet meer drie hoog achter op een balkon worden gevierd.
De dag van het spannende boek, The Power of Plots, onderging een transformatie.
Ze richt zich niet meer echt op de Nederlandstalige misdaadschrijvers; de vermaledijde generalisatie brengt onvermijdelijk met zich mee dat uitgevers hun grove geschut in stelling brengen.
Dat de omroepen slechts voor de klinkende namen uit wensen te rukken.
Dat de bladen alleen nog komen wanneer ze het diepe decolleté van Karen Slaughter mogen fotograferen of de linkse uppercut waarmee Charles den Tex Peter de Zwaan vloert als ware hij Beau van Erven D. Alles voor de (kijk)cijfers. Weg met de integere intenties.
Want het is datzelfde publiek dat sterrendom eist. Anders kijken ze niet. Dan lopen de ‘ratings’ terug, worden de adverteerders boos. Daarom moet de markante kop van Tomas Ross over de rode loper; daarom past een schamele Theunis niet vooraan, anders dan dat hij in de rij limousines mag aansluiten met zijn Fiat Panda. De cijfers bepalen. En betalen.
Zonder glitter en glamour verkoopt het niet, helaas. Die voorwaarde is gecreëerd door de media, de reclame, de mensheid en doordat, indachtig het Melchers-syndroom, jij de boel uit handen gaf, Tomas. Kennelijk aan de verkeerden; wie kan je dat kwalijk nemen?
Maar wat let jou, wat let ons, om waakzaam te blijven, te roepen in de woestijn waar schrijvers nu eenmaal horen en waar heus wel weer bomen zullen gaan groeien? En zo niet, dan bedenk je toch gewoon een nieuwe oase? Mijn steun heb je.

Want onze lezers bepalen uiteindelijk en zij blijven lezen; het boek gaat, in tegenstelling tot wat allerlei trendwatchers beweerden, niet verloren. Het leeft en dus leeft de schrijver. En die verdient het om aan die bar met zijn collega’s, trouwe en in hem gelovende uitgevers en zijn lezers door te kunnen zakken, feest te kunnen vieren, tranen te plengen om verloren strijd en met enige gramschap en twijfel naar het inmiddels zo anders geworden spektakel te blijven kijken dat ooit uit jouw oprechte onvrede werd geboren.
        


Zondag 28 juni 2009.

Ton Theunis (1959, Deventer) vervulde vanaf 1985 meerdere functies als ambtenaar voor het Ministerie van Justitie, zoals gevangenbewaarder in de Bijlmerbajes en medewerker van het Bureau Slachtofferhulp in Huizen. In 1994 werd hij griffier op de arrondissements- rechtbank in Amsterdam. Theunis was betrokken bij allerlei geheime gerechtelijke vooronderzoeken en was aanwezig bij tientallen invallen van arrestatieteams en huiszoekingen. In 1992 verscheen zijn eerste boek De Toren en inmiddels heeft hij zeven titels op zijn naam staan. Meest recent verscheen de thriller De Kluizenaar waarin Theunis laat zien wat de gevolgen kunnen zijn van de vergaande privacywetgeving.
 


Heb je een mening over deze column?

Deze column van Ton Theunis is een reactie op het artikel van Tomas Ross voor Ezzulia over onder andere de Maand van het Spannende boek, de Gouden Strop en de Schaduwprijs.

Op het forum van Ezzulia is een discussie aan de gang over het artikel van Tomas Ross. Binnen het topic is ook ruimte voor reacties op deze column.
 

Kijk hier voor het speciale topic.
 

Nog meer columns? Kijk dan hier.

 

 

 

Terug naar boven

Terug naar boven